Duif op balkondeurHet lijkt wel open huis hierzo. Vliegen, muggen, spinnetjes, een wants op de deur van de koelkast, en regelmatig hoor ik het getrippel van een ekster op de metalen balustrade van het balkon. Laatst durfde die het zelfs aan om één voet, nou goed dan, één poot in de keuken te zetten voordat hij weer wegvloog. Steeds brutaler wordt die vogel, want volgens mij is het steeds dezelfde. En gisteren zat er een duif bovenop de deur van het balkon. Jammer dat ik ze niet duidelijk kan maken hoe leuk ik hun bezoekjes vind. Zonder het te willen jaag ik ze weer weg, terwijl ik ze eigenlijk wel zou willen uitnodigen even binnen te komen. Dat probeer ik ze ook duidelijk te maken. Dan kijk ik ze aan en spreek zachtjes tot ze. Niet hardop, maar zonder woorden en van binnenuit. ‘Kom maar’, zeg ik dan, ‘Ik doe je niks’. En ‘Wat ben je mooi. Kom toch binnen’. Belachelijk hè. En de volgende keer doe ik het weer op precies dezelfde manier. Maar wie heeft er nou nooit Doolittle willen zijn?