Ik liep vandaag langs het bidprentje van mijn vader en pakte het weer eens op om de foto te bekijken. Tegenwoordig betekent dat dat ik over de rand van mijn bril moet kijken, anders krijg ik het beeld niet scherp. Een bidprentje is maar klein en dus hield ik het dicht bij mijn gezicht en keek mijn vader recht in zijn ogen. Wat vreemd, dacht ik, dat ik me hem niet meer kan herinneren van hoe hij eruitzag toen hij jonger was. Als ik aan hem denk zie ik hem voor me zoals hij was in het laatste jaar van zijn leven. Veel langer geleden, toen ik nog een jaar of zes, acht, twaalf, zestien was, heeft hij er heel anders, veel jonger uitgezien. Dat weet ik en dat kan ik bevestigen met foto’s die ik van hem. Maar zonder die foto’s kan ik nauwelijks een goed beeld terughalen van hoe hij vroeger was.

Eigenlijk is dat best wel vreemd. Van mijn kat Mickey heb ik nog een vrij goed beeld van hoe hij eruit zag toen ik hem ging ophalen, amper zes weken oud, en ook mijn eerste motorfiets zie ik nog zo voor me. In blinkende (bijna) nieuwstaat en zoals hij er op het laastst uitzag, vol met roest en tape toen ik hem verkocht aan iemand die de onderdelen nog goed kon gebruiken. Maar bij mensen lukt me dat niet. Bij mensen draag ik altijd het meest recente beeld bij me. Heb ik iemand twintig jaar lang niet gezien, dan is dat het beeld dat ik bij me draag. Zie ik iemand geregeld, dan wordt het beeld telkens opnieuw ververst, geupdate.

Ik heb zelf geen kinderen en vraag me af of dit ‘vastzetten’ van iemands beeltenis in het geheugen alleen maar geldt voor personen ouder dan jezelf. Maar ook van de kinderen van mijn vrienden heb ik geen duidelijk beeld meer van hoe ze waren toen ze nog over de grond kropen. Moeders hoor ik weleens zeggen ‘Ik zie hem nog zo onder de tafel zitten’. Hebben vaders dat ook?

En het beeld dat ik van mijzelf heb? Als ik foto’s terugzie van hoe ik was toen ik zes jaar oud was, of achttien of zesentwintig, kan ik nauwelijks bevatten dat ik dat ben. Ik ben het dan ook niet. De enige IK die ben is degene die nu IS. Wat dat betreft geloof ik wel in reïncarnatie, in de zin van een opeenvolging van levens in het leven dat ik nu leef. Ik ben niet meer dezelfde als die ik was toen ik op de lagere school zat. En ook niet de Jack die op de universiteit zat, in de psychiatrie werkte, in een winkel, bij een reclamebureau. Zelfs niet de Jack van vorig jaar.

Eigenlijk is dat hele gedoe rondom leeftijd maar flauwekul. Net als Bo hebben we helemaal geen leeftijd. We zijn steeds dezelfde persoon in een veranderende samenstelling. En daarom ook weer steeds anders. Maar altijd degene die we op dat moment zijn. Niet de persoon die we vroeger waren en ook niet de persoon die we misschien ooit nog eens worden. Alleen maar die we nu zijn. En omdat ik niet kan denken voorbij dit leven kan ik het beeld van mijn vader niet meer veranderen. Zijn beeld is voor altijd in mij bevroren, in vaste vorm. No more updates.