Antwerpen Kanaaldok B1
‘Antwerp Bulk Terminal (ABT) is een overslagbedrijf voor onder meer steenkool, erts en biobrandstoffen, gelegen in de haven van Antwerpen. ABT laadt en lost ongeveer 30 miljoen ton per jaar in schepen, lichters, treinen en vrachtwagens’ (bron: Wikipedia). Eigenlijk moet ik zeggen dat dit bedrijf dat tot nu toe altijd deed, want een werknemer aldaar wist ons te vertellen dat het hele bedrijf omgevormd zal worden tot een grote terminal voor zeecontainers. Alsof ze er daar al niet genoeg van hebben in de Antwerpse haven. De meeste kranen die op de foto’s te zien zijn staan werkloos toe te kijken over het water van de Schelde. Over een tijdje zullen ze gesloopt worden, net als de grotendeels lege silo’s. Dan zal er alleen nog maar een hoop verroest ijzer overblijven, net als die ene kraan aan het Churchilldok waar we tijdens de tweede keer dat we er langsreden alleen nog maar hopen verwrongen staal van terugvonden. Het zijn prachtige en complexe machines om te zien. Straks staan dit soort ijzeren reuzen alleen nog maar opgesteld in landen ver weg van hier, met name in Azië en Afrika. Hier wordt er dan alleen nog maar gehandeld en verhandeld. Zo zwart-wit als ik het hier stel is het niet. Er zal nog genoeg bedrijvigheid overblijven in het uitgestrekte gebied van de Antwerpse haven, maar een bepaald soort romantiek en nostalgie zal dan voorgoed verdwenen zijn.
thema: Allerlei,Fotografie
tags: Antwerpen, Fotografie, Haven, Industrie, Urban Exploring, Urbex








Vroeger zou een bepaalde vraag vanzelf wel weer zijn verdwenen, tenzij ik toevallig toch in de bibliotheek rondhing. Nu denk ik al gauw ‘straks effe opzoeken op internet’. Zo belandden we maandagmiddag bijvoorbeeld in Engeland op station Manchester Piccadilly. Piccadilly in London kende ik al en daarom had ik verwacht dat Piccadilly een oud woord zou zijn voor plein of rotonde. De naam Piccadilly slaat echter op een kleermaker met de naam Robert Baker die in de 17e eeuw kleren ontwierp met speciale boorden die hij ‘Piccadills’ noemde. ‘Stiff collars with scalloped edges and a broad lace or perforated border’. Maar waarom noemde deze man die boorden dan piccadills? Wikipedia: ‘The term may originate from a conjectured Spanish word picadillo, from picado meaning punctured or pierced. This is similar to the Spanish word picadura, used for the lace collars of the seventeenth century that contained much elaborate cut work.’ Dat zou goed kunnen. Blijft over de vraag waarom bepaalde pleinen deze naam meekregen. Volgens weer een andere pagina op wikipedia komt dit omdat eerder genoemde Robert Baker daar ergens in de buurt ooit een winkel had. Zelf hou ik het op de overeenkomstige vorm. De piccadill is een groot, rond en druk boord om je nek, en een plein is ook druk en rond en een gevaar voor je nek.











































