Familie en vrienden

Pixels en centimeters

zaterdag 22 oktober, 2011

Mijn vader: in centimeters en in pixelsMijn vader was een kei in het schatten van afstanden en maten. Bij leven was hij van beroep stratenmaker en een heel verdienstelijk timmerman, dus dat zal vast een reden hiervoor zijn geweest. Telkens als ik op zoek ging naar een meetlint riep hij al ‘vier en een halve centimeter’ of ‘acht en een halve meter’. En telkens bleek dat verdomde aardig te kloppen met wat de lijntjes en cijfertjes op het meetlint aangaven. Zelf ben ik helemaal niet zo handig met hout of steen, wel kon ik een aardig balletje trappen. Bij voetbal ben je echter nooit bezig met een lijnrechte voorzet. Zelfs een strakke pass heet alleen maar zo omdat hij precies daar komt waar de schutter hem wilde hebben. Bij voetbal werk je meer met indraaiers en boogballen, en mijn wiskunde is dermate slecht dat het geen enkel nut had uit te rekenen hoeveel meters dat waren. Wat ik des te beter kan is het schatten van het aantal pixels op het beeldscherm van mijn computer, en daar had ik me graag eens met mijn vader aan willen meten. Zelfs bij afwijkende beeldverhoudingen en resoluties kan ik soms akelig precies zien hoeveel pixels een blokje of stuk tekst verschoven moet worden om daar uit te komen waar ik het wil hebben. Kwestie van ervaring. Eigenlijk lijken we dan toch wel een beetje op elkaar. Mijn analoge vader en ik, zijn digitale zoon.

Kort geheugen

donderdag 29 september, 2011

De zomerhoed van vader‘Het is ongekend warm voor de tijd van het jaar’ volgens de mannen en vrouwen van het weerbericht van de NOS. Ongekend? Volgens mij werken ze al een paar jaar voor de NOS en dan zouden ze toch moeten weten dat het al vaker zo warm is geweest in het najaar. Om even hun en ons geheugen op te frissen drie blogjes die ik eerder schreef over dit ‘ongekend’ warme weer.

26 oktober 2005: Geen goed Nederlands
16 november 2006: Buiten spelen
22 november 2009: Nog even mooi weer

De laatste link bevat trouwens wel een omslagpunt richting de winter. Ik schreef het drie dagen voor de dood van mijn vader en las het net nog eens terug. Hij had tot op het laatst geen last van zijn geheugen, hoogstens van onbegrip als hij zich afvroeg ‘Waar ben ik nu toch zo moe van?’. Hij was denk ik net zo moe en zwaar als de zomer nu. Het is nog warm, de zon schijnt volop, maar je weet en voelt dat het op is.

Millimeterwerk

woensdag 31 augustus, 2011

Vriendin L. kreeg deze week na een MRI-scan te horen dat het propje in haar hoofd als gevolg van de wekenlange bestraling gekrompen is. In de breedte 3mm en in de hoogte 2mm en heeft nu de grootte van een eikeltje. De artsen zeiden dat ze al tevreden waren geweest met een groeistop. dus deze uitslag is heel erg goed te noemen. Soms is geweldig nieuws maar een paar millimetertjes groot…

Bidprentjes

woensdag 11 mei, 2011

Een schoenendoos vol bidprentjesBij de opdracht uit huiselijke kring, het retoucheren van een paar oude foto’s, hoorde ook een vraag. Hoe oud was Marie geworden en in welk jaar was ze geboren? Dan kun je heel hard gaan denken en rekenen, maar je kunt ook doen wat mijn moeder deed. Even naar de slaapkamer lopen en dan terugkomen met een schoenendoos vol met bidprentjes. Ergens tussen al die bidprentjes moest ook die van mijn oma liggen. Mijn moeder gooit nooit iets zomaar weg, en van alle begrafenissen die ze samen met mijn vader bezocht heeft ze alle bidprentjes bewaard. Terwijl mijn moeder begon te zoeken naar het bidprentje van mijn oma begon ik met tellen. Behalve het geboortejaar van mijn oma wilde ik nu vooral nog weten hoeveel begrafenissen er in totaal bezocht werden in een mensenleven zoals dat van mijn ouders. Ik kwam uit op 357. Bijna een voor iedere dag van het jaar. Ergens vond ik het wel jammer dat het er net geen 364 waren, maar volgens mijn moeder waren het er waarschijnlijk nog veel meer. Bij crematies worden namelijk vaak geen bidprentjes uitgedeeld.

Hoeveel begrafenissen bezoekt een mens zoal in zijn leven? Hoeveel heb jij er al bezocht? In eerste instantie verklaarde ik mijn ouders voor gek met dit aantal van 357, ook al weet ik dat dat aantal vooral bereikt kon worden doordat ze beiden afkomstig zijn uit grote families en met een van oudsher groot netwerk van vrienden, kennissen, buren, overburen etc. Heel wat anders dan mijn eigen leven van dit moment, en begrafenissen bezoeken is niet mijn hobby. Ondanks dat kwam ik zelf ook al gauw op zestien stuks, en dan ben ik er misschien nog een paar vergeten. Het loopt dus gauw op, dat aantal, en naarmate je ouder wordt worden het er vanzelf meer en meer. ‘Op dit moment bijna iedere week wel eentje en soms twee’ volgens mijn moeder. Daar kunnen geboortes nooit tegenop.

Niet ieder eitje legt een vogel

donderdag 5 mei, 2011

Koude eitjes‘Dat wordt niks meer’, reageerde de moeder van vriend H. nadat ze met haar vingers aan de eitjes had gevoeld. Te koud. We waren even op bezoek op haar boerderij, om te kijken naar de jonge vogeltjes en de lammetjes. Blijkbaar leggen vogels wel eitjes, maar niet alle eitjes worden door de vogels bebroed zodat ze ook uit kunnen komen. Het nestje dat M. – een dochter van de broer van H. – hier in haar handen houdt kon weg. Alsof je een aardappelplant uit de grond trekt, ziet dat het niks meer wordt met die aardappel, door ziekte of wat dan ook, en dan de plant over je schouder op de komposthoop gooit. Maar zo gaat dat nu eenmaal. Gelukkig vliegen er in de grote volière genoeg kanaries rond met her en der nestjes jonge vogeltjes, dus die paar eitjes kan de natuur wel missen.

Graf van MickeyDaarna zijn we nog even gaan kijken naar het graf van Mickey. Een soort kleine dodenherdenking. Op het graf stond een eenvoudig kruis dat H. daar achteraf geplaatst moet hebben, want op de foto van anderhalf jaar geleden is alleen maar het viooltje te zien dat MT toen meegenomen had. Als het een beetje meezit krijgt Mickey trouwens binnenkort posthuum nog wat aandacht via het ledenblaadje van het DOCT, het Dierenopvangcentrum Tilburg. Voor dit blaadje heb ik foto’s gemaakt van een aantal honden en katten die in het asiel verblijven en die op de voorkant moeten komen te staan. In ruil daarvoor krijg ik een pagina waar ik wat tekst over mezelf op kwijt kan, en bij die tekst heb ik een foto van Mickey gestopt. Het zou leuk zijn als ze die daarbij plaatsen.

Retoucheren van oude foto’s

zondag 24 april, 2011

OrigineelIk heb er sinds deze week weer een bezigheid bij: het retoucheren van oude foto’s. Dit was pas mijn eerste klusje, twee antieke foto’s van de ouders van mijn vader die ik tot een geheel moest maken, maar als het aan mij ligt ga ik dit vaker doen. Behalve dat het erg leuk werk is maak je ook nog eens iets mee. Eerst begon ik met de originelen in te scannen in een zo hoog mogelijke resolutie. Daarna opende ik de eerste foto, die van de vader, zoomde flink in op de hoek linksonder en begon met het retoucheerwerk. Op een gegeven moment kwam ik terecht bij het gezicht en staarde recht in de ogen van de grootvader die ik nooit gekend heb. Hij stierf toen ik een half jaar oud was. Ondanks dat het een oude foto is zijn het natuurlijk toch de ogen van een jonge man. Waarschijnlijk begin twintig, misschien zelfs jonger. Door de hoge kwaliteit van de scan en de mate van inzoomen was het mogelijk veel details van het gezicht goed te kunnen onderscheiden. Zelfs de plooien onder de ogen en onregelmatigheden van de huid. Zo leek het bijna alsof ik met een soort verlate kennismaking bezig was. En hoe langer ik in die ogen keek, hoe levendiger ze werden.

RetoucheZo bleef ik een hele tijd in die ogen turen tot er spontaan een gedachte in me opkwam: ‘Ik heb je binnen’. Ik weet het, dat klinkt heel raar, en zeker omdat het alleen maar een gevolg is van een tot de verbeelding sprekende oude foto en flink wat fantasie. Maar toch leek het alsof ik hem door mijn aandacht naar binnen wist te halen. Zo deed ik dat ook bij ‘de moeder’, zoals ze door iedereen altijd werd genoemd. Ook haar haalde ik naar binnen door minutenlang te blijven kijken naar haar gezicht en haar ogen. En haar jurk en haren, ik kon ze bijna ruiken. En daarna, toen ik wist dat het genoeg was, voelde ik me heel kalm. Alsof ik een reis door de tijd had gemaakt en daarmee mijn eigen leven opnieuw in perspectief had geplaatst. Zij toen, ik later, en toch zijn we tegelijkertijd.

