Allerlei

De grote tocht

dinsdag 3 mei, 2011

Door het lezen van Wereldreis op de blog van Marinet Haitsma moest ik terugdenken aan iets soortgelijks. Ik dacht dat ik er al eens over geschreven had, maar toch niet. Gewoon vergeten, net zoals de man zelf inmiddels wel vergeten zal zijn. Ik zag hem regelmatig wandelen, ergens tussen de eerste straat voor en de eerste straat na het viaduct onder het spoor. Dat spoor scheidde de man, en mij, van de supermarkt aan de andere kant. Op de fiets is het van mij naar die supermarkt ongeveer vijf minuten, als het tegenzit. En dan voornamelijk vanwege de drie stoplichten die er op dit traject staan. Een stukje van niks. Toch deed die man er te voet minstens een half uur over, maar waarschijnlijk langer. Soms, als ik terugfietste via de andere kant van de weg, zag ik hem bij het stoplicht staan. De laatste blokkade voor het uiteindelijke doel. En dan moest hij later natuurlijk dat hele eind nog terug. Wandelen kon je het dan ook niet noemen wat hij deed. Snel schuifelen zou ik het noemen, maar dan met 1 à 2 centimeter per keer per voet. Zijn rug gekromd, zijn hoofd naar beneden, leek hij in opperste concentratie te zijn. Strak starend naar de stoeptegels, alsof hij die inmiddels stuk voor stuk herkende. Die tegel met dat gebroken hoekje rechtsboven zou hem dan vertellen dat hij op ongeveer eenderde van de afstand was. En die andere, die met dat opgedroogde stukje kauwgum, zou betekenen dat hij bijna bij het viaduct was. Af en toe stond hij even stil, tilde zijn hoofd zo ver mogelijk omhoog en tuurde dan van over de rand van zijn bril naar de einder. Hoe ver nog. Hoe lang blijf ik dit nog doen. Hoe lang leef ik nog.

Op een dag zag ik hem niet meer. Misschien leeft hij nog wel en krijgt hij zijn boodschappen nu thuisbezorgd. Er is, nu ik hier over schrijf, wel iemand anders die het stokje van hem overgenomen heeft. Een vrouw met een rollator die hetzelfde traject aflegt, maar dan nog een stuk langer. Ook haar zie ik soms twee keer achter elkaar. Op mijn heen- en op mijn terugweg van de supermarkt. Haar route loopt door het parkje bij mijn flat, zodat ik haar ook weleens voorbij kan zien schuifelen vanaf mijn balkon. Op de terugweg heeft ze dan drie vier plastic zakken die aan weerszijden van de rollator hangen, met in het mandje nog een extra tas. Ook zij schuifelt, zij het iets sneller. Wat ga ik doen als ik straks oud ben? Laatst nog zat ik op de stoeprand bij een gebouw terwijl er een vrouw met een rollator voorbij kwam. ‘Even lenen?’ vroeg ze glimlachend. ‘Nou’, zei ik, ‘Ik zou bijna zeggen ik kan niet wachten tot het zover is’. ‘Ik kan het je niet aanbevelen’ was haar antwoord. Nee, dat niet. Maar ik heb wel veel respect voor ouderen die blijven schuifelen terwijl ze ook zouden kunnen blijven zitten. Zoals ik straks misschien wel, achter mijn laptop. Schrijvend over wat ik zoal voorbij zie schuifelen onder het raam van mijn kamertje in een of andere bejaardenflat.

Strippenkaart

maandag 2 mei, 2011

StrippenkaartIk heb thuis in een kast een plastic zakje liggen met centen, stuivers, dubbeltjes, kwartjes, guldens en misschien ook nog een rijksdaalder. Papiergeld, in guldens, heb ik destijds bij de overstap naar de euro niet bewaard. Je moet toch ergens de grens trekken vind ik. En straks ligt er misschien een strippenkaart naast het zakje met munten. Tenminste, ik ben me nog aan het bedenken wat ik ermee moet. Ik ga bijna nooit met de bus omdat ik er altijd misselijk in wordt, maar ik heb wel nog 10 strippen over op die kaart. En daar heb ik voor betaald en die wil ik dan ook graag opmaken. Helemaal consequent ben ik nu niet geloof ik. Ik heb ook nog een voordeelurenkaart, maar vraag me af waarom ik die ieder jaar nog koop. Dit jaar heb ik er nog geen gebruik van gemaakt en dat is toch zonde van die zestig euro die die kaart per jaar kost. Misschien heb ik hem alleen maar omdat ik vind dat iedereen meer gebruik zou moeten maken van het openbaar vervoer. Een museumjaarkaart heb ik trouwens ook en ook hier vraag ik me af of die zich wel terugbetaalt. Ook een museum ben ik dit jaar nog niet binnengestapt, hoezeer ik ook van musea’s en kunst hou. En nu ik toch bezig ben, ook mijn tienbadenkaarten van het zwembad maakte ik nooit op en het aantal boeken dat ik per jaar zou mogen lenen bij de bibliotheek haal ik bij lange na niet. Het lijkt allemaal zo makkelijk en voordelig, maar in de tussentijd betaal je voor een hoop dingen die je misschien nooit zult gebruiken. Dan maar beter per keer betalen, liefst met dubbeltjes.

