De deugden van de nieuwe tijd
Geïnspireerd door M. die volgens haar werkgever niet voldoende vreugde zou uitstralen, begon ik wat na te denken over deugden en hoe deze in de loop van de tijd veranderd zijn. Barmhartigheid, compassie, wijsheid, rechtvaardigheid, gematigdheid, moed, eerlijkheid. Geen begrippen meer die je zult tegenkomen in een vacature. Tegenwoordig worden andere eigenschappen verwacht, zelfs als voorwaarde gesteld. Je bent bij voorkeur zeer enthousiast, geduldig, zelfstandig, creatief, alert, gedisciplineerd, energiek, stressbestendig, vol doorzettingsvermogen, flexibel, dynamisch, gepassioneerd en een rasechte teamplayer. En vergeet al die deugden vooral niet wanneer je in je pauze een boterham zit te eten! Je zou er weleens op aangesproken kunnen worden dat je niet in het team past.
Ik heb even wat rondgeneusd op internet en kwam zo op de website van Trouw terecht bij een artikel van Peter Henk Steenhuis over Paul van Tongeren, hoogleraar ethiek: De deugd ziet er goed uit, altijd. Hierin wordt onder andere opgemerkt dat Aristoteles vond dat de deugd intrinsiek, in zichzelf goed moet zijn. ‘Zoals een kunstwerk niet goed of mooi is omdat het ergens toe dient, zo heeft ook de deugd een eigen kwaliteit. Maar flexibiliteit, is dat in zichzelf iets goeds? Ik twijfel. Je kunt zeggen dat flexibiliteit ervoor zorgt dat we mee kunnen buigen met de omstandigheden, waardoor we niet snel breken. Maar flexibiliteit is zo’n door en door vereconomiseerde term dat hij een eufemisme geworden lijkt voor de totale onderwerping van de werknemer aan de wetten van de managers. Flexibiliteit is dan niet in zichzelf goed, maar is maximale bruikbaarheid in veranderende economische omstandigheden. Wie flexibel is, is beter inzetbaar. Dat kan best, maar daarmee is flexibiliteit nog geen deugd.’
Zou het helpen als je bij een volgende confrontatie met je werkgever zou vragen of hij weleens iets van Aristoteles heeft gelezen? Ik weet het niet, het is maar een Idee.













Boeiend stuk!!!
vr gr Monique