Vroeger

Nieuwe website

dinsdag 9 december, 2008

www.jacktummers.nlIk heb een nieuwe website. Nou ja, het mag eigenlijk geen naam hebben want het is alleen maar een doorverwijspagina naar de site waar je nu bent. Ik heb namelijk mijn eigen naam ook maar geregistreerd als domeinnaam. Ik liep er al een tijdje over te denken omdat ik wel eens iets te horen kreeg als ‘Hoe heet je site ook alweer? Spoong of zoiets?’ Alsof je een pakkend woord als ‘spoenk’ zomaar zou kunnen vergeten…

Maar goed, het is in elk geval een manier om ook op mijn eigen naam beter gevonden te worden. En dat kan handig zijn als iemand me wil benaderen voor het maken van een website, foto of iets dergelijks, en men kent alleen maar mijn naam. En ook omdat nu niemand meer met dezelfde naam deze domeinnaam kan inpikken voor het maken van een website over ‘hoe maak ik mijn eigen explosieven’ of ‘wat te doen met meisjes van acht’. Ook wel een fijn gevoel.

Buikpijn

woensdag 20 augustus, 2008

Al heel wat jaren heb ik regelmatig last van mijn darmen. Niet echt buikpijn, maar in elk geval toch aardig dicht in de buurt. En dat komt waarschijnlijk door dat ei wat er maar niet uit wil, of zoals Danielle Krekels het uitlegt: ‘Elk talent is een ei dat je moet leggen. Leg je die niet, dan krijg je buikpijn’.

Danielle Krekels is psychologe en schreef een boek met de titel Speel je kerntalenten uit. Daarin zegt ze dat je moet kijken naar het speelgoed waar je vroeger veel mee speelde – en de wijze waarop – om te kunnen achterhalen wat nu de baan zou zijn die het beste bij je past. Ze verdeelt mensen daarbij onder in bepaalde types, zoals ´de origineel innovatieve soort’ of de ‘technisch pragmatische functionele’ persoon. Op deze video vertelt ze er meer over.

In het laatste stukje van de video vat ze het nog eens samen met het praktische voorbeeld van het takje van een boom. Het ene kind zal er mee gaan knutselen, een ander ziet er bij wijze van spreken een autootje in, en weer een ander gebruikt het om mee te zwaaien of te tekenen. En daar zit ‘m waarschijnlijk mijn buikpijn, want hoewel ik bovenstaande dingen allemaal wel eens uitgevoerd heb met een takje, het meeste wat ik deed was toch vooral kijken. Gewoon maar kijken.

Maar zo’n ‘kijker’ komt niet voor in de onderverdeling in soorten bij Danielle, en dat is flink balen. Toen ik de video ging bekijken dacht ik ‘En nu kom ik het eindelijk te weten!’, maar niks nada noppes. Ik kan me nog herinneren dat ik het als kind fijn vond om bij frustratie even flink te gaan schoppen, dus ik denk dat ik dat nu ook maar even ga doen. Heb ik tenminste nog iéts gehad aan mijn kindertijd en misschien helpt het ook wel tegen die buikpijn.

Pijltjes schieten

zondag 20 juli, 2008

Al doorgeklikt op de link uit het vorige bericht? Dan was je op de pagina gekomen met een overzicht van wat er zoal buiten gespeeld kan worden, waaronder het onsterfelijke ‘pijltjes schieten‘.

Pijltjes draaien van topkwaliteit!Zelf heb ik vroeger veel pijlen geschoten en nog vaak raak ook. Door open ramen bij flats, door wc-raampjes, op fruit in bomen, was die buiten hing (met name onderbroeken en bh’s), op bromfietsers en andere achteloze voorbijgangers (sorry, zou het nu nooit meer doen). Het beste waren relatief korte pvc-buizen die naar smaak – met luciferdoosjes en heel veel tape – nog opgetuigd konden worden met handgrepen en een volkomen nutteloos vizier.

Even had ik het idee om voor de grap een korte video te gaan maken met instructies over hoe je het beste zo’n pijltje kunt rollen uit een Libelle of Margriet, maar mijn internetervaring heeft me geleerd eerst eens te gaan kijken of niet iemand al eerder op hetzelfde idee is gekomen. En ja hoor… Vele filmpjes te vinden – alleen al op YouTube – en daar zitten hele leuke tussen. Een ervan heb ik hier ingevoegd, maar als je er nog meer wilt zien moet je op YouTube even zoeken op ‘pijltjes schieten’.

Klik hier voor het filmpje »

Eppo

woensdag 9 juli, 2008

Donald DuckHet meest populaire blad onder studenten is Donald Duck. Dus niet Intermediair, of nrc.next, maar het kindertijdschrift dat zich sinds 1952 tooit met de ondertitel een vrolijk weekblad, overtreft alle andere bladen in populariteit. (bron: Volkskrant / Robin Gerrits)

Op het journaal zei iemand het toch wel heel erg treurig te vinden als een tijdschrift als de Donald Duck voor het wereldbeeld zou zorgen dat er onder studenten bestaat. Af en toe eens een Asterix lezen kon geen kwaad en had zelfs nog een bepaalde kwaliteit, maar de Donald Duck?

Nu lees ik zelf al geen jaren meer de Donald Duck, maar niet omdat ik niet van strips zou houden. Ik heb het nog weleens geprobeerd, die Donald Duck. Als ik dan bij vrienden op de bank zat en zag hoe diep hun kinderen met hun aandacht verzonken zaten tussen die kleurrijke pagina’s kwamen bij mij herinneringen naar boven van zomerse middagen op een kleedje in het gras, met stapels strips, ranja en chips. Als er nog iets van dit plezier zou zijn terug te halen door te proberen de Donald Duck weer te gaan lezen zou het al de moeite waard zijn. ‘Plezier’ is ook een belangrijke toevoeging aan het beeld dat je van de wereld hebt.

Eppo komt terug!Maar het lukt me niet meer, ik heb het echt geprobeerd. Ik haak steeds af op het taalgebruik dat toch wel heel erg gericht is op een doelgroep tussen de 2 en de 8 jaar. Hetzelfde geldt voor Wipneus en Pim. Ook die boekjes heb ik in het verleden tevergeefs nog eens zitten doornemen, op zoek naar die spanning van weleer. Maar binnenkort krijg ik weer een nieuwe kans, want afgelopen week las ik dat de Eppo opnieuw zal worden uitgegeven! Misschien dat ik voor de gein zelfs wel een kwartaalabonnement ga nemen, al was het alleen maar voor het plezier om tweewekelijks zo’n kleurig ding in mijn brievenbus te vinden.

Het eerste nummer verschijnt pas over een half jaar, maar ze hebben wel al een website: http://www.eppostripblad.nl/

Pennings

zondag 6 juli, 2008

Met inmiddels meer dan duizend berichten op mijn weblog merk ik dat ik me weleens afvraag of ik niet al een keer eerder over iets geschreven heb. Dan bedoel ik niet qua onderwerp, want ieder mens heeft nu eenmaal zo zijn thema’s waar zijn of haar leven omheen blijft draaien, en ook herhaling is op zich geen ramp. Veel van de meest bekende kunstenaars doen vaak niets anders dan zichzelf een leven lang herhalen. Het gaat mij hier om de vraag of ik iets niet letterlijk al een keer eerder vermeld heb.

Soms heb ik dat gevoel opeens en dan ga ik net als iedere andere bezoeker naar mijn eigen site en vul daar bij ‘zoeken’ een trefwoord in. Tot nu toe valt het resultaat nog mee. Als ik iets al eens eerder aangehaald heb dan was het binnen een andere context of geboren vanuit een andere gedachte. Dan kan ik gerust doorgaan met het schrijven van een nieuw stukje, maar er komt een dag dat ik het niet in de gaten heb en mezelf hopeloos ga zitten herhalen.

‘Pennings’ zeiden ze dan vroeger in mijn vaders tijd, als iemand begon met iets te vertellen dat hij of zij al eerder had verteld. Soms de dag ervoor nog, of in het ergste geval nog diezelfde dag. Meneer Pennings was iemand die er om bekend stond nogal eens in herhaling te vallen. De verhalen van mensen in een dorp zullen toch al nooit zo gevarieerd zijn geweest als die van mensen in een grote stad, dus je kunt nagaan hoe irritant het moet zijn geweest steeds maar weer hetzelfde te moeten aanhoren.

Maar ze hebben er toen samen iets op bedacht. Niet samen met meneer Pennings, want die was inmiddels overleden en anders ging het wel achter zijn rug om. Het werd de gewoonte om iemand met het woordje ‘Pennings’ te onderbreken als er iets aan zat te komen wat al eerder door die persoon was verteld en in het bijzijn van dezelfde toehoorder. Dan werd er even gelachen, de verteller bood zijn exscuses aan voor zijn naderende ‘dementie’ en het gesprek ging weer verder. En tot op de dag van vandaag zeggen mijn vader en moeder soms kort ‘Pennings’ tegen elkaar en nog steeds wordt er om gelachen.

Sommige tradities moet je in ere houden. Ik stel dan ook voor dat als ik mezelf op mijn weblog op een serieuze manier ga zitten herhalen, ik een mailtje van iemand kan verwachten met als onderwerp ‘Pennings’, gevolgd door de titel en datum van het bericht. Dan weet ik genoeg.

Merels en een oude radio

donderdag 26 juni, 2008

MerelVanochtend erg vroeg wakker, nog vroeger zelfs dan de vogels. Om vijf minuten over vier hoorde ik ze pas voor het eerst. Ik denk dat het een paar staartmezen waren. Daarna was het even stil totdat ook de roodborstjes wakker werden en pas daarna kwamen de merels op gang. Het over en weer en door elkaar heen zingen van de merels deed me opeens denken aan die oude radio’s van vroeger, die met zo’n groot display waarop de steden te zien waren waar je op af kon stemmen: Hilversum, Köln, Bruxelles, London. Misschien dat de frequenties er toen ook al op vermeld stonden, maar dat kan ik me dan niet meer herinneren.

Als je met de grote draaiknop van zender naar zender en van stad naar stad reisde, en dat deed ik als kind altijd met erg veel aandacht, kon je tussen die plaatsen door allerlei spannend geruis en gefluit horen. Draaide je nog wat sneller aan de knop dan leek dat geluid erg veel op het geluid van deze merels in de vroege ochtend. En terwijl ik zo in mijn bed lag en buiten nog geen enkel menselijk geluid te horen was, vroeg ik me of al die merels, hier en op alle andere plaatsen, er elke ochtend tesamen voor zorgen dat alles in de wereld goed op elkaar wordt afgestemd, de juiste frequentie van die dag, klaar voor de mens om in te stappen.

Wat ik in elk geval zeker weet is dat er iets goed mis zou zijn als ik die vogels op een ochtend niet meer zou horen. Ik denk dat het zelfs nog erger zou zijn dan de breuk in de waterleiding van vanochtend waardoor alle inwoners van Tilburg en Goirle drie uur lang zonder stromend water hebben gezeten. Dan blijkt maar weer eens hoe nauw alles op elkaar afgestemd is en hoe makkelijk ontregeld: niet kunnen douchen, net genoeg water om nog één keer koffie te kunnen zetten en naar de wc te kunnen gaan, tanden poetsen met bronwater, handjes wassen met bronwater, bakje bronwater voor de kat. En toen was het op. En nergens een beekje of watertje in de buurt waar je wat uit zou kunnen drinken of waar je zelfs maar de afwas mee zou durven doen.

Ons wereldje is dus toch al behoorlijk ontregeld vrees ik…

Het geldkistje van opa

dinsdag 17 juni, 2008

Het geldkistje van opaBij mijn laatste bezoek aan mijn ouders zag ik bij het weggaan nog net dit kistje bovenop de hoedenplank van de kapstok staan, klaar om bij een volgende gelegenheid mee te geven aan een oom die wat bijverdiend met het verzamelen en inleveren van oud ijzer.

Het kistje werd vroeger door mijn opa gebruikt door er aan het eind van iedere week wat geld in te stoppen dat mijn oma op haar beurt weer mocht besteden aan huishoudelijke uitgaven. Bij de gratie ‘des Herren’ zeg maar, zo ging dat vroeger vaker in een gezin. En wilde mijn oma eens iets extra’s kopen, bijvoorbeeld een nieuw jurkje voor mijn moeder, dan moest dit altijd door opa goedgekeurd worden. En dan vaak pas na in hoger beroep te zijn gegaan, want doorgaans was er niet veel geld voor dit soort dingen.

Het geldkistje van opaUiteraard heb ik mijn oom moeten teleurstellen. Zo’n kistje laat je niet omsmelten toch? Maar ik moet wel toegeven dat ik nog geen goed antwoord heb kunnen verzinnen op de vraag van mijn ouders, namelijk: ‘Wat moet je daar nu mee?’.
Ik kan er natuurlijk ook geld in gaan stoppen, maar dat staat vandaag de dag op bank- of girorekening. Foto’s staan op de harde schijf of dvd en veel van mijn gedachten staan online. Wat blijft er dan tegenwoordig nog over, iets fysieks en niet al te groot, wat je zou kunnen en willen bewaren in een klein metalen kistje met stevig slot?

Tumtum

maandag 9 juni, 2008

In Onze Taal nummer 5 van mei staat een artikel met de titel Van ukkepuk tot Artis de Partis, over ‘dubbelnamen’, of reduplicatie zoals het ook wel genoemd wordt. In dit artikel worden voorbeelden aangehaald van dit soort ‘verdubbelingen’, zoals snoezepoes, hanky-panky of okiedokie, en de schrijver haalt ook nog het koosnaampje aan van zijn dochter: Lotje-Potje.

Zelf werd ik vroeger vaak Tumtum genoemd. Meestal was het toen juist kleinerend bedoeld en niet als grappig koosnaampje, en het had ook geen enkele link met dat lekkere zachte snoepje. Mijn neven en nichten zeiden het ook wel eens, maar aan hun kon ik merken dat het bedoeld was als grapje. Bovendien zeiden ze het maar een enkele keer en niet vaak achter elkaar.

Voor mij heeft het dus vaak een nare bijklank gehad. En met de ‘T’ als beginletter van mijn achternaam had ik tijdens de lessen op school ook al geen voordeel. Begint hij (de ‘meester’) alfabetisch de lijst af te werken (en dus een lange stressvolle wachttijd) of kiest hij voor een willekeurige volgorde (het schokeffect)? Het heeft er allemaal toe bijgedragen dat ik jarenlang een hekel heb gehad aan mijn eigen achternaam. Nu gelukkig niet meer, maar ik vraag me toch af of dit fenomeen ooit serieus onderzocht is als stressveroorzaker bij kinderen en volwassenen.

Mijn voornaam is nooit zo’n probleem geweest. Het werd wel eens veranderd in Sjakko, Sjakie of Jakkus en dat vond ik altijd best. En sinds kort noemt iemand me regelmatig Jackyboy en ook dat vind ik prima. Maar zelf heb ik dit eigenlijk nooit gedaan. Altijd noem ik iemand bij zijn of haar volledige voornaam en kort ik deze ook nooit af. Van een Vera zal ik nooit een Veer maken, een Harold wordt nooit een Har en een Liesbeth zal ik nooit afkorten tot Lies of Bets.

Waarom ik dit doe weet ik eigenlijk niet, maar ik vind het toch iets te maken hebben met respect en de ander aanspreken op wie hij of zij is, als volwaardig persoon. Koosnamen worden vaak ook te snel uitgedeeld, en wie weet of de eigenaar van de naam dit wel zo prettig vindt? Zelf vind ik het in elk geval het prettigst als ik vol bij mijn voornaam genoemd wordt. Dan heb ik het gevoel dat de ander MIJ aanspreekt en niet een of andere verbeelding van mijn persoon. Maar waarom schrijf ik dan net dat ik het prima vind als anderen anders besluiten?…

Nummerborden opschrijven

dinsdag 8 januari, 2008

Mensen hebben soms rare en nutteloze hobby’s. Sommige hobby’s beoefen je je hele leven lang, anderen verdwijnen na korte tijd weer. Zo heb ik vroeger, net als velen met mij, heel even sigarenbandjes gespaard. Maar mijn opa rookte niet snel genoeg of altijd hetzelfde merk, en dan is de lol er ook snel van af. Dan waren er ook nog de plakplaatjes met bijbehorende albums waarvan er altijd een paar bij waren waar je maar nooit aan scheen te kunnen komen (rara hoe kan dat?), de postzegels (die van Magyar Posta waren altijd het mooiste en het grootste), stickers, pennen, en nog wat van die dingen.

Niet echt originele spulletjes, maar ik heb dan ook nooit iets met verzamelen gehad. Ik keek altijd wat de anderen aan het verzamelen waren en ging daar dan een tijdje in mee. Maar als je echt ergens een vermeldenswaardige collectie van wilt opbouwen moet je vooral iets gaan sparen wat niét al door anderen gespaard wordt. Heb je er gelijk al boel veel van.

Maar nummerborden sparen? En dan bedoel ik het opschrijven van de kentekens. Ik heb even gezocht op internet en er welgeteld één berichtje over gevonden. Iemand die het een ‘katholieke vrijetijdsbesteding’ noemde voor op de zondag. En misschien klopt dat ook wel met mijn geval. Ook ik kan me namelijk herinneren dat we de straat op gingen met zo’n klein en nog leeg gelinieerd notitieblokje en potloodje en dan netjes in twee kolommen alle nummerborden gingen opschrijven die we tegenkwamen.

In die tijd waren er natuurlijk nog niet zoveel auto’s als nu, maar toch heel wat. Ik geloof dan ook niet dat we tijdens die paar keer dat we deze ‘hobby’ beoefenden ooit verder zijn gekomen dan de eerste twee of drie straten. Dan kwamen we er achter dat we een bepaald nummer al hadden (iemand die even weg was geweest en zijn auto vervolgens op een andere plek neerzette) en ook begonnen we in te zien dat onze wereld toch iets groter was dan de straat waar we woonden, het grasveld en de speelplaats.

Toen was het al een volkomen doelloze bezigheid, nu zou het helemáál gestoord zijn. Ga achter je computer zitten en schrijf elk nummerbord op dat je op internet kunt vinden. Nee, niet zoeken via een of andere database en die uitprinten maar netjes met de hand opschrijven. Wie weet is dit wel een hedendaags alternatief voor het overschrijven van de Bijbel en kom je zo toch weer iets dichter bij God.

Kerstgedachte (2)

dinsdag 25 december, 2007

Als u 100 euro ziet liggen...Vandaag ontving ik weer eens een spambericht in mijn mailbox die eigenlijk bedoeld is voor de vorige eigenaar van mijn domeinnaam en die blijkbaar ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. De berichtregel luidde: ‘Als u honderd euro ziet liggen? Raapt u het dan op?’.

Deze ‘kerstgedachte‘ is afkomstig van een aanbieder van telefoonabonnementen voor het MKB, waarmee men eigenlijk wil zeggen dat als je het niet doet (het niet opraapt) je wel héél erg stom moet zijn. Ik heb de mail uiteraard weggeklikt, maar niet voordat ze een oude herinnering in me opriep uit mijn kindertijd.

lees verder »

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen