Nalatenschap (2)
De nalatenschap van mijn vader begint te groeien. Had ik al iets verteld over het vele gereedschap dat ik van hem heb georven, inmiddels heeft mijn moeder me ook al wat van zijn sokken en zakdoeken aan de hand gedaan. Sokken gaan vaak van maat tot maat, bijvoorbeeld van maat 39 tot 42, en dat komt goed uit. Ik heb namelijk 42 en mijn vader had 39. En zijn zakdoeken – uiteraard kreukvrij gestreken – komen ook altijd van pas. Sommigen met een mooie geborduurde letter ‘T’ in een hoek, de ‘T’ van Tummers. Dat krijg je als je, net als mijn vader, vaak in het ziekenhuis hebt moeten liggen en nog van de oude stempel bent. Dan worden kleding en andere bezittingen van tevoren gemerkt zodat er geen onduidelijkheid kan ontstaan wat van wie is. Tegenwoordig ligt men echter meestal alleen op een kamer, dus dat brandmerken is niet meer zo nodig.
‘Hoe ouder ik word, hoe meer ik op mijn vader begin te lijken’. Ik weet niet meer wie ik dit ooit heb horen zeggen, in een boek, film of op het toneel. Maar het is waar. Nu hij er niet meer is en ik wat van zijn ruimte opvul als ik op bezoek ben bij mijn moeder, merk ik steeds vaker aan mijn houding en mijn gebaren hoezeer ik in bepaalde opzichten op hem lijk. Nog meer nalatenschap. En een paar dagen geleden, tijdens wat zelf ingesproken proefjes voor de stemhulp voor blinden, moest ik even hoesten en het was alsof ik mijn vader hoorde. Hetzelfde korte kuchje. Gelukkig heeft dat kuchje niks te betekenen. Als ik ook zijn leeftijd van 85 jaar zal erven ben ik meer dan tevreden.









