Daar zat ik op een gegeven moment toch echt aan te denken, alleen ken ik persoonlijk geen fietsendieven. Het had me een hoop werk kunnen schelen.

Bij het winkelcentrum waar ik altijd mijn boodschappen doe had ik mijn fiets zoals gewoonlijk vastgezet met twee sloten. Het gewone beugelslot en verder nog met een kabel aan het fietsenrek. Extra zekerheid kan geen kwaad, alleen heel vervelend als dan de sleutel van het kabelslot afbreekt en je de fiets niet even mee naar huis kunt nemen om daar het slot te verwijderen. Ik ben naar huis gelopen, wat gereedschap bij me gestoken en geprobeerd daarmee het slot open te krijgen. Flink zitten hameren, schroevendraaier in het slot geslagen, kabel proberen door te knippen. Het hielp allemaal niks. De fietsenmaker om de hoek mocht of kon mij niet verder helpen en adviseerde mij de politie te bellen. Ook die kon of mocht (of wilde) niks doen. Erg vervelend, want laat je goede fiets een nachtje bij een winkelcentrum staan en hij is óf door iemand meegenomen met wel het juiste gereedschap óf hopeloos vernield. Ik heb daarom nog maar een half uurtje extra zitten hameren en peuteren maar kon het slot met geen mogelijkheid open krijgen.

Uiteindelijk, na twee keer een half uur zitten klooien met hamer, schroevendraaier en diverse tangen, bleek de oplossing redelijk simpel: de ijzerzaag. Een kwartier duurde het om het kabelslot door te zagen. En tot een paar minuten voor het einde kon ik ongestoord mijn gang gaan zonder dat ook maar iemand een opmerking had gemaakt over mijn overduidelijke pogingen een fiets mee te nemen uit de stalling. ‘Lukt het een beetje?’ vroeg uiteindelijk een voorbijganger, en ik complimenteerde hem met die vraag. Eindelijk iemand die de vraag durfde te stellen, en eindelijk iemand die ik mijn setje sleutels mocht laten zien. De half afgebroken sleutel van het kabelslot en die andere die het beugelslot meteen open deed springen en daarmee mijn onschuld aantoonde. Want ondanks dat ik redelijk rustig en lakoniek bezig was het slot te vernielen, bleef ik toch de hele tijd denken: ‘Ik ben onschuldig, ik ben onschuldig en ik kan het bewijzen ook!’. Het is net zoiets als met dat elektronische poortje bij winkels. Je weet dat je niks te vrezen hebt omdat je niks gedaan hebt, toch ben je bang dat dat stomme ding zal gaan loeien en je terug moet om de inhoud van je tas te laten zien.