Alles lijkt altijd weer opgelost te kunnen worden met geld. Zo denkt vakcentrale FNV onterecht dat het tekort aan personeel in de zorg (of onderwijs etc.) m.n. teruggedrongen kan worden door de lonen van verpleegkundigen en verzorgers te verhogen zodat het beroep aantrekkelijker wordt, hoewel er ook wel geld uitgetrokken wordt om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Maar toch, de voornaamste lokker om meer mensen werkzaam te krijgen in de zorg is méér geld.
Tot vijftien jaar geleden werkte ik zelf in de zorg als psychiatrisch verpleegkundige. En opeens waren daar toen de eerste acties. Spandoeken verschenen tegen de gevels van de gebouwen en mensen gingen in bussen naar Den Haag. Het doel was meer loon, en uiteindelijk kreeg iedereen dat ook. Maar werd het werken daardoor plezieriger? Zowel daarvoor als daarna zag mijn dag er namelijk hetzelfde uit: ‘s morgens van half acht tot half twaalf mensen uit bed halen, wassen, medicatie, aankleden en naar de huiskamer brengen. Als je geluk had kon je vervolgens een kwartiertje een sigaret roken, want daarna moesten de mensen weer ‘opgepakt’ worden voor een toiletrondje om op tijd aan tafel te zitten voor het middageten. Daarna verliep voor menige bewoner dit patroon in omgekeerde volgorde totdat het tijd was voor de overdracht.
Ik heb destijds en ook later nooit de drang begrepen van hele beroepsgroepen die steeds maar verlangen naar meer geld, alsof daarmee een ‘onaangename’ manier van werken of leven draaglijker wordt. Alsof elke maand 100 euro extra op je rekening op zou kunnen wegen tegen het dagelijkse gevoel achter de feiten aan te hollen om uiteindelijk te vergeten waarom je aanvankelijk ook alweer gekozen had voor dat vak.
Werken moet in eerste instantie leuk zijn. Tenminste dat meen ik me te kunnen herinneren…