Dieren

B-nest

vrijdag 8 april, 2011

YathoVan een tante kreeg ik deze week een mail met het verzoek kennis te maken van het verhaal van een bevalling. Geen bevalling van een mens maar van een tiental kleine herdertjes. Een nicht van me fokt op kleine schaal Duitse Herdershonden en een van haar honden, Yatho, was bevallen van tien kleine pups. Haar B-nest, en ik heb maar niet kunnen achterhalen wat dat nu betekent. In eerste instantie moest ik denken aan een B-elftal of een B-merk. Minder van kwaliteit dan A. Ik vermoed echter dat het betekent dat dit het tweede nest is van hond Yatho, in haar hele leven of binnen een bepaalde periode. En zoals het hoort bij rashonden krijgen alle nakomelingen dan een naam die begint met de letter B: Bieke, Bink, Bram, Boris, Bibi, Bas, Babe, Bruno, Bika en Britta. Jammer voor Boerka, Blaf en Brokje dat het er geen dertien zijn geworden.

De bevalling en alles wat eraan vooraf ging doet bijna niet onder voor dat van een mens. Het voorwerk, een gearrangeerde romantische wandeling door de velden gevolgd door een korte maar effectieve samenkomst tussen reu en teef, de onderzoeken, de echo’s. Na het lezen van het verhaal op haar website vraag ik me zelfs af of er nu van me verwacht wordt dat ik een geboortekaartje ga sturen met ‘Welkom lieve kleine Bink’. En mogen dan alle namen op één kaartje of moet ik er tien sturen?

Een bloedelIk ga regelmatig naar hondenshows en vind honden leuk. Voor mij maakt het niet uit of het dan een rashond is of een bastaard. Eerlijk gezegd hou ik zelf meer van bastaardjes. Als ik een rashond zie heb ik soms zelfs medelijden met zo’n hond. ‘Ach jee’, denk ik dan, ‘van jou wordt verwacht dat je een heel ras vertegenwoordigd?’. Wat een druk legt dat niet op een hond. Net als bij een kind dat geboren wordt binnen een gezin met een rijke en succesvolle achtergrond. Er hoeft maar één oor een beetje scheef te hangen of de rug iets te ver door te hangen en de hond wordt geacht maar beter geen nakomelingen meer te krijgen. En dat is nu juist zo leuk aan bestaardjes. Altijd weer een experiment, altijd weer een verrassing wat er uit zal komen. Zo ben ik zelf altijd benieuwd geweest wat de combinatie tussen een bloedhond en een poedel zou opleveren.

Lees het hele verhaal op www.wiesenhof.nl.

Op eenzame hoogte

dinsdag 5 april, 2011

Op een dag zat ik op mijn fiets en fietste langzaam langs het Cobbenhagenpark. Een lang groen lint in Tilburg West dat een aantal flats scheidt van een vrij drukke doorgaande weg. Ik keek afwisselend naar de mij tegemoetkomende fietsers en naar de rondscharrelende vogels in het groen. Ik constateerde wederom dat er nauwelijks door anderen een blik geworpen werd op die kleine gevleugelde vrienden van ons. Hoe komt dat toch. Waarom wordt er in het algemeen zo weinig naar de dieren omgekeken die zich in onze directe omgeving bevinden? Is het mogelijk dat dit te maken heeft met het feit dat dieren zich niet op gelijke kijkhoogte bevinden met ons mensen? Zomaar een idee. We kijken als mens doorgaans recht vooruit, naar links of naar rechts. We kijken op tegen dingen die groter zijn dan ons en neer op dat wat kleiner is. Met uitzondering misschien van een paard of een olifant of een beer die op zijn achterste poten gaat staan, is er geen ander leven op aarde dat zich op een gelijk ‘niveau’ manifesteert dan het onze. Geen ander leven dat ons recht in de ogen kan kijken. Kijken we daarom neer op ander leven of negeren we het wanneer het zich buiten ons bereik bevindt, rondfladderend in de lucht? Ik ben hier even heel erg aan het veralgemeniseren, dat is wel duidelijk. Er zijn genoeg mensen die zich er wel bij betrokken voelen en er ook veel aandacht aan besteden. Helaas zitten daar ook veel mensen tussen die naar ander leven kijken puur vanuit nutsaspect, of als last. Hoeveel biggen heeft die zeug dit jaar kunnen werpen en hoe krijg ik die rotduiven weg die mijn auto telkens weer onderschijten.

Bij kinderen is het hoogteverschil nog niet zo sterk aanwezig. Die zijn kleiner en bevinden zich dus op ongeveer gelijke kijkhoogte als dieren. En anders nemen ze wel de moeite om er met hun ogen heel erg dicht bovenop te gaan zitten. Daarom zien kinderen ook meer van wat zich dicht bij de aardbodem afspeelt en zijn volwassenen vooral bezig met hun eigen gedachten en met elkaar. Het lijkt wel letterlijk een kwestie van afstand. Ga maar eens op je knieën zitten in de tuin en de beleving van de wereld om je heen verandert acuut. Heb je geen tuin, kruip dan maar eens een minuut of vijf op handen en voeten door je woonkamer. Gewoon doen en goed om je heen kijken. Of kijk neer op je hond en ga vervolgens naast hem liggen op de grond. Iedereen die dit weleens gedaan heeft weet dat het gevoel van contact dan totaal verandert. En zelfs het gevoel dat je van jezelf hebt, als mens. Misschien zijn we wel te snel of te hard gegroeid en hadden we nog wat langer op handen en voeten moeten blijven rondkruipen voordat we rechtop leerden lopen. Ik heb het idee dat we ons gevoel van nederigheid een beetje kwijt zijn. Natuurrampen zoals in Japan en elders kunnen ons dat gevoel terugggeven. Als we tenminste bereid zijn af en toe af te dalen van onze ladder en niet alleen maar willen blijven klimmen, naar die eenzame hoogte.

Tjiftjaf

donderdag 31 maart, 2011

Tjiftjaf (foto: Ben Loonen)De tjiftjaf. Toen ik het vogeltje nog niet kende, alleen zijn naam, verbeeldde ik me altijd dat het om een soort tropische vogel ging. Bont van kleuren, pluizig en met een lange staart. Een soort roepi-roepi of polifinario. Alleen te zien in landen waar je met een tropenhelm dient rond te lopen. De eerste keer dat ik zijn geluid verbond met zijn naam was ergens in de duinen bij Castricum. Vriendin M. zei opeens, het was nog maar amper voorjaar, ‘Hé, een tjiftjaf! Die is vroeg dit jaar!’. We stonden stil en ik spitste mijn oren om dit vogeltje in ieder geval een keertje gehoord te hebben. Zien komt dan later wel. En opeens hoorde ik iets! Was dat een tjiftjaf? Nee, dat was een gewone pimpel. Daar! Hoorde ik het nu? En M. deed het geluid van de tjiftjaf na. Wat gewoon betekent dat je de naam van het vogeltje door de helft breekt en deze helften afzonderlijk uitspreekt. De eerste helft iets hoger van toon dan de tweede. Dat viel tegen. Ik had verwacht een zang te horen die me zou doen denken aan warme zonsondergangen vergezeld van het tjierpen van krekels. De volgende stap was proberen de tjiftjaf voor het eerst eens te zien. Vriend T. had daarvoor een Swarovski kijker bij zich. Het beste van het beste op het gebied van verrekijkers. Eerst kreeg ik een gekraagde roodstaart te zien (prachtig!) en een putter (wauw!). En toen nam T. me bij de arm, gaf me zijn peperdure kijker en wees richting de bosrand. Bos in de duinen is vrij grauw, met veel dode takken en dennen. Het zou me vast geen moeite kosten de tjiftjaf te vinden. Terwijl ik de bosrand aftuurde gaf T. met nog wat tips. ‘Hij is soms niet makkelijk te zien. Hij is klein, grauw van kleur en lijkt wel wat op een mus’. Een mus? Een vogel die hier ieder jaar komt broeden maar overwintert in Afrika? Dat valt me van hem tegen.

De tjiftaf is dus een vrij onopvallende trekvogel, net als de fitis. Ook die overwinterd in Afrika, ergens ten zuiden van de Sahara. Ook die is makkelijk te verwisselen met een mus, als je niet zo ‘into birds’ bent. Niet alles wat van verre komt is dus automatisch bont van uiterlijk en klank. Toch is het een bijzonder vogeltje en een die ik altijd verbind met het begin van het voorjaar. Hier in mijn parkje zit er ook eentje, sinds een jaar of drie. Meer dan een heb ik nog nooit gezien of gehoord, en ik vraag me altijd af of het dezelfde is. Datzelfde geldt voor een boomkruiper. Ook daarvan heb ik er nooit meer gezien dat dat ene exemplaar dat steeds van boomstam naar boomstam springt en stam en takken inspecteert op kleine insecten die zich verstopt hebben in scheurtjes in de bast. Ik hoop voor ze dat ze dit jaar een partner zullen vinden zodat ik volgend jaar kan genieten van nog meer tjiftjaf tjiftjaf tjiftjaf en vrolijk springende boomkruipertjes.

Hondenshow Hoogstraten

zondag 27 maart, 2011

Huisdieren: Fotografie, websites of drukwerkHij stond in mijn agenda. Op 26 en 27 maart in Hoogstraten, een internationale show voor honden van allerlei ras en komaf. De afgelopen week heb ik nog snel even een flyer in elkaar gezet en naar de drukker gestuurd om deze uit te kunnen gaan delen aan geïnteresseerde hondenbezitters of kennels. Vanochtend zette ik de computer aan om nog even de route van Tilburg naar Hoogstraten uit te kunnen printen. Wat blijkt? De show is al geweest, op 26 en 27 februari. Toen ik de datum vorig jaar in mijn agenda noteerde was me deze vergissing niet opgevallen. Doordat februari minder dagen heeft dan maart kon het zijn dat beide data op een zaterdag en zondag vielen. Waar anderen dit weekend misschien een afspraak gaan mislopen omdat ze vergeten zijn de klok een uur vooruit te zetten, loop ik dit weekend een hondenshow mis omdat ik de datum een complete maand vooruit geschoven had. En ik had me er nog wel zo op verheugd. Net als de leden van de plaatselijke scoutingclub die er, zo las ik net op hun website, ook al echt naar uitkeken: ‘Beste ouders en jins, Binnenkort is het weer zover! Strontscheppen!!!!’.

Lammetjes en krokussen

zaterdag 26 maart, 2011

Het is lente…

KrokusSchaap met lammetjes

Dier in boom

zaterdag 12 maart, 2011

Dier in nood‘Dier in boom’. Dat is de omschrijving die ik regelmatig zie staan op de website van de brandweer, als ze weer eens moeten uitrukken voor een prio 1, prio 2 of prio 3 melding. Helaas staat er nooit bij om wat voor dier het gaat. Het zal wel een kat zijn, maar het zóu ook om een ander dier kunnen gaan.

Klauwen

zondag 6 maart, 2011

Als je deze poot ziet, deze klauw, zou je denken dat ie van een roofvogel is. Van een havik of een buizerd of een sperwer. Maar het is de poot van een doodgewone houtduif. De huid ziet er hagedisachtig uit en de nagels zijn lang en scherp alsof ze gemaakt zijn een kleinere prooi zo uit de lucht te kunnen plukken. Maar een houtduif is volkomen ongevaarlijk en eet alleen maar zaden en wat er verder zoal door mensen aan etensresten op de grond wordt gegooid. En hij heeft ze natuurlijk nodig om zich aan een tak te kunnen vasthouden. Het uiterlijk zegt dus niet altijd iets over de aard van het beestje. Een krokodil bijvoorbeeld heeft enorme kaken en vier rijen ontzettend sterke en lange tanden. Toch zijn krokodillen volstrekt ongevaarlijk. Zolang ze maar aan de andere kant van het hek blijven.

Buizerd

vrijdag 4 maart, 2011

Dode buizerd langs de N65Wat jammer toch weer, zo’n dode buizerd langs de kant van de weg. Dit keer langs de N65 van Tilburg naar Den Bosch. Meestal raken buizerds in botsing met een auto tijdens de avondschemering. Ze zitten dan op een paaltje van een weiland langs de kant van de weg en kijken uit naar muizen of verse verkeersslachtoffers. Andere dieren of vogels bedoel ik dan, geen mensen. Helaas is een buizerd relatief gezien een trage vlieger en wordt hij meer dan eens zelf ook vaak de dupe van het verkeer.

Dode buizerd langs de N65

De kracht van zachtheid

woensdag 2 maart, 2011

Foto: Marc RiboudDe beroemde Magnumfotograaf Marc Riboud, van wie ik nog een fotoboek in de kast heb staan, maakte deze onvergetelijke foto in de tijd van de Amerikaanse invasie in Vietnam. Een vrouw toont een bloem aan de soldaten en smeekt ze, de soldaten, het leger, om te stoppen en niet te gaan vechten. Geen oorlog, maar vrede. De zachtheid van de bloem, tegenover de hardheid en het geweld van wapens. Het lijkt een hele sprong naar een groepje reeën die zich de afgelopen weken in de Hortus van Haren tegoed hebben gedaan aan hele bloemperken met oh zo waardevolle bloemetjes. Verschrikkelijk wat voor slachtveld de reeën daar hebben aangericht. Het bestuur zag zich daarom genoodzaakt het besluit te nemen de reeën maar door jagers te laten afschieten. Je moet toch wat in oorlogstijd. Dat besluit leidde echter tot enorm veel protest waardoor er gezocht moest worden naar een andere oplossing. En wat was die oplossing? De reeën zijn met behulp van rozen de tuinen van Hortus uitgelokt en grazen nu weer elders. Rozen, en geen kogels. Zo kan het dus ook!

Kievietseieren rapen mag weer

dinsdag 1 maart, 2011

In de Telegraaf van vandaag valt te lezen dat het rapen van kievietseieren weer mag. Maximaal 5939 eieren mogen er dit voorjaar geraapt worden. Net geen 5940, dus dat valt weer mee… Het gaat dus blijkbaar goed met de kieviet. Een eitje meer of minder zal dit vogeltje vast niet merken. Of misschien is de kieviet zich noodgedwongen wel aan het aanpassen. Om te overleven legt een ijsvogel bijvoorbeeld vaak drie broedsels meteen achter elkaar op drie verschillende plekken. Als het ene nest is uigebroed kan de vader deze jongen blijven voeren, terwijl het vrouwtje alvast verkast naar het volgende nest. Op die manier wordt de kans vergroot dat meer jongen het eerste jaar zullen overleven. En dan die arme vogel in Friesland. Komt ie na een dag hard werken thuis, constateert met schrik dat er twee eieren ontbreken en rent dan als een kieviet naar zijn volgende nestje om te kijken of de rapers die misschien over het hoofd hebben gezien.

Een paar jaar geleden deed ik mee aan een vogelcursus. Tijdens een excursie zou een van de leden van de Vogelwerkgroep ons een kievietsnest laten zien. Bij wijze van uitzondering. Aan de rand van een weiland moesten we hem volgen. Voorzichtig, want we mochten vooral niet per ongeluk op een nestje trappen, en achter elkaar om zo min mogelijk sporen en geuren achter te laten. Nadat we het nestje hadden kunnen bewonderen moesten we hem weer volgen, via exact dezelfde route terug en wederom achter elkaar. Zouden die mensen die het maximaal aantal van 5939 eieren mogen gaan rapen ook zo voorzichtig te werk gaan, of zullen zij kriskras door weilanden gaan lopen rennen in de hoop het allereerste eitje te vinden? Ik denk het laatste. Een wedstrijd doe je om te winnen.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen