Samenleving

Openbaar vertoon

zondag 15 januari, 2012

Stille tochten zijn in. Niet zo stille tochten ook, afhankelijk van de gelegenheid waarvoor ze worden gehouden. Deze week was het tragische overlijden van een jongen uit het Brabantse Haghorst de aanleiding. Hij verdronk in het Wilhelminakanaal. Voordat men dit met zekerheid kon vaststellen werden er zoekacties georganiseerd waaraan inwoners van Haghorst massaal deelnamen. Daarna, afgelopen week, volgde een herdenkingsdienst met vuurwerk. Volgens cultuurpsychologe Joanna Wojtkowiak past dit soort rouwvertoon in de huidige trend dat Nederlanders steeds openlijker hun emoties tonen. En ‘het is een teken dat – als het erop aankomt – mensen nog steeds voor elkaar klaar staan’. Ik denk ook dat dat zo werkt. Als er bij mij in de straat iemand vermist zou worden en buurtbewoners zouden spontaan helpen met zoeken, zou ik hier waarschijnlijk wel aan meedoen. Maar aanwezig zijn bij een herdenkingsdienst met vuurwerk??? I don’t think so. Dat is in mijn ogen van een hele andere orde. Een herdenkingsdienst met vuurwerk past meer in de trend van openbaar vertoon in zijn algemeenheid. Als er een gelegenheid is om in het openbaar verdriet, agressie of angst de vrije loop te laten, dan zal daar gretig gebruik van gemaakt worden. Binnen de muren van onze maatschappij is daar weinig plek voor en in de sport zijn er ook steeds meer regels die excessen verbieden. Lang geleden kon men zijn energie nog kwijt in de boksring of op het paard met een lans. Of met pijl en boog op oorlogspad en dan, bij terugkomst, gezamenlijk rond een kampvuur treuren om de doden. Vandaag de dag heerst de redelijkheid en de kalmte. Is het niet vanwege een verlangen naar redelijkheid en kalmte, danwel omdat deze opgelegd zijn door wetten en regels. Orde is hierbij het centrale woord. Voor de Syrische president Bashar al-Assad is dit zijn belangrijkste motivatie achter het harde optreden van het leger tegen opstandelingen. Zo’n beetje het gehele volk van Syrië. Zonder orde geen staat, en zonder staat geen orde. Angst, verdriet, woede, zijn per definitie wanordelijk en onvoorspelbaar. En dus ongewenst. Maar het zijn wel onze diepste en meest intense emoties en daarmee een grote drijfveer achter veranderingen, persoonlijk of maatschappelijk. Zonder wanorde geen verandering en dus ook geen mogelijkheid tot vooruitgang. Een mens verlangt volgens mij altijd naar orde én naar verandering, alleen kunnen deze nooit gelijktijdig bestaan of optreden. Voor het universum is verandering dan misschien wel de basis van zijn bestaan, voor een mens is dit voorlopig niet aan de orde. In onze huidige samenleving(en) is er weinig ruimte voor echte veranderingen. De presentatie van een nieuwe iPad, dan heb je het wel gehad. Daarvoor reizen mensen zelfs per vliegtuig naar de andere kant van de wereld om het allereerste exemplaar te kunnen bemachtigen. Daarmee denken ze dan vooraan te staan, aan het front van de vooruitgang. Maar al dit soort ontwikkelingen zijn alleen maar vormen van nog meer orde op nog meer plaatsen. Waar en wanneer JIJ maar wilt. Het moet nu lijken alsof ik de draad begin kwijt te raken, maar voor mijn gevoel hebben al deze dingen met elkaar te maken. De orde van de iPad, de orde van al-Assad, en de orde van Haghorst. Leven wil stromen en zichzelf uiten. Als dat niet zo makkelijk gaat in het gewone leven, dan maar via de iPad of een gedenkwaardige herdenkingsdienst. In Syrië zal men deze dingen ook willen, alleen moet men daarvoor eerst vrij kunnen zijn.

In kringetjes

donderdag 10 november, 2011

Google+Een tijdje terug las ik over Google+ en meldde me aan. Nieuwe dingen op internet ben ik altijd bereid even uit te proberen of ik er iets mee kan. Vanochtend kreeg ik een mail dat de service van Google in bèta is en dat ik mag meedoen. Aan bijvoorbeeld de ‘kringen’: ‘Een gemakkelijke manier om sommige dingen te delen met studievrienden, andere met je ouders, en bijna niets met je baas. Net als in het echte leven.’ Het echte leven. Echte vrienden. Wie zijn dat nu eigenlijk? Ik betrap me erop dat ik in dit echte leven steeds vaker meedoe met de zogenaamde ‘social’ media vanuit het oogpunt ‘misschien heb ik er iets aan’. Natuurlijk, in zekere zin zijn we allemaal opportunisten, maar zo ken ik mezelf helemaal niet en wil ik mezelf ook niet kennen. Twitter, LinkedIn, Google+. Soms komen hier echt wel goede contacten uit voort, maar het heeft ook iets sneaky’s en opdringerigs. Voeg me toe, laat me delen, mag ik meedoen? Vergeetmenietjes. Social media vanuit een angst om anders verloren te raken in de grote echte wereld.

Bij Google+ kun je dus kringen aanmaken. Maar dan begint het, hetzelfde probleem als mijn diverse adressenboeken in mijn e-mailprogramma. Wie zijn mijn vrienden, wie mijn kennissen, wie stop ik in mijn netwerk (misschien heb ik er nog iets aan) en wie zijn ‘overig’? Opdelen, indelen en wegstoppen. Daar hebben echte vrienden niks mee te maken, die zijn er gewoon, altijd. Soms dichtbij, soms op afstand, maar altijd aanwezig. Ik weet nog niet wat ik er mee ga doen, met dat Google+. Eén ding heeft het me vanochtend echter wel al opgeleverd, namelijk zin mijn echte vrienden weer eens wat vaker te zien. En dat zijn er niet zo heel veel. Een klein kringetje is het, maar wel een echt kringetje. The Who schreef er eens een mooi nummer over, How Many Friends, te beluisteren en te lezen via onderstaande link.

Klik hier voor de video + lyrics »

Wacht terwijl u betaalt…

vrijdag 14 oktober, 2011

Even een eitje kwijt. Ken je dat, dat je niet anders kunt dan een bedrijf of instantie bellen via een 0900-nummer? Soms kosten deze tot 40 cent per minuut, in het geval van mijn woningbouwvereniging Wonen Breburg in Tilburg is dit 10 cent. Nu vind ik eigenlijk dat dit niet zou moeten mogen, zeker niet als het gaat om zoiets als een woningbouwvereniging of burgerlijke instantie. Maar goed, een mailtje typen kost ook tijd (en dus geld) en ik besloot hun maar eens te bellen met mijn vraag. Het eerste wat je dan te horen krijgt is een tergend langzaam ‘Welkom bij…’, gevolgd door een keuzemenu waarbij de gezochte keuze altijd steevast als laatste wordt genoemd. Dan ben je inmiddels al een halve minuut verder. En dan blijken er ook nog een aantal wachtenden voor u te zijn, en blijft u vooral even aan de lijn. Nu ben ik echt niet te beroerd om een paar dubbeltjes te betalen voor een telefoongesprek, maar dan wil ik wél dat er ook echt sprake is van een telefoongesprek. In dit geval betaal je al een paar euro en heb je nog niemand aan de lijn gehad. Ontoelaatbaar, vind ik persoonlijk, dus ik heb mijn democratische burgerschoenen maar eens aangetrokken en een mailtje gestuurd naar de politiek. Wedden dat ze me vragen hun terug te bellen?

Rokers onder mekaar

woensdag 13 juli, 2011

Laatst hoorde ik iemand vertellen over een georganiseerd reisje naar Turkije, en dat de rokers elkaar dan ‘spontaan’ opzochten om afgezonderd van de rest een sigaretje of shaggie te kunnen roken. Grappig om te merken dat roken nog steeds verbroedert, al is het dan niet meer om dezelfde redenen als vroeger. Toen was het ‘Vuurtje?’ en dan kreeg je een glimlach te zien op het gezicht van de ander en misschien zelfs een korte aanraking als elkaars handen zich om de lucifer of aansteker bogen. Als je nu een vuurtje vraagt aan iemand heb je grote kans dat het antwoord ‘Nee’ zal zijn, en zelf heb ik die vraag al jaren niet meer gehad. Maar rokers zoeken elkaar dus wel nog steeds op, alleen nu omdat het niet anders kan. Samen bij elkaar onder een afdakje buiten het kantoor of samen bij de rookpaal op het perron. Een beetje zielig is het wel, zeker als je het vergelijkt met de jaren van John Wayne en Humprey Bogart. Aan de andere kant, die twee helden zijn al lang geleden overleden, dankzij de tabak.

Vervelende insecten

dinsdag 12 juli, 2011

Warme zomerdagen met volop zon. Heerlijk! Het enige bijkomende probleem zijn de vele insecten die de zomer ook fijn vinden en massaal naar buiten komen om hun eigen ruimte op te gaan eisen. En dan heb ik het niet over de vliegjes en de bijtjes en de juffertjes. Ik bedoel dan een ander soort insecten, de ergste soort die er bestaat. Mannen met zonnebrillen in of op herriebakken, zoals gisteren. Een man op een quad reed zomaar door een doorgang bij een winkelcentrum, kriskras tussen de mensen door zwenkend en rakelings langs een hond die aan een paaltje vastgebonden zat, wachtend tot zijn baasje klaar was met boodschappen doen. Ik keek nog achterom of hij niet toevallig achtervolgd werd, door politie of een horde wespen. Maar er was niks te zien en hij deed het waarschijnlijk voor de lol. Voor zijn eigen lol, de rest kan hem waarschijnlijk niks schelen. Of juist wel en wil hij met zijn actie laten zien dat hij machtig is, machtiger dan anderen, en dat hij de wereld in zijn bezit neemt wanneer hij dat maar wil en hoe hij dat maar wil.

Ik heb een hekel aan dit soort insecten, en ze zitten echt overal, in iedere stad van het land. Ze zien niets anders dan zichzelf, denken dat ze in Los Angeles leven en Mickey Rourke heten en gevreesd en bewonderd worden door iedereen. Bij mij lokken ze alleen maar agressieve gevoelens op en dat vind ik niet fijn. Ik merk dan bij mezelf dat ook ik graag groot en sterk zou willen zijn, machtiger dan hun en in het bezit van een grote gewelddadige vliegenmepper waarmee ik ze in één klap morsdood zou kunnen slaan. Squashed, splattered, blood allover. Platter dan plat, zoals een platgereden konijntje dat met iedere voorbijrijdende auto dieper in de groeven van het asfalt verdwijnt. Maar zo’n vliegenmepper heb ik niet, en als ik er eentje had zou ik hem waarschijnlijk niet eens durven gebruiken. Het enige dat ik dan kan doen is doorlopen en fantaseren dat ik misschien eens ergens kan gaan wonen waar geen van dat soort insecten voorkomen. Of hopen dat er iemand eens een lokdoosje uitvindt voor deze rotinsecten. En dat lokdoosje zetten we dan ergens op een afgesloten stuk bedrijventerrein waar ze niemand tot last kunnen zijn en waar ze kunnen zoemen en steken wat ze maar willen en wie ze maar willen. Dit soort insecten een inburgeringscursus laten volgen is toch verloren moeite.

Veranderende omstandigheden

donderdag 30 juni, 2011

Sinds ik op mijn negentiende verjaardag voor het eerst een eigen inboedelverzekering en WA afsloot, ben ik al een keer of zes zeven veranderd van verzekeraar, zonder er ook maar iets voor te hebben hoeven doen. De ene keer betrof het een overname, dan weer een verandering van tussenpersoon, dan weer een ander naam. Vandaag kreeg ik van mijn huidige tussenpersoon (ook een woord om eens flink over uit te wijden) de zoveelste naamswijziging in een paar jaar tijd. ‘Om u beter van dienst te kunnen zijn’, of ‘sluit beter aan bij onze werkzaamheden’. Alsof het niet altijd om hetzelfde gaat. En misschien dat daarom die bedrijfsnamen zo vaak veranderen. Een trucje om dezelfde koffie te kunnen blijven verkopen in een ‘totaal vernieuwde samenstelling’. Men zegt dat we leven in een tijd waarin alles om ons heen voortdurend en in een steeds sneller tempo verandert. Maar is dat wel zo? We menen onszelf steeds maar weer te moeten aanpassen en veranderen omdat het op de een of andere manier niet goed voelt zoals de dingen zijn, zoals we zelf zijn. Maar wat we veranderen is alleen maar de buitenkant, in wezen verandert er maar heel weinig. Want wat maakt het uit of ik mijn brief straks niet meer in een brievenbus stop van de PTT, TPG of TNT maar in die van PostNL?

Non-discussies

dinsdag 22 maart, 2011

‘Joods zijn is een privilege’. Deze quote stond te lezen in de Telegraaf van een tijdje geleden en is afkomstig van Howard Jacobson, de winnaar van de Man Booker Prize. Is dat zo? Is het waar dat Joods zijn een privilege is? Is het waar dat ik of iemand anders daarover zou moeten gaan nadenken? Waarom zou ik daarover gaan nadenken? Er wordt zoveel gepraat tegenwoordig en zoveel van de onderwerpen die daarbij ter sprake komen doen absoluut niet ter zake, zijn in weze onbelangrijk. Non-discussies. Discussiëren over onderwerpen die alleen maar tot onderwerp gemaakt zijn doordat iemand een vraagteken toegevoegd heeft aan een woord, een zin, een gedachte. En wij zitten zo in elkaar dat we bij iedere vraag automatisch gaan nadenken. Is het zo? Is het waar? Of is het zo dat we bang zijn dingen te benoemen zoals ze zijn. Omdat we dan een keuze moeten maken tussen het een of het ander. Veel makkelijker is het om opnieuw een vraag te stellen, net zoals het veel makkelijker is een nieuwe commissie in het leven te roepen dan meteen actie te ondernemen. Misschien zijn we wel aan het eind van ons latijn?

Kamerschermen

zondag 30 januari, 2011

KamerschermenVanochtend keek ik naar buiten en zag een wereld voor me. Of was het een foto, een kamerscherm ter grootte van een paar honderd vierkante meter. Niets bewoog, helemaal niets. Ook geen vogel, geen wandelaar die zijn hond uitlaat, geen geluid. Even helemaal niets, volledig onbewogen, star. Hoe zou het zijn, vroeg ik me af, als de wereld zoals wij hem denken te kennen, opeens zou stilvallen? Nog erger. Hoe zou het zijn als die hele wereld daarbuiten nooit meer in beweging zou komen? Eén grote aaneengeklonken massa onaantastbaar stenen geheel. Nog erger. Metaal. Een soort immense koraal, waarbij alles met elkaar verbonden is en zelfs het allerkleinste takje niet meer in beweging te krijgen is. Ook niet met een hamer of een boor of een snijbrander. Een onwrikbare wereld van vormen en objecten. Hoe zou dat zijn?

Nou, dat zou niet zo fijn zijn. Nooit meer gras onder je voeten kunnen voelen. Altijd oppassen dat je je niet bezeert aan een blad van een boom. Nooit meer je hand strelend en prikkelend door een struik kunnen halen. En vooral het besef, dat de wereld daarbuiten niet meer voor jou is. Om te kunnen voelen en te kunnen ervaren. Alleen al het mezelf voorstellen van een wereld als deze stemt me triest. Eenzaam en afgesloten. Is dat de wereld zoals ik die zelf ervaar? Nee, zeker niet. Maar ik voel en zie wel hoe vanzelfsprekend, respectloos en veronachtzamend wij mensen vaak omgaan met de wereld waarin we leven. Misschien zijn wij zelf wel het onderdeel dat zo verstild, versteend, zo onwrikbaar geworden is. Geen gevoel en waardering meer voor de natuur, de dieren. Opgesloten in onze zelfgecreëerde mensenwereld van quizen en spaarrekeningen. Van de nieuwste smartphone en unieke aanbiedingen. We communiceren ons suf, binnen onze eigen glazen stolp. Wat daarbuiten is horen we, niet meer. We zien alleen nog maar plaatjes en vooronderstelde beelden van hoe wij willen dat de wereld eruit ziet. Zoals we er zelf, inmiddels, uitzien. Kamerschermen.

Communicatie is een vak

maandag 3 januari, 2011

Stel, je wilt iemand even iets vragen. Dan bel je aan of op en stelt je vraag. Tegenwoordig is dat niet meer zo makkelijk. Communicatie verloopt in veel gevallen bij voorkeur indirect. Dan is de bereikbaarheid minder goed en worden mensen minder vaak lastig gevallen met vragen. Ook de verantwoordelijkheid is dan ver(der) te zoeken. Als iemand het antwoord niet weet is er altijd wel iemand die daar ‘eigenlijk’ over gaat, nooit degene die je aan de telefoon hebt. Zo wilde ik graag iets weten over een zendmast die tussen Tilburg en Loon op Zand staat. Omdat die volgens mij binnen de gemeentegrenzen van Loon op Zand staat belde ik met die gemeente. Eerst een meisje aan de telefoon met de stem van een zestienjarige. Ze wist meteen waar ik het over had, alleen, wie gaat daarover? Drie doorverbindingen later kreeg ik hetzelfde meisje weer aan de telefoon die me mede mocht delen dat de gemeente helemaal niets te zeggen had over die zendmast en dat ik contact moest zoeken met de eigenaar, KPN. Ai, dat kon weleens lastig worden. KPN is gespecialiseerd in communicatie en doorverbindingen. De eerste doorverbinding vond plaats en na wat ruis en gekraak kwam ik in contact met een engelssprekende man met een Indisch accent. Als er niet een paar flatgebouwen in de weg zouden staan zou ik die zendmast bij wijze van spreken uit mijn raam kunnen zien. Logisch dat ik dan iemand uit India aan de lijn krijg. Logisch dat ik dan zeg ‘Excuse me, wrong number’ en ophang en het nog eens probeer. Ettelijke doorverbindingen later en ik krijg te horen dat de persoon die hierover gaat lunchpauze heeft. Later op de dag krijg ik deze persoon toch nog te pakken. Ik moest maar even mailen en dan zou hij intern even navraag doen. Dat lukte en ik kreeg netjes per mail antwoord. De zendmast is al een tijdje helemaal geen eigendom meer van KPN maar van een ander bedrijf. Het websiteadres hiervan heb ik inmiddels, ik durf alleen niet te kijken. Het bedrijf zou weleens bij mij om de hoek kunnen zitten.

Roeipieten, slaapsmurfen en praatabten

maandag 27 december, 2010

In een maatschappij heeft iedereen zijn rol. Ook de dakloze, de asielzoeker, en zelfs de dief en de moordenaar. De maatschappij is er in het groot en in het klein. Sinterklaas heeft zijn zwarte pieten. De fietspiet, de roeipiet en de helpsinterklaasophetpaardpiet. Bij de smurfen heb je de baksmurf, de tuinsmurf, de lachsmurf en de slaapsmurf. En gisteren zag ik op tv een eucharistieviering door abten van het trappistenklooster De Koningshoeven bij Tilburg met achter de microfoon een praatabt. Ik zag hem al eens aan het woord bij Pauw en Witteman. Hij neemt voor de abdij de gesprekken met de media en buitenstaanders voor zijn rekening. Die roeipieten, slaapsmurfen en praatabten zijn er altijd al geweest. Net als in de natuur is er een soort vanzelfsprekende rolverdeling voor alles en iedereen. Bij dieren gaat dat wat makkelijker dan bij mensen. Mensen zijn soms overgeleverd aan anderen om de rol te kunnen vervullen die ze graag willen of waar ze volgens hun eigen gevoel voor ‘gemaakt’ zijn. En eens een roeipiet betekent niet altijd een roeipiet. Als mens wil je op den duur weleens wat anders. Mensen kunnen tegenwoordig al wel eenvoudiger van baan veranderen, van beroep veranderen is nog steeds niet makkelijk. Zelf ben ik nadat ik een paar jaar psychologie had gestudeerd een tijdje verpleegpiet geweest. Daarna verkooppiet en computerpiet. Sinds kort mag ik mezelf dan kleine zelfstandige smurf noemen. Of dat zo zal blijven weet ik nog niet. Wie weet wat de Grote Peyo nog voor me in petto heeft.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen