Allerlei

Iets van jezelf in de wereld zetten

donderdag 14 juli, 2011

BoomstronkHet zit in de aard van de mens om iets in de wereld te willen zetten, zodat ze weten dat ze bestaan of vanwege een angst om na de dood spoorloos te verdwijnen in de geschiedenis. Het krijgen van kinderen is de belangrijkste en oudste daad, maar ook de makkelijkste. Nu gaan ouders natuurlijk meteen roepen dat het opvoeden van kinderen helemáál niet makkelijk is, maar dat bedoel ik nu even niet. Een kind is zo verwekt, en omdat dat zo makkelijk gaat is dat in het verleden ook heel erg vaak gebeurd. En maar goed ook, anders hadden we nu niet bestaan. Maar daarnaast heeft een mens nog hele andere drijfveren en motivaties om iets fysieks achter te willen laten op de wereld, en uiteindelijk zijn die bepalend voor de evolutie van de soort. Denk maar aan de wetenschap, de kunsten, de filosofie. Zonder deze drijfveren zouden we dan misschien wel talrijk zijn, maar niet ontwikkeld.

Zelf heb ik geen kinderen, maar ook bij mij is de drijfveer om iets achter te willen laten van mijzelf in deze wereld sterk aanwezig. De een verlangt ernaar een boek te schrijven, de ander een schilderij dat nog eeuwen en eeuwen door mensen bekeken en geprezen zal worden. En toch hoeft het allemaal niet zo ingewikkeld of groots. Iedereen laat wat van zichzelf achter in de wereld om zich heen, iedere dag opnieuw. Door een kleine handeling, een woord, een gebaar. Of door domweg een boomstronk neer te zetten in een parkje. Het boomstronkje op de foto nam ik een keer mee uit een bos en plaatste het op mijn balkon. Het droogde langzaam uit en hier en daar vonden insecten hun weg naar de binnenkant. Niet zo gunstig voor het hout van de kozijnen, en daarom nam ik het mee naar beneden en zette het tussen het onkruid in het parkje achter mijn flat. En daar staat het nu, bijna twee jaar later, nog steeds.

De eerste ochtend keken wandelaars en honden beiden nieuwsgierig en verbaasd naar dat nieuwe element op hun dagelijkse route. Honden blaften en trokken aan de riem om te kijken wat dat nieuwe ding nu precies was. De mensen begrepen het niet. Was daar nu zomaar een nieuwe boom uit de grond geschoten? Het beeld werd hun langzaam vertrouwd en zelfs de plantsoenendienst liet het ongemoeid, niet wetend dat het stuk hout los op de grond stond en niet stevig verankerd met diepe wortels. Afgelopen week reed eerst een machine door het park en haalde alles omver wat hoger dan tien centimeter boven de grond stond. Het manoeuvreerde netjes rond de boomstronk en ook de mannen met de handmaaiers accepteerden de boomstronk als een vast onderdeel van het park. En zo staat dat ding daar nu en ben ik de enige die weet waarom en hoe dat ding daar is gekomen. Nou ja, nu weet iedereen het natuurlijk, maar ik bedoel maar, er zijn veel manieren om iets in de wereld te zetten en toevallig is dit er eentje van mijzelf.

Rokers onder mekaar

woensdag 13 juli, 2011

Laatst hoorde ik iemand vertellen over een georganiseerd reisje naar Turkije, en dat de rokers elkaar dan ‘spontaan’ opzochten om afgezonderd van de rest een sigaretje of shaggie te kunnen roken. Grappig om te merken dat roken nog steeds verbroedert, al is het dan niet meer om dezelfde redenen als vroeger. Toen was het ‘Vuurtje?’ en dan kreeg je een glimlach te zien op het gezicht van de ander en misschien zelfs een korte aanraking als elkaars handen zich om de lucifer of aansteker bogen. Als je nu een vuurtje vraagt aan iemand heb je grote kans dat het antwoord ‘Nee’ zal zijn, en zelf heb ik die vraag al jaren niet meer gehad. Maar rokers zoeken elkaar dus wel nog steeds op, alleen nu omdat het niet anders kan. Samen bij elkaar onder een afdakje buiten het kantoor of samen bij de rookpaal op het perron. Een beetje zielig is het wel, zeker als je het vergelijkt met de jaren van John Wayne en Humprey Bogart. Aan de andere kant, die twee helden zijn al lang geleden overleden, dankzij de tabak.

