Scheiding
Iedereen krijgt vroeger of later te maken met een scheiding in zijn leven. Een scheiding na een huwelijk omdat men niet meer van elkaar houdt of omdat samenleven op de een of andere manier simpelweg niet meer wil lukken. Andere scheidingen zijn die tussen kind en ouders. Als het kind op kamers gaat wonen of na de middelbare school een studie wil gaan volgen in het buitenland. Scheidingen zijn er ook op andere vlakken, zoals door wisseling van baan of woonplaats. De ultieme scheiding is natuurlijk die van de dood. De gelukkigen onder ons krijgen er pas erg laat in hun leven mee te maken, als een partner of goede vriend na jaren van innig samenzijn sterft. Zelf werd ik al erg vroeg in mijn leven geconfronteerd met een scheiding. Ik weet niet meer wiens idee het was, dat van mijn moeder of van mij, maar toen ik een jaar of tien twaalf was moest er opeens een scheiding in mijn haar komen. Bij mij zat die links, voor de kijker rechts. Daarvoor en daarna zaten mijn haren altijd vrij losjes. Strokop, noemden ze me vroeger weleens als mijn haren wat langer werden en alle kanten op gingen staan. Gel bestond toen nog niet, behalve dan dat natte geleiachtige spul dat sommige mannen door hun haar smeerden waardoor ze gingen lijken op Clark Gable of Kees van Kooten als de Vieze Man, al naar gelang ze knap waren of niet. Ik had altijd een hekel aan die scheiding. Nooit kreeg ik hem precies goed. Altijd zat er wel ergens een bundeltje haren dat eigenlijk mee naar rechts had gemoeten maar toch links bleef hangen. Dan valt zo’n scheiding zwaar, en iets wat je de hele dag met je meedraagt. Zit het nog wel goed, loopt ie wel recht, is er geen roos te zien op de plek van de scheiding? Het was geen gemakkelijke tijd, maar gelukkig heb ik me er goed overheen weten te zetten. Opvallend is wel dat ik nauwelijks foto’s van mezelf heb van die tijd.
Iedere ochtend, voordat ik me overgeef aan koffie en peperkoek, drink ik een glas vers geperst sinaasappelsap. Wat een douche doet met de buitenkant van mijn lichaam doet een glas sinaasappelsap met de binnenkant van mijn lijf. Het voelt alsof er porieën zitten die opengaan, cellen die wakker worden geschud, bloed dat aangezet wordt om wat sneller te gaan stromen. Dat was vroeger wel anders. Toen moest ik niks hebben van de zurige smaak van een sinaasappel, tenzij mijn moeder er nog een schepje suiker doorheen roerde. Het zal wel iets te maken hebben met hoe je lichaam werkt en in de loop van je leven verandert. Net als spruitjes en olijven. Ook die lustte ik als kind niet en dat is, weten we nu, vrij normaal. Dat kinderen geen spruitjes lusten heeft iets te maken met een stof die in spruitjes zit en nog niet goed verdragen wordt door de maag van een kind. Daarom blieft een kind geen spruitjes en niet omdat het lekker tegendraads wil zijn. Met betrekking tot sinaasappels vind ik het dan ook gek dat we vroeger met carnaval tijdens de kinderoptocht massaal achter een busje aanliepen waar sinaasappels uit gegooid werden. Met z’n allen schreeuwden we om het hardst om ‘appelesieeeene, appelesieeeene’ en kwamen dan aan het einde van de dag met volle plastic tassen sinaasappels thuis. Die we niet lusten. Het zal net wel zoiets zijn als met het sparen van sigarenbandjes of postzegels. Daar vond ik ook niks aan, maar ik moest er wel zoveel mogelijk hebben.
Het kan zomaar gebeuren dat een droom je naar herinneringen voert waarvan je niet wist dat je die nog had. Zo leidde de droom van vannacht me na het wakker worden naar een witte papieren zak vol suikerpinda’s. Hmmm, heerlijk. Vooral wanneer vers gebrand. Als kind een van mijn favoriete lekkere dingen om te snoepen tijdens een film op tv. Totdat ik ergens las dat er wel heel erg veel suiker en vet inzit en dat je je tanden er behoorlijk op stuk kunt bijten. Dat laatste lukt me nu overigens ook met dropjes en groentjes. Tijdens de afgelopen vakantie brak er weer een stukje van een kies af tijdens het lekker kauwen op zo’n fris plakkerig groentje met mentholsmaak. Ik ben gek op van die dingen. Groentjes, wybertjes, pottertjes. Eén à twee van die dingen zorgt voor een frisse smaak in je mond en zacht voor je keel. Dat heb ik nooit begrepen. Liefst eet ik ze met een handvol tegelijk. Een doosje wybertjes is bij mij altijd binnen tien minuten leeg. Jammer dat ze bij het Kruidvat die jumbodozen niet meer verkopen waar ik mijn tong in kon leggen zodat ik meteen een mondvol wybertjes tot me kon nemen.
Het blijft leuk om aan mee te doen: het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Gisteravond zat ik wederom met een schrijfblok op mijn schoot op de bank mee te pennen en wederom met het zweet in mijn handen. Helaas kan ik niet meepraten over hoe leuk of gevat het dictee van Gerrit Komrij dit jaar was, daar was ik te gespannen voor, maar ik had wel maar 30 fouten! Een record! Voorgaande jaren kwam ik nooit lager dan 34 en meestal zit ik daar een heel stuk boven. Omdat ik geen schooljuf meer heb heb ik mijzelf maar een plakplaatje gegeven voor deze prestatie.









