Boeken

Boekpresentatie

donderdag 6 oktober, 2011

Ik loop een beetje achter met het plaatsen van blogs. Er staan er genoeg met het label ‘concept’, maar nog geen tijd gevonden ze uit te werken. Deze moet er in ieder geval even tussendoor, want vandaag was de boekpresentatie van Memo’s aan een niet-bestaand lief van Marinet Haitsma, met tekeningen van Astrid van Rijn. De presentatie werd gehouden in Hotel New York aan de Wilhelminakade in Rotterdam. Volgens Google Maps een makkie om er te komen. Ik vertrok op tijd vanuit Tilburg, mistte voor de verandering geen enkele afslag, en reed rond kwart voor vijf Rotterdam binnen. Op de weg richting de havens schoof plotseling een autootje voor mijn neus de weg op, een Nissan Micra. En als dat verdomme niet Marinet was die daar achter het stuur zat. Wat een toeval! Donkerbruin haar, slank. Als ze nu even opzij zou kijken zou ik zeker weten dat… ja, dat moest ze wel zijn. Ik wist het bijna zeker. Ze was vast en zeker ook op weg naar de presentatie. Bij een stoplicht keek ze even in de achteruitkijkspiegel of haar haren nog goed zaten en tilde ze een arm op om de frisheid van haar oksels te controleren. Soms keek ze even rechts opzij en naar beneden, naar de stoel naast haar. Vast en zeker Wiedes die daar zat, haar hond. Ik zag haar mond bewegen, ze praatte tegen hem. Toen zag ik dat ze wat A4′tjes in haar hand hield die ze daar had liggen. Vast en zeker het praatje dat ze voorbereid had, en Wiedes had ze natuurlijk thuisgelaten. Zo’n drukke omgeving is niks voor een hond.

In plaats van de weg te volgen die ik volgens Google zou moeten nemen, boog ze plotseling af naar links. Een klein beetje twijfelde ik nog of ze het wel was of niet. Een heel klein beetje maar. Ze woont in Rotterdam, dus zal ze de weg beter kennen dan Google, weten welke binnenweggetjes er zijn richting die kade. Zou ik even toeteren, zwaaien? En als ze het nu toch niet was? Voor de zekerheid besloot ik haar maar gewoon te volgen en me kenbaar te maken als we er eenmaal waren. Uiteindelijk sloeg ze linksaf een kade op. Geen twijfel meer mogelijk, dit moest Marinet zijn in haar geinige kleine auto. Ik volgde haar helemaal tot het einde van de kade, waar de weg ophield bij een paar slagbomen die toegang gaven tot een parkeerterrein. Vreemd, ik kon me toch herinneren dat er op het einde van de kade dat oude gebouw van de Holland Amerika Lijn lag. Het kleine autootje verdween achter de slagbomen en voorbij een stel struiken en ik overwoog of ik zou wachten tot ze terugkwam. Voor de zekerheid vroeg ik een voorbijganger waar Hotel New York lag, en de man wees naar de overkant. En nee, er was vanaf daar geen mogelijkheid bij die overkant te geraken dan door helemaal terug en om te rijden.

Om een lang verhaal kort te maken, het was Marinet helemaal niet. En die heeft ook helemaal geen Nissan Micra maar een Daihatsu Cuore. Nog een geluk dat deze onbekende vrouw ongeveer in de buurt moest zijn van de Wilhelminakade, anders had ik net zo goed ergens in de buurt van Rotterdam Oost kunnen uitkomen. En dan was ik écht te laat geweest voor die presentatie.

Oorlogstijd

maandag 5 september, 2011

Marinet Haitsma schreef net een stukje op haar weblog over een korte voordracht die ze gaf tijdens een bijeenkomst in Katendrecht. En waar niemand naar luisterde. Woorden hebben stilte nodig om gehoord te woorden. Tenzij woorden die bedoeld zijn om geschreeuwd te kunnen worden en waarbij oplettend luisteren niet nodig is. Het stukje van Marinet klonk net als een drukke bijeenkomst waarbij opeens iemand roept ‘Stil allemaal! Luister!’ waarna iedereen zweeg om te horen wat de stem op de radio te melden had. In oorlogstijd ging dat soms zo, in films gaat dat soms zo. Misschien zitten we nu wel in een soort oorlogstijd, met onszelf? Ja, ik weet het, dat klinkt veel te zwaar en is het ook. Maar als ik mezelf door de drukte van alledag heenwurm met op de achtergrond altijd een onderstroom van geluiden die doen denken aan het hoofdkwartier van een groot leger of een drukke dag op de beurs, dan vraag ik me soms af of het niet toch zo is. Geen tanks en jeeps maar vrachtwagens en stadsbussen. Geen woorden die ons bevelen de wapens ter hand te nemen, maar wel woorden die ons dwingend aan-bevelen dit of dat te kopen of te doen. ‘Alles van waarde is weerloos’. Deze uitspraak van Lucebert is nog steeds een van de mooiste die ik ken en gaat ook op voor woorden. Woorden van waarde laten zich niet opdringen, ze kunnen alleen maar ontvangen worden, voor wie daar voor openstaat. Het liefst in stilte.

Boeken rond het paleis

zondag 28 augustus, 2011

Daniel Defoe: Robinson CrusoeVandaag was weer de jaarlijkse boekenmarkt in Tilburg, ‘Boeken rond het paleis’. 300 kraampjes met boeken, van zowel particulieren als ‘echte’ boekverkopers. En alles voor een prikkie, als je durft af te dingen. En dan kan ik niet, durf ik niet. Staat er achterin het boek een in mijn ogen alleszins redelijke prijs, dan zal ik het kopen. Anders mompel ik even, wacht of de verkoper de prijs uit zichzelf omlaag wil doen, en loop anders door naar het volgende kraampje waar ik hopelijk hetzelfde boek zal tegenkomen voor een lagere prijs. Ik koop niet zoveel boeken, en de enige reden waarom ik dit keer naar de boekenmarkt was gegaan was voor één bepaald boek dat ik al een hele tijd wil herlezen: Robinson Crusoe van Daniel Defoe. Het was de eerste roman die ik voor mezelf kocht van mijn zakgeld en ik heb het in mijn jeugd meerdere malen herlezen. Het is een avonturenroman, maar dan wel eentje waar ik zelfs nu nog heel rustig van wordt als ik eraan terugdenk. Alsof ik weer even terug mag naar dat eilandje van me. Maar het vinden van dit boek bleek net zo moeilijk te zijn als het voor Crusoe moet zijn geweest om aan voedsel te komen. Het moet kraampje nummer 297 zijn geweest waar ik het uiteindelijk vond, en vreemd genoeg wist ik dat ik het hier zou vinden. Onder een stapeltje andere boeken verwachtte ik het boek te zien liggen en dat bleek ook zo te zijn. Je hoeft dit echt niet te geloven, toch ging het zo. De man achter het kraampje probeerde me ook nog te interesseren voor een paar andere klassiekers zoals Alleen op de wereld. Maar zo alleen voel ik me helemaal niet.

Robert Sheckley: Stel eens een domme vraagWe leven nu in het jaar 2011. Het boek werd voor het eerst uitgegeven in het jaar 1719. Een verschil van 292 jaar, bijna 3 eeuwen. Ikzelf ben inmiddels ook ouder en ik vraag me af of ik bij het opnieuw lezen van dit boek dat oude gevoel van prettige eenzaamheid opnieuw zal kunnen beleven. Of zou het me nu juist bang maken, ongerust. Of misschien moet ik mezelf helemaal niet dit soort vragen stellen en het boek gewoon maar gaan lezen alsof het voor de eerste keer is. Of moet ik me misschien een domme vraag stellen voor de verandering, net als de titel van een ander boekje dat ik kocht: Stel eens een domme vraag van Robert Sheckley. Misschien is dat wel de manier om in deze tijd de juiste antwoorden te krijgen.

Marinet Haitsma: Memo’s aan een niet-bestaand lief

vrijdag 26 augustus, 2011

Marinet Haitsma: Memo's aan een niet-bestaand liefMarinet Haitsma heeft een nieuw boek geschreven: Memo’s aan een niet-bestaand lief. Ik weet het, en zij ook, dat dit geen wereldnieuws is. Niemand rent in oktober naar de winkel om een van de eersten te zijn die dit nieuwe boek van haar zal gaan kopen, lezen, verslinden. En toch, wat kan ze mooi schrijven. Haar blogs op www.marinethaitsma.nl zijn altijd ‘op niveau’. Hè, wat klinkt dat vreselijk… Ik bedoel eigenlijk te zeggen dat haar hele eigen manier van schrijven in al haar stukjes te voelen is. Stukjes die lezen met de snelheid van een trage gedachtengang, en toch heel makkelijk, heel vlotjes. Haar zinnen wandelen door je hoofd en klinken als zijnde zeer weloverwogen. Maar misschien hoeft ze er zelf niet eens zo bij na te denken en rollen de woorden bij haar zo uit de pen en op het computerscherm. Ik moet haar dit nog eens vragen. Vreemd dat ik dat eigenlijk nog nooit gedaan heb. In ieder geval is dit haar tweede boek na Vrouwentongen en ik ben heel benieuwd. Memo’s aan een niet-bestaand lief is geïllustreerd met tekeningen van Astrid van Rijn en voorafgaande aan de presentatie in oktober is alvast een trailer online gezet met een paar tipjes van de sluier. En twee duiven.

Klik hier voor de trailer van het boek »

De Verdronken Aarde

vrijdag 19 augustus, 2011

JG Ballard - De Verdronken AardeIn het sciencefictionboek De Verdronken Aarde beschrijft JG Ballard hoe de zon uit balans raakt en de aarde in korte tijd steeds warmer wordt. De polen smelten en samen met het opstijgende water uit diepgelegen aardlagen overstromen grote gedeelten van de bewoonde wereld. De gebieden rond de evenaar tot en met wat nu Europa is worden ingenomen door reptielen en tropische jungles. Wat er aan mensen en dieren heeft weten te overleven trekt zich terug naar gebieden binnen de poolcirkel waar het dan al 50 graden of meer is. Een boekje uit 1968 dat nog verder zal gaan dan wat ik nu beschrijf, maar waar ik meteen aan moest denken toen ik het nieuwsbericht las op de website van Trouw over dat planten en dieren steeds meer naar noordelijke gebieden trekken. Nu hou ik erg van de zomer, maar zodra ik de eerste krokodil in Tilburg tegenkom ben ik weg. Dan vertrek ik naar Schotland waar het dan het hele jaar door een aangename 25 graden zal zijn en ga ik lekker rokjes dragen.

Dikke pil

maandag 11 juli, 2011

Dikke pilNa een hele tijd niks gelezen te hebben, heb ik me onlangs weer eens gewaagd aan een boek. En dan meteen ook maar een dikke pil. Om precies te zijn, zes bij vier bij drie centimeter, en vol met spreuken over katten en kattengedrag.

Dikke pil

Modderbloedje

donderdag 21 april, 2011

Harry Potter en de Relieken van de Dood‘Harry Potter En De Relieken Van De Dood: Deel 1. Door velen gezien als de beste Harry Potter-film tot nu toe…’ (Bol.com). Nu is het aan Bol.com om zoveel mogelijk dvd’s te verkopen, de rest van ons mag zich een eigen mening vormen over de kwaliteit van deze meest recente Harry Potter-film. Volgens twee filmdeskundigen, te weten vriend P. en ik, is deze film pure bagger. Waarbij P. nog iets meer recht van spreken heeft dan ik, want hij zag de film al voor de tweede keer. Niet omdat hij hem de eerste keer zo goed vond, maar om er zeker van te zijn dat hij zich niet had vergist. Als iedereen zegt dat het zo’n goede film is ga je toch een beetje aan jezelf twijfelen. Nog maar een keer kijken dus. En het bleef een rotfilm. Het lijkt er wel op dat de regisseur tijdens het filmen steeds maar bleef twijfelen. Zal ik hem grappig en speels maken, zodat hij goed aansluit bij de eerdere films, of maak ik er een serieuze en donkere film van zoals The Lord of the Rings. Zijn grote voorbeeld waarschijnlijk, zoveel verwijzingen als er in dit deel zitten naar de trilogie van Peter Jackson. En die verwijzingen waren er niet alleen maar ingestopt door J.K. Rowling. En misschien komt het door deze onduidelijke manier van werken dat de voormalige kindacteurs ook niet meer goed wisten hoe ze vorm moesten geven aan hun rol. Dat, en het feit dat ze hun bezieling voor deze films toch al lang waren kwijtgeraakt, ergens na deel vier of vijf, waarbij met name hoofdrolspeler Daniel Radcliffe zich zichtbaar niet meer prettig lijkt te voelen in zijn rol. Bagger dus, los zand. Een film aan gruzielementen, een modderbloedje in filmland. Snel terugbrengen naar de Blokker en omruilen voor iets anders, bijvoorbeeld The Last Airbender. Afgelopen jaar unaniem uitgeroepen tot slechtse film van 2010, maar dan weet je wel wat je in huis haalt.

Harry Mulisch

maandag 1 november, 2010

Harry MulischHarry Mulisch is dood. Tenzij je op vakantie was ergens in Midden-Amerika zul je dat nu wel weten, tenzij dit het eerste is dat je leest na terugkomst. IJdele hoop, van mij. Mulisch, Mulisch. De man met de grote neus, brede mond en sjaaltje om zijn nek. Die in praatprogramma’s altijd sprak en pijprookte alsof hij het wel allemaal wist. Hoe het zat en zit met de wereld. Een groot schrijver, een van de Grote Drie. Willem Frederik Hermans, Gerard Reve en Hij. Nu ik dit geschreven heb ben ik meteen klaar met vertellen wat ik van hem weet. Niks las ik tot nu toe van hem, behalve dan Archibald Strohalm op de middelbare school. Omdat dat moest, voor de literatuurlijst. De titel van het boek klonk alsof het ging om een kwajongen zoals Huckleberry Finn. Het leek me dus een leuk boek en ik had er zin in. Het boek viel echter enorm tegen, voor een jongen van amper twaalf, veertien jaar (?) oud. Niks geen bomen klimmen of rivieren overzwemmen. Niks geen appeltjes stelen uit de keuken of ravotten door bos en heide. Archibald Strohalm was symboliek en een boek met meerdere lagen. Mijn God wat had ik daar een hekel aan. Een boek moest je lezen en daarna gaan indelen, opdelen, verklaren. Je had lezen en je had literatuur. Twee totaal verschillende dingen. Het eerste was leuk, lekker op de bank of in bed je mee laten slepen in een andere wereld. Het tweede was hard werken, hard nadenken, studie. Wie heeft daar nu zin in op school?

Mijn ervaring met Archibald Strohalm heeft het ooit nog eens iets van Mulisch lezen aardig in de weg gezeten. En bepaalde ook het beeld dat ik van Mulisch als mens had. Toen ik een jaar of zeventien achttien was en geïnteresseerd raakte in het alternatieve, tot en met het occulte aan toe, stond ik eens in de bibliotheek voor het boek De compositie van de wereld. Mijn God wat een dik en moeilijk boek. Vast allemaal heel erg intelligent en belangrijk. Ik begon er daarom snel in te bladeren. Ik was namelijk zelf ook heel erg intelligent en belangrijk (duhh!). Het boek ging echter niet mee naar huis en ik stopte het terug in de rij boeken, samen met Mulisch zelf. Misschien, heel misschien dat het er nog eens van zal komen iets van Mulisch ter hand te nemen. Maar misschien ook wel helemaal niet. Van die andere twee Groten heb ik namelijk ook nog nooit iets gelezen, behalve dan die Donkere kamer van Damocles, om dezelfde reden als Archibald Strohalm. En om dezelfde redenen gehaat. Misschien hou ik wel niet zo van boeken die in mijn ogen te gecomponeerd zijn en zit ik zelf liever aan de rand van een rivier dan voor een aquarium.

De boekhandel zal het de komende tijd goed vergaan, zeker nu de feestdagen eraan komen. Veel mensen zullen nu toch iets van Mulisch gaan lezen, of denken dat andere mensen iets van hem willen gaan lezen en dus een boek van hem als cadeau geven. Iedereen zal dan wel iets over hem te vertellen hebben en dan kan ik natuurlijk niet helemaal afzijdig blijven. Dat doe ik dan ook niet, en toch ook een beetje wel. Voorlopig lees ik Mulisch namelijk alleen maar zoals het mij uitkomt, op z’n internetst: Archibald Strohalm op Wikipedia. Wat hebben kinderen het tegenwoordig toch makkelijk.

Koppie-C en Koppie-V

maandag 26 juli, 2010

Hotis nietjeAls je veel achter de computer zit ken je de commando’s ctrl-c en ctrl-v wel. Mensen die niet zo bekend zijn met dit soort ‘keyboard commands’ of ‘short-cuts’ kiezen nog altijd voor knippen en plakken via het hoofdmenu (meestal te vinden onder de knop ‘bewerken’) of hoogstens via de rechter muisknop en ‘kopiëren naar klembord’. Ctrl-c en ctrl-v is echter veel sneller en makkelijker en mijn linkerhand zweeft dan ook altijd ergens in de buurt van die toetsen. Het grappige is dan dat wat je gekopieerd hebt net zolang in het (werk)geheugen van de computer blijft zweven totdat je het ergens anders weer loslaat met behulp van ctrl-v (plakken) en daarna iets anders kopieert dat de plek inneemt van die eerder gekopieerde informatie. Soms heb ik weleens dat ik een uur later opeens de informatie die ik eerder naar het werkgeheugen had gekopieerd opnieuw wil gebruiken. Dan bedenk ik me dat ik in de tussentijd niet opnieuw ergens ctrl-c heb gebruikt en de eerder gekopieerde informatie in theorie dus nog steeds in het werkgeheugen moet zitten. Even ctrl-v intoetsen en ja hoor, de informatie zat er nog steeds in. Basic computer-stuff, maar toch altijd weer een tikje opzienbarend vind ik.

Mijn nietapparaat was leeg. Dat gebeurt niet zo heel vaak want ik niet niet zo veel niet. Het apparaatje zelf kocht ik een jaar of dertig geleden met een pakje nietjes bij een kantoorboekhandel die inmiddels plaats heeft moeten maken voor een kledingzaak. Het nietapparaat werkt nog prima en het pakje nietjes is nog steeds niet leeg. Alleen, waar had ik dat pakje ook alweer opgeborgen? Het eerste beeld dat voor mijn geestesoog verscheen was dat van de ladenkast in de gang. Ik trok lade nummer 3 open omdat dat de lade was voor dat soort klein spul. Geen nietjes daar, wel een hoop landkaarten. Ik herinnerde me toen dat ik inderdaad al die lades eens opnieuw had ingedeeld en dat ik kantoordingen verplaatst had naar een ander kastje. Met het opentrekken van een lade in dat kastje opende zich ook een nieuwe lade in mijn herinnering. Die plek bleek toen namelijk helemaal niet zo geschikt te zijn voor kleine spulletjes en bij nader inzien had ik toen besloten alles wat te maken had met pennen, potloden, papier, enveloppen etc. op te bergen in een net nieuw aangeschafte stapel ladekastjes van de Ikea. Daar lag inderdaad het pakje Hotis nietjes met het prijsstickertje er nog op. Twee gulden vijfenzeventig.