Electrische fietsen

woensdag 6 juli, 2011

Voorheen had ik altijd respect voor oudere mensen op de fiets. Ik moet het mezelf nog zien doen als ik een jaar of zeventig ben. De laatste tijd is dat respect echter omgeslagen in irritatie en afkeer. Toen ik een jaar of acht was dacht ik dat ik sneller kon fietsen dan mijn vader. Ik haalde hem dan in, staand op de trappers, en liet mezelf daarna als overwinnaar ‘uitdrijven’. Kort daarop kwam mijn vader dan weer langszij, fluitend en rechtop gezeten op zijn fiets alsof het hem geen enkele moeite kostte. De laatste tijd moet ik daar vaak aan terugdenken als ik weer eens word ingehaald door iemand die minstens twintig jaar ouder is. Gisteren nog, op de terugweg van de supermarkt en met volgeladen fietstassen. Onder het viaduct door van de spoorweg is het altijd even stevig doortrappen om de helling op te komen. En terwijl ik dat naar beste kunnen deed werd ik zomaar ingehaald door een oudere meneer op een fiets waarvan de trappers maar half zo vaak in de rondte gingen dan die van mij. En hij zet rechtop, en ik niet. En ik hijgde, en hij niet. Nu weet ik dat ik nodig weer eens iets aan mijn conditie moet gaan doen, maar me op die manier een beetje in de maling nemen vind ik niet kunnen. Zo iemand moet toch ook beseffen dat het hem alleen maar lukt omdat hij op een electrische fiets zit. Maar dat schijnt er niet toe te doen. Net als zo’n arrogante hufter achter het stuur van een snelle BMW. Die hoeft ook alleen maar zijn voet tegen de gaspedaal te drukken om sneller te zijn dan iemand in een Suzuki Alto. En wie kan er nu niet zijn voet tegen een gaspedaal duwen? Iedere boerenlul toch? En zo hoeft deze meneer op zijn electrische fiets ook alleen maar een knopje om te zetten om automatisch meer snelheid te krijgen bij minder inspanning. Het is dus niet eerlijk en daar kan ik niet tegen. En zeker niet tegen die zelfgenoegzame uitdrukking op het gezicht van zo iemand terwijl hij iedereen voorbijfietst en nog net op tijd is bij het groene stoplicht bij de kruising, terwijl de rest moet stoppen. En eenmaal voorbij die kruising keek hij nog een keertje half achterom om te zien wat voor emotionele schade hij aangericht had. Behoorlijk kan ik zeggen. En toch kun je het hem eigenlijk niet kwalijk nemen. Al jaren wordt hij ingehaald door groepjes brugklassers, zwalkend over de weg en met de ellebogen op het stuur. En die rotbrommertjes niet te vergeten. Ook bij dat ‘transportmiddel’ hoef je maar je pols een beetje te kunnen verdraaien om sneller te kunnen wezen dan iemand op de fiets. Misschien nemen de bejaarden van nu op deze manier wel revanche. Alleen ben ik bang dat op deze manier straks iedereen het gewone fysieke fietsen maar meteen overslaat en meteen op een electrisch aangedreven model stapt. Ze schijnen middels reclame al aangeprezen te worden aan scholieren. Want stel je voor, iedere dag opnieuw, windkracht 8 tegen, met een tas vol zware boeken, over de Afsluitdijk naar school en weer terug. Dat doe je je lieve kindertjes toch niet aan?

Veranderende omstandigheden

donderdag 30 juni, 2011

Sinds ik op mijn negentiende verjaardag voor het eerst een eigen inboedelverzekering en WA afsloot, ben ik al een keer of zes zeven veranderd van verzekeraar, zonder er ook maar iets voor te hebben hoeven doen. De ene keer betrof het een overname, dan weer een verandering van tussenpersoon, dan weer een ander naam. Vandaag kreeg ik van mijn huidige tussenpersoon (ook een woord om eens flink over uit te wijden) de zoveelste naamswijziging in een paar jaar tijd. ‘Om u beter van dienst te kunnen zijn’, of ‘sluit beter aan bij onze werkzaamheden’. Alsof het niet altijd om hetzelfde gaat. En misschien dat daarom die bedrijfsnamen zo vaak veranderen. Een trucje om dezelfde koffie te kunnen blijven verkopen in een ‘totaal vernieuwde samenstelling’. Men zegt dat we leven in een tijd waarin alles om ons heen voortdurend en in een steeds sneller tempo verandert. Maar is dat wel zo? We menen onszelf steeds maar weer te moeten aanpassen en veranderen omdat het op de een of andere manier niet goed voelt zoals de dingen zijn, zoals we zelf zijn. Maar wat we veranderen is alleen maar de buitenkant, in wezen verandert er maar heel weinig. Want wat maakt het uit of ik mijn brief straks niet meer in een brievenbus stop van de PTT, TPG of TNT maar in die van PostNL?

Noodweer boven Tilburg

woensdag 29 juni, 2011

Noodweer boven TilburgHet bleef gisteren lang zonnig, maar ‘s avonds werd het dan eindelijk een beetje noodweer. Als het al in de ochtend aangekondigd wordt is het best lang wachten. Ik begrijp ook nooit zog goed waarom ze het een waarschuwing noemen. Een storm of een flinke onweersbui is prachtig en ik kijk er altijd naar uit. Ze zouden het moeten aankondigen als een blijde gebeurtenis, iets waar je met de hele familie eens goed voor gaat zitten. Die avond had ik afgesproken met een vriendin om wat computerproblemen bij haar te gaan oplossen. Ze woont 13 hoog in een flat in Tilburg en de enige momenten dat ik vind dat ze daar perfect woont, zo hoog. Het duurde lang voordat ik een foto had die de moeite waard was. Even doorsturen naar wat redacties van kranten, dacht ik. Alleen was ik vergeten dat het computerprobleem waar ik voor gekomen was een falende internetverbinding was. En dus viel er niks door te sturen tot laat in de avond, en dan draaien de persen natuurlijk al. Misschien binnenkort toch maar eens uit gaan kijken naar zo’n smartphone met internetverbinding. Nooit gedacht dat ik dat nog eens zou zeggen.

Noodweer boven TilburgHet noodweer rukt op...En is 10 minuten later weer voorbij

Twee seconden

zondag 5 juni, 2011

Van de gulden gingen we naar de euro, die eigenlijk twee keer zoveel waard was. Binnen die euro gebruiken we nu nog nauwelijks de centen en zijn we voor het gemak overgestapt van één naar twee. In deze snelle tijden heeft mijn horloge alvast de sprong voorwaarts gemaakt in de tijd. Waarom nog gebruikmaken van de enkele seconde als het net zo makkelijk en nog sneller kan met twee? Een minuut heeft dan geen zestig seconden meer, maar nog maar dertig. Scheelt aanzienlijk in wachttijden en de rit naar Zuid-Frankrijk duurt dan nog maar half zo lang.

111

zaterdag 28 mei, 2011

Via mail kreeg ik dit leuke feitje door: ‘Dit jaar gaan we vier opmerkelijke data ervaren: 1-1-11, 11-1-11, 1-11-11, 11-11-11, en dat is niet alles. Neem de laatste twee cijfers van het jaar waarin je geboren bent en tel de leeftijd die je dit jaar wordt op en het resultaat zal 111 zijn, voor iedereen! Dit is het jaar van het geld. Zo zal dit jaar oktober 5 zaterdagen, 5 zondagen en 5 maandagen hebben. Dit gebeurt slechts eens in de 823 jaar. Deze speciale jaren staan bekend als geldzakjaren. Een gezegde gaat dat als je dit naar acht goede vrienden stuurt, zal er in de komende vier dagen geld verschijnen, volgens Chinese Feng Shui. Degenen die deze keten verbreekt, zal niets ontvangen. Het is een mysterie, maar het is het proberen waard.’

Grappig hoe jaren en jaartallen op deze manier soms in elkaar grijpen. Voor dit jaar betekent het dus voor iedereen niets dan goeds, hoewel je daar anders over kunt denken als je de nieuwsberichten volgt. En voor volgend jaar? Wordt het dan voor iedereen 112? Dat alarmnummer schijnt nu al vaak slecht bereikbaar te zijn in nood, laat staan volgend jaar. Voorlopig doen we het echter met 2011 en dat belooft dus veel goeds. Normaal gesproken heb ik het niet op dit soort kettingbriefgezegdes en stuur ik ze nooit door, behalve dan vandaag. Door er een blogbericht van te maken stuur ik het niet zomaar acht keer door maar op zijn minst honderden keren! Ik denk dat ik straks maar vast even bij de motorzaak een nieuwe motor ga bestellen. Zo’n Triumph Tiger lijkt me wel wat :).

IJsjes likken

donderdag 26 mei, 2011

Hoe likt u aan een ijsje? Zelf lik ik eigenlijk nooit meer aan een ijsje, maar neem steeds een klein hapje dat ik daarna onder zachte druk laat smelten tussen tong en gehemelte. Likken aan ijsjes is alleen maar voorbehouden aan kinderen. Tenminste, dat vind ik. Er zijn wel volwassenen die het doen en daarmee weg kunnen komen, maar dat zijn er niet veel. Bij veel volwassenen ziet het likken aan een ijsje er net zo ordinair uit als het dragen van een strakke legging door een vrouw op leeftijd. Of een man met harige en knokige benen en een korte geruite broek. Vanmiddag liep ik in het plaatselijke winkelcentrum en zag een oudere man van ongeveer zestig jaar. Grijze pantalon, dito overhemd, en met hoed. In zijn linkerhand bungelde een plastic tas van de Zeeman en in zijn rechterhand hield hij een ijsje vast. Een hoorntje. Bij iedere lik stak hij eerst zijn tong zo ver mogelijk naar buiten en naar beneden waarbij hij zijn mond wagenwijd opensperde. Vervolgens likte hij met lange halen aan het ijs, zijn hoofd en nek van onder naar boven meebewegend. Getver. Alsof er verder niemand in het winkelcentrum aanwezig was stond hij daar zijn ijsje af te likken. Ik hoop dat ik het net zo onsmakelijk heb weten te vertellen als het eruit zag. Zomer betekent echt niet dat alles er dan altijd even zonnig uitziet…

De vreugde van repareren

vrijdag 20 mei, 2011

Gisteren bij Een Vandaag hadden ze voor de verandering eens een paar onderwerpen waar je blij van kon worden. Ergens in het noorden van het land was een initiatief ontstaan van burgers om zonne-energie te promoten, met name voor particulieren, en later in de uitzending was er aandacht voor het Repair Café. In het Repair Café kunnen mensen langskomen met een apparaat dat het niet meer doet, om dan samen met anderen te kijken of het ding nog te repareren valt. Repareren dus, en niet zonder meer weggooien en vervangen. Vroeger was het normaal dat vader probeerde de fiets of de kraan te repareren en moeder kleding kon herstellen. Dat mensen dit vaak niet meer doen is wel te begrijpen. Apparaten worden steeds complexer of zitten vol met electronica of men heeft geen tijd vanwege een drukke baan of het gezin. Vaak weet men echter eenvoudigweg niet meer waar men zou moeten beginnen als iets stuk gaat. Dan maar een vakman laten langskomen of naar de winkel voor een nieuwe. En dat terwijl repareren zo leuk kan zijn en zo bevredigend. Twee voorbeelden wil ik hierbij even noemen. In het ene geval wist ik een defecte dvd-speler – het schuifje ging niet meer open of dicht – te repareren door een kapot veertje te vervangen door een veertje uit een balpen. In het andere geval was het contragewicht in de wasmachine gebarsten en met hels kabaal tegen de buitenwand van de machine geslagen. De oplossing hiervoor bleek ook redelijk simpel. Even naar de Handyman een nieuw gewicht bestellen voor 35 euro en achterop de machine schroeven. In beide gevallen moet je natuurlijk wel bereid zijn het apparaat even open te schroeven als er zich een mankement voordoet. Maar ik kan zeggen dat als je die moeite neemt en het apparaat doet het daarna weer, je er een enorm fijn gevoel aan overhoudt. En dan doel ik niet op de geldbesparing die het opleverde, maar het genot van iets hebben weten te repareren. Hierdoor wordt de afstand tussen jou en het apparaat ook vanzelf kleiner en verdwijnt voor een deel de belangrijkste reden voor mensen om niet eens aan reparatie te willen denken, namelijk de angst voor techniek. Bij een vriendin bood ik eens aan mij even een blik te laten werpen onder de deksel van haar kapotte wasmachine. Dat mocht niet, want ik zou weleens iets stuk kunnen maken (?). Niet dat ik hem had weten te repareren, maar ik had het wel willen proberen. Ze kocht liever een nieuwe (want daar kan niks aan stuk gaan) en haar oude wasmachine staat nu waarschijnlijk nog steeds zijn rondjes te draaien bij iemand anders. Repareren kan echt ontzettend leuk zijn en zo’n initiatief van een Repair Café vind ik geweldig. Alleen hadden ze het wat mij betreft een Klus Kroeg mogen noemen.

Inteelt

vrijdag 6 mei, 2011

André van Duin staat op het podium en zegt zeer verheugd te zijn een zeer speciale gast aan te mogen kondigen. Behalve een begenadigd presentator en showmaster is het tevens een hele goede vriend van hem. Dames en heren… Ron Brandsteder! En Ron komt op, ze omhelzen elkaar even en Ron neemt vervolgens plaats naast Caroline Tensen die al eerder aangekondigd werd. Zo ging dat jaren achter elkaar door en vice versa. André te gast bij Caroline of Ron, Caroline bij André of Ron, Ron bij André of Caroline. Alsof ze een contract met elkaar hadden afgesloten waarbij ieder een paar keer per jaar, met korting, aanwezig zou zijn in de show van de ander. Hetzelfde lijkt nu het geval te zijn bij veel andere programma’s waar ook steeds maar weer dezelfde koppen te zien zijn. Joost Zwagerman, Bram Moszkowicz, Jan Mulder. Dat zijn maar enkele namen die me nu te binnen schieten, maar er zijn er veel en veel meer. Allemaal lijken ze hun rondje af te lopen door medialand. Maar waarom eigenlijk? De enige reden die ik kan bedenken is dat medialand een eiland is waarop mensen vertoeven die steeds maar weer bij dezelfde mensen op de koffie gaan om te praten omdat ze zo ontzettend graag praten en dan zeker weten dat er mensen zijn die naar hen luisteren. Ook dat zijn altijd dezelfde mensen. Ons kent ons. Ze praten en praten en doen dat voor het oog van de hele wereld waardoor kijkers en luisteraars denken dat wat ze zeggen maatgevend is. Ze zijn per slot van rekening niet voor niets op tv toch? En hoe vaker ze te zien zijn in liefst meerdere programma’s op meerdere zenders, hoe gezagwekkender hun mening lijkt te worden. Toen ik voor het eerst de titel van het programma ‘De Wereld Draait Door’ hoorde dacht ik dat het een kritisch en satirisch programma was waarin de gekte van de wereld getoond zou worden opdat mensen hier iets van zouden kunnen leren. Pas later zag ik de draaiende wereldbol achter Matthijs van Nieuwkerk hangen en begreep dat men doelde op de aarde en het nieuws dat dag en nacht doorgaat. Of had men toch beide betekenissen voor ogen? Voor mij blijft de eerste betekenis de meest waarachtige, en het is de media die de aarde een steeds grotere hengst geeft waardoor de wereld sneller zal doordraaien dan anders het geval zou zijn.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen