Vroeger

Krölkes dreeje

woensdag 10 mei, 2006

Kapsel: kuifjeJe ziet tegenwoordig wel eens jongens lopen, maar ook volwassen mannen (acteurs en modellen), met een nonchalante kuif op hun voorhoofd. Dit hebben ze dan natuurlijk alleen maar voor elkaar kunnen krijgen m.b.v. gel of haarlak. Maar gel is vaak vet of plakkerig en haarlak maakt de haren hard en stijf. En daarom wil ik hier graag een methode uiteenzetten die ik vroeger als kind gebruikte en waarmee je hetzelfde resultaat kunt bereiken zónder hulpmiddelen.

lees verder »

Bij de psycholoog

zaterdag 15 april, 2006

Op bezoek bij de psycholoog“Hallo. Ik ben Jack.”

“Ga zitten Jack. Welkom bij dit eerste gesprek. Nou, vertel maar eens, wat brengt jou hier?”

“Zucht. Ik weet niet zo goed waar ik moet beginnen.”

“Doe maar op je gemak. We hebben een uur de tijd, dus begin maar gewoon bij het begin.”

“Nou, goed dan. Het begin…

lees verder »

Het grijsgroene verleden van mijn opa

maandag 10 april, 2006

Opa en oma, rechts mijn moederMijn opa was een duitser, dat wist ik. Wat ik echter pas sinds kort weet is dat hij van ’39 tot ’45 ook daadwerkelijk in het leger dienst heeft gedaan als duits soldaat, terwijl zijn vrouw en kinderen – mijn moeder is van ’37 – thuis in Sittard achterbleven. Af en toe kwam hij even thuis, maar de rest van de tijd schijnt hij ‘rondgezworven’ te hebben in West-Europa en was hij zelfs in Normandië gestationeerd ten tijde van de invasie.

Hij is na de oorlog teruggekeerd naar zijn gezin, leerde het beroep van kunststeenbewerker, en heeft nooit meer met een woord gesproken over zijn tijd in de oorlog. En niemand heeft hem er blijkbaar ook meer naar gevraagd, want het antwoord van mijn moeder hierop was “Ach, daar sprak je gewoon niet over”.

Toch raar om dit nu opeens te weten. Al die tijd die ik in mijn jeugd met hem zat te dammen of als we samen naar Raumschiff Enterprise (Star Trek) keken of zaten te kletsen over “Waren de Goden kosmonauten“, al die tijd had ik hem dus ook kunnen uitvragen over de oorlog. En ook al heb ik respect voor zijn keuze en zijn leven, toch is het ook een heel stuk van zijn leven en de geschiedenis van mijn moeder waar ik nu niks van afweet. En dat vind ik ergens toch een gemiste kans.

Het zet overigens dat potje dammen opeens in een heel ander perspectief. Hij kon namelijk érg slecht tegen zijn verlies.

Herr Professor Dokter Monsigneur Nolenslaan

zondag 2 april, 2006

Opgegroeid in Sittard was ik al bekend met de Nolenslaan die een paar straten verderop lag van waar ik geboren ben. Maar zoals altijd met straatnamen kom je ze bijna altijd wel weer eens opnieuw tegen in een andere stad, alleen in dit geval steeds met een nieuwe titel. In Sittard heb je de Dr. Nolenslaan, in Waalwijk de Prof. Nolenslaan en in Zutphen de Mgr. Nolenslaan.

Ik heb even zitten zoeken op internet en kom alleen maar onderstaand stukje tegen over een Mgr. Nolenslaan in Amstelveen:

Mgr Willem Hubert Nolens (1860-1931): Politicus.
Nolens werd in 1887 tot priester gewijd en was van 1888-1894 leraar arbeidswetgeving aan het seminarie te Rolduc. Vanaf 1896 zat hij in de Tweede Kamer en na Schaepmans dood in 1903 werd hij leider van de rooms-katholieke fractie. Daarnaast werd hij in 1909 hoogleraar in arbeidsrecht te Amsterdam tot 1918. In 1918 formeerde Nolens het kabinet- Ruys de Beerenbrouck. Ondanks het feit dat Nolens weinig op de voorgrond trad, was hij door zijn functie zeer invloedrijk in de Nederlandse politiek, die hij tot zijn dood bleef dienen.

Zou het steeds om dezelfde Nolenslaan gaan? In dat geval zou de Duitse manier van betiteling wel van toepassing zijn: Herr Professor Doktor Monsigneur Nolenslaan! Ich bin sehr verehrt ihre Bekantschaft zu machen nach soviele Jahren!

Dr. Nolenslaan SittardProf. Nolenslaan WaalwijkMgr. Nolenslaan Zutphen

Lentekriebels

zaterdag 1 april, 2006

Ik stond op mijn balkon en probeerde wat foto’s te maken van vogels. En zelfs dan is het zaak om zo stil en verdekt mogelijk te blijven staan anders zijn ze meteen weer ‘gevlogen’. En terwijl ik daar zo stond kwamen er uit een bosje opeens twee jongetjes gekropen met hun billen half bloot. Ze waren ongeveer een jaar of zes. Beiden verkenden de omgeving in een andere richting en toen ze zeker wisten dat er niemand keek (???) ging de broek weer omlaag en renden en sprongen ze beiden een eindje het pad af. Dan ging de broek weer even omhoog en hielden hem een tijdje met één hand vast omdat ze dachten dat ze iets hoorden, sukkelden zo samen weer een eindje verder totdat de kust weer vrij was en dan ging de broek weer naar beneden.

Ze hadden ontzettende lol samen en ik herinnerde me plotseling deze beelden uit mijn eigen kinderjaren. De intense beleving van de eigen (ontluikende) sexualiteit, het stiekeme gedoe daarom heen en het gevoel van vrijheid, en ik vond dit zo leuk om te zien en was er zo door geraakt dat ik er spontaan wat foto’s van begon te maken. Maar een paar ‘klikjes’ verder vroeg ik me af wat ik hier eigenlijk mee wilde. Voor je het weet noemt men dit kinderporno en bovendien wilde ik ook helemaal geen foto’s hiervan maken of bewaren. Het was meer een plotselinge wens om die herkenning en die geraaktheid vast te leggen. Niet het feitelijke beeld. Hoewel ik moet zeggen dat het zien van die ‘open en bloot’ rondhuppelende kinderen een gat in de ‘tijd-ruimte’ sloeg van de dagelijkse sleur en beslommeringen.

Ik heb die foto’s dan ook meteen gewist en ben weer naar binnen gegaan. Wat geheim bedoeld is moet geheim blijven. Ik moet er toch ook niet aan denken dat er iemand in mijn tijd toekeek en foto’s maakte terwijl we zo aan het ‘verkennen’ waren.

Ooggetuigen

vrijdag 9 december, 2005

‘Pa, vertel nog eens over vroeger, toen het buiten zo rustig was dat jullie ‘s zomers tot ‘s avonds laat aan het kaarten waren midden op straat. En toen jullie nog met paard en wagen kolen rondbrachten bij de mensen thuis en dat jij zomaar 50 kg op je rug tilde en daarmee de trappen op en af liep. En bakte je moeder met carnaval echt 40 vlaaien voor het hele gezin en waren die datzelfde weekend al op? En die keer dat jullie van Hilversum ‘s avonds terug naar huis reden, kwamen jullie dan echt maar een paar auto’s tegemoet? En toen jullie met de auto naar een garage reden voor een onderdeel, zaten jullie toen echt op sinaasappelkistjes omdat de stoelen er tijdelijk uit waren gesloopt? En een agent die dat zag, moest die daar echt om lachen en gaf hij jullie géén bekeuring? En toen jullie naar de film gingen – wat toen nog maar een kwartje kostte – en je vergat achteraf je fiets mee te nemen, stond die fiets daar een week later nog? En dan niet op slot? En sliepen jullie echt nog op stro?’

Elk jaar worden de beide wereldoorlogen herdacht. Onlangs was er nog een herdenking van de eerste wereldoorlog waarbij een paar van de allerlaatste nog in leven zijnde ooggetuigen aanwezig waren. Als ook deze overleden zijn zullen we de boeken moeten gaan geloven of in het beste geval de herinneringen van familieleden of een documentaire op tv. Maar de echte aanwezige, de echte ooggetuige zal er dan niet meer zijn.

Maar dat geldt voor veel méér dan alleen maar de oorlogen of de landing op de maan. De voorbeelden aan het begin zijn maar enkele van de vele voorbeelden die mijn vader of moeder me vertellen uit hun jeugd of die ik me kan herinneren van verhalen van mijn opa en oma. Ooggetuigen van een totaal andere wereld en manier van leven dan nu. Als ik oud ben zal ik kinderen kunnen vertellen dat de wereld er in mijn jeugd anders uitzag dan nu, maar niet zo héél veel anders. Hoogstens iets minder, iets minder heftig of iets minder vaak. Maar de grote verschillen zullen dan verdwenen zijn.

Mijn vader, de acrobaat

maandag 14 november, 2005

Mijn vader, de acrobaatAls zoon kun je meestal veel dingen van jezelf terugvinden in je vader. Opvallende gelijkenissen of kleine dingen die je pas later leert herkennen. Soms tot je eigen ergernis, en soms iets om trots op te kunnen zijn. Maar soms zijn er ook eigenschappen waarvan je echt niet weet waar je ze in jezelf zou moeten gaan zoeken.

Mijn vader heeft vroeger veel aan turnen en acrobatiek gedaan. Waarschijnlijk aangemoedigd door het vele sjouwen van zware zakken met kolen en zijn lidmaatschap bij de plaatselijke gymnastiekvereniging. In zijn vrije tijd ging hij samen met zijn broer oefenen in de wei achter het huis. Aanvankelijk alleen maar met geïmproviseerde gewichten, maar later ook steeds meer met elkaar. Uiteindelijk werden ze zelfs zo goed dat ze wel eens mochten optreden in een plaatselijk circus, waarvan één optreden (naar eigen zeggen) toendertijd rechtstreeks uitgezonden werd op de duitse televisie. Ik heb me dit altijd een beetje dromerig proberen voor te stellen. Mijn vader? Echt waar? Hij?

Mijn vader, de acrobaatDit verleden van mijn vader heb ik altijd met open mond moeten aanhoren, want bewijs had ik er nooit van gezien. Mijn eigen kunnen op dit gebied was minimaal. Tijdens gymnastieklessen kwam ik zelfs na vijf minuten ‘touwklimmen’ niet verder dan 10 centimeter boven de grond, en bij het via een springplank over zo’n kast springen heb ik meermalen mijn knieën flink bezeerd. Met een bal kon ik echter beter uit de voeten. Trefbal, voetbal, volleybal en dergelijke gingen me goed af. Maar toch kan ik me nog de frustratie herinneren als mijn vader zich weer eens met gemak enkelen keren optrok aan een ijzeren stang achter het huis van mijn opa en oma, terwijl ikzelf mijn armen amper in een kleine buigstand kreeg.

Nadat ik dit allemaal alleen maar wist van ‘hebben horen zeggen’, zijn uiteindelijk toch een paar foto’s opgedoken van mijn vader en zijn broer. Eén foto laat hen zien tijdens een optreden, en de andere is genomen achter hun ouderlijk huis. De wei zelf kan ik me nog redelijk herinneren, maar de achterkant van de schuur ziet er op deze foto eerder uit als een oude foto uit Oost-Europa. En zo blijft er toch een beetje romantiek over van een ver verleden.

De acrobaat is trouwens gisteren 81 jaar geworden.

Bouwdozen

zaterdag 22 januari, 2005

Vandaag was ik op zoek naar een bouwdoos voor Koos die morgen jarig is, maar dat viel niet mee. Bart Smits bijvoorbeeld blijkt die dingen al een hele tijd niet meer te verkopen. In plaats daarvan hebben ze een groot aanbod ‘multimedia’ zoals de verkoopster het noemde. Gewoon computergames dus.
Ik heb uiteindelijk wel nog een bouwdoos gevonden bij een speelgoedwinkel bij mij in de buurt. Daar verkopen ze, wederom volgens de verkoopster, deze bouwdozen nog volop. Toch heb ik moeite haar te geloven. Het aanbod is behoorlijk geslonken en sommige dozen zijn al wat beschadigd. Een teken dat ze er al langere tijd liggen.

Jammer eigenlijk, maar blijkbaar is zo’n bouwdoos voor kinderen van tegenwoordig toch teveel werk? Er is natuurlijk altijd het risico dat het mislukt, terwijl je een computergame gewoon weer opnieuw kunt opstarten als het fout gaat. Nou ja, helemaal zullen die dingen wel niet verdwijnen, want er zijn nog genoeg volwassenen die hier een grote hobby aan hebben. En trouwens, waar heb ik het over? Sinds ik de computer en het webloggen ontdekt heb raak ik geen potlood of pak klei meer aan. Hmm, jammer eigenlijk.

Zwemdiploma (2)

donderdag 13 november, 2003

zwemdiplomasklein.jpgToen Koos zijn zwemdiploma haalde en daar een certificaat voor kreeg, vroeg ik me al af of mijn moeder mijn oude diploma’s bewaard zou hebben. En ja hoor, met uitzondering van diploma ‘C’ (die waarschijnlijk met broekje en al ergens tussen het vuilnis is beland) had ze ze nog allemaal bewaard. De kleuren waren iets anders dan ik me herinnerde, maar ik heb ze toch maar even meegenomen en ingescand…

Kersentijd

zondag 12 oktober, 2003

kersen.jpgDit is iets waar mijn moeder laatst mee aan kwam zetten. “Dat had je toch zo mooi geschreven”. Het was een briefje dat ik eens gemaakt had aan mijn vader, ergens in de eerste helft van de middelbare school. Atlhans dat denkt mijn moeder, ik weet het zelf niet meer zo goed. In elk geval gaat het over mijn gevoelens naar mijn vader. Dat ik mijn hele leven al bang ben dat hij dood zal gaan. Dat ik het nauwe warme contact met hem mistte van vroeger, als kind. Dat ik misschien wel al volwassen was, maar niet zo onafhankelijk als ik misschien wel zou willen zijn. Dat ik soms meer gevoel ben dan ik aankan.

Ik heb het briefje letterlijk overgetypt, dus het komt soms misschien een beetje raar over. Maar echt goed in taal ben ik nooit geweest.

lees verder »

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen