Vroeger

Bomen en struiken

maandag 10 december, 2007

BomenDeze twee bomen (zie foto) staan achter mijn ouderlijk huis. Flat eigenlijk, maar ‘ouderlijke flat’ heb ik als uitdrukking nog nooit van gehoord. Ze staan er al zolang de flats er staan, zolang mijn ouders daar als eerste bewoners introkken en dus al zolang als ik leef. En je kent wel dat romantische beeld van ‘die boom heeft mijn opa nog geplant’ en ‘deze boom is wel honderd jaar oud!’. Maar ‘what about’ struiken?

De bomen worden elk jaar groter en het is nog nauwelijks voorstelbaar dat we daar vroeger met tien of meer kinderen uit de buurt ‘s avonds bij elkaar kwamen om te voetballen. De ouders hingen dan op het balkon om te kijken hoe hun kind het er van af zou brengen of om als ouder een scheidsrechterlijke ingreep te kunnen doen als de ‘sportiviteit’ uit de hand dreigde te lopen. Maar zoals de bomen er nu bij staan is een normaal potje voetbal niet meer denkbaar en zou elke hoge voorzet eindigen in een klimpartij.

StruikenMaar dan die struiken. De struiken op deze foto zijn net zo oud als de bomen en zullen ze misschien nog wel gaan overleven ook, maar niemand heeft het ooit over ‘die struik is wel honderd jaar oud’. En toch zijn het die struiken waar ik de meeste herinneringen aan heb. Verstoppertje spelen, hoog- en verspringen, hutjes bouwen, bijen en hommels vangen in jampotjes (sorry, zou het nu nooit meer doen), of als hangmat in de zomer.

Bij deze dus, een ode aan de struik. Misschien minder imposant als een eik of beuk, maar zeker zo mooi om van te houden als van een boom.

De tv op zwart-wit

dinsdag 4 december, 2007

Bert Haanstra: AllemanAMSTERDAM – Alleman is zondag tijdens het IDFA-festival uitgeroepen tot de beste Nederlandse documentaire sinds 1945. (…) Haanstra laat zien hoe de Nederlanders in 1963 leefden in een goed georganiseerd en overzichtelijk land. (bron: ANP)

Het jaar 1963, het jaar waarin ik werd geboren, was dus goed georganiseerd en overzichtelijk. Rustig ook, nog zonder de hectiek van een voortrazende wereldeconomie. Men was relatief tevreden en gelukkig, en waar men niet tevreden over was zou ‘later’ vast en zeker goed komen.

Vandaag de dag (‘later’ dus) zijn ‘welvaart en welzijn meer dan ooit afhankelijk van technologische ontwikkelingen’, aldus een tekst uit een vacature. Maar als ik dan naar die mooie zwart-witbeelden kijk uit Alleman heb ik het gevoel dat dat één grote leugen is. We hebben al welvaart en welzijn genoeg, het mag dus onderhand wel allemaal iets rustiger aan.

Zwart-wittelevisieAangestoken door de mooie zwart-witbeelden van Alleman heb ik bij wijze van experiment sinds een paar dagen van mijn kleurentelevisie een zwart-wit tv gemaakt door de kleurverzadiging op nul te zetten. En ik moet zeggen dat de wereld er dan al meteen een heel stuk rustiger uitziet. Het voorbeeldje oogt misschien wat onrustig, maar dat ligt aan mijn rommelige collage.

Eikels

dinsdag 16 oktober, 2007

EikelsAls kind was de herfst altijd de tijd van eikels rapen, eikels gooien en, als ze klein genoeg waren, eikels schieten (door zo’n pvc-pijp). Soms werd er ook wel eens een poppetje van gemaakt met behulp van luciferstokjes, maar dat vonden we al gauw kinderachtig.

Al die jaren speelden we onder de lange rij met eikenbomen langs de beekrand of klommen er in. Later ging het spelen over in lange wandelingen door de bossen en zelfs nu, als ik naar de stad ga, wandel of fiets ik onder vele eikenbomen door terwijl de grond bezaaid ligt met duizenden eikels. En al die jaren is er nóóit een op mijn hoofd gevallen. Ooit wel eens eentje die tijdens het rijden met een harde klap bovenop het dak van mijn auto terecht kwam, maar nóóit op mijn hoofd. En gezien de hardheid en het puntige uiteinde van zo’n eikel zou ik me dat toch echt moeten kunnen herinneren.

Dus… waarom liggen er duizenden en duizenden op de grond en komt er nooit een op mijn hoofd terecht? En ik heb al navraag gedaan bij anderen en ook hun is het nog nooit overkomen. Zouden ze alleen maar ‘s nachts om een uur of vier vallen? Raar toch? Misschien iets voor de wetenschapsquiz. En net zo raar overigens als dit.

Jackuzi

zondag 7 oktober, 2007

Jackuzi

Onder moeders rok

zaterdag 7 juli, 2007

Ik heb ontdekt waarom er tegenwoordig toch zoveel mensen bij een psychiater of ander zielshulpje aankloppen met emotionele problemen. Nee, echt waar! Het daagde me opeens toen ik een paar huilende kinderen tevergeefs zag proberen grip te krijgen op de benen van hun moeder. Die mooie warme benen zitten namelijk al decennialang verstopt onder de gladde stoffen van een broek.

Ik weet het nog als de dag van gisteren… Als ik me niet goed voelde kroop ik onder de keukentafel. Over de keukentafel hing altijd een dun met kant afgezet kleedje dat een kwartslag was gedraaid. Zodoende hing de hoek met de punt naar beneden en gaf zo een beetje het gevoel van een tent. Daar bleef ik dan een hele tijd in mijn eentje zitten.

Op een gegeven moment zag ik dan mijn moeder de keuken binnenkomen. De onderste helft tenminste. Lange blanke benen en met net boven de knieën een stukje van de heen en weer zwaaiende rok. Dan schoof ik onder de tafel vandaag en greep me vast aan één van die lange warme benen. Ik hoorde mijn moeder dan altijd een schrikgeluidje maken, maar ze liet me verder altijd zitten. En de benen waren niet het enige dat warm, vertrouwd en veilig aanvoelde. Van onder de rok daalde nog een andere warmte op me neer. Als ik omhoog keek kon ik nooit echt goed zicht krijgen op waar die warmte precies vandaan kwam, maar het voelde goed en behaaglijk. Mijn eigen veilige tipi, daar onder moeders rok.

Wat een gemis met al die broeken tegenwoordig. In de zomer zie je ze natuurlijk nog wel eens, maar omdat het dan erg warm kan zijn is de drang om er (als kind) onder te kruipen minder groot. Juist bij slecht weer en in de herfst en winter, juist dan zouden moeders gewoon rokken moeten blijven dragen. Zou een hoop kunnen schelen in de ziektekostenpremies.

Reünie Coudewater

zaterdag 23 juni, 2007

Met mijn pasverworven speldje (1989)Ergens in het najaar is er een reünie van psychiatrisch ziekenhuis Coudewater. Van ’86 tot ’89 deed ik daar de interne opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige, samen met een aantal anderen uit het naburige ziekenhuis Voorburg in Vugt. Via via kwam ik dit te weten en dus rijst nu de vraag: ga ik daar naar toe?

Ik ben niet dol op reünies, althans niet dit soort. Opnieuw een keer samenkomen met die leuke wandelgroep van een paar jaar geleden vind ik toch iets anders. Met hun deel je één ervaring, en dat is toch heel iets anders dan een groot deel van je verleden. En dan ook nog eens een verleden waar je nauwelijks nog enige band mee voelt. Ik niet althans.

En dan heb je natuurlijk de geijkte vragen die je kunt verwachten: “En wat doe jij nu?” en “Hoe is het jou vergaan sinds je diplomering?”. En wat moet ik dan antwoorden? Dat ik nog steeds zoekende ben? Dat het soms ook aardig mis is gegaan? Nee, niet zoekende meer geloof ik. Het moet alleen nog allemaal zijn plek krijgen. Ik ben nu eenmaal een laatbloeier in een aantal opzichten.

Ik weet het niet, ik ben gewoon niet zo dol op reünies. Allereerst is het van belang dat je geïnteresseerd bent in hoe het de ánderen is vergaan, en eerlijk gezegd heb ik dat niet zo. Misschien als je iedereen weer ziet dat er dan dingen zijn die naar boven komen waar je aangenaam door verrast wordt, of misschien dat door het samenbrengen van verleden en heden dingen op hun plek zouden kunnen vallen?

Wie weet, ik heb nog een paar maanden bedenktijd. Aan de andere kant, de enige persoon waar ik écht nieuwsgierig naar ben zat bij me in de klas maar werkte in het andere ziekenhuis. En zal dus niet op de reünie aanwezig zijn…

De hamster Snuffel

maandag 4 juni, 2007

HamsterEen sinds lange tijd verloren gewaand manuscript is plotseling weer boven water gekomen: mijn opstel over Snuffel, de hamster. Hoe oud ik toen was kan mijn moeder zich niet meer te herinneren, maar laten we hopen niet ouder dan een jaar of acht.

De hamster Snuffel…*

Er was eens een hamster en die hete Snuffel. Op een dag kwam een jongen in het bos een hamster zoeken. Hij liep regelrecht op Snuffel aan. Snuffel was al groot hij is 2 jaar. Snuffel merkte niet dat er een jongen achter hem liep. De jongen nam een sprong en had Snuffel beet. Hij liep blij naar huis maar Snuffel keek niet zo blij. Want zijn vader had gezegd dat je in een kooitje niet zo gelukkig bent als in de vrije natuur.
De volgende dag zat Snuffel in een kooitje naast het bed van de jongen. Kéés, je moet nog het kooitje van de hamster schoon maken, ja mams. Dan kijk ik of er iets op de televisie is, goed mams. Even later, Kees flipper is er op, ik kom direct. De jongen vergat het kooitje dicht te doen. Dit is mijn kans Snuffel, denkt hij in zich zelf. Hij kruipt uit het kooitje en loopt langzaam naar de kast en kijkt of hij hamstervoer ruikt. Daar staat het, hij knabbelt het doosje kapot. En wat ziet hij daar een heleboel hamstervoer. Hij doet vlug iets in zijn wangen en gaat naar huis.

Jackie T.

*Integraal overgenomen en dus zonder tussenkomst van de redactie

Kontaktkwartje

dinsdag 8 mei, 2007

KontaktkwartjeOoit, in alweer heel andere tijden, kreeg ik een kontaktkwartje. De bedoeling was om in tijden van (sociale) nood dit kwartje te kunnen gebruiken om contact te kunnen maken met een vriend of vriendin met een luisterend en begrijpend oor.

Het was uiteraard een symbolisch gebaar, want ook toen (inmiddels zo’n 14 jaar geleden) was een kwartje maar een kwartje. Maar toch, toen ik het opeens tijdens een opruimfase weer tegen kwam in een lade gaf het me een warm en veilig gevoel. Vooral veroorzaakt door nostalgie natuurlijk, want de mensen van destijds ben ik op een paar na allemaal uit het oog verloren. Maar het klinkt nog steeds goed: een kontaktkwartje. Dat zal een euro nooit of te nimmer kunnen vervangen, en ik zal hem dan ook nooit wegdoen.

Teddy de beer

dinsdag 10 april, 2007

Teddy de beerNu internet langzaam aan het dichtslibben is met berichten en foto’s over Knut (het ijsbeertje), begon ik me af te vragen waarom ik mijn eigen beer vroeger nooit een naam heb gegeven. Het was eigenlijk altijd gewoon ‘beer’, of hooguit Teddy. Hij voelde goed, rook lekker (daar zorgde moeder wel voor) en voldeed altijd aan mijn verwachtingen en wensen. Een echte vriend.

Terwijl Knut zal uitgroeien tot een echte potentiële killer is mijn eigen Teddy altijd hetzelfde gebleven. Alleen hier en daar een kleine cosmetische ingreep, maar verder nog helemaal origineel. Alleen zijn ogen lijken wat doffer te zijn geworden en vertonen niet meer die ondeugende glans van vroeger toen we nog met een zaklamp onder de lakens de gebeurtenissen van de afgelopen dag doornamen.

Eén naam was misschien toch wel toepasselijk geweest: yogi bear.

Cassius Clay

donderdag 15 februari, 2007

Mohammed AliMuhammad Ali vierde 17 januari zijn 65ste verjaardag. Ik kan me herinneren dat mijn vader vroeger een groot bewonderaar van hem was. Cassius Clay heette hij toen nog. Als ik soms middag in de nacht even wakker werd kon ik het gedempte geluid horen van de tv. Dan herinnerde ik me dat mijn vader ons, mijn moeder en ik, tijdens het avondeten verteld had over een belangrijke wedstrijd die ‘s nachts uitgezonden zou worden en over wat voor geweldige bokser hij wel niet was. Niet gemeen zoals andere boksers en heel sierlijk. ‘Dansen’ heette dat. De beste bokser die er ooit bestaan heeft. Dat vond Muhammad Ali zelf ook altijd: “I’m the greatest thing that ever lived. I’m so great I don’t have a mark on my face. I shook up the world.”

Jaren later heb ik eens een herhaling gezien van zo’n bokswedstrijd. Alles wat mijn vader verteld had klopte. Hij was snel, sierlijk en heel sportief. Maar toch. vond ik het nu echt leuk om hier naar te kijken? Het mooiste vond ik altijd als de tegenstander begon te wankelen en je kon zien dat Ali zich klaar maakte voor de volgende stoot maar zich dan bedacht. Er was blijkbaar bij hem nog ruimte voor een gedachte, een overweging, mededogen voor zijn tegenstander. Misschien maakte dat van hem inderdaad meer dan alleen maar een vechter.

Neil ArmstrongTerwijl ik terugdenk aan die nachtelijke uitzendingen herinner ik me nog een ander moment, namelijk de landing op de maan in 1969. Ook toen moest ik hiervan getuige zijn vanuit mijn bed terwijl mijn vader achter de zwart-wit tv zat en keek naar één van de grootste gebeurtenissen van de vorige eeuw. Daana is hij nergens meer zijn bed voor uitgekomen.

Zou er nog een moment komen dat vaders en moeders hun kinderen uit bed halen om getuige te zijn van iets waarlijk groots? Ik hoop het. En dan uiteraard niet om beelden te zien van het doorbreken van dijken of het zinken van de allerlaatste ijsschots op de Noordpool.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen