Op iedere tafel, in elke kast of lade, in elk uithoekje van mijn hersenen en in het digitale doolhof van mijn computer zweven ideeën of schetsen rond. Van wat zou kunnen, wat mooi zou wezen, wat ik zeker nog eens moet doen. In de tussentijd zit ik zeker niet stil. Ik doe dingen en ik zeg dingen. En andere dingen doe ik niet. En altijd denk ik dat de dingen die ik niet doe of nalaat juist de dingen zijn die ik zou moeten doen. Net als met een aantal boeken die ik nog in de kast heb staan en waar ik steeds maar van denk dat dit misschien wel de beste boeken zijn die ik ooit zal hebben gelezen. Als ik ze lees.

Het klinkt als ‘het gras is altijd groener’, maar dat is niet wat ik bedoel. Eerder dat het niet gedane of het niet gezegde meer over jezelf vertelt dan al het andere. En uiteraard ken ik de uitspraak dat je bent wat je doet. In zeker zin is dit ook zo. Het is het enige dat er van je terecht komt in de wereld en waar anderen je voor zullen herinneren. En toch is er ook dat andere, dat wat je nauwelijks kunt benoemen en nog moeilijker kunt uitdrukken maar misschien nog wel het meest wezenlijke deel van je is. En dat je maar al te graag tot uitdrukking zou willen brengen zodat je het kunt delen met anderen. Maar het lukt maar niet en dus doe je heel veel. Van dat andere.