Moeder Marie in 1903Er was nog een derde foto. Daar heb ik echter niet veel meer van kunnen maken. Hier en daar de grootste scheurtjes weggewerkt en het lokale contrast en de scherpte verhoogd. Op de foto is ‘de moeder’ nog te zien als kindermeisje, met achterop de tekst: ‘Uit waardering en dank voor onze Marie van Alle Drie uit negentienhonderdendrie.’

Kleingeld

maandag 18 april, 2011

Ik stond aan de balie van een klein restaurant en kiepte het kleingeld uit mijn portemonnee in mijn handpalm. Ik friemelde wat tussen de verschillende munten, en ik weet niet of het door dat friemelen kwam of door een combinatie van zon en zin, maar opeens had ik trek in een ijsje. Een ijsje van 75 cent. Zo eentje waar nog net geen grote munt van een gulden voor aan de pas hoefde te komen. Alleen maar wat dubbeltjes of kwartjes, misschien aangevuld met een enkele bruinkleurige stuiver. Zo’n ijsje waar je het papier langzaam van af moest trekken omdat het door de kou en een laagje plakkerige siroop aan de verpakking vastgeplakt zat. Maar al had ik genoeg munten gehad, ze verkochten in dat restaurant geen ijs. Het was het restaurant van het Verbeeten Instituut in Tilburg, waar kankerpatiënten behandeld worden, veelal door bestraling. Ik had daar afgesproken met vriendin L. die sinds een paar maanden weet dat er een prop in haar hoofd zit die daar niet thuishoort. Met een taxi wordt ze nu al enkele weken thuis opgehaald en weer teruggebracht. Nog drie weken en dan zit de behandeling erop en wordt gekeken of de prop geslonken is en of de celgroei tot stilstand is gekomen. Ik hoop het. Verder dan dat denk ik nu nog niet, en vriendin L. al helemaal niet. Zou dat de reden zijn waarom ik op dat moment opeens moest denken aan ijsjes van 75 cent? Wie weet. IJsjes van 75 cent zijn tijdloos en zorgeloos, ook al kosten ze nu iets meer.

B-nest

vrijdag 8 april, 2011

YathoVan een tante kreeg ik deze week een mail met het verzoek kennis te maken van het verhaal van een bevalling. Geen bevalling van een mens maar van een tiental kleine herdertjes. Een nicht van me fokt op kleine schaal Duitse Herdershonden en een van haar honden, Yatho, was bevallen van tien kleine pups. Haar B-nest, en ik heb maar niet kunnen achterhalen wat dat nu betekent. In eerste instantie moest ik denken aan een B-elftal of een B-merk. Minder van kwaliteit dan A. Ik vermoed echter dat het betekent dat dit het tweede nest is van hond Yatho, in haar hele leven of binnen een bepaalde periode. En zoals het hoort bij rashonden krijgen alle nakomelingen dan een naam die begint met de letter B: Bieke, Bink, Bram, Boris, Bibi, Bas, Babe, Bruno, Bika en Britta. Jammer voor Boerka, Blaf en Brokje dat het er geen dertien zijn geworden.

De bevalling en alles wat eraan vooraf ging doet bijna niet onder voor dat van een mens. Het voorwerk, een gearrangeerde romantische wandeling door de velden gevolgd door een korte maar effectieve samenkomst tussen reu en teef, de onderzoeken, de echo’s. Na het lezen van het verhaal op haar website vraag ik me zelfs af of er nu van me verwacht wordt dat ik een geboortekaartje ga sturen met ‘Welkom lieve kleine Bink’. En mogen dan alle namen op één kaartje of moet ik er tien sturen?

Een bloedelIk ga regelmatig naar hondenshows en vind honden leuk. Voor mij maakt het niet uit of het dan een rashond is of een bastaard. Eerlijk gezegd hou ik zelf meer van bastaardjes. Als ik een rashond zie heb ik soms zelfs medelijden met zo’n hond. ‘Ach jee’, denk ik dan, ‘van jou wordt verwacht dat je een heel ras vertegenwoordigd?’. Wat een druk legt dat niet op een hond. Net als bij een kind dat geboren wordt binnen een gezin met een rijke en succesvolle achtergrond. Er hoeft maar één oor een beetje scheef te hangen of de rug iets te ver door te hangen en de hond wordt geacht maar beter geen nakomelingen meer te krijgen. En dat is nu juist zo leuk aan bestaardjes. Altijd weer een experiment, altijd weer een verrassing wat er uit zal komen. Zo ben ik zelf altijd benieuwd geweest wat de combinatie tussen een bloedhond en een poedel zou opleveren.

Lees het hele verhaal op www.wiesenhof.nl.

De stoel van mijn vader

vrijdag 26 november, 2010

De stoel van mijn vaderGisteren was het alweer een jaar geleden dat mijn vader stierf. Ik was op bezoek bij mijn moeder en zat in de huiskamer op de bank en staarde naar de lege stoel tegenover me. Hij maakte hem zelf, zo’n twintig jaar geleden en met de bank als voorbeeld. De poten draaide hij op de draaibank die hij in de kelder had staan. Ook die draaibank maakte hij trouwens zelf. Het was dus in meerdere opzichten echt zijn stoel. Ik keek ernaar en zag mijn vader zitten. Eerst nog vrij rechtop en met zijn benen over elkaar heen geslagen. In latere herinneringen schoof hij steeds verder onderuit, waarbij zijn trui aan de achterkant omhoog kroop en het leek alsof hij een sjaal droeg. Hij is altijd heel actief geweest. Was hij niet beneden in zijn kelder aan het klussen, dan zat hij wel op de fiets, alleen of met zijn broer. Op het laatst zat hij echter steeds vaker en langer in zijn stoel. Slapend of bezig met een kruiswoordpuzzel of kijkend naar een oude western op tv. Nu ik er zo over nadenk ken ik eigenlijk niemand anders in mijn leven die zo’n stoel heeft. Een stoel die je alleen maar verbindt met een enkel persoon, zoals je dat vroeger wel vaker had. Een stoel waar nooit iemand anders in ging zitten dan alleen maar vader of opa. Haast nooit vrouwen trouwens. En als er al eens iemand anders in ging zitten moest die er vooral heel snel weer uit.

Het wordt nog een probleem die stoel weg te doen. Hij moet eigenlijk opnieuw gestoffeerd worden en dat is niet bepaald goedkoop. Voor mijn moeder is het ook niet de makkelijkste stoel om in te zitten en dus zou het logisch zijn hem weg te doen en daarvoor in de plaats een wat smallere en hogere stoel aan te schaffen. Voorlopig zal hij nog wel even blijven staan. Het rouwproces van mijn moeder is nog in volle gang en dan wordt er vooral bewaard en niet weggedaan. De ‘rook’ op de foto is trouwens geen rook, alleen maar een filtertje. Misschien heb ik een beetje overdreven, maar het gaf het plaatje net wat meer sfeer. Of zou het toch de geest van mijn vader zijn?

Samenhangsels

dinsdag 23 november, 2010

‘Een neef van de zus van ome Jan’. Als ik het nu zo lees kan ik het wel volgen. Ome Jan heeft een zus, en die zus heeft een neef. Niks moeilijks aan. En toch stokt mijn denkvermogen als iemand op een dergelijke manier tegen me begint te praten. Vaak ben ik na de eerste ‘zus van de broer van’ al de draad kwijt. Op de een of andere manier komen dit soort familieverbanden op mij net zo complex en onbegrijpelijk over als wiskunde. Na een paar seconden verlies ik mijn aandacht en kan ik niet meer goed luisteren. Ik hoor dan alleen nog maar woorden maar kan er geen enkele samenhang meer in ontdekken. Opmerkelijk is dat ik dat niet alleen maar met familieverbanden heb op die manier. Ook als ik aan een roman begin met aan het begin een hele opsomming van namen en verbanden tussen personen, kan ik me al gauw niet meer concentreren. Een lekker complexe film over een Italiaanse of Spaanse familie idem dito. Ik kan dit soort informatie blijkbaar maar met moeite in een keer onthouden. Ik zie de samenhang gewoonweg niet. En heel goed mogelijk, bedacht ik me onlangs, komt dat doordat ik enig kind ben. Ik heb geen broer of zus en dus ook geen zus van de vriend van een broer. Ik ben opgegroeid in een heel overzichtelijke gezinssituatie. Zoals ieder kind heb ik een vader en een moeder. En dat was het dan. En zelf heb ik geen kinderen en dus bestaan er ook geen vriendjes van broers of zussen. Natuurlijk heb ik wel neven en nichten, maar daar heb ik op een paar uitzonderlingen na nooit zoveel contact mee gehad. Je zou dus kunnen zeggen dat ik zodoende wel een goed overzicht heb in de ‘lengte’, van overgrootvader naar opa naar vader, maar niet in de breedte. Voor mij zijn personen vooral personen op zich. Wie wat is en waar bijhoort is voor mij geen informatie die ik makkelijk zal onthouden en eerlijk gezegd ook niet zo belangrijk vind. Een vriend van me heeft bijvoorbeeld twee broers en een zus. Ik ken hem al twintig jaar en zijn familie zie ik een paar keer per jaar tijdens verjaardagen. Toch heeft het zo’n tien jaar geduurd voordat ik eindelijk eens wilde onthouden wie het waren en hoe ze heten. De naam van de zus kan ik me op dit moment zelfs niet eens meer herinneren. Of had hij nu toch twee zussen?

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen