Vroeger

Scheiding

maandag 25 oktober, 2010

Iedereen krijgt vroeger of later te maken met een scheiding in zijn leven. Een scheiding na een huwelijk omdat men niet meer van elkaar houdt of omdat samenleven op de een of andere manier simpelweg niet meer wil lukken. Andere scheidingen zijn die tussen kind en ouders. Als het kind op kamers gaat wonen of na de middelbare school een studie wil gaan volgen in het buitenland. Scheidingen zijn er ook op andere vlakken, zoals door wisseling van baan of woonplaats. De ultieme scheiding is natuurlijk die van de dood. De gelukkigen onder ons krijgen er pas erg laat in hun leven mee te maken, als een partner of goede vriend na jaren van innig samenzijn sterft. Zelf werd ik al erg vroeg in mijn leven geconfronteerd met een scheiding. Ik weet niet meer wiens idee het was, dat van mijn moeder of van mij, maar toen ik een jaar of tien twaalf was moest er opeens een scheiding in mijn haar komen. Bij mij zat die links, voor de kijker rechts. Daarvoor en daarna zaten mijn haren altijd vrij losjes. Strokop, noemden ze me vroeger weleens als mijn haren wat langer werden en alle kanten op gingen staan. Gel bestond toen nog niet, behalve dan dat natte geleiachtige spul dat sommige mannen door hun haar smeerden waardoor ze gingen lijken op Clark Gable of Kees van Kooten als de Vieze Man, al naar gelang ze knap waren of niet. Ik had altijd een hekel aan die scheiding. Nooit kreeg ik hem precies goed. Altijd zat er wel ergens een bundeltje haren dat eigenlijk mee naar rechts had gemoeten maar toch links bleef hangen. Dan valt zo’n scheiding zwaar, en iets wat je de hele dag met je meedraagt. Zit het nog wel goed, loopt ie wel recht, is er geen roos te zien op de plek van de scheiding? Het was geen gemakkelijke tijd, maar gelukkig heb ik me er goed overheen weten te zetten. Opvallend is wel dat ik nauwelijks foto’s van mezelf heb van die tijd.

Appelesiene

maandag 25 oktober, 2010

AppelesieneIedere ochtend, voordat ik me overgeef aan koffie en peperkoek, drink ik een glas vers geperst sinaasappelsap. Wat een douche doet met de buitenkant van mijn lichaam doet een glas sinaasappelsap met de binnenkant van mijn lijf. Het voelt alsof er porieën zitten die opengaan, cellen die wakker worden geschud, bloed dat aangezet wordt om wat sneller te gaan stromen. Dat was vroeger wel anders. Toen moest ik niks hebben van de zurige smaak van een sinaasappel, tenzij mijn moeder er nog een schepje suiker doorheen roerde. Het zal wel iets te maken hebben met hoe je lichaam werkt en in de loop van je leven verandert. Net als spruitjes en olijven. Ook die lustte ik als kind niet en dat is, weten we nu, vrij normaal. Dat kinderen geen spruitjes lusten heeft iets te maken met een stof die in spruitjes zit en nog niet goed verdragen wordt door de maag van een kind. Daarom blieft een kind geen spruitjes en niet omdat het lekker tegendraads wil zijn. Met betrekking tot sinaasappels vind ik het dan ook gek dat we vroeger met carnaval tijdens de kinderoptocht massaal achter een busje aanliepen waar sinaasappels uit gegooid werden. Met z’n allen schreeuwden we om het hardst om ‘appelesieeeene, appelesieeeene’ en kwamen dan aan het einde van de dag met volle plastic tassen sinaasappels thuis. Die we niet lusten. Het zal net wel zoiets zijn als met het sparen van sigarenbandjes of postzegels. Daar vond ik ook niks aan, maar ik moest er wel zoveel mogelijk hebben.

Uitslag: 20 – 0

zondag 24 oktober, 2010

Feyenoord heeft dit weekend verloren van PSV met maar liefst 10 tegen 0. Ajax won ooit eens van een andere club met 12 tegen 0. Dat zijn nog eens uitslagen. Maar nog geen 20 tegen 0 zoals ik dat zelf eens heb mee mogen maken. Op een zaterdag vertrokken we op de fiets, sporttas onder de snelbinders, op weg naar een club in het diepe diepe zuiden van Limburg. Ik was een jaar of acht, en een bus om je vanaf je thuisclub te vervoeren naar de tegenstander bestond toen nog niet, en zeker niet voor de kleintjes. Die moesten met hun eigen beentjes bij het voetbalveld van de andere club zien te komen. En dan maar hopen dat je daarna niet te moe was om nog een wedstrijd te spelen. De club waar we toen tegen moesten spelen lag in een gebied waar Limburg al aardig heuvelachtig begint te worden. Zo ook het voetbalveld zelf. De ene goal lag zeker een meter of twee lager dan de andere. Toen we er aankwamen bleek dat er een fout was gemaakt in het competitieschema. Het team waar we tegen zouden moeten spelen was er niet. Die waren nu al elders aan het voetballen. En wij dan? De tegenstander kwam met een oplossing. We zouden gewoon de wedstrijd spelen tegen een ander elftal van die club. Wij waren C, zij waren pupillen. Als je eenmaal de zestien of achttien jaar gepasseerd bent maakt leeftijd niet zoveel meer uit, maar op die leeftijd nog wel. Het gevolg was dat we een wedstrijd speelden tegen kinderen die een jaar, soms twee, jonger waren dan ons. En minstens een kop kleiner. We wonnen dan ook overtuigend, met twintig doelpunten voor en genen ene tegen. Het was een feest, voor ons, en ik geloof dat zelfs ik toen een doelpunt heb gemaakt. Dus die 10-0 van PSV… Ach, het is een mooie uitslag. Maar niks vergeleken bij die twintig tegen nul van ons.

Suikerpinda’s en voetbal

zaterdag 4 september, 2010

Suikerpinda's en voetbalHet kan zomaar gebeuren dat een droom je naar herinneringen voert waarvan je niet wist dat je die nog had. Zo leidde de droom van vannacht me na het wakker worden naar een witte papieren zak vol suikerpinda’s. Hmmm, heerlijk. Vooral wanneer vers gebrand. Als kind een van mijn favoriete lekkere dingen om te snoepen tijdens een film op tv. Totdat ik ergens las dat er wel heel erg veel suiker en vet inzit en dat je je tanden er behoorlijk op stuk kunt bijten. Dat laatste lukt me nu overigens ook met dropjes en groentjes. Tijdens de afgelopen vakantie brak er weer een stukje van een kies af tijdens het lekker kauwen op zo’n fris plakkerig groentje met mentholsmaak. Ik ben gek op van die dingen. Groentjes, wybertjes, pottertjes. Eén à twee van die dingen zorgt voor een frisse smaak in je mond en zacht voor je keel. Dat heb ik nooit begrepen. Liefst eet ik ze met een handvol tegelijk. Een doosje wybertjes is bij mij altijd binnen tien minuten leeg. Jammer dat ze bij het Kruidvat die jumbodozen niet meer verkopen waar ik mijn tong in kon leggen zodat ik meteen een mondvol wybertjes tot me kon nemen.

Ik dwaal een beetje af. Het begon namelijk met die herinnering aan suikerpinda’s. Daarna moest ik denken aan de zondagmiddagen die ik samen met mijn pa doorbracht achter het huiskamerraam. Onze stoelen een kwartslag gedraaid, voeten op de vensterbank, een pot dropjes bij de hand, keken we omstebeurt door de verrekijker naar het voetbalstadion van Fortuna Sittard. Toen lag het stadion nog midden in de stad naast onze flat, was het stadion nog niet zo groot en ook nog niet zo afgesloten als nu. Bezoekers zag je via de trap aan de buitenkant naar boven klimmen en vervolgens over de rand van de tribunes weer verdwijnen. Aan de linkerkant stond het scorebord. Als er gejuichd werd keken we met de verrekijker naar het figuurtje dat naar boven klauterde en konden we zien aan welke kant er een bordje verwisseld werd. Dan wisten we, links is een doelpunt voor Fortuna, rechts voor de tegenstander. Zo hielden we de stand bij terwijl we comfortabel in onze stoelen zaten en vooraf en achteraf ook nog eens konden genieten van al die mensen die via het paadje achter onze flat weer terugliepen naar hun auto’s. De meeste fans waren mannen, maar soms liep er ook weleens een vrouw tussen. Mutsen en sjaals in de kleuren van de clubs. Meer was er toen nog niet te koop aan fanartikelen. En vuvuzela’s al helemaal niet. Het enige geluid dat er destijds gemaakt werd in de stadions was afkomstig uit de kelen van de fans. ‘Hi ha hondelul’. Een van de eerste ‘shocking’ dingen die er geroepen werden. Verder hoorde je, als je zelf een van de bezoekers was, alleen maar het ‘Boe’ en ‘Ah’ van de andere fans, én het gekraak van vele witte papieren zakjes vol suikerpinda’s. Het enige dat er te koop was en aangeboden door dames met houten bakken voor hun lichaam vol met van die zakjes. Dat was ook het beeld dat ik voor me had vanochtend en waarom ik het wel leuk vond dit stukje op mijn site te zetten. Het had ook korter gekunnen, maar een bal zwaait ook weleens af en een pass is nooit helemaal perfect.

WordPress plugin: Mappress

donderdag 15 juli, 2010

Voor bij de berichten over de lokaties die we aan het fotograferen zijn leek het me leuk en handig om er ook een kaartje bij te voegen van het gebied. Dat had ik ook al gedaan, maar het kan nog veel leuker en veel handiger. Met behulp van Google Maps en een WordPress plugin met de naam Mappress. Gewoon de lokatie invoeren, aangeven hoe groot het kaartje moet worden, titel ingeven en de code wordt automatisch in het bericht ingevoerd. Daarna kun je als bezoeker gewoon met dat kaartje spelen zoals je gewend bent via de gewone Google Maps website. Inzoomen met je muiswieltje, het kaartje heen en weer schuiven, wisselen tussen kaart en satelliet, het kan allemaal. En natuurlijk weet ik als websitebouwer dat dit soort dingen er zijn, maar zo’n mogelijkheid voor het eerst gebruiken en dan binnen mijn eigen website, kan me zo blij maken als een kind.

De zandbak waar ik vroeger in speelde »

De kerk een poot uittrekken

donderdag 22 april, 2010

In de media komen steeds meer mensen naar voren die zeggen vroeger seksueel misbruikt te zijn door de kerk. Nou ja, niet de kerk natuurlijk. Dat is maar een idee of een geheel van bakstenen en leem. Het zijn sommige priesters die destijds verward zijn geraakt door overmatig gebruik van ‘het lichaam van God’ en ‘in hem, met hem en door hem’. Het is niet alleen maar het spirituele en het geestelijke dat de klok slaat in de kerk. De kerk is wel degelijk ook heel aards en kan zelfs op een opiumachtige manier heel bedwelmend werken. Met of zonder gebruik van wierook en wijn.

Het is allemaal heel erg, maar wat moet je er nu mee? Een officieel excuus door de paus? Of zoals sommigen zeggen ‘alleen maar door een ruimhartige financiële vergoeding’? Dat laatste klinkt me weer vertrouwd in de oren. Geld. En als er geld bij komt kijken wordt het ook weer uitkijken naar mogelijke oplichters. Zij die beweren maar niet leden.

Zelf heb ik vroeger ook nog een tijdje voor de kerk parochieblaadjes rondgebracht. Ik zit me nu sinds deze week hard af te vragen of ik ook iets meegemaakt heb. Als we klaar waren met onze wijk kwamen we samen in een achterkamertje van de kerk waar we met een soort zeef de verschillende muntjes sorteerden. De dubbeltjes waren het kleinst en kwamen in de onderste schaal terecht, de kwartjes een schaal daarboven, daarboven weer de stuivers en helemaal bovenin bleven dan de guldens en daalders over. En af en toe kwam de pastoor kijken. Maar bleef het bij kijken vraag ik me nu af.

Ik weet het nog niet. Het is allemaal alweer zolang geleden. Maar als ik me niks meer kan herinneren kan ik misschien wel kijken of ik niet toch iets kan verzinnen. Iets van seksuele toespelingen kan ik er altijd van maken, en dat die mijn hele puberteit hebben beïnvloed en mijn vertrouwen in de mens. En anders kan ik het altijd nog werpen op kinderarbeid. Ouder dan een jaar of acht kan ik niet zijn geweest. En dan met contant geld over straat moeten lopen. Onverantwoord gewoon.

Herinneringen verwoord

donderdag 21 januari, 2010

‘Zo’n ovaal ding met twee van die uitsteeksels. En zo’n koker, en dan komen er van die foezeltjes omheen en daar gaan ze ergens opstaan en dan zijn opeens weg en dan krijg je ergens anders ook weer van die foezeltjes en dan staan ze daar opeens weer, heel ergens anders, buiten of waar dan ook.’

Vriendin MT en ik waren ‘s avonds laat nog wat herinneringen aan het ophalen over tv-series waar we als kind naar keken. Toen ik vertelde over de afleveringen en films van een bepaalde serie kon zij zich hiervan alleen nog maar het bovenstaande herinneren. Verteld door een volwassen vrouw, maar de herinneringen zijn die van een kind want dat was de leeftijd waarop zij voor het laatst beelden van deze serie zag op tv. Met dat ovale ding bedoelde ze dit ding, met de eerste foezeltjes dit en de tweede reeks foezeltjes is dit. Ik vond het zo grappig dat ik het meteen opgeschreven heb om later op mijn weblog te kunnen zetten.

De 'boajum' van James ArnessMaar zo kunnen herinneringen dus werken. Je maakt iets mee op een bepaalde leeftijd en die informatie wordt opgeslagen in je geheugen met het verstand en uitdrukkingsmogelijkheden van degene die je op dat moment bent en met de rationele vermogens die je op dat moment hebt. Zo herinner ik me nog dit – en ik blijf even bij tv-series: ‘Het begon altijd met iemand die met zijn kont naar de camera toestond en door mijn oma daarom ook altijd de boajum* genoemd werd (*Limburgs voor het zitvlak van een broek). En ook zo’n oude opgetutte vrouw met een enorme zwarte stip op haar wang en een zwerver met een ezel en die had een scheve mond. Die zwerver bedoel ik dan, en er was ook nog een dokter die de hele tijd aan de zuip was’. Zo herinner ik me Gunsmoke ongeveer, maar ik had het ook kunnen vertalen naar het heden en kunnen zeggen ‘Het begint met een duel tussen de hoofdrolspeler in de serie, een sheriff gespeeld door James Arness, gefilmd vanaf de grond zodat je meteen een dynamisch beeld op het westernstadje kreeg. Andere personages in deze serie waren de eigenaresse van een saloon, gekleed en opgemaakt in de stijl van die tijd en plaats, een eenzame zwerver met een ezel en een eveneens eenzame en met treurige herinneringen beladen dorpsdokter die om die reden regelmatig te veel alcohol tot zich nam.

Geef mij maar die eerste omschrijving. Hij is niet zo leuk als die van MT over Star Trek, maar wel zoals ik me de serie zo ongeveer herinner. Als ik het op die manier aan iemand vertel wordt de herinnering bijna voelbaar. Vertel ik het op de herschreven manier, dan is het contact met de herinnering verbroken. Misschien werkt het bij geschiedschrijving ook wel zo en zijn daarom verhalen en romans zo belangrijk. De Tweede Wereldoorlog in tien delen zegt niets zonder een boek als ‘Het Achterhuis’ ernaast.

Dictee

vrijdag 18 december, 2009

Sticker lieveheersbeestjeHet blijft leuk om aan mee te doen: het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Gisteravond zat ik wederom met een schrijfblok op mijn schoot op de bank mee te pennen en wederom met het zweet in mijn handen. Helaas kan ik niet meepraten over hoe leuk of gevat het dictee van Gerrit Komrij dit jaar was, daar was ik te gespannen voor, maar ik had wel maar 30 fouten! Een record! Voorgaande jaren kwam ik nooit lager dan 34 en meestal zit ik daar een heel stuk boven. Omdat ik geen schooljuf meer heb heb ik mijzelf maar een plakplaatje gegeven voor deze prestatie.

De Sint is back in town

woensdag 18 november, 2009

BlaaspietAfgelopen zondag is de Sint aangekomen in Tilburg en ik was er bij! Voor de allereerste keer heb ik het aangedurfd hem op te wachten, samen met honderden andere kinderen… De jaren daarvoor durfde ik niet en vond het maar een kinderachtig en stom commercieel spektakel. Nog steeds eerlijk gezegd, maar het was leuk, écht leuk om mee te maken. Al die kinderen die als gehypnotiseerd staan te staren naar die oude man met die baard en al die rare zwarte pieten om hem heen. Je weet dat het nep is, maar die grote starende ogen van die kleine kinderen helpen je op de een of andere manier door die ‘nepheid’ heen te kijken.

Wat was het leven als kind toch eenvoudig vroeger. Lekker op zaterdagmiddag kijken naar de tv en zien hoe in de verte de ‘stoomboot’ nadert. ‘s Avonds bij kunstlicht zingen voor het rooster in de muur in de keuken omdat ik dacht iets te horen en te zien dat een piet zou kúnnen zijn die daar in de schoorsteen zit. En dan de avond voor de 6e december. De spanning, het bijna niet kunnen slapen, het open doen van de huiskamerdeur in de ochtend met het ‘vol verwachting klopt ons hart’. En dan het zien van die bont gedekte tafel vol snoep en pakjes, het bewijs dat de Sint die nacht bij je langs was geweest en je had het niet gemerkt…

Ok, dat was toen. Ik ben nu 46 en geloof niet meer in dat soort dingen. Waar ik wel in geloof is dat we er samen een hele rare wereld van hebben gemaakt waarin dingen gebeuren die je niet wilt of kunt geloven. Maar ze zijn echt, en ik zou willen dat er iemand tegen me zou zeggen dat het allemaal niet echt is. Echt, ik zou het helemaal niet erg vinden.

De grote blokfluiter

maandag 16 november, 2009

Mijn herinneringen aan de blokfluitlessen op de lagere school zijn vaag. Ik zie mezelf zitten op een stoel ergens in het midden van het leslokaal, vlakbij het gangpad. Voor me staat een fel witte pagina met allemaal streepjes en bolletjes. Het verband tussen die rare tekentjes en het stuk hout dat ik in mijn handen houd is me niet duidelijk. Misschien had ik nog wat langer moeten blijven zitten, maar na twee lessen hield ik het voor gezien. Hout is om mee te slaan of in de fik te steken en niet om op te blazen. Hoe ik er dan toe ben gekomen serieus te dromen over mezelf als grote blokfluiter is me een raadsel. Nog steeds vind ik het een rotinstrument, ook om te horen, maar vannacht speelde ik als volleerde blokfluiter de sterren van hemel voor een grote zaal vol publiek.

Volgens een boek met uitleg over dromen staan muziekinstrumenten vaak voor onze vaardigheden en vermogens om te communiceren. Blaasintrumenten staan daarbij meestal voor het intellect. En dus? Mijns inziens kan ik met deze droom twee kanten op. Aan de ene kant zou het kunnen staan voor het beter leren communiceren met de buitenwereld. Da’s mooi, maar waarom kies ik dan voor zo’n stomme blokfluit en niet voor een hobo of trompet? Dat zou dan uitleg nummer twee kunnen zijn: ik communiceer dan wel aardig, maar niet op de manier die bij mij past. Of is er wellicht nog een uitleg nummertje drie en moet ik mij opnieuw inschrijven voor een cursus blokfluiten. De fluit uit mijn droom had maar één gaatje aan de bovenkant, dus hoe moeilijk kan het zijn?

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen