Pa op bruggetje in SittardAfgelopen woensdagnacht is mijn vader overleden in het ziekenhuis in Sittard. Graag had hij nog even naar huis gewild om daar te kunnen sterven, maar dat zat er niet meer in. Zijn enige nier hield er helemaal mee op en na ons bezoekje aan hem op zondagavond is hij in slaap gevallen en niet meer wakker geworden. Toen ik hem dinsdagochtend weer zag wist ik het: dit worden zijn laatste dagen. Hij zag er absoluut niet meer uit als mijn pa zoals ik hem heb gekend. Wat voor me lag was nog slechts een omhulsel. Zijn mond hing scheef open en hij ademde snel en met een snurkend geluid. Voeding of vocht kreeg hij niet meer toegediend. Het was nog slechts afwachten tot hij zijn laatste adem uit zou blazen.

‘s Avonds laat ging ik naar huis terwijl mijn moeder bij hem bleef waken. De uren daarna waren onrustig, terwijl ik in mijn ouderlijk huis op de bank probeerde in slaap te vallen. Op een gegeven moment schrok ik wakker en zag het gezicht van mijn vader heel dicht bij dat van mij. Eerst waren zijn ogen nog gesloten, maar toen ging één ooglid plotseling omhoog en keek mijn vader me recht aan. Daarna schoot hij in de lach alsof hij me voor de gek had proberen te houden. Dit alles was zo intens dat ik op mijn mobiele telefoon keek hoe laat het was. 01.16 uur in de ochtend. Een half uur later belde mijn moeder me op dat vader rustig in zijn slaap overleden was, zo rond kwart over een.

Het is nu zaterdag. Maandag wordt hij begraven en op dit moment voel ik me eigenlijk heel rustig na alles wat er gebeurd is. Misschien veranderd dat de komende dagen nog wel, maar op dit moment heb ik er vrede mee omdat mijn vader nog zo oud is geworden en hij gestorven is zoals hij het altijd graag had gewild; in zijn slaap en zonder pijn te hebben hoeven lijden. Een van zijn sterkste eigenschappen was ongetwijfeld zijn vermogen om het leven – en de dood – te kunnen relativeren. Eigenlijk hield hij zich nooit zo met de dood zo bezig. Veel lachen vond hij belangrijk, en dingen waar je toch niks over te zeggen hebt moet je loslaten zei hij altijd. Zelfs toen ik me in het ziekenhuis nog druk zat te maken om onlogisch en traag handelen van de artsen, zei hij doodleuk: ‘Ach, de dood moet een oorzaak hebben’.

Klussen zoals hij kon, dat kan ik niet. Ook zijn geduld heb ik niet en soms ben ik te nadenkend en dan kan ik weleens een paar dagen somber zijn. Maar als ik ook maar iets van zijn levenshouding overgenomen heb dan ben ik daar heel blij mee. En zo niet, dan hoop ik dat dat alsnog naar boven zal komen de komende jaren.