Mohammed AliMuhammad Ali vierde 17 januari zijn 65ste verjaardag. Ik kan me herinneren dat mijn vader vroeger een groot bewonderaar van hem was. Cassius Clay heette hij toen nog. Als ik soms middag in de nacht even wakker werd kon ik het gedempte geluid horen van de tv. Dan herinnerde ik me dat mijn vader ons, mijn moeder en ik, tijdens het avondeten verteld had over een belangrijke wedstrijd die ‘s nachts uitgezonden zou worden en over wat voor geweldige bokser hij wel niet was. Niet gemeen zoals andere boksers en heel sierlijk. ‘Dansen’ heette dat. De beste bokser die er ooit bestaan heeft. Dat vond Muhammad Ali zelf ook altijd: “I’m the greatest thing that ever lived. I’m so great I don’t have a mark on my face. I shook up the world.”

Jaren later heb ik eens een herhaling gezien van zo’n bokswedstrijd. Alles wat mijn vader verteld had klopte. Hij was snel, sierlijk en heel sportief. Maar toch. vond ik het nu echt leuk om hier naar te kijken? Het mooiste vond ik altijd als de tegenstander begon te wankelen en je kon zien dat Ali zich klaar maakte voor de volgende stoot maar zich dan bedacht. Er was blijkbaar bij hem nog ruimte voor een gedachte, een overweging, mededogen voor zijn tegenstander. Misschien maakte dat van hem inderdaad meer dan alleen maar een vechter.

Neil ArmstrongTerwijl ik terugdenk aan die nachtelijke uitzendingen herinner ik me nog een ander moment, namelijk de landing op de maan in 1969. Ook toen moest ik hiervan getuige zijn vanuit mijn bed terwijl mijn vader achter de zwart-wit tv zat en keek naar één van de grootste gebeurtenissen van de vorige eeuw. Daana is hij nergens meer zijn bed voor uitgekomen.

Zou er nog een moment komen dat vaders en moeders hun kinderen uit bed halen om getuige te zijn van iets waarlijk groots? Ik hoop het. En dan uiteraard niet om beelden te zien van het doorbreken van dijken of het zinken van de allerlaatste ijsschots op de Noordpool.