Boekpresentatie
Ik loop een beetje achter met het plaatsen van blogs. Er staan er genoeg met het label ‘concept’, maar nog geen tijd gevonden ze uit te werken. Deze moet er in ieder geval even tussendoor, want vandaag was de boekpresentatie van Memo’s aan een niet-bestaand lief van Marinet Haitsma, met tekeningen van Astrid van Rijn. De presentatie werd gehouden in Hotel New York aan de Wilhelminakade in Rotterdam. Volgens Google Maps een makkie om er te komen. Ik vertrok op tijd vanuit Tilburg, mistte voor de verandering geen enkele afslag, en reed rond kwart voor vijf Rotterdam binnen. Op de weg richting de havens schoof plotseling een autootje voor mijn neus de weg op, een Nissan Micra. En als dat verdomme niet Marinet was die daar achter het stuur zat. Wat een toeval! Donkerbruin haar, slank. Als ze nu even opzij zou kijken zou ik zeker weten dat… ja, dat moest ze wel zijn. Ik wist het bijna zeker. Ze was vast en zeker ook op weg naar de presentatie. Bij een stoplicht keek ze even in de achteruitkijkspiegel of haar haren nog goed zaten en tilde ze een arm op om de frisheid van haar oksels te controleren. Soms keek ze even rechts opzij en naar beneden, naar de stoel naast haar. Vast en zeker Wiedes die daar zat, haar hond. Ik zag haar mond bewegen, ze praatte tegen hem. Toen zag ik dat ze wat A4′tjes in haar hand hield die ze daar had liggen. Vast en zeker het praatje dat ze voorbereid had, en Wiedes had ze natuurlijk thuisgelaten. Zo’n drukke omgeving is niks voor een hond.
In plaats van de weg te volgen die ik volgens Google zou moeten nemen, boog ze plotseling af naar links. Een klein beetje twijfelde ik nog of ze het wel was of niet. Een heel klein beetje maar. Ze woont in Rotterdam, dus zal ze de weg beter kennen dan Google, weten welke binnenweggetjes er zijn richting die kade. Zou ik even toeteren, zwaaien? En als ze het nu toch niet was? Voor de zekerheid besloot ik haar maar gewoon te volgen en me kenbaar te maken als we er eenmaal waren. Uiteindelijk sloeg ze linksaf een kade op. Geen twijfel meer mogelijk, dit moest Marinet zijn in haar geinige kleine auto. Ik volgde haar helemaal tot het einde van de kade, waar de weg ophield bij een paar slagbomen die toegang gaven tot een parkeerterrein. Vreemd, ik kon me toch herinneren dat er op het einde van de kade dat oude gebouw van de Holland Amerika Lijn lag. Het kleine autootje verdween achter de slagbomen en voorbij een stel struiken en ik overwoog of ik zou wachten tot ze terugkwam. Voor de zekerheid vroeg ik een voorbijganger waar Hotel New York lag, en de man wees naar de overkant. En nee, er was vanaf daar geen mogelijkheid bij die overkant te geraken dan door helemaal terug en om te rijden.
Om een lang verhaal kort te maken, het was Marinet helemaal niet. En die heeft ook helemaal geen Nissan Micra maar een Daihatsu Cuore. Nog een geluk dat deze onbekende vrouw ongeveer in de buurt moest zijn van de Wilhelminakade, anders had ik net zo goed ergens in de buurt van Rotterdam Oost kunnen uitkomen. En dan was ik écht te laat geweest voor die presentatie.














Marinet Haitsma heeft een nieuw boek geschreven: Memo’s aan een niet-bestaand lief. Ik weet het, en zij ook, dat dit geen wereldnieuws is. Niemand rent in oktober naar de winkel om een van de eersten te zijn die dit nieuwe boek van haar zal gaan kopen, lezen, verslinden. En toch, wat kan ze mooi schrijven. Haar blogs op
In het sciencefictionboek De Verdronken Aarde beschrijft JG Ballard hoe de zon uit balans raakt en de aarde in korte tijd steeds warmer wordt. De polen smelten en samen met het opstijgende water uit diepgelegen aardlagen overstromen grote gedeelten van de bewoonde wereld. De gebieden rond de evenaar tot en met wat nu Europa is worden ingenomen door reptielen en tropische jungles. Wat er aan mensen en dieren heeft weten te overleven trekt zich terug naar gebieden binnen de poolcirkel waar het dan al 50 graden of meer is. Een boekje uit 1968 dat nog verder zal gaan dan wat ik nu beschrijf, maar waar ik meteen aan moest denken toen ik het nieuwsbericht las op de website van 


Harry Mulisch is dood. Tenzij je op vakantie was ergens in Midden-Amerika zul je dat nu wel weten, tenzij dit het eerste is dat je leest na terugkomst. IJdele hoop, van mij. Mulisch, Mulisch. De man met de grote neus, brede mond en sjaaltje om zijn nek. Die in praatprogramma’s altijd sprak en pijprookte alsof hij het wel allemaal wist. Hoe het zat en zit met de wereld. Een groot schrijver, een van de Grote Drie. Willem Frederik Hermans, Gerard Reve en Hij. Nu ik dit geschreven heb ben ik meteen klaar met vertellen wat ik van hem weet. Niks las ik tot nu toe van hem, behalve dan Archibald Strohalm op de middelbare school. Omdat dat moest, voor de literatuurlijst. De titel van het boek klonk alsof het ging om een kwajongen zoals Huckleberry Finn. Het leek me dus een leuk boek en ik had er zin in. Het boek viel echter enorm tegen, voor een jongen van amper twaalf, veertien jaar (?) oud. Niks geen bomen klimmen of rivieren overzwemmen. Niks geen appeltjes stelen uit de keuken of ravotten door bos en heide. Archibald Strohalm was symboliek en een boek met meerdere lagen. Mijn God wat had ik daar een hekel aan. Een boek moest je lezen en daarna gaan indelen, opdelen, verklaren. Je had lezen en je had literatuur. Twee totaal verschillende dingen. Het eerste was leuk, lekker op de bank of in bed je mee laten slepen in een andere wereld. Het tweede was hard werken, hard nadenken, studie. Wie heeft daar nu zin in op school?