Die nietjes heb ik terug weten te vinden dankzij mijn geheugen. Wel vaker maak ik dit soort dingen mee en bedenk me dan hoe vreselijk belangrijk, onmisbaar ons geheugen is voor ons functioneren. Ik zeg niks nieuws hier, maar kan er nog steeds versteld van staan dat ik alleen maar kan leven omdat ik me dingen kan herinneren. Ik leef NU omdat ik informatie kan vasthouden van vroeger. Ik weet/herinner me dat als het brood op is dat er zoiets is als brood dat ik kan eten zodat ik me niet meer zo hongerig voel en dat ik dat brood kan halen bij een gebouw dat we een supermarkt noemen en aldaar te bemachtigen is als ik iets anders overleg dat we geld noemen, etc. etc. Misschien dat ik me daarom de sfeer van het boek Hersenschimmen van Bernlef nog zo goed kan herinneren. Dat verlies van alle kaders, zelfs niet meer in staat zijn tot één enkele ctrl-c ctrl-v. Leven in het NU mag dan misschien het ultieme doel zijn voor sterk spiritueel georiënteerde mensen, het kan ook de ultieme hel zijn.

Trilogieën

zondag 18 juli, 2010

‘Welkom bij alweer mijn derde one-manshow’. Jaren geleden, tijdens een bui van dagdromerij, bedacht ik me dat dit wel een leuke opkomer zou kunnen zijn voor iemand die voor het allereerst een cabaretvoorstelling geeft. Zelf moet ik er niet aan denken voor een zaal te staan vol met mensen, vandaar waarschijnlijk ook die dagdroom. Een fantastisch middel toch van de mens om dingen te beleven die je anders nooit zou kunnen meemaken…

Alien QuadrilogyHetzelfde idee kun je toepassen als je beginnend schrijver bent. Schrijf niet een debuut, maar een eerste deel van een trilogie. Dan heb je eigenlijk al drie boeken geschreven. Een bijkomend voordeel is dat de lezer je niet meteen zal afvallen na het lezen van het eerste boek, want het boek is na het eerste deel nog niet af. Tegelijkertijd bind je de lezer (en koper) aan je omdat die zal willen weten hoe het afloopt. Zo werkt het ook bij films. Soms is het echter niet erg duidelijk waar de trilogie zal stoppen. Bij deel drie normaal gesproken, maar vaak komt er toch nog een deel vier. Dat heet dan geen virologie (wat iets heel anders is), maar een quadrologie. De Alien-films zijn daar een mooi voorbeeld van. Aanvankelijk was er alleen maar één deel. Toen kwam er een sequel, en toen nog een en nog een. Toen was de serie compleet en werd ze uitgegeven in een mooie dvd-box met als titel Alien Quadrilogy. Prachtig. Alle delen verzameld, bij elkaar, in één box. Er wordt inmiddels gewerkt aan deel vijf in de serie.

Wanneer is dat eigenlijk begonnen, dat schrijven in delen? Deden ze dat in de tijd van de Romeinen bijvoorbeeld ook al? Ik heb er even mijn Bijbel bijgepakt. Daarin zitten eigenlijk meerdere boeken of kronieken verpakt. Koningen een en twee, Makkabeeën een en twee. Maar geen trilogieën. Mocht dat misschien niet omdat alleen maar God de driedelige is? De Vader, de Zoon en de Heilige Geest? Dat zou kunnen. Wat echter ook zou kunnen is dat de Bijbel simpelweg nog niet af is. Er is het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Het derde deel moet nog geschreven worden. Slim van God en een geweldige publiciteitsstunt, want daarmee wil Hij eigenlijk het beste bewijs tot nu toe leveren dat hij inderdaad terug zal keren op aarde. Hopelijk zullen zijn toekomstige tekstschrijvers erg getalenteerd en fantasievol zijn, want vaak is het derde deel het slechtste.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen