Aardappels
De aardappel. Als ik een dichter zou zijn zou ik over de aardappel willen schrijven en niet over kersen of aardbeien. Hoe mooi glimmend en vuurrood deze ook kunnen zijn en hoe vaak ze ook niet gebruikt zijn in foto’s en films als erotisch speeltje, een aardappel vind ik toch mooier. Ze zijn altijd anders van vorm. Klein, groot, soms heel egaal, soms met vreemde bochten en bobbels die je fantasie prikkelen, net als bij stapelwolken. En ze voelen zo lekker aan, zeker als er nog wat zand of klei aan de aardappel zit. Dan voel je en ruik je de aarde waar deze aardappel uit voorkomt en misschien denk je dan wel even terug aan je kindertijd toen je nog met je handen in de grond wroette. Tenzij je opgegroeid bent midden in een stad, maar zelfs dan zul je je wel een beetje kunnen voorstellen wat ik bedoel.
Het leuke van een aardappel is ook dat hij mooi blijft, ook als zijn huid begint te rimpelen en er uitschieters naar buiten beginnen te komen. Als het zover is, en altijd eerder dan je verwacht, laat ik ze altijd nog een tijdje liggen. Benieuwd naar hoe hij er over een tijdje uit zal zien. Soms krijgt zo’n aardappel maar een enkele uitschieter zoals deze, soms een heel rijtje naast elkaar. De aardappel op de foto ligt nu op het balkon. Elke dag kijk ik er even naar, net zoals iemand anders misschien naar zijn plantje kijkt of er al bloemetjes aan zitten te komen. Ook mooi, maar het is geen aardappel.









