In omgekeerde volgorde
Dromen zijn toch iets moois. Je hebt er absoluut niks over te zeggen en toch kunnen ze voor een groot deel je leven bepalen. Soms als inspiratiebron voor fantasieën die overdag kunnen leiden tot een mooi kunstwerk, en soms kunnen ze een kwelling zijn voor de rest van je leven. Maar meestal loopt het zo’n vaart niet en moet je er alleen maar even om lachen of concluderen dat dromen toch maar rare dingen zijn (‘Vannacht heb ik toch weer iets stoms gedroomd!’).
Iets kun je trouwens toch wel bepalen wat betreft de inhoud van dromen. Ik las iets over onderzoekers die proefpersonen aan het begin van hun remslaap (het deel van de slaap waarin je droomt) een geluid lieten horen en ze vervolgens vijf minuten later wakker maakten en vroegen wat ze gedroomd hadden. Het laten horen van een belletje maakte dat mensen over hun droom begonnen te vertellen waarin vanalles gebeurde, maar pas op het allerlaatst, het moment dat ze wakker gemaakt werden, droomden ze dat ze bijvoorbeeld een dienblad met glazen lieten vallen. De hersenen hadden de impuls van buitenaf (het geluid) dus netjes verwerkt in de droom.
Het enige wat ik hieraan niet begrijp is waarom het belletje van het begin aan het einde zit van de droom. De hersenen kunnen namelijk niet van tevoren weten wanneer hun eigenaar gewekt zal worden en hebben dus niet de tijd om rustig even een scenario te schrijven voor het belletje. Het lijkt bijna alsof het rinkelen van het belletje aanleiding is voor de hersenen om in omgekeerde volgorde een min of meer causaal verhaal aan elkaar te breien. Er onstaan kringen in het water, dus laten we er maar een steentje ingooien en er vervolgens eentje oppakken en daarna naar de vijver toelopen.
Het zou kunnen dat (mijn eigen filosofietje) de hersenen op het moment van wakker worden dat hele verhaal even razendsnel omdraaien zodat het voor onze ‘waakhersenen’ overkomt als een min of meer rechtlijnig en chronologisch geheel dat we nog redelijk kunnen volgen. En dat zou betekenen dat we overdag het idee hebben naar voren te bewegen in de tijd, terwijl we ‘s nachts als een gek achteruit aan het hollen zijn. En dat zou vervolgens weer kunnen betekenen dat als Balkenende overdag beweert een man te zijn ‘van grote stappen’, hij in een bepaald gebied van zijn hersenen heel hard achteruit aan het gaan is. En dan begrijp ik opeens toch allemaal hoe het zit en werkt. Je moet alleen even een goed voorbeeld weten te vinden uit de praktijk die het even inzichtelijk voor je maakt.









