Stalking
Al een tijdje loop ik, of beter gezegd zit ik, te denken aan een nieuwe bureaustoel. Die waar ik nu op zit is de kleding van versleten en zelfs het schuim komt nu langzaam aan alle kanten naar buiten. Even gaan verzitten door me met mijn handen af te zetten op de zitting en ik loop kans op een sneetje in mijn handpalm. Dat schuim zit er niet voor niks. Daaronder zit de harde plastic fundering van de stoel, in scherpe schotjes over de hele breedte van het zitvlak. Voor iemand als ik, die geregeld veel achter de pc moet zitten, is een goede stoel onontbeerlijk. Hoeft geen honderden euro’s te kosten en zeker niet zo’n directeursstoel met hoge rugleuning en armsteunen. Daar ben ik veel te onrustig voor. Bij de Ikea verkopen ze een paar leuke modellen en ik ben ook al even gaan kijken op de websites van een paar andere online winkels met spullen voor kantoor. Had ik niet moeten doen, want de afgelopen paar dagen kon ik geen pagina van een krant of andere site meer openen of ik wordt uitgenodigd te klikken op een paar bureaustoelen. Dan weer van Neckermann, dan weer van de Wehkamp. Dat online adverteren werkt zo goed dat het onderhand voelt alsof ik achtervolgd wordt door een verkoper die precies in de gaten houdt waar en op welke site ik me bevind. Erg effectief, en erg irritant. De oplossing is natuurlijk even de cache van mijn browser te legen en te zorgen dat daarbij ook alle cookies verwijderd worden. Dat heb ik inmiddels ook gedaan, maar nou moet ik via Google toch weer gaan zoeken naar die ene winkel die zo’n leuke oranje stoel had voor 150 euro. Waar is die opdringerige verkoper als je hem voor de verandering eens nodig hebt?




Vroeger zou een bepaalde vraag vanzelf wel weer zijn verdwenen, tenzij ik toevallig toch in de bibliotheek rondhing. Nu denk ik al gauw ‘straks effe opzoeken op internet’. Zo belandden we maandagmiddag bijvoorbeeld in Engeland op station Manchester Piccadilly. Piccadilly in London kende ik al en daarom had ik verwacht dat Piccadilly een oud woord zou zijn voor plein of rotonde. De naam Piccadilly slaat echter op een kleermaker met de naam Robert Baker die in de 17e eeuw kleren ontwierp met speciale boorden die hij ‘Piccadills’ noemde. ‘Stiff collars with scalloped edges and a broad lace or perforated border’. Maar waarom noemde deze man die boorden dan piccadills? Wikipedia: ‘The term may originate from a conjectured Spanish word picadillo, from picado meaning punctured or pierced. This is similar to the Spanish word picadura, used for the lace collars of the seventeenth century that contained much elaborate cut work.’ Dat zou goed kunnen. Blijft over de vraag waarom bepaalde pleinen deze naam meekregen. Volgens weer een andere pagina op wikipedia komt dit omdat eerder genoemde Robert Baker daar ergens in de buurt ooit een winkel had. Zelf hou ik het op de overeenkomstige vorm. De piccadill is een groot, rond en druk boord om je nek, en een plein is ook druk en rond en een gevaar voor je nek.









