Het zou een mooie titel kunnen zijn voor een boek of film. In werkelijkheid was het een klein voorvalletje in de supermarkt. Een slonzig geklede en overduidelijk dronken man stond te wachten bij de kassa. Achter hem stond een man in driedelig pak en met glanzende zwarte schoenen en met een enorme krabpaal in zijn armen. Ik keek achterom naar de rij met kattenvoer, op zoek naar nog meer krabpalen, maar zag alleen maar zakken met kattenvoer. De dronkaard maakte er een opmerking over waarop de keurig geklede man antwoordde dat hij dat ding altijd bij zich droeg, waar hij ook naartoe ging. Gedurende een vijftal minuten kletsten en grapten de twee lekker door en namen voorbij de kassa afscheid van elkaar alsof ze elkaar al jaren kenden.

Citylights van Chaplin schoot even door mijn hoofd vanwege de vriendschap tussen de zwerver en de miljonair, en ook een aflevering met de Vieze Man die ik in gedachten voor me zag maar die in werkelijkheid nooit gemaakt is: ‘Lekker hè, zo’n krabpaal!’. Het was zo mooi om te zien dat ik helaas hun gesprekje zelf niet meer gevolgd heb. De dronken man met lang grijs haar en de man in pak met glad achterover gekamd haar, minstens twee koppen groter. Alsof er even een scheurtje was ontstaan in de gangbare manieren van contact tussen gangbare groepen mensen.

Nog een scheurtje: De gek.