Schuin achter het stuur
Ik zie mannen regelmatig schuin achter het stuur van hun auto zitten. Meestal zijn het dan nog relatief jonge bestuurders van alfa’s, golfjes en dat soort auto’s. Soms zitten ze ook slechts in panda’s of peugeotjes, en vooral dan zijn het de dikke wielen, dikke uitlaat en de carrosserie en bumpers die rondom verlaagd zijn tot slechts een tien centimeter boven de grond die de auto het voorkomen moeten geven van een Indy 500 bak.
Als zo’n auto me voorbij rijdt ben ik altijd nieuwsgierig naar de reden waarom er zo schuin gezeten moet worden. Het geeft natuurlijk een beetje het beeld van een nonchalante en zelfverzekerde coureur, maar erg praktisch is het niet. Eén arm hangt gestrekt aan het stuur, de andere wordt gebruikt voor… ja, eigenlijk nergens voor. Soms hangt de arm uit het raam (bestuurder hangt naar links), soms wordt hij gebruikt ter ondersteuning van het hoofd via de kin (bestuurder hangt naar rechts).
Hoe dan ook, als ik dit zie moet ik altijd even denken aan die andere snelheidsmaniak die vaak gezien kan worden in een schuine houding: Stephen Hawking. Zijn ‘bak’ gaat misschien niet zo hard, zijn denken houdt niemand bij.









