Coca Cola en paprikachips
Met het WK voetbal kwamen ook herinneringen aan mijn vader terug. Meer dan eens heb ik hem in gedachten horen vloeken en naar de keuken zien lopen als Nederland weer eens een open kans liet liggen of niet vooruit te branden was. Tikkie terug, tikkie breed. Dan maar liever het Duitse voetbal, hoor ik hem nog zeggen. Het feit dat dit op het laatst uit zijn mond kwam wil heel veel zeggen. Daarvoor moest hij namelijk niks hebben van die Mannschaft. En ik dus ook niet. Zo vader zo zoon.
Tijdens voetbalwedstrijden, maar ook iedere zaterdagavond, kwamen er altijd twee flessen Coca Cola op tafel en een hele grote bak met paprikachips. Mijn vader en ik waren er dol op. Ik heb het dan over de tijd dat ik nog op school zat. Tijdens een of andere quiz uit die tijd of western begonnen we, en tegen tienen was alles op. Als dan op de Duitse zender Das Wort zum Sonntag begon zaten we zo vol met lucht dat de door de pastor langzaam uitgesproken Gedanken Gottes vergezeld werden door kleine scheetjes. Dat was dan het moment voor mijn moeder om zich even terug te trekken. Als ik er nu zo over nadenk geloof ik niet dat ik mijn moeder ooit ook maar één scheetje heb horen laten. Vrouwen kunnen dat niet. Of doen dat niet. Misschien dat mijn moeder het tijdens het fietsen deed. Dat zou kunnen verklaren waarom ze altijd sneller fietste dan wij.
Coca Cola en paprikachips. Het niveau van dit weblog begint aardig te dalen. Ik heb echt nog wel andere herinneringen aan mijn vader dan dit soort bijna platvloerse lolletjes. Ik zou heel hoogdravend iets kunnen vertellen over iets dat hij me geleerd heeft en dat mij in mijn leven geholpen heeft te worden wie ik ben. Iets met ethiek ofzo. Die dingen zijn er ook wel, maar zo’n belachelijk simpele herinneringen als die van onze zaterdagavonden, dat zijn toch het soort herinneringen waardoor ik me hem weer heel levendig voor de geest kan halen. Echt, mijn vader was zo’n ontzettend lieve man. Een echte scheet.









