Suikerpinda’s en voetbal
Het kan zomaar gebeuren dat een droom je naar herinneringen voert waarvan je niet wist dat je die nog had. Zo leidde de droom van vannacht me na het wakker worden naar een witte papieren zak vol suikerpinda’s. Hmmm, heerlijk. Vooral wanneer vers gebrand. Als kind een van mijn favoriete lekkere dingen om te snoepen tijdens een film op tv. Totdat ik ergens las dat er wel heel erg veel suiker en vet inzit en dat je je tanden er behoorlijk op stuk kunt bijten. Dat laatste lukt me nu overigens ook met dropjes en groentjes. Tijdens de afgelopen vakantie brak er weer een stukje van een kies af tijdens het lekker kauwen op zo’n fris plakkerig groentje met mentholsmaak. Ik ben gek op van die dingen. Groentjes, wybertjes, pottertjes. Eén à twee van die dingen zorgt voor een frisse smaak in je mond en zacht voor je keel. Dat heb ik nooit begrepen. Liefst eet ik ze met een handvol tegelijk. Een doosje wybertjes is bij mij altijd binnen tien minuten leeg. Jammer dat ze bij het Kruidvat die jumbodozen niet meer verkopen waar ik mijn tong in kon leggen zodat ik meteen een mondvol wybertjes tot me kon nemen.
Ik dwaal een beetje af. Het begon namelijk met die herinnering aan suikerpinda’s. Daarna moest ik denken aan de zondagmiddagen die ik samen met mijn pa doorbracht achter het huiskamerraam. Onze stoelen een kwartslag gedraaid, voeten op de vensterbank, een pot dropjes bij de hand, keken we omstebeurt door de verrekijker naar het voetbalstadion van Fortuna Sittard. Toen lag het stadion nog midden in de stad naast onze flat, was het stadion nog niet zo groot en ook nog niet zo afgesloten als nu. Bezoekers zag je via de trap aan de buitenkant naar boven klimmen en vervolgens over de rand van de tribunes weer verdwijnen. Aan de linkerkant stond het scorebord. Als er gejuichd werd keken we met de verrekijker naar het figuurtje dat naar boven klauterde en konden we zien aan welke kant er een bordje verwisseld werd. Dan wisten we, links is een doelpunt voor Fortuna, rechts voor de tegenstander. Zo hielden we de stand bij terwijl we comfortabel in onze stoelen zaten en vooraf en achteraf ook nog eens konden genieten van al die mensen die via het paadje achter onze flat weer terugliepen naar hun auto’s. De meeste fans waren mannen, maar soms liep er ook weleens een vrouw tussen. Mutsen en sjaals in de kleuren van de clubs. Meer was er toen nog niet te koop aan fanartikelen. En vuvuzela’s al helemaal niet. Het enige geluid dat er destijds gemaakt werd in de stadions was afkomstig uit de kelen van de fans. ‘Hi ha hondelul’. Een van de eerste ‘shocking’ dingen die er geroepen werden. Verder hoorde je, als je zelf een van de bezoekers was, alleen maar het ‘Boe’ en ‘Ah’ van de andere fans, én het gekraak van vele witte papieren zakjes vol suikerpinda’s. Het enige dat er te koop was en aangeboden door dames met houten bakken voor hun lichaam vol met van die zakjes. Dat was ook het beeld dat ik voor me had vanochtend en waarom ik het wel leuk vond dit stukje op mijn site te zetten. Het had ook korter gekunnen, maar een bal zwaait ook weleens af en een pass is nooit helemaal perfect.









