Harry Mulisch is dood. Tenzij je op vakantie was ergens in Midden-Amerika zul je dat nu wel weten, tenzij dit het eerste is dat je leest na terugkomst. IJdele hoop, van mij. Mulisch, Mulisch. De man met de grote neus, brede mond en sjaaltje om zijn nek. Die in praatprogramma’s altijd sprak en pijprookte alsof hij het wel allemaal wist. Hoe het zat en zit met de wereld. Een groot schrijver, een van de Grote Drie. Willem Frederik Hermans, Gerard Reve en Hij. Nu ik dit geschreven heb ben ik meteen klaar met vertellen wat ik van hem weet. Niks las ik tot nu toe van hem, behalve dan Archibald Strohalm op de middelbare school. Omdat dat moest, voor de literatuurlijst. De titel van het boek klonk alsof het ging om een kwajongen zoals Huckleberry Finn. Het leek me dus een leuk boek en ik had er zin in. Het boek viel echter enorm tegen, voor een jongen van amper twaalf, veertien jaar (?) oud. Niks geen bomen klimmen of rivieren overzwemmen. Niks geen appeltjes stelen uit de keuken of ravotten door bos en heide. Archibald Strohalm was symboliek en een boek met meerdere lagen. Mijn God wat had ik daar een hekel aan. Een boek moest je lezen en daarna gaan indelen, opdelen, verklaren. Je had lezen en je had literatuur. Twee totaal verschillende dingen. Het eerste was leuk, lekker op de bank of in bed je mee laten slepen in een andere wereld. Het tweede was hard werken, hard nadenken, studie. Wie heeft daar nu zin in op school?
Mijn ervaring met Archibald Strohalm heeft het ooit nog eens iets van Mulisch lezen aardig in de weg gezeten. En bepaalde ook het beeld dat ik van Mulisch als mens had. Toen ik een jaar of zeventien achttien was en geïnteresseerd raakte in het alternatieve, tot en met het occulte aan toe, stond ik eens in de bibliotheek voor het boek De compositie van de wereld. Mijn God wat een dik en moeilijk boek. Vast allemaal heel erg intelligent en belangrijk. Ik begon er daarom snel in te bladeren. Ik was namelijk zelf ook heel erg intelligent en belangrijk (duhh!). Het boek ging echter niet mee naar huis en ik stopte het terug in de rij boeken, samen met Mulisch zelf. Misschien, heel misschien dat het er nog eens van zal komen iets van Mulisch ter hand te nemen. Maar misschien ook wel helemaal niet. Van die andere twee Groten heb ik namelijk ook nog nooit iets gelezen, behalve dan die Donkere kamer van Damocles, om dezelfde reden als Archibald Strohalm. En om dezelfde redenen gehaat. Misschien hou ik wel niet zo van boeken die in mijn ogen te gecomponeerd zijn en zit ik zelf liever aan de rand van een rivier dan voor een aquarium.
De boekhandel zal het de komende tijd goed vergaan, zeker nu de feestdagen eraan komen. Veel mensen zullen nu toch iets van Mulisch gaan lezen, of denken dat andere mensen iets van hem willen gaan lezen en dus een boek van hem als cadeau geven. Iedereen zal dan wel iets over hem te vertellen hebben en dan kan ik natuurlijk niet helemaal afzijdig blijven. Dat doe ik dan ook niet, en toch ook een beetje wel. Voorlopig lees ik Mulisch namelijk alleen maar zoals het mij uitkomt, op z’n internetst: Archibald Strohalm op Wikipedia. Wat hebben kinderen het tegenwoordig toch makkelijk.