Samenleving

Letterzetters

dinsdag 5 oktober, 2010

Letterzetter (spaarnestadphoto.nl)Altijd als ik mensen zie sms’en moet ik denken aan het oude beroep van letterzetter. Toen konden kranten pas gedrukt worden nadat een artikel van een journalist letter voor letter was ‘nagebouwd’ door een letterzetter. Nu hebben we computers met tekstverwerkers en drukkerijen die grote tekstbestanden razendsnel en volledig automatisch kunnen verwerken tot complete kranten. Toch vinden we het in deze tijd blijkbaar normaal als we nog letter voor letter berichtjes aan elkaar gaan versturen en hier zelfs een dagelijkse bezigheid van maken. Wat is het plezier hiervan eigenlijk? Je mag toch wel stellen dat sms’en een ontzettend knullige manier is om met elkaar te communiceren. Dat geldt ook voor twitteren. Mensen kunnen elkaar – als direct contact niet mogelijk is – hele verhalen sturen per mail of urenlange gesprekken voeren per telefoon, en dan geeft men toch nog de voorkeur aan korte tekstberichtjes van maximaal 140 tekens. Misschien is het wel lekker veilig op deze manier. Er is nooit sprake van onmiddelijke respons, de emotionele impact is minder door afwezigheid van (stem)geluid, het contact is van erg korte duur en wat jij of de ander eigenlijk zou willen of moeten zeggen kan niet want dan zijn de tekens op.

Waar sms’en me ook vaak aan doet denken is briefjes uitwisselen in de klas. Een woordje of kort zinnetje opschrijven en dit dan stiekem doorgeven aan iemand anders. Als ik iemand een sms’je zie krijgen en deze persoon leest het berichtje en er verschijnt een glimlach op zijn of haar gezicht, dan lijkt dat toch wel erg veel op die briefjes van vroeger. Als toeschouwer wist je nooit wat erin stond en je voelde je daarom een beetje buitengesloten. En er was natuurlijk ook jaloezie omdat die ander wel een briefje kreeg en jij niet. Vinden mensen het daarom zo belangrijk als ze kunnen zeggen dat ze een paar honderd ‘followers’ hebben op twitter? Lijdt iedereen inmiddels aan nomofobie? Hoe dan ook, sms’en of twitteren, ik vind het een behoorlijk kleuterige manier van communiceren voor deze tijd.

Huisje boompje beestje

donderdag 29 juli, 2010

‘Het CDA maakt zich al sinds jaar en dag hard voor gezinnen in de stad, het klassieke huisje-boompje-beestje’ zegt de tekst op de website van deze politieke partij. Maar het valt me nu pas op dat er in dat rijtje huisje boompje beestje nooit gesproken wordt over kinderen. Het ‘ideaal’ van de doorsnee burger, het knusse gezin met kindertjes, is geen ideaal. De hoeksteen van de samenleving bestaat vooral uit dat huisje, en een boompje waar je appels van kunt plukken of beschutting kunt vinden tegen de felle zon. En een hond en een paar poezen waar je lekker mee op de bank kunt kroelen. Maar kinderen? Natuurlijk ga ik als kinderloos alleenstaand gezin niks zeggen over het onnoemelijke geluk van mensen die wel kinderen hebben, maar het spreekwoord zegt dat ze niet noodzakelijk zijn om gelukkig te kunnen zijn. Huisje boompje beestje. Niks geen kids.

Gratis hapje vlees

maandag 17 mei, 2010

Barbecuevlees‘Wilt u een stukje vlees meneer?’. Het is duidelijk dat ze me nog nooit ontmoet heeft, dit alleraardigste roodharige (maar niet van eigen) meisje met schort. Die afgelopen zaterdag in de binnenstad met rode wangetjes voorbijgangers trakteerde op een gratis stukje bijna aangebrand vlees met veel knook. Ergens op deze website zwerft nog een foto van de etalage van de vleeshandelaar waar dit meisje werkt en waar ik altijd onpasselijk wordt van de zware en vettige lucht die er uit de winkel komt. Ik bedankte dus voor haar aanbod maar voegde er meteen aan toe dat ik wel even een foto van haar wilde maken. ‘Oh wat leuk!’ zei ze, en vroeg zich helemaal niet af waarom ik een foto van haar wilde maken. Mijn weerzin tegen dat vieze vlees, gecombineerd met dat onschuldige en een en al vriendelijkheid uitstralende jonge gezicht van dat meisje. Weet zij ook veel. Ze werkt gewoon bij een slager, meer niet.

Harry Brown

woensdag 5 mei, 2010

De KersenplukVorige week zag ik pas voor het eerst de Nederlandse film De Kersenpluk. Een film uit 1997 die destijds helemaal aan me voorbijgegaan is. Omdat ik zelf vroeger ook kersen heb geplukt bij een tante verwachtte ik op z’n minst wat sfeerbeelden van opwaaiende zomerjurken, zoemende bijtjes en veel, heel veel gras. Die beelden zaten er ook in, en de film verliep verder net zo lekker traag als zomerse dagen lang zijn. Heel wat anders dan de harde en eenzame werkelijkheid zoals die te zien is in de film Harry Brown. Kille flatgebouwen vol graffiti en gewelddadige groepen jongeren die alles en iedereen terroriseren, just for fun.

Harry BrownIn De Kersenpluk zag ik voor mij nog onbekende acteurs en actrices aan het werk en dat vind ik zelf vaak erg prettig. Het draagt in mijn belevingswereld bij aan een gevoel van echtheid van een film en van de personages. Eigenlijk zou elke film op die manier gemaakt moeten zijn, dacht ik even. Eén rol voor één acteur en daarna nooit meer. Maar als ik dan Michael Cain weer zie acteren in Harry Brown ben ik maar wat blij dat die man nog zo productief is op zijn leeftijd (77). Zeer de moeite waard dus, deze film. En niet alleen maar vanwege Michael Cain. Ook de andere rollen worden vaak akelig realistisch vertolkt. En als je dan ziet en voelt hoe (schijnbaar) onveranderbaar de geweldplegers zijn, stel je jezelf misschien toch heel even de vraag of de kogel niet het enige middel is om dit soort mensen en het geweld te stoppen. Harry Brown dacht even van wel.

TOM: Trots op Mijzelf

dinsdag 4 mei, 2010

TOM: Trots op MijzelfTrots op Nederland, Trots op Tilburg. Ik moet er niks van hebben. De rillingen lopen over mijn rug als ik iemand hoor praten over ‘wij Nederlanders’, ‘het Brabantse volk’ of ‘onze jongens’. Ben ik er dan niet trots op Nederlander te zijn? Wat een rare vraag is dit toch. Als ik nee zou antwoorden zou men gaan denken dat ik een hekel heb aan ‘mijn eigen volk’. Maar ik zou er ook geen ja op kunnen antwoorden want wat is in vredesnaam ‘n Nederlander? Ik kan zelfs niet eens trots zijn op mijn beste vriend of vriendin. Wat hij of zij doet of bereikt heeft is van hem/haar. Op zijn hoogst kan ik er veel waardering voor voelen en blij zijn dat ik deze persoon tot mijn vrienden mag rekenen. Maar trots? Dat riekt net iets te veel naar eigenbelang. Mijn vriend, mijn kind, mijn volk. Het enige dat ik met goed fatsoen kan zijn is trots op mijzelf, en daarom heb ik een nieuwe partij opgericht: TOM. Nee, je kunt er geen lid van worden en ook niet op stemmen. Niemand niet. Deze partij is helemaal van mijzelf. Richten jullie maar je eigen partij op, je eigen TOM. Maar ja, als iedereen dat gaat doen is ook raar. Dan zijn we allemaal samen TOM. STOM.

Samenleven

woensdag 14 april, 2010

Rat kat hondJust to make a point is de titel van een filmpje op YouTube van een man die met zijn hond, kat en rat mensen ervan bewust probeert te maken dat vreedzaam samenleven met elkaar en de dieren wel degelijk mogelijk is. Voorbijgangers zijn wild enthousiast en het is natuurlijk ook een mooi plaatje. Maar niet zo bijzonder dat het nog niet eerder vertoond is. Tijdens tv-programma’s met homevideo’s zijn wel vaker beelden te zien van een kat op de rug van een paard, een hond en een kanarie of een kat die met een muis speelt. En hem in leven laat.

Veel bijzonderder is de documentaire Bear Man of Kamchatka die ik laatst op een duitse tv-zender zag. Een Canadees die leeft temidden van grizzlyberen en daar jonge beren zonder moeder ‘opvoedt’ zodat ze weer zelfstandig kunnen overleven. Daarnaast wil hij de plaatselijke bevolking laten zien dat ze geen angst hoeven te hebben voor deze dieren en dat met wat meer begrip een vreedzame coëxistentie heel goed mogelijk is. Just to make a big point.

Klik hier voor het filmpje van de hond, kat en rat »

En nu samen!

dinsdag 2 maart, 2010

Verkiezingsbord TilburgEen verkiezingsbord in Tilburg is helemaal met zwarte verf overschilderd en voorzien van de tekst ‘En nu samen!’. Ik vind het wel een aardig initiatief. Afgelopen zondag was ik even in de binnenstad voor het plaatselijke verkiezingsdebat in popcentrum 013. As ik dan al die mensen zo samen zie, allemaal met hun eigen ideeën maar wel met hetzelfde doel, geeft me dat altijd een gevoel van saamhorigheid. Dat heb ik ook als ik morgen naar de stembus ga. De mensen aan de tafel waar je je stembiljet moet inleveren en iedereen die me passeert en zijn stem al heeft uitgebracht, ik begroet ze allemaal net wat vriendelijker dan ik anders misschien zou doen. Op die dag heeft iedereen precies één stem te verdelen. De bankdirecteur en de stratenveger, op de dag van de verkiezingen zijn we allemaal even gelijk.

Politiek kan erg vervelend zijn en echt iets om slechte zin van te krijgen of een hartinfarct, maar kijk naar al die mensen samen in zo’n grote zaal en je zou ook iets kunnen voelen dat haast lijkt op een gevoel van vertedering. Al die mensjes met hun uigesproken meningen, ze zitten daar toch allemaal omdat ze weten dat ze het toch samen zullen moeten doen. In eigen stad of eigen dorp, in het eigen land en op onze eigen aarde.

De deugden van de nieuwe tijd

woensdag 17 februari, 2010

Geïnspireerd door M. die volgens haar werkgever niet voldoende vreugde zou uitstralen, begon ik wat na te denken over deugden en hoe deze in de loop van de tijd veranderd zijn. Barmhartigheid, compassie, wijsheid, rechtvaardigheid, gematigdheid, moed, eerlijkheid. Geen begrippen meer die je zult tegenkomen in een vacature. Tegenwoordig worden andere eigenschappen verwacht, zelfs als voorwaarde gesteld. Je bent bij voorkeur zeer enthousiast, geduldig, zelfstandig, creatief, alert, gedisciplineerd, energiek, stressbestendig, vol doorzettingsvermogen, flexibel, dynamisch, gepassioneerd en een rasechte teamplayer. En vergeet al die deugden vooral niet wanneer je in je pauze een boterham zit te eten! Je zou er weleens op aangesproken kunnen worden dat je niet in het team past.

AristotelesIk heb even wat rondgeneusd op internet en kwam zo op de website van Trouw terecht bij een artikel van Peter Henk Steenhuis over Paul van Tongeren, hoogleraar ethiek: De deugd ziet er goed uit, altijd. Hierin wordt onder andere opgemerkt dat Aristoteles vond dat de deugd intrinsiek, in zichzelf goed moet zijn. ‘Zoals een kunstwerk niet goed of mooi is omdat het ergens toe dient, zo heeft ook de deugd een eigen kwaliteit. Maar flexibiliteit, is dat in zichzelf iets goeds? Ik twijfel. Je kunt zeggen dat flexibiliteit ervoor zorgt dat we mee kunnen buigen met de omstandigheden, waardoor we niet snel breken. Maar flexibiliteit is zo’n door en door vereconomiseerde term dat hij een eufemisme geworden lijkt voor de totale onderwerping van de werknemer aan de wetten van de managers. Flexibiliteit is dan niet in zichzelf goed, maar is maximale bruikbaarheid in veranderende economische omstandigheden. Wie flexibel is, is beter inzetbaar. Dat kan best, maar daarmee is flexibiliteit nog geen deugd.’

Zou het helpen als je bij een volgende confrontatie met je werkgever zou vragen of hij weleens iets van Aristoteles heeft gelezen? Ik weet het niet, het is maar een Idee.

Hetzelfde, maar dan anders

donderdag 4 februari, 2010

Toch opvallend dat in een tijd dat mensen steeds individualistischer worden en dat vooral ook van zichzelf vinden en daar heel erg trots op zijn, het geheel van ‘social networking’ steeds groter en diverser wordt. Hyves, Facebook, LinkedIn, Twitter etc. Iedereen wil erbij horen, gevonden worden, connected zijn met de rest. Het zoontje van vriend H. verwoordde het ook ongeveer zo nadat hij zich was gaan oriënteren op een vervolgopleiding. De leerlingen op die school onderscheidden zich door anders te willen zijn en er anders uit te willen zien dan alle anderen en dat is een voorwaarde als je erbij wilt horen en dat is cool. En ze hadden er trouwens ook echt vette computers, heel wat anders dan die trage zooi thuis. Dat waren de twee dingen die hem het meest waren opgevallen toen ik vroeg of het hem een leuke en interessante school leek. Eigenlijk is er wat dat betreft dus niet zo heel erg veel veranderd. En met mij ook niet. Ik wil er nog steeds graag bijhoren, maar het lukt me maar niet.

Bugfree

zondag 17 januari, 2010

BONN/MÜNCHEN – Computergebruikers moeten niet meer met Internet Explorer het internet opgaan voordat Microsoft een nieuw ontdekt kritiek lek in de beveiliging heeft gesloten. Dit hebben de Duitse autoriteiten vrijdag aanbevolen. (bron: Volkskrant)

Voor mij zou het wel handig zijn als iedereen zou stoppen met het gebruik van deze browser. Hoef ik niet meer zoveel te corrigeren als ik weer eens een website aan het maken ben en tegen weergavefouten van Internet Explorer aanloop. Aan de andere kant, software is ook maar mensenwerk en dus nooit honderd procent perfect en veilig. Een huis is misschien aan de buitenkant wel 100% tochtvrij te maken, je zult toch af en toe naar buiten willen. En altijd en overal ‘gaan er wel eens din­gen fout waar niemand iets aan kan doen, maar dat accepteren we niet meer’. Dat laatste was het onderwerp van een krantenartikel over het zeurgedrag van de Nederlander, met name wanneer de omstandigheden opeens verslechteren zoals onlangs door het ‘extreme’ winterweer. Wat zijn we als Nederlander in een paar honderd jaar dan toch flink afgedreven van die kade waar ooit houten schepen aangemeerd lagen om levensgevaarlijke tochten te gaan ondernemen naar de andere kant van de wereld. Toen was je voorbereid op een paar natte voeten, nu klaagt men meteen steen en been en doet een brief op de post met een schadeclaim voor de verzekeraar. Alles moet ingedekt zijn, alles voorspelbaar. Er mag niks onverwachts gebeuren en niets dat je humeur of leefomstandigheden negatief beïnvloedt. We willen kortom een leven dat volledig ‘bugfree’ is.

Volgens Wikipedia is een bug’ een fout in een computerprogramma of een website, waardoor het zijn functie niet (geheel) volgens specificaties vervult. Praktisch alle programma’s van enige omvang bevatten bugs, maar de meeste worden niet als storend ervaren of treden alleen onder zeldzame omstandigheden op.’ Het leven zelf is een ‘programma’ van ongekende omvang en complexiteit en daar horen evenzovele en soms vervelende bugs bij. Zelfs al denk je dat het leven perfect is wanneer je lekker in het gras zit, een lekker windje en de warmte van de zon in je gezicht, zal er altijd wel een mier of een vliegje zijn die je even komt pesten. De oplossing natuurlijk is om dit soort dingen gewoon te accepteren, ze te laten zijn wat ze zijn en zonder er al te zwaar over te oordelen. Dat is niet altijd even makkelijk en is iets dat je echt moet leren. Daar weet ik zelf alles van, want op zijn tijd kan ik nog ontzettend zeuren, met name over mensen die de hele tijd maar zitten te zeuren. Totdat ik in de spiegel kijk en de zeurpiet aankijk die ik op dat moment even ben. Dan veeg ik de spreekwoordelijke mier van mijn broek en terug in het gras, sta op en loop door naar een plekje met hopelijk minder mieren en met iets minder bugs in mijn eigen hoofd, maar bugfree zal die nooit worden.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen