Ik heb het al eens vaker gezegd, katten zijn volgens mij perfecte wezens. Evolutionair volmaakt. Ze zijn dan ook, behalve wat kruisingen her en der, in duizenden jaren bijna niet meer veranderd. Maar de mens, daar kan nog heel wat aan verbeterd worden. Kijk nou bijvoorbeeld naar de mond en de maag. Het spreekwoord luidt: ‘De ogen waren groter dan de maag’. Ik heb dit spreekwoord nooit zo goed begrepen. Ik kan een hele zak chips in mijn eentje naar binnen werken zonder ook maar één blik op die zak te werpen. De reden dat ik blijf eten heeft niks te maken met mijn ogen maar met mijn mond. De smaakpupillen (of zou het spreekwoord zijn afgeleid van pupillen?) zorgen ervoor dat ik blijf eten. De smaak van de chips, de prikkeling van de paprika op mijn tong, de vorm van dat enkele chippie die zo perfect in de mond past. Alles heeft te maken met de sensaties binnen in mijn mond, terwijl mijn ogen de film volgen op de tv. Dat gaat een hele tijd goed, totdat het fout gaat. Terwijl mijn mond blijft vragen om meer, begint mijn maag tegen te sputteren. Alleen, en dat is nu jammer, altijd te laat. Waarom is het niet zo dat wanneer de maag vindt dat het genoeg is, deze via ons zenuwstelsel een seintje geeft aan onze hersenen, die vervolgens een seintje sturen naar de smaakpupillen in onze mond, en die de opdracht geeft andere signalen aan ons bewustzijn door te geven dan in het begin, zodat wanneer je het volgende chippie in je mond stopt denkt ‘Hè, getver! Paprikachips!’, en de bak met chips zonder enig probleem aan de kant schuift. Dát zou ik nou nog eens een sprong voorwaarts noemen in onze evolutie!