Heeft u misschien mijn baby gezien?
Waarom val ik bijna van mijn fiets als ik bij windkracht 8 opeens een windvlaag van opzij krijg maar fietst dat meisje in de film De Storm bij windkracht 11 fier rechtop over de dijk? En waarom konden de mensen in die film gewoon op de dijk staan en naar de zee staren terwijl ik bij tegenwind voorover moet gaan hangen om niet achterover te kukelen? En hoe kan het dat ze elkaar überhaupt konden verstaan bij de herrie van een zuidwesterstorm? Omdat het – vergeef me de flauwe woordspeling – een storm was in een glaasje Hollands leidingwater. Geen spectaculaire dijkdoorbraak, geen beelden van mensen, koeien en schuurtjes die meegesleurd worden door het water. Misschien was het toen ook wel niet zo spectaculair, alleen maar heel veel en heel onverwachts. Maar om een film wat interessanter te maken voor het oog zul je als filmmaker toch hier en daar wat moeten overdrijven. Een scène als in de film The Day after Tomorrow waarin New York overspoeld wordt door een enorme vloedgolf zou iets teveel van het goede zijn geweest, maar een beetje rampenfilm moet het toch van dit soort beelden hebben. En daarom zat ik afgelopen week een beetje beteutert in de bioscoop op het moment dat iemand riep ‘Het water komt!’. Nou, waar dan, waar dan!?
Na een kwartiertje was het eigenlijk gedaan met de film. De spanning waar ik op zat te hopen kwam niet, en daarna volgde een eindeloze zoektocht naar de baby. Heeft u misschien mijn baby gezien? zou dan ook een betere titel voor deze film zijn geweest, of klink ik nu te negatief? Dan wil ik hier best aan toevoegen dat er hele mooie beelden in de film zaten en dat ik onder de indruk was van het talent van de hoofdrolspelers, maar het maken van een rampenfilm moeten ze toch overlaten aan Hollywood.