Knoeperts

vrijdag 29 april, 2011

New Kids KnoepertThe New Kids maken momenteel furore, ook in Duitsland. Helaas, zou ik willen zeggen, want van een paar grappig bedoelde sketches is het uitgegroeid tot een satirisch misbaksel. Maar commercieel loopt het nog als een trein en dus dendert die trein door. Tot in de snackbars zag ik, waar ze nu ‘Knoeperts’ verkopen. Een vleesbrok op een stokje. De Magnum opus onder de snacks. Terwijl er door de overheid en de medische wereld geroepen wordt om gezondere snacks voor bij de friet, reageren fabrikanten hier blijkbaar op door steeds grotere snacks te maken met meer vlees. Het enige verschil met vroeger is dat er nu geen vleesafval meer verwerkt mag worden in frikandels. Dat zit nu in hondenvoer, zoals dat van Barf: een lekkere mix van gemalen ruggewerf, hersenen en potenpaté. Smakelijk eten!

KipsnacksMaxi worstMega frikandel

Feitelijke onjuistheden

donderdag 28 april, 2011

Ik krijg regelmatig – en steeds vaker lijkt het wel – reacties op mijn website waarbij mensen hogelijk verbaasd en lichtelijk ontsteld reageren op ‘feitelijke onjuistheden’ in mijn weblogberichten. Onlangs waren daar nog een paar fans van voetbalclub Fortuna Sittard die mij betrapten op een paar onwaarheden en begonnen te roepen dat ze me absoluut niet meer serieus konden nemen en dat ik de plank volkomen missloeg. En gisteren vroeg iemand zich nog af hoe het met de verstandelijke vermogens zit van ondergetekende dat hij zomaar durfde te beweren dat het stripverhaal, en dan ook nog eens die van Asterix en Obelix, in tijd vóór de romantiek zou zijn ontstaan. Be-la-che-lijk. Ik zal het maar even toegeven dan, dan ben ik er vanaf. Een groot deel van de inhoud van dit weblog is namelijk juist gebaseerd op feitelijke onjuistheden, vanalles en nog wat bezijden en bezuiden de waarheid. Ik zou echt niet weten hoe ik het anders zou moeten doen…

Zo buiten, zo binnen

vrijdag 22 april, 2011

TilburgTerwijl ik onlangs even op iemand moest wachten, bladerde ik door een exemplaar van de Encyclopedie van Tilburg dat daar op een tafeltje lag. Ik ben zelf geen Tilburger van geboorte, maar vind dit soort initiatieven om wetenswaardigheden van een stad of streek te verzamelen altijd erg leuk en aanmoedigingswaardig. Terwijl ik zo aan het bladeren was kwam ik een stukje tegen over de oude begraafplaats aan de Bredaseweg waar ik regelmatig wel eens oploop om er foto’s te maken. Het blijkt dat deze begraafplaats ooit in opdracht van de Fransen is aangelegd, ergens tussen 1811 en 1813. De toenmalige locatie voor dit kerkhof was gelegen buiten de bebouwde kom. Als je het kaartje bekijkt van de stadsgrenzen van het huidige Tilburg, de deelgemeenten Berkel-Enschot en Udenhout niet meegerekend, kun je zien dat het kerkhof (de rode ‘punt’) zich al lang niet meer buiten de bebouwde kom bevindt, maar eerder in het centrum. Hoewel, het centrum is geografisch gezien ook al lang niet meer het centrum. Het beste bewijs hiervoor leveren de pizzeria’s die aan huis bezorgen. De meeste van deze pizzeria’s zijn allemaal gevestigd in wat nu nog steeds Tilburg-West heet en waar ik zelf ook woon. Geografisch gezien het centrum van het huidige Tilburg en de ‘ideale’ locatie om als uitvalshaven te dienen voor de jongeren die met hun brommertjes pizza’s moet gaan bezorgen bij mensen thuis. Nou ja, als je bedenkt dat het vanaf Tilburg-West tot in de uithoek van de wijk De Reeshof nog steeds 9 kilometer is…

Kleingeld

maandag 18 april, 2011

Ik stond aan de balie van een klein restaurant en kiepte het kleingeld uit mijn portemonnee in mijn handpalm. Ik friemelde wat tussen de verschillende munten, en ik weet niet of het door dat friemelen kwam of door een combinatie van zon en zin, maar opeens had ik trek in een ijsje. Een ijsje van 75 cent. Zo eentje waar nog net geen grote munt van een gulden voor aan de pas hoefde te komen. Alleen maar wat dubbeltjes of kwartjes, misschien aangevuld met een enkele bruinkleurige stuiver. Zo’n ijsje waar je het papier langzaam van af moest trekken omdat het door de kou en een laagje plakkerige siroop aan de verpakking vastgeplakt zat. Maar al had ik genoeg munten gehad, ze verkochten in dat restaurant geen ijs. Het was het restaurant van het Verbeeten Instituut in Tilburg, waar kankerpatiënten behandeld worden, veelal door bestraling. Ik had daar afgesproken met vriendin L. die sinds een paar maanden weet dat er een prop in haar hoofd zit die daar niet thuishoort. Met een taxi wordt ze nu al enkele weken thuis opgehaald en weer teruggebracht. Nog drie weken en dan zit de behandeling erop en wordt gekeken of de prop geslonken is en of de celgroei tot stilstand is gekomen. Ik hoop het. Verder dan dat denk ik nu nog niet, en vriendin L. al helemaal niet. Zou dat de reden zijn waarom ik op dat moment opeens moest denken aan ijsjes van 75 cent? Wie weet. IJsjes van 75 cent zijn tijdloos en zorgeloos, ook al kosten ze nu iets meer.

De Ming vaas

zaterdag 16 april, 2011

Ming vaasDeze week belde ik met een verkoopmedewerker van een verzekeringskantoor voor informatie over een rechtsbijstandverzekering. Zoals altijd krijg je dan heel erg veel opties te horen. ‘Heeft u hier al aan gedacht’ en ‘stel dat’. De Ming vaas blijkt dan nog steeds een populair middel om aan te tonen wat voor risico’s je als mens zoal kunt lopen. En waar je je absoluut voor dient in te dekken! Want stel je voor, ‘u bent bij een klant en u stoot daar een Ming vaas omver. Nou, speciaal daarvoor hebben we een verzekering die u beschermt tegen dit soort schades’. Een Ming vaas is inderdaad erg kostbaar en kost al gauw een miljoen euro. Maar hoeveel van die vazen staan er in Nederland in huizen op wankele tafeltjes naast een kapstok? En hoe groot is de kans dat ik ooit in een dergelijk huis zal rondlopen? Mini-minimaal. Maar toch, het is in principe theoretisch mogelijk dat een dergelijke situatie zich ooit zou kunnen voordoen. En dus ga ik me straks verzekeren van een aardige maandelijks te betalen premie zodat de mensen op het verzekeringskantoor verzekerd kunnen blijven van hun baan. Nu alleen nog zo’n vaas zien te vinden zodat ik weet waar ik voor betaal.

Op eenzame hoogte

dinsdag 5 april, 2011

Op een dag zat ik op mijn fiets en fietste langzaam langs het Cobbenhagenpark. Een lang groen lint in Tilburg West dat een aantal flats scheidt van een vrij drukke doorgaande weg. Ik keek afwisselend naar de mij tegemoetkomende fietsers en naar de rondscharrelende vogels in het groen. Ik constateerde wederom dat er nauwelijks door anderen een blik geworpen werd op die kleine gevleugelde vrienden van ons. Hoe komt dat toch. Waarom wordt er in het algemeen zo weinig naar de dieren omgekeken die zich in onze directe omgeving bevinden? Is het mogelijk dat dit te maken heeft met het feit dat dieren zich niet op gelijke kijkhoogte bevinden met ons mensen? Zomaar een idee. We kijken als mens doorgaans recht vooruit, naar links of naar rechts. We kijken op tegen dingen die groter zijn dan ons en neer op dat wat kleiner is. Met uitzondering misschien van een paard of een olifant of een beer die op zijn achterste poten gaat staan, is er geen ander leven op aarde dat zich op een gelijk ‘niveau’ manifesteert dan het onze. Geen ander leven dat ons recht in de ogen kan kijken. Kijken we daarom neer op ander leven of negeren we het wanneer het zich buiten ons bereik bevindt, rondfladderend in de lucht? Ik ben hier even heel erg aan het veralgemeniseren, dat is wel duidelijk. Er zijn genoeg mensen die zich er wel bij betrokken voelen en er ook veel aandacht aan besteden. Helaas zitten daar ook veel mensen tussen die naar ander leven kijken puur vanuit nutsaspect, of als last. Hoeveel biggen heeft die zeug dit jaar kunnen werpen en hoe krijg ik die rotduiven weg die mijn auto telkens weer onderschijten.

Bij kinderen is het hoogteverschil nog niet zo sterk aanwezig. Die zijn kleiner en bevinden zich dus op ongeveer gelijke kijkhoogte als dieren. En anders nemen ze wel de moeite om er met hun ogen heel erg dicht bovenop te gaan zitten. Daarom zien kinderen ook meer van wat zich dicht bij de aardbodem afspeelt en zijn volwassenen vooral bezig met hun eigen gedachten en met elkaar. Het lijkt wel letterlijk een kwestie van afstand. Ga maar eens op je knieën zitten in de tuin en de beleving van de wereld om je heen verandert acuut. Heb je geen tuin, kruip dan maar eens een minuut of vijf op handen en voeten door je woonkamer. Gewoon doen en goed om je heen kijken. Of kijk neer op je hond en ga vervolgens naast hem liggen op de grond. Iedereen die dit weleens gedaan heeft weet dat het gevoel van contact dan totaal verandert. En zelfs het gevoel dat je van jezelf hebt, als mens. Misschien zijn we wel te snel of te hard gegroeid en hadden we nog wat langer op handen en voeten moeten blijven rondkruipen voordat we rechtop leerden lopen. Ik heb het idee dat we ons gevoel van nederigheid een beetje kwijt zijn. Natuurrampen zoals in Japan en elders kunnen ons dat gevoel terugggeven. Als we tenminste bereid zijn af en toe af te dalen van onze ladder en niet alleen maar willen blijven klimmen, naar die eenzame hoogte.

1 april

vrijdag 1 april, 2011

Vandaag is het 1 april. Ik was het bijna vergeten, als ik net niet een nieuwsbericht onder ogen kreeg van de website NikonRumors over een nieuwe productlijn van Nikon: lenzen die om een hoek kunnen kijken om zodoende fotojournalisten beter te kunnen beschermen. De naam van die nieuwe serie lenzen is (zou zijn): Nikorner. Grapje natuurlijk. Met veel moeite hadden ze er met behulp van beeldbewerkingssoftware zelfs een redelijk geloofwaardig plaatje bij weten te toveren. Nu had ik zelf ook een passende 1 aprilgrap kunnen bedenken. Bijvoorbeeld dat ik besloten heb na 9 jaar met mijn weblog te stoppen. Of dat ik door de weledele heer David Attenborough persoonlijk benaderd ben om hem te vergezellen naar Borneo waar onlangs – en nog heel geheim – een nieuwe apensoort ontdekt is die net als wij rechtop lopen en gebruikmaken van instrumenten. Flauw en over the top. Nee, dan was dat vroeger wel anders. Er schiet me nu opeens een 1 aprilgrap te binnen waarmee ik mijn moeder, lang lang geleden, eens voor de gek wist te houden. Ik zat in de gang te spelen met mijn blokken en autootjes. Mijn moeder stond in de keuken en deed de afwas. Ik riep mijn moeder. ‘Mam, een van mijn auto’s ligt bovenop de kapstok en ik kan er niet bij’. Ik weet niet meer of ik er toen ook bijvertelde hoe dat autootje per ongeluk en heel toevallig op miraculeuze wijze bovenop die kapstok terecht was gekomen. Ik zou het zelfs nu nog niet weten te verklaren. In elk geval droogde mijn moeder – na een derde of vierde keer vragen – eindelijk haar handen aan een handdoek, kwam naar me toe en keek naar de plek waar ik al een minuut of vijf mijn wijsvinger op gericht hield. ‘Eén april!!!’ riep ik toen luid en barstte in een lachen uit. Mijn moeder deed alsof ik haar enorm verrast had en lachtte mee. Ondeugend (maar heel voorspelbaar) ventje, zal ze gedacht hebben. Maar voorspelbare grappen zijn vaak het best, vooral als ze heel vaak op bijna identieke wijze herhaald worden. Ik krijg nu dan ook opeens erg veel zin om mijn dvd-box van Laurel & Hardy weer eens tevoorschijn te halen, en op internet filmpjes op te snorren van Benny Hill en Allo Allo. Zin om te lachen. Daar gaat het toch om.

Prettige Kerstmis alvast

zaterdag 26 maart, 2011

KerstbomenDe bomen staan al klaar (al moeten ze wel nog wat groter worden) dus ik dacht laat ik er zelf ook maar eens op tijd bij zijn dit jaar.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen