Familie en vrienden

Op de tenen of met de platte voet

zondag 29 juni, 2008

Fietsen doe je door je voeten op de pedalen te zetten en deze vervolgens om en om naar beneden te duwen. Ik doe dat zelf met mijn voorvoeten, zeg maar met de tenen. Maar ik ken ook mensen die hun voeten plat op de trappers zetten, zo’n beetje tegen de hak van de schoen aan. Of bij het ontbreken van een hak zelfs nog verder naar achteren.

Ik ben er eens op gaan letten en bij wijze van experiment heb ik mijn voeten ook eens plat op de pedalen gezet om te kijken hoe dat voelt. Het eerste wat me daarbij opviel is dat deze manier van fietsen voor mij ‘lomper’ aanvoelt. Het lijkt in het begin alsof je hiermee meer kracht kunt zetten (het ‘stoempen’ van Mart Smeets), maar je lichaam beweegt meer van links naar rechts en dus werkt het volgens mij op de lange duur vermoeiender. Maar voor de rest voelt het ook wel als een luie en ontspannen manier van fietsen.

Niks voor mij dus. Ik gebruik mijn tenen omdat ik vind dat ik hiermee met meer gevoel kan fietsen. Mijn hele voet en ook mijn enkels pedaleren zogezegd mee. Het fietsen lijkt hiermee vloeiender te gaan en met meer richting, alsof de punten van mijn tenen al in de richting wijzen waar ik naartoe wil. En liefst een beetje snel.

Mijn moeder gebruikt ook haar voorvoet bij het fietsen. Op dit moment heeft ze helaas weinig tot geen gevoel meer over in haar benen en voeten (zenuwprobleem), maar vroeger fietste ze me er zonder pardon uit als we ergens de weg overstaken of als het stoplicht op groen sprong. ‘Hé ho, doe eens normaal zeg!’ zei ik dan hijgend als ik haar weer ingehaald had. ‘We hebben toch geen haast ofzo?’

Maar eigenlijk durfde ik niet toe te geven dat ze – en met een leeftijdsverschil van 26 jaar – veel sneller kon fietsen dan ik. Ik hoop voor haar dat ze het nog een tijdje kan blijven doen, desnoods met een paar extra wieltjes links en rechts.

Het geldkistje van opa

dinsdag 17 juni, 2008

Het geldkistje van opaBij mijn laatste bezoek aan mijn ouders zag ik bij het weggaan nog net dit kistje bovenop de hoedenplank van de kapstok staan, klaar om bij een volgende gelegenheid mee te geven aan een oom die wat bijverdiend met het verzamelen en inleveren van oud ijzer.

Het kistje werd vroeger door mijn opa gebruikt door er aan het eind van iedere week wat geld in te stoppen dat mijn oma op haar beurt weer mocht besteden aan huishoudelijke uitgaven. Bij de gratie ‘des Herren’ zeg maar, zo ging dat vroeger vaker in een gezin. En wilde mijn oma eens iets extra’s kopen, bijvoorbeeld een nieuw jurkje voor mijn moeder, dan moest dit altijd door opa goedgekeurd worden. En dan vaak pas na in hoger beroep te zijn gegaan, want doorgaans was er niet veel geld voor dit soort dingen.

Het geldkistje van opaUiteraard heb ik mijn oom moeten teleurstellen. Zo’n kistje laat je niet omsmelten toch? Maar ik moet wel toegeven dat ik nog geen goed antwoord heb kunnen verzinnen op de vraag van mijn ouders, namelijk: ‘Wat moet je daar nu mee?’.
Ik kan er natuurlijk ook geld in gaan stoppen, maar dat staat vandaag de dag op bank- of girorekening. Foto’s staan op de harde schijf of dvd en veel van mijn gedachten staan online. Wat blijft er dan tegenwoordig nog over, iets fysieks en niet al te groot, wat je zou kunnen en willen bewaren in een klein metalen kistje met stevig slot?

Vlinder

donderdag 6 maart, 2008

Gisteren was de begrafenis van L. Het was erg mooi. Verdrietig natuurlijk, maar ook erg mooi. De kerkdienst, bij het graf en na afloop de ontmoeting met haar andere vrienden in de school waar ze al zo lang lesgaf.

Toen we ‘s ochtend om half elf aankwamen in de kerk zat deze al helemaal vol. We waren met z’n vijven gekomen en vonden nog wat lege stoelen in het rechter zijpad. Het felle licht van de ochtendzon scheen vanuit de hoge ramen op de stenen vloer voor onze voeten. En toen, net voor aanvang van de mis, kwam er vanuit die lichtstraal een vlinder aanfladderen en landde precies in het midden van die lichtvlek. Bruin, oranje, donkergeel en een beetje zwart. Precies de kleuren van de aarde waar L. altijd zo van hield.

Na een paar keer met zijn vleugels op en neer gegaan te zijn steeg de vlinder weer op, vloog een rondje door de kerk, kwam toen weer terug en ging weer op precies dezelfde plek voor onze voeten op de grond zitten als voorheen. Daarna steeg hij weer op en verdween ergens achter het altaar.

Het was prachtig en we konden op dat moment niet anders denken dan ‘daar heb je haar!’. Een vlinder in een kerk kom je niet vaak tegen en zeker niet bij temperaturen nét boven nul. En dan ook nog een met die kleuren en het feit dat ze tot twee keer toe precies bij onze voeten op de grond ging zitten, want lichtvlekken op de grond van de zon waren er wel meer in de kerk.

Ja, ik weet het. Het was vast allemaal toeval en die vlinder vloog gewoon de kerk in omdat het daar warmer was dan buiten. En misschien rook ze ook wel de vele bloemen die voor in de kerk lagen en was onze invulling niets meer dan een emotionele betekenisgeving aan toevallige gebeurtenissen.
Maar toch, het was zo mooi omdat alles precies klopte met het beeld en gevoel dat we van L. hadden. En daarbij, gaat het in het leven niet juist vooral om betekenisgeving?

‘Moeder van Stilte’

vrijdag 29 februari, 2008

Moeder van Stilte‘Moeder van Stilte’ is de titel die vriendin L. gaf aan dit beeld dat ze een paar jaar geleden maakte, en zojuist kreeg ik een telefoontje van haar dochter dat ze gisteravond overleden is. Niet helemaal onverwacht, maar als je al een paar jaar met het idee leeft dat haar ziekte plotseling erger kan worden en dat moment komt (gelukkig) maar niet… dan gaat dat andere idee, dat de dood nog oneindig ver weg is, toch weer leven. En dat is ook maar goed zo, want het maakt dat we nog veel leuke dingen hebben kunnen ondernemen de laatste paar jaren.

Behalve de gewone dingen hadden we het vaak over kunst en spiritualiteit, maar altijd in relatie tot het gewone (en ons) dagelijkse leven. Daarbij hadden we het slechts zijdelings over haar ziekte, maar een paar maanden geleden was er dan toch opeens een beetje haast. Op een mooie nazomerse middag in oktober hebben we, en dat lag al lang in de planning, alsnog een selectie van haar kunst op de foto gezet en op haar website geplaatst.

Twee weken geleden ben ik haar nog gaan opzoeken en dat was goed. Vorige week nog een keertje gebeld, en toen was het duidelijk dat het niet lang meer zou gaan duren. En zo staat dit berichtje nu op mijn weblog, vlak na zo’n nietszeggend berichtje over Asterix en misschien voorafgaand aan iets nog onbenulligers. Maar zo zou L. dat nooit gezien hebben. Ze moest altijd lachen om mijn ideeën en kronkels en zag ze als mijn bron van creativiteit, en ze stimuleerde me altijd, zelfs tot het laatste moment, om hier letterlijk en figuurlijk werk van te gaan maken.

‘Denk nog eens aan me’ was het laatste wat ze tegen me zei, twee weken geleden. Nou, ik weet zeker dat dat niet al te moeilijk zal blijken te zijn…

Haar website: www.ls-design.nl

Biker

zondag 17 februari, 2008

Ik op mijn motor...Ik wil nog steeds eens een foto plaatsen van mij op mijn motor. Zomaar, en echt niet omdat ik dat nou zo stoer zou vinden of zo, want ik ben niet wat je noemt een echte ‘biker’. Zomaar dus, voor de leuk. Maar zo’n foto heb ik nog niet, althans niet met mijn huidige motor. En daarom, als voorproefje, deze tekening die kleine Nemo maakte nadat hij mij had zien vertrekken vanaf hun huis.

Ik geloof niet dat een foto hier erg veel aan zal kunnen toevoegen, hoewel de motor hier meer lijkt op een chopper dan op die van mij. Het is trouwens zijn eerste gepubliceerde werk op internet, een primeur. Ik hoop dat papa niet al te jaloers zal zijn…

Vrijer

zondag 3 juni, 2007

Vanmiddag samen met mijn ouders op bezoek geweest bij tante B. in Sittard. Ze zat in zo’n grote verstelbare leunstoel met haar benen omhoog en zo’n plankje voor haar middel waar een plastic bekertje koffie opstond met tuitje. Haar houding deed me denken aan die van astronauten in de cabine van de spaceshuttle, net voor de start. Misschien dat het verschil ook niet zo groot is tussen deze twee. Ook tante B. is zich langzaam aan het losmaken van de aarde, op weg naar een of andere vorm van gewichtloosheid. Maar voor nu hield ze haar handen gekromd om het bekertje koffie, echter zonder het aan te raken, en staarde me aan.

B.: “Vrij je nog niet?” (‘vrijen’ heet verkering hebben in het Limburgse dialect)
Ik: “Eh, nee. Nu niet.”
B.: “Oh. Dat wordt dan eens tijd.”

Vijf minuten later…
B. “Vrij je nog niet?”
Ik: “Nee, maar ik heb al een hele relatie achter de rug hoor.”
B. “Oh. Zelf uitgemaakt?”
Ik: “Ja.”
B. “Oh.”

Vijf minuten later…
B. “Vrij je nog niet?”
Ik: “Op dit moment niet, maar…”
B. “Dat wordt dan eens tijd.”
Ik: “Ja. Eigenlijk wel.”
B. “Oh.”

Vijf minuten later…
B. “Vrij je nog niet?”
Ik: “Nou, nu even niet.”
B. “Oh nee?”
Ik: “Geen tijd denk ik…”
B. “Oh. Nou, wacht niet te lang!”

Tante B. wordt dit jaar 89 jaar. Ze is inderdaad behoorlijk vergeetachtig, maar toch. Ze kan je op deze manier wel aan het denken zetten…

Snoetendoekjes

maandag 14 mei, 2007

JochemJonge kinderen eten bij voorkeur met hun handen, en dan wil er wel eens wat geknoeid worden. Zo ook door Jochem, zoon van vriendin I en T. Geeft niet, gewoon even een washandje gepakt en schoon is de snoet.
FOUT! Wat denk je wel Jack, we leven niet meer in de zeventiger jaren! Tegenwoordig zijn voor het poetsen van de snoet de volgende ingrediënten nodig:

Aqua (nogal wiedes, anders smeert het voor geen meter)
Propylene Glycol (propyleen, is dat niet een brandbaar gas?)
Aloë Barbadensis Extract (waarbij aangetekend dat er naar blijkt verdomd weinig onderzoek gedaan is naar de daadwerkelijke effecten van aloë, maar des te meer naar de marketing van dit product)
Parfum (kinderen stinken altijd van hun eigen, toch?)
PEG-40 (niet te verwarren met 10W40)
Hydrogenerated Castor Oil (lijkt erg veel op Castrol)
Glycerin (zonder ‘nitro‘ gelukkig)
en verder nog: Citric Acid, Sodium Sacchacis, Phenoxethanol, Patassium Sorbate, Methylparaben, Ethylparaben, Bectylparaben, Isobutylparaben en Propylparaben.

JochemZiehier de samenstelling van het snoetendoekje van Zwitsal. Huismerken hebben hun eigen doekjes en zijn meestal iets goedkoper. Onderzoek ter plaatse heeft uitgewezen dat er dan ook een paar ingedriënten ontbreken. En uiteraard is alles PéHá neutraal en dermatologisch getest, maar waarschijnlijk niet op kinderen. Pas na afloop van de poetsbeurt kon het jong namelijk niet meer van zijn gezicht afblijven. Van de kriebels.

Dit zijn overigens de eerste foto’s die van Jochem geplaatst zijn op internet. Dus, welkom op het het World Wide Web jongen!

Allemaal onzin

maandag 7 augustus, 2006

Afgelopen zondag met mijn ouders gaan uit eten ter gelegenheid van de verjaardag van mijn moeder. Heel leuk, eigenlijk. Maar nu, twee dagen later, krijg ik opeens weer een onaangenaam gevoel als ik me een paar van hun zinnen herinner van die avond. Ook toen kromp ik ineen en werd ik opeens heel stil, net als vroeger. Van buiten dan, want van binnen was het mengeling van allerlei emoties tegelijkertijd: woede, onbegrip, frustratie, verdriet, walging…

“Ach, die vrouw houdt zich alleen maar bezig met kijken naar van die psychologische films, allemaal onzin. Veel te moeilijk, daar word je toch alleen maar depressief van? En dan houdt ze zich ook nog bezig met dromen en wat die zouden kunnen betekenen. Er is iemand waar ze wel eens naar toe gaat die ze dan zogenaamd voor haar uitlegt. Ook allemaal onzin. Dromen kun je niet uitleggen, dat is één grote onzin. Als ze in plaats daarvan eens zou zorgen dat haar huis op orde is!…

Ik weet dat dit de omgeving is geweest waarin ik opgegroeid ben, maar ik vind het nog steeds soms onbegrijpelijk hoe sterk dit soort ‘oud zeer’, ook twintig jaar later, nog opgeborgen kan liggen in je lijf en geest, ergens in het vooronder van je ziel.

Het grijsgroene verleden van mijn opa

maandag 10 april, 2006

Opa en oma, rechts mijn moederMijn opa was een duitser, dat wist ik. Wat ik echter pas sinds kort weet is dat hij van ’39 tot ’45 ook daadwerkelijk in het leger dienst heeft gedaan als duits soldaat, terwijl zijn vrouw en kinderen – mijn moeder is van ’37 – thuis in Sittard achterbleven. Af en toe kwam hij even thuis, maar de rest van de tijd schijnt hij ‘rondgezworven’ te hebben in West-Europa en was hij zelfs in Normandië gestationeerd ten tijde van de invasie.

Hij is na de oorlog teruggekeerd naar zijn gezin, leerde het beroep van kunststeenbewerker, en heeft nooit meer met een woord gesproken over zijn tijd in de oorlog. En niemand heeft hem er blijkbaar ook meer naar gevraagd, want het antwoord van mijn moeder hierop was “Ach, daar sprak je gewoon niet over”.

Toch raar om dit nu opeens te weten. Al die tijd die ik in mijn jeugd met hem zat te dammen of als we samen naar Raumschiff Enterprise (Star Trek) keken of zaten te kletsen over “Waren de Goden kosmonauten“, al die tijd had ik hem dus ook kunnen uitvragen over de oorlog. En ook al heb ik respect voor zijn keuze en zijn leven, toch is het ook een heel stuk van zijn leven en de geschiedenis van mijn moeder waar ik nu niks van afweet. En dat vind ik ergens toch een gemiste kans.

Het zet overigens dat potje dammen opeens in een heel ander perspectief. Hij kon namelijk érg slecht tegen zijn verlies.

Mijn vader, de acrobaat

maandag 14 november, 2005

Mijn vader, de acrobaatAls zoon kun je meestal veel dingen van jezelf terugvinden in je vader. Opvallende gelijkenissen of kleine dingen die je pas later leert herkennen. Soms tot je eigen ergernis, en soms iets om trots op te kunnen zijn. Maar soms zijn er ook eigenschappen waarvan je echt niet weet waar je ze in jezelf zou moeten gaan zoeken.

Mijn vader heeft vroeger veel aan turnen en acrobatiek gedaan. Waarschijnlijk aangemoedigd door het vele sjouwen van zware zakken met kolen en zijn lidmaatschap bij de plaatselijke gymnastiekvereniging. In zijn vrije tijd ging hij samen met zijn broer oefenen in de wei achter het huis. Aanvankelijk alleen maar met geïmproviseerde gewichten, maar later ook steeds meer met elkaar. Uiteindelijk werden ze zelfs zo goed dat ze wel eens mochten optreden in een plaatselijk circus, waarvan één optreden (naar eigen zeggen) toendertijd rechtstreeks uitgezonden werd op de duitse televisie. Ik heb me dit altijd een beetje dromerig proberen voor te stellen. Mijn vader? Echt waar? Hij?

Mijn vader, de acrobaatDit verleden van mijn vader heb ik altijd met open mond moeten aanhoren, want bewijs had ik er nooit van gezien. Mijn eigen kunnen op dit gebied was minimaal. Tijdens gymnastieklessen kwam ik zelfs na vijf minuten ‘touwklimmen’ niet verder dan 10 centimeter boven de grond, en bij het via een springplank over zo’n kast springen heb ik meermalen mijn knieën flink bezeerd. Met een bal kon ik echter beter uit de voeten. Trefbal, voetbal, volleybal en dergelijke gingen me goed af. Maar toch kan ik me nog de frustratie herinneren als mijn vader zich weer eens met gemak enkelen keren optrok aan een ijzeren stang achter het huis van mijn opa en oma, terwijl ikzelf mijn armen amper in een kleine buigstand kreeg.

Nadat ik dit allemaal alleen maar wist van ‘hebben horen zeggen’, zijn uiteindelijk toch een paar foto’s opgedoken van mijn vader en zijn broer. Eén foto laat hen zien tijdens een optreden, en de andere is genomen achter hun ouderlijk huis. De wei zelf kan ik me nog redelijk herinneren, maar de achterkant van de schuur ziet er op deze foto eerder uit als een oude foto uit Oost-Europa. En zo blijft er toch een beetje romantiek over van een ver verleden.

De acrobaat is trouwens gisteren 81 jaar geworden.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen