Familie en vrienden

Zon onder, zon op

donderdag 3 december, 2009

Zonsopgang, 30 november 2009Mijn vader hield van de zon en van warmte. De winter met zijn kou en regen vond hij daarentegen maar niks. Daarom hield hij ieder jaar vanaf 21 december, als een soort mentaal opstekertje, dagelijks de tijden van zonsopkomst en zonsondergang bij. Om hem hierbij te helpen stuurde ik hem afgelopen jaar per post een A4′tje toe met een overzicht van de exacte tijden voor het hele jaar. Stom van me natuurlijk, want het plezier zat voor hem juist in iedere ochtend even op teletekst kijken hoeveel minuten daglicht er die dag weer bij kwamen.

Afgelopen maandag scheen ‘s ochtends, na een aantal dagen met veel regen en wind, de zon al vroeg door de glasgordijnen voor de ramen. Het werd een prachtige dag, ook al was het de dag van zijn begrafenis. Ik weet dat altijd gezegd wordt over de dood dat het ook het begin is van iets nieuws, en ook al weet ik nog niet precies wat dit nieuwe zal gaan inhouden, die dag voelde ik het heel duidelijk: het afscheid en het welkom, heel dicht bij elkaar. Ik zeg niet dat ik nu iets begrijp van de dood, maar de dood heeft volgens mij wel veel meer met licht te maken dan met donker, meer met warmte dan met koude, meer met zon dan met nacht, meer met leven dan met dood.

Pa: 1924-2009

zaterdag 28 november, 2009

Pa op bruggetje in SittardAfgelopen woensdagnacht is mijn vader overleden in het ziekenhuis in Sittard. Graag had hij nog even naar huis gewild om daar te kunnen sterven, maar dat zat er niet meer in. Zijn enige nier hield er helemaal mee op en na ons bezoekje aan hem op zondagavond is hij in slaap gevallen en niet meer wakker geworden. Toen ik hem dinsdagochtend weer zag wist ik het: dit worden zijn laatste dagen. Hij zag er absoluut niet meer uit als mijn pa zoals ik hem heb gekend. Wat voor me lag was nog slechts een omhulsel. Zijn mond hing scheef open en hij ademde snel en met een snurkend geluid. Voeding of vocht kreeg hij niet meer toegediend. Het was nog slechts afwachten tot hij zijn laatste adem uit zou blazen.

‘s Avonds laat ging ik naar huis terwijl mijn moeder bij hem bleef waken. De uren daarna waren onrustig, terwijl ik in mijn ouderlijk huis op de bank probeerde in slaap te vallen. Op een gegeven moment schrok ik wakker en zag het gezicht van mijn vader heel dicht bij dat van mij. Eerst waren zijn ogen nog gesloten, maar toen ging één ooglid plotseling omhoog en keek mijn vader me recht aan. Daarna schoot hij in de lach alsof hij me voor de gek had proberen te houden. Dit alles was zo intens dat ik op mijn mobiele telefoon keek hoe laat het was. 01.16 uur in de ochtend. Een half uur later belde mijn moeder me op dat vader rustig in zijn slaap overleden was, zo rond kwart over een.

Het is nu zaterdag. Maandag wordt hij begraven en op dit moment voel ik me eigenlijk heel rustig na alles wat er gebeurd is. Misschien veranderd dat de komende dagen nog wel, maar op dit moment heb ik er vrede mee omdat mijn vader nog zo oud is geworden en hij gestorven is zoals hij het altijd graag had gewild; in zijn slaap en zonder pijn te hebben hoeven lijden. Een van zijn sterkste eigenschappen was ongetwijfeld zijn vermogen om het leven – en de dood – te kunnen relativeren. Eigenlijk hield hij zich nooit zo met de dood zo bezig. Veel lachen vond hij belangrijk, en dingen waar je toch niks over te zeggen hebt moet je loslaten zei hij altijd. Zelfs toen ik me in het ziekenhuis nog druk zat te maken om onlogisch en traag handelen van de artsen, zei hij doodleuk: ‘Ach, de dood moet een oorzaak hebben’.

Klussen zoals hij kon, dat kan ik niet. Ook zijn geduld heb ik niet en soms ben ik te nadenkend en dan kan ik weleens een paar dagen somber zijn. Maar als ik ook maar iets van zijn levenshouding overgenomen heb dan ben ik daar heel blij mee. En zo niet, dan hoop ik dat dat alsnog naar boven zal komen de komende jaren.

22 november 2009

zondag 22 november, 2009

21 november 200926 oktober 2005 en 16 november 2006. Twee eerdere data waarop ik iets opmerkte over het opvallend warme weer van de laatste jaren. Gisteren was het opnieuw erg warm en zaten we op een terrasje in de zon en liepen we met de jas bungelend over onze arm door de winkelstraten van Oosterhout. Ik klaag niet want ik hou helemaal niet van de winter, maar normaal is het natuurlijk niet.

Na gisteren was het vandaag opeens weer erg koud. Zo voelde het tenminste, en dat zal voor een groot deel zeker komen doordat mijn vader weer in het ziekenhuis ligt. Vorige week vrijdag, nota bene op zijn verjaardag, werd hij na een half jaar opnieuw opgenomen voor dezelfde klachten. Zijn enige nier waar hij het zijn leven lang mee heeft moeten doen wil niet meer en hij is moe, heel erg moe. Daarbij komt nu nog die andere ziekte met die vervelende naam. Pijn heeft hij gelukkig niet, maar het lijkt alsof zijn lichaam hem nu langzaam in de steek aan het laten is.

Mijn vader houdt niet van de winter, en ik ook niet. Terwijl mijn moeder naar huis gebracht werd met de taxi en ik in het donker en in de koude wind aan de overkant van het ziekenhuis stond te wachten op de bus, kon ik hem zien liggen zoals we hem even daarvoor hadden achtergelaten: liggend onder 3 dekbedden met opdruk (Orbis Medisch Centrum), zijn ogen zwaar en zijn mond half open. Dan nog heel even wakker worden om ons uit te zwaaien (een hand die moeizaam heel even vanonder het dekbed verschijnt) en dan weer snel terug naar zijn slaap. Ik ben bang dat het nog een heel erg koude winter gaat worden.

Een ongelukkig jongetje

zondag 25 oktober, 2009

Dit weekend heb ik voor een vriendin van mijn moeder een dvd een aantal keren moeten kopiëren met daarop de laatste beelden van haar broer. Hij is overleden deze man, een ‘heel oud kind’ volgens Herman van Veen, van bijna vijftig en met een verstandelijke beperking. Rare benaming eigenlijk voor dit type mens, want ik zou over mezelf ook een aardig lijstje kunnen opstellen met verstandelijke beperkingen. Men schijnt deze benaming respectvoller te vinden dan alle vorige benamingen. Aanvankelijk noemde men ze mongooltjes, maar dat werd in de volksmond een scheldwoord. Toen werd het ‘het syndroom van Down’, maar dat was weer te medisch. Daarna waren het mensen die ‘geestelijk gehandicapt’ of ‘verstandelijk gehandicapt’ zijn. Ook dat vond men nog te stygmatiserend en daarom heeft men het nu over mensen met ‘een verstandelijke beperking’.

Mijn moeder had het vroeger altijd over ‘een ongelukkig jongetje’. Dan zei ze dat die of die ouders drie kinderen hadden waarvan er eentje ‘ongelukkig’ was. Iedereen wist wat je daarmee bedoelde, namelijk een jongen of meisje die niet helemaal goed bij was. Niet zoals iemand die opeens gek werd en rare dingen ging doen, maar gewoon iemand die niet zo slim was en dit ook nooit zou worden. Ze werden ouder maar bleven toch altijd kind. Een heel oud kind. Maar waar dat ‘ongelukkig’ precies op sloeg weet ik eigenlijk niet, want ongelukkig zijn deze mensen vaak niet, integendeel. Ik denk dat het misschien te maken had met de ongelukkige gebeurtenis om als ouder een kind te krijgen met deze ‘afwijking’. Ik mag het geen ‘afwijking’ noemen, dat weet ik, maar hoe gelukkig je als ouder ook kunt worden met zo’n kind, het is niet het soort leven dat je aanvankelijk in gedachten had voor je zoon of dochter. En daarom noemde men het waarschijnlijk ‘ongelukkig’. Een ongelukkig voorval, een ongelukkige omstandigheid, een kind dat het ‘ongeluk’ overkomen is niet geboren te worden als een normaal kind met de mogelijkheid bewust voor het échte geluk te kunnen kiezen in deze wereld. Als je dan ziet wie vaak de mensen zijn die nog het meest het gevoel van ‘geluk’ kunnen ervaren, kun je je serieus afvragen wie er nu eigenlijk leeft met een beperking.

Opa wil doorrijden. Mag dat?

vrijdag 25 september, 2009

Dat was de titel van een artikel in de krant, gisteren. Het antwoord op deze vraag kwam meteen in mijn herinnering naar boven toen ik moest denken aan mijn eigen opa. Dat antwoord is ‘Nee, maar hij deed het lekker toch’. De tijd is inmiddels zo’n dertig jaar geleden. Mijn moeder voorin, ik achterin, naderden we een grote kruising met links en rechts gebouwen en opa reed zonder om zich heen te kijken de weg over, zijn ogen helemaal gefixeerd op de overkant. Ik voel de bibbers nog in mijn benen…

Ouderen veroorzaken regelmatig ongelukken in het verkeer, maar dat doen jongeren ook. En we willen allemaal zo lang mogelijk en zo zelfstandig mogelijk die overkant blijven bereiken. Dat heeft met een gevoel van trots en onafhankelijkheid te maken, eigenschappen die bij mijn opa volop aanwezig waren. Misschien dat zijn Duitse herkomst deze gevoelens bij hem nog sterker maakten. Gelukkig heeft hij nooit een ongeluk veroorzaakt, maar dat zal meer aan de knaloranje kleur van zijn Volkswagen Kever gelegen hebben dan aan zijn eigen oplettendheid.

Nu ik dit schrijf zie ik hem weer heel levendig voor me: zijn lach, zijn pretoogjes, de lekkere geur van zijn pijptabak. Niet dat ik nu naast hem had willen zitten in zijn auto, maar weer eventjes samen met hem aan die huiskamertafel zitten, met dat dikke kleedje erop, zo’n met de hand gezette kop koffie, misschien wel even een potje dammen. Maar helaas, hij heeft al lang geleden die andere ‘overkant‘ bereikt en die oversteek wil ik nog zo lang mogelijk uitstellen.

Vijfentwintig jaar vriendschap

vrijdag 31 juli, 2009

Vijfentwintig jaar geleden verhuisde ik als student van een beganegrondkamer bij een hospita naar wat men toen – en misschien nu ook nog – een HAT-eenheid met gemeenschappelijke voorzieningen noemde. Samen met vijf andere personen deelden we een douche, het toilet en de keuken. Het klikte meteen tussen mij en drie andere personen en dat is altijd zo gebleven. We zien elkaar regelmatig en zodoende kwamen we er onlangs achter dat we elkaar al vijfentwintig jaar kennen. Geen huwelijk, geen samenwonen, maar toch. Misschien is een goede vriendschap wel het waardevolste dat je in je leven kunt hebben, maar we hebben noch de burgemeester noch de pers aan de deur gehad. Ondanks het groeiend aantal alleenstaanden en gescheiden ouders wil een meerderheid blijkbaar nog steeds graag zien dat voor-eens-en-voor-altijd iets is dat echt bestaat. Maar net als opa en oma samen op de foto in de krant, ik denk niet dat we dat zouden willen. Vriendschap leg je niet met een handtekening vast in een boekje, laat staan als artikeltje op pagina 16 van een regionale krant.

Zeventien treden

donderdag 25 juni, 2009

Ooit stond hij voor het eerst op eigen benen en zette hij zijn eerste pasjes. Daarna groeiden zijn voeten, werden zijn benen langer en kon hij grotere stappen zetten. De stappen werden sprongen, het lopen werd rennen, en bovenop die benen stond een romp die met gemak twee zakken steenkolen van elk vijftig kilo kon dragen.

Dat ging zo een hele tijd door totdat het lopen opeens moeizamer begon te gaan. Om toch nog wat in beweging te blijven werd de fiets het favoriete vervoermiddel en konden afstanden nog in kilometers worden uitgedrukt. Maar inmiddels wordt er bij mijn ouders thuis niet meer gesproken in kilometers maar in treden. Zeventien treden om precies te zijn, van de begane grond tot aan de voordeur van de flat. En die zeventien treden worden niet meer met sprongen genomen maar stap voor stap. Steeds moeizamere stappen.

Er zijn mensen die zeggen dat ouder worden leuk is, maar ik moet het nog zien. Als ik zie dat mijn vader nu zelfs moeite heeft met het opendraaien van het deksel van een potje jam, dan vind ik dat toch niet echt een prettig gezicht. Maar we zullen wel zien, want ik wil wel oud genoeg worden zodat ik zelf kan beoordelen of het meevalt of niet. Ook al moet ik de laatste meters stap voor stap afleggen.

TIA

zondag 25 januari, 2009

Pa: ‘Een TIA, wat is dat eigenlijk?’
Ik: ‘Die T weet ik niet meer, maar ik dacht dat de I en de A stonden voor Intravasculair Accident of zoiets’.

Ik heb het thuis meteen opgezocht in mijn oude Zakwoordenboek der Geneeskunde, en TIA is de afkorting van Transient Ischaemic Attack, een ‘voorbijgaande doorbloedingsstoornis’. De reden waarom mijn pa een aantal dagen moeilijk kon praten en zijn aangezicht aanvoelde alsof het gemaakt was van was. Verder doet de benaming er niet toe, want zoals hij het zelf verwoordt: ‘Ach, op mijn leeftijd kun je vanalles verwachten’.

Fiat ijskast

vrijdag 12 december, 2008

Fiat ijskastNa de brommer van mijn vader is er nu opnieuw een antiquiteit verdwenen uit het huis van mijn ouders. De ijskast van het merk Fiat kochten ze een paar jaar na hun trouwen in 1963, hetzelfde jaar als waarin ik geboren werd. Daarmee is hij dus 45 jaar oud, maar dankzij het onmenselijk goed onderhoud (nog zo’n antiquiteit) door mijn moeder ziet hij er tot op de dag van vandaag nog uit als nieuw. Nou ja, hier en daar ontbreekt een klein stukje lak, maar voor de rest ziet hij er nog geweldig goed uit. En wat natuurlijk ook belangrijk is, hij doet het nog steeds prima!

Fiat? Maken die niet auto’s? Ja, maar bijna niemand weet dat ze eind vijftiger jaren, begin zestiger jaren – een tijd dat de huishoudelectronica in opmars was – ook ijskasten en wasmachines maakten. Zelfs op de ‘historica’-pagina van de website van Fiat staat hier niets over vermeld, en dat hadden ze best mogen doen want de kwaliteit van dit apparaat is inmiddels legendarisch (binnen mijn familie).

De afgelopen jaren stond de ijskast in de kelder van de flat van mijn ouders en werd dan alleen nog tijdens verjaardagen in- en aangezet om alle vlaaien kwijt te kunnen, maar nu vonden ze het dan tijd worden hem weg te doen, desnoods naar de stort… Dat zou zonde zijn, vond ik, zoiets unieks gooi je niet zomaar weg. Op zijn minst zou ik, net als in het geval van die brommer, even de moeite nemen om via internet een koper te vinden die zo’n apparaat nog kan waarderen en hem een mooi plekje wil geven in zijn of haar huis.

Fiat ijskastEn dus staat de Fiat nu te pronken in zijn nieuwe thuis in Doetinchem bij J., fervent Fiatrijdster en lid van de Fiatclub Nederland. Als ik de foto’s bekijk die ze me opstuurde zou ik bijna spijt krijgen dat ik hem zelf niet heb gehouden, maar dat gevoel was maar van korte duur. Het interieur en de kleuren passen echt bij dat apparaat uit de zestiger jaren, en zo blij als zij ermee is zou ik toch nooit zijn geweest.

Kruisjes

maandag 21 juli, 2008

Zo langzamerhand beginnen ook op mijn verjaardagskalender de kruisjes te verschijnen achter namen. Tot nu toe zag ik ze vooral bij mijn ouders thuis op de kalender staan. Namen van mensen die ik nooit heb ontmoet, sommigen al tientallen jaren geleden overleden. Maar dit jaar heb ik opeens zelf al drie kruisjes moeten plaatsen achter namen van mensen die ik zelf gekend heb, gevolgd door het jaar van geboorte en het jaar van overlijden.

Vanochtend kreeg ik een telefoontje van mijn moeder dat een tante overleden is. Twee weken geleden zat ik nog in de kerk in Sittard bij de begrafenisdienst van een oom, en in februari van dit jaar overleed vriendin L. Nu is het niet zo dat er nog niet eerder vrienden of familieleden overleden zijn, want behalve de opa’s en oma’s, ooms en tantes, overleed een paar jaar geleden onverwachts de man van een goede vriendin, en in mijn studentijd besloot ook een vriend – nog geen dertig jaar oud – dat hij al genoeg had van het leven.

Het verschil met voorheen is dat het nu voelt alsof het ook mijn taak aan het worden is een overzicht bij te gaan houden van welke mensen er in mijn leven zijn geweest. En ik vind het nog steeds een beetje vreemd om dit te doen op een verjaardagskalender, maar om nu twee aparte kalenders naast elkaar te gaan hangen is ook overdreven. Het enige wat ik dan wel nog moet doen is een nieuwe verjaardagskalender kopen. De Rooie Oortjes Kalender die ik ooit in een gekke bui kocht kan nu echt niet meer.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen