Taal

De en het

donderdag 3 november, 2011

Vanavond bij EenVandaag was er even aandacht voor het feit dat het woordje ‘het’ langzaam aan het verdwijnen is uit ons taalgebruik en vervangen wordt door ‘de’. Geen ‘het kapsel van het meisje’, maar ‘de kapsel van de meisje’. Je moet er toch niet aan denken, maar volgens onderzoekers is het een kwestie van tijd. Na mijn tijd dan wel alsjeblieft. Als je hoort hoe zo’n zinnetje dan zou klinken lijkt het wel alsof straks iedereen in Nederland ofwel de lagere school niet heeft afgemaakt, ofwel Duits toerist of Zuid-Afrikaan is. Of familie van Martin Simek. Wat ik me ook afvraag is of dit verdwijnen van het woordje ‘het’ ook geldt voor ‘het’ in de zin van ‘het is warm vandaag’. Als dat zo is zingen we straks samen aan tafel ‘De regent, de regent, grote korrels Venz’.

Oorlogstijd

maandag 5 september, 2011

Marinet Haitsma schreef net een stukje op haar weblog over een korte voordracht die ze gaf tijdens een bijeenkomst in Katendrecht. En waar niemand naar luisterde. Woorden hebben stilte nodig om gehoord te woorden. Tenzij woorden die bedoeld zijn om geschreeuwd te kunnen worden en waarbij oplettend luisteren niet nodig is. Het stukje van Marinet klonk net als een drukke bijeenkomst waarbij opeens iemand roept ‘Stil allemaal! Luister!’ waarna iedereen zweeg om te horen wat de stem op de radio te melden had. In oorlogstijd ging dat soms zo, in films gaat dat soms zo. Misschien zitten we nu wel in een soort oorlogstijd, met onszelf? Ja, ik weet het, dat klinkt veel te zwaar en is het ook. Maar als ik mezelf door de drukte van alledag heenwurm met op de achtergrond altijd een onderstroom van geluiden die doen denken aan het hoofdkwartier van een groot leger of een drukke dag op de beurs, dan vraag ik me soms af of het niet toch zo is. Geen tanks en jeeps maar vrachtwagens en stadsbussen. Geen woorden die ons bevelen de wapens ter hand te nemen, maar wel woorden die ons dwingend aan-bevelen dit of dat te kopen of te doen. ‘Alles van waarde is weerloos’. Deze uitspraak van Lucebert is nog steeds een van de mooiste die ik ken en gaat ook op voor woorden. Woorden van waarde laten zich niet opdringen, ze kunnen alleen maar ontvangen worden, voor wie daar voor openstaat. Het liefst in stilte.

Ironie, cynisme en sarcasme

zondag 28 augustus, 2011

Soms zegt men iets op een bepaalde manier, een manier die humoristisch bedoeld is en waarbij de inhoud niet altijd serieus of op zijn minst niet letterlijk en/of voor waar moet worden aangenomen, maar waarmee men alleen maar iets duidelijk wil maken aan de ander op een manier die niet overduidelijk is. Omdat het soms beter werkt iets achterwege te laten om het juist beter naar voren te laten komen. Omdat open deuren toch altijd bij de minste tocht dichtslaan. Enzovoorts. Voor deze manier van communiceren zijn er woorden beschikbaar als ironie, cynisme en sarcasme. Ik vind het niet altijd makkelijk deze vormen uit elkaar te houden. Via de mail kreeg ik al een eerste uitleg van iemand over deze woorden, en op de website van de Nederlandse Taalunie worden de verschillen nog duidelijker uiteengezet. Hoewel. ‘Ironie kan in volstrekt normale zinnen naar voren komen door de manier of het moment waarop ze geuit worden.’ Dat maakt het toch lastig. Voor iemand die ‘op dat moment’ niet tussen de regels door kan lezen omdat de context niet helemaal duidelijk is of gewoon omdat men ‘op dat moment’op een andere golflengte zit, kan de onderliggende boodschap niet overkomen zoals hij bedoeld is. ‘Niet voor niets is meer dan eens (onder andere door W.F. Hermans) gevraagd om een ironieteken voor/na een zin, omdat de ironie niet in de uitdrukking zelf zit…’ Ook in dit verzoek zit natuurlijk een vorm van ironie. Het instellen van zo’n ironieteken zou het onmogelijk maken nog iets met ironie te kunnen zeggen. Mocht ik daarom hier of daar iets met ironie hebben geschreven, wat zelden voorkomt, dan kan ik dat helaas niet duidelijker maken dan het hopelijk uit zichzelf al is. Mijn welgemene excuses hiervoor.

Tante Betje is op bezoek…

woensdag 24 augustus, 2011

Met mijn moeder aan de telefoon krijg ik altijd woorden te horen die ik meteen opschrijf om later eens op te gaan zoeken. Dit keer kwamen we, vraag me niet hoe, opeens te spreken over menstruatie. Dat had niks met mijn moeder te maken, maar met een voorval van vroeger. En toen kwam tante Betje op bezoek. Eerst dacht ik dat mijn moeder tante Beth bedoelde, een zus van mijn vader, maar ik wist nog niet dat dit zinnetje betekent dat een vrouw haar maandelijkse periode heeft. Een eufemisme dus, ‘om het maar niet bij de naam te hoeven noemen’. Ik heb gezocht op internet naar de herkomst van Betje in relatie tot menstruatie, maar heb dit niet zo snel kunnen vinden. Het moet wel een vrouw zijn geweest met een extreme vorm van menstruatie, anders weet ik het ook niet. Ik heb wel eens een film gezien met een vrouw die enorm heftige orgasmes kon hebben met hele stromen water als gevolg (Warm Water under a Red Bridge), maar die vrouw heette geen Betje. Ik ben trouwens wel een hele hoop andere eufemismen tegengekomen die nu soms nog gebruikt worden: aan de flatsch, aan de rooie zijn, aan de rode kledder zijn, bloedgrot, bloedserieus kutprobleem, brol, Dracula’s theezakje, feestweek, de ferrari staat voor de deur, de Japanse vlag hangt uit, opoe is op bezoek, de Russen zijn in het land, tante Rosette/Betje is op bezoek, lid van het rode kruis (Seksuele volkstaal en eufemismen). Als dit eufemismen moeten voorstellen zodat het woord menstruatie maar niet bij de naam hoeft te worden genoemd, dan vind ik de eufemismes nog erger dan de ‘kwaal’.

Tante Betje is trouwens ook nog de benaming voor een bepaald soort stijlfout binnen de Nederlandse taal. Deze Betje kende ik ook nog niet, hoewel ik die op mijn weblog misschien al meer dan eens op bezoek heb gehad.

Sikkepit

zondag 26 juni, 2011

GeitOoit geweten dat een sikkepit de keutel is van een geit? De pit (keutel) van het dier met de sik. Wist ik ook niet en heb ik moeten opzoeken op internet. ‘Ergens geen sikkepit van begrijpen’ betekent zoveel als ergens geen snars van begrijpen, of geen biet of geen zier. Wat snars, zier en biet nu weer betekenen weet ik ook niet en zoek ik een andere keer wel weer op. Niet te veel kennis in een keer opdoen.

Slechte leerling

zaterdag 30 april, 2011

Uit een examenoefenboekIk had een afspraak met iemand op een school en moest even wachten. Dan maar even rondkijken wat er zoals veranderd is op een middelbare school sinds ‘mijn tijd’. Bijvoorbeeld zo’n mooi digitaal bord dat niet meer van tevoren met krijt volgeschreven hoeft te worden door een docent maar met één druk op de knop hele lappen tekst tevoorschijn kan toveren. Wat ook wel jammer is, want als leerling zie je toch vooral je leraar hard werken. Aan de andere kant, met eenzelfde druk op de knop kan die tekst ook uitgeprint worden of doorgeseind. Doorgemaild misschien ook wel. De stoeltjes en tafeltjes waren ook anders, maar nog steeds van ijzer en kunststof. Nog niet digitaal. Tegen een van de muren stond een grote kast met open vakken, helemaal volgestouwd met oefenmateriaal voor examens. Nieuwsgierig wat voor vragen leerlingen tegenwoordig voorgeschoteld krijgen pakte ik een van de boeken en sloeg het op een willekeurige pagina open. Toeval oh toeval was dat een pagina met een vraag over de functie van een foto bij een stuk tekst. Ah! Eindelijk een vraag die ik zo kon beantwoorden.

Wat voegt een foto toe aan een tekstMogelijk antwoord nummer 1: De afbeelding dient om de aandacht te trekken. Ja, dat is zo. Soms is de begeleidende tekst zelfs van inferieur belang, denk maar aan een tijdschrift met een aantrekkelijke voorkant, dat misschien alleen al goed verkoopt vanwege dat zielig kijkende hondje op de cover. Antwoord nummer 2: De afbeelding is nodig om de tekst te kunnen begrijpen. Nee, dat klopt niet. Als een foto de tekst moet gaan zitten verklaren dan is de tekst gewoon slecht en moet die herschreven worden. Optie 3: de afbeelding voegt inhoudelijk iets nieuws toe aan de tekst. Ja, dat klopt ook. Tenminste als het een goede foto is, anders kan die net zo goed achterwege gelaten worden. Antwoord 1 en 3 zijn dus juist. Maar die combinatie staat er verdorie niet bij! Heb ik het dan fout? Of klopt het wat ik in een vorig stukje schreef, dat ik me maar beter niet moet leiden door feitelijkheden. Hoe dan ook, ik ben een slechte leerling.

De X van Xanthippe

maandag 11 april, 2011

Socrates en XanthippeTaxi. Dat is de T van Tom, de A van André, de X van Xanthippe en de I van Ileothoracopagus. Bij Tom en André kan iedereen zich wel wat voorstellen, maar wie of wat was Xanthippe in vredesnaam? Er zullen genoeg mensen zijn die meteen het antwoord op die vraag weten, maar ik niet. Al jaren hoor ik mezelf door de telefoon namen of woorden spellen, en wanneer daar een X in voorkomt zal ik dit altijd netjes doen zoals me vroeger geleerd is: De X van Xanthippe. Ik vond het nu weleens tijd om de herkomst van Xanthippe op te zoeken en dan blijkt Xanthippe de naam te zijn van de tweede vrouw van Socrates. De naam betekent feitelijk ‘Blonde Merrie’, hoewel deze vriendelijke betekenis niet te rijmen valt met wat voor vrouw zij volgens de overlevering was: ‘een lastige en humeurige vrouw die steeds maar zeurde en Socrates het leven onmogelijk maakte’. Of dit waar is of niet, de naam Xanthippe wordt ook nu nog in woordenboeken in verband gebracht met deze eigenschappen, getuige de volgende synoniemen: feeks, furie, haaibaai, harpij, heks, helleveeg, tang. Dat weten we dan ook weer. En mochten er mensen zijn die nog steeds niet weten wat Ileothoracopagus is: ‘Een dubbelmonster, bestaande uit tweelingen die met de rompen aan elkaar zijn gegroeid’. Dat wist ik uiteraard ook niet en heb ik opgezocht in mijn Zakwoordenboek der Geneeskunde omdat ik een zo moeilijk mogelijk woord zocht met een I. ;)

Bij herhaling

donderdag 7 april, 2011

Laurel & Hardy: volmaakte herhalingMarinet Haitsma schreef op haar blog een erg leuk en herkenbaar stuk over herhaling. Mensen die steeds maar weer dezelfde grap maken. Beter dan haar kan ik niet uitleggen hoezeer dit vaak te maken heeft met onderlinge verhoudingen en posities tussen mensen. Zal ik hier dan ook niet gaan doen. Ik moest alleen meteen denken aan een ontmoeting met een klant, gistermiddag. Toen ik zei dat er beslist ook een foto op de nieuwe website moest komen van de werkplaats terwijl hij aan het werk was, kreeg ik als antwoord ‘Dat zal moeilijk worden’. Het waarom hiervan kreeg ik meteen te horen van de vrouw die naast hem aan tafel zat. Er wordt namelijk nooit gewerkt bij hun. Een grapje uiteraard. Op dezelfde manier heb ik mijn ouders ook steeds maar weer dezelfde grappen horen maken. Zij schoten dan gezellig samen in de lach, en ik zuchtte maar weer eens flink en keek een andere kant op. Het ergste was als ze zo’n opmerking plaatsten als er andere mensen in de buurt waren. Een gevoel van schaamte kwam dan over me, waarbij ik de anderen het liefst had willen uitleggen dat het een heel erg bekende grap was voor mij en dat dat verklaarde waarom ik mijn kaken van ergernis stijf op elkaar geklemd hield. ‘Hier hoor ik niet bij’ zei ik dan weleens om mij toch nog een houding te geven, maar dat was eigenlijk al net zo afgezaagd als de grap die eraan voorafging.

Ik zit zelf ook vol herhalingen. Misschien dat ik er daarom vaak zo’n hekel aan heb bij anderen. Steeds maar weer hetzelfde staat voor mij gelijk met domheid en starheid. Alleen maar herhaling en je kunt net zo goed dood zijn. Dat zegt niet veel goeds over mijzelf. Ik weet ook dat je op sommige punten alleen maar kunt bestaan bij herhaling. Anders zou je jezelf iedere dag opnieuw moeten uitvinden, en dat is ondoenlijk en ook onnodig. En een kunstenaar herhaalt zich net zozeer als de plantsoenwerker die voor ieder meisje dat langsfietst dezelfde opmerking in petto heeft. Het enige verschil is dat kunstenaars (maar zeker niet allemaal) moeite doen variatie aan te brengen in hun werk. Al zijn het dan vaak variaties op een (over)bekend thema. Als mens zijn we nu eenmaal zelf onderdeel van herhaling. De een na de ander wordt geboren en sterft. Allemaal hetzelfde en alleen op enkele punten iets van elkaar verschillend. Misschien is herhaling met hier en daar wat variatie de beste manier om een gelukkig leven te kunnen leiden, al lijkt me dat stomvervelend. En begerenswaardig. Wat dat betreft begrijp ik mezelf nog steeds erg slecht. Maar dat heb ik geloof ik al vaker gezegd.

Non-discussies

dinsdag 22 maart, 2011

‘Joods zijn is een privilege’. Deze quote stond te lezen in de Telegraaf van een tijdje geleden en is afkomstig van Howard Jacobson, de winnaar van de Man Booker Prize. Is dat zo? Is het waar dat Joods zijn een privilege is? Is het waar dat ik of iemand anders daarover zou moeten gaan nadenken? Waarom zou ik daarover gaan nadenken? Er wordt zoveel gepraat tegenwoordig en zoveel van de onderwerpen die daarbij ter sprake komen doen absoluut niet ter zake, zijn in weze onbelangrijk. Non-discussies. Discussiëren over onderwerpen die alleen maar tot onderwerp gemaakt zijn doordat iemand een vraagteken toegevoegd heeft aan een woord, een zin, een gedachte. En wij zitten zo in elkaar dat we bij iedere vraag automatisch gaan nadenken. Is het zo? Is het waar? Of is het zo dat we bang zijn dingen te benoemen zoals ze zijn. Omdat we dan een keuze moeten maken tussen het een of het ander. Veel makkelijker is het om opnieuw een vraag te stellen, net zoals het veel makkelijker is een nieuwe commissie in het leven te roepen dan meteen actie te ondernemen. Misschien zijn we wel aan het eind van ons latijn?

Pupsje en katsjels

zondag 6 februari, 2011

Ze moeten raar klinken, deze woorden. En toch zijn het woorden, want ze hebben een betekenis in het alledaagse leven. Als je geboren bent in Limburg. Een pupsj zit in je oog. Hier in Brabant noemen ze het ‘soep in je ogen’. Soep? Dat harde propje gestolde oogvocht in een hoek van je oog dat je er met een vinger uit kunt rollen? Dat is geen vloeibaar goedje waaraan je de naam soep kunt meegeven, dat is pupsj! Pupsj is afgeleid van pupsje en pupsje zijn ogen. Als je heel erg moe bent heb je hele kleine pupsje. Een enkele pupsj is dat kleine ding dat je uit je oog kunt wrijven als je je gezicht niet goed gewassen hebt. ‘Je hebt nog pupsje in je ogen’ betekent dan ook zoveel als dat je eruit ziet of je nog niet lang wakker bent. Een ander klein, en vaak hard, ding is een katsjel. Als je friet bent gaan halen bij een slechte frituur, is de kans groot dat je na een aantal redelijk gevormde frietjes blijft zitten met een bord vol met kleine harde overgefrituurde frietjes, genaamd katsjels. Goed om je tanden op kapot te bijten maar niet om nog eens lekker door de mayonaise te halen.

Het zijn maar kleine dingen, die pupsje en katsjels, maar heel soms kan ik ze missen. Ik woon nu al zo’n 28 jaar in Brabant en heb het hier goed naar mijn zin. Het is een mooie provincie met afwisselende natuur en met vanalles en nog wat type mensen. Het enige dat er ontbreekt is dat ze zo weinig Limburgse woorden kennen. En het enige dat ik daaraan kan doen is ze af en toe wat woorden proberen te leren. Bij deze.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen