Auteurs

Oorlogstijd

maandag 5 september, 2011

Marinet Haitsma schreef net een stukje op haar weblog over een korte voordracht die ze gaf tijdens een bijeenkomst in Katendrecht. En waar niemand naar luisterde. Woorden hebben stilte nodig om gehoord te woorden. Tenzij woorden die bedoeld zijn om geschreeuwd te kunnen worden en waarbij oplettend luisteren niet nodig is. Het stukje van Marinet klonk net als een drukke bijeenkomst waarbij opeens iemand roept ‘Stil allemaal! Luister!’ waarna iedereen zweeg om te horen wat de stem op de radio te melden had. In oorlogstijd ging dat soms zo, in films gaat dat soms zo. Misschien zitten we nu wel in een soort oorlogstijd, met onszelf? Ja, ik weet het, dat klinkt veel te zwaar en is het ook. Maar als ik mezelf door de drukte van alledag heenwurm met op de achtergrond altijd een onderstroom van geluiden die doen denken aan het hoofdkwartier van een groot leger of een drukke dag op de beurs, dan vraag ik me soms af of het niet toch zo is. Geen tanks en jeeps maar vrachtwagens en stadsbussen. Geen woorden die ons bevelen de wapens ter hand te nemen, maar wel woorden die ons dwingend aan-bevelen dit of dat te kopen of te doen. ‘Alles van waarde is weerloos’. Deze uitspraak van Lucebert is nog steeds een van de mooiste die ik ken en gaat ook op voor woorden. Woorden van waarde laten zich niet opdringen, ze kunnen alleen maar ontvangen worden, voor wie daar voor openstaat. Het liefst in stilte.

Marinet Haitsma: Memo’s aan een niet-bestaand lief

vrijdag 26 augustus, 2011

Marinet Haitsma: Memo's aan een niet-bestaand liefMarinet Haitsma heeft een nieuw boek geschreven: Memo’s aan een niet-bestaand lief. Ik weet het, en zij ook, dat dit geen wereldnieuws is. Niemand rent in oktober naar de winkel om een van de eersten te zijn die dit nieuwe boek van haar zal gaan kopen, lezen, verslinden. En toch, wat kan ze mooi schrijven. Haar blogs op www.marinethaitsma.nl zijn altijd ‘op niveau’. Hè, wat klinkt dat vreselijk… Ik bedoel eigenlijk te zeggen dat haar hele eigen manier van schrijven in al haar stukjes te voelen is. Stukjes die lezen met de snelheid van een trage gedachtengang, en toch heel makkelijk, heel vlotjes. Haar zinnen wandelen door je hoofd en klinken als zijnde zeer weloverwogen. Maar misschien hoeft ze er zelf niet eens zo bij na te denken en rollen de woorden bij haar zo uit de pen en op het computerscherm. Ik moet haar dit nog eens vragen. Vreemd dat ik dat eigenlijk nog nooit gedaan heb. In ieder geval is dit haar tweede boek na Vrouwentongen en ik ben heel benieuwd. Memo’s aan een niet-bestaand lief is geïllustreerd met tekeningen van Astrid van Rijn en voorafgaande aan de presentatie in oktober is alvast een trailer online gezet met een paar tipjes van de sluier. En twee duiven.

Klik hier voor de trailer van het boek »

Harry Mulisch

maandag 1 november, 2010

Harry MulischHarry Mulisch is dood. Tenzij je op vakantie was ergens in Midden-Amerika zul je dat nu wel weten, tenzij dit het eerste is dat je leest na terugkomst. IJdele hoop, van mij. Mulisch, Mulisch. De man met de grote neus, brede mond en sjaaltje om zijn nek. Die in praatprogramma’s altijd sprak en pijprookte alsof hij het wel allemaal wist. Hoe het zat en zit met de wereld. Een groot schrijver, een van de Grote Drie. Willem Frederik Hermans, Gerard Reve en Hij. Nu ik dit geschreven heb ben ik meteen klaar met vertellen wat ik van hem weet. Niks las ik tot nu toe van hem, behalve dan Archibald Strohalm op de middelbare school. Omdat dat moest, voor de literatuurlijst. De titel van het boek klonk alsof het ging om een kwajongen zoals Huckleberry Finn. Het leek me dus een leuk boek en ik had er zin in. Het boek viel echter enorm tegen, voor een jongen van amper twaalf, veertien jaar (?) oud. Niks geen bomen klimmen of rivieren overzwemmen. Niks geen appeltjes stelen uit de keuken of ravotten door bos en heide. Archibald Strohalm was symboliek en een boek met meerdere lagen. Mijn God wat had ik daar een hekel aan. Een boek moest je lezen en daarna gaan indelen, opdelen, verklaren. Je had lezen en je had literatuur. Twee totaal verschillende dingen. Het eerste was leuk, lekker op de bank of in bed je mee laten slepen in een andere wereld. Het tweede was hard werken, hard nadenken, studie. Wie heeft daar nu zin in op school?

Mijn ervaring met Archibald Strohalm heeft het ooit nog eens iets van Mulisch lezen aardig in de weg gezeten. En bepaalde ook het beeld dat ik van Mulisch als mens had. Toen ik een jaar of zeventien achttien was en geïnteresseerd raakte in het alternatieve, tot en met het occulte aan toe, stond ik eens in de bibliotheek voor het boek De compositie van de wereld. Mijn God wat een dik en moeilijk boek. Vast allemaal heel erg intelligent en belangrijk. Ik begon er daarom snel in te bladeren. Ik was namelijk zelf ook heel erg intelligent en belangrijk (duhh!). Het boek ging echter niet mee naar huis en ik stopte het terug in de rij boeken, samen met Mulisch zelf. Misschien, heel misschien dat het er nog eens van zal komen iets van Mulisch ter hand te nemen. Maar misschien ook wel helemaal niet. Van die andere twee Groten heb ik namelijk ook nog nooit iets gelezen, behalve dan die Donkere kamer van Damocles, om dezelfde reden als Archibald Strohalm. En om dezelfde redenen gehaat. Misschien hou ik wel niet zo van boeken die in mijn ogen te gecomponeerd zijn en zit ik zelf liever aan de rand van een rivier dan voor een aquarium.

De boekhandel zal het de komende tijd goed vergaan, zeker nu de feestdagen eraan komen. Veel mensen zullen nu toch iets van Mulisch gaan lezen, of denken dat andere mensen iets van hem willen gaan lezen en dus een boek van hem als cadeau geven. Iedereen zal dan wel iets over hem te vertellen hebben en dan kan ik natuurlijk niet helemaal afzijdig blijven. Dat doe ik dan ook niet, en toch ook een beetje wel. Voorlopig lees ik Mulisch namelijk alleen maar zoals het mij uitkomt, op z’n internetst: Archibald Strohalm op Wikipedia. Wat hebben kinderen het tegenwoordig toch makkelijk.

Foto’s voor Vizier

woensdag 13 oktober, 2010

Vizier: Marinet HaitsmaEen paar maanden geleden maakte ik een paar foto’s van schrijfster Marinet Haitsma voor het blad Vizier, een kwartaaluitgave van de ADF stichting (Angst, Dwang en Fobie). Ze werkt regelmatig voor dit tijdschrift in de vorm van artikelen, verhaaltjes of interviews. In dit nummer beschrijft ze wat ze allemaal meemaakt en voelt tijdens een schijnbaar onbeduidende wandeling naar een jazzconcert in een plaatselijke kerk. Die wandeling heeft ze echt gemaakt, de rest is een mengeling van eigen gevoelens en herinneringen en vooral heel veel inlevings- en voorstellingsvermogen. Onmisbare eigenschappen voor een schrijver. En ook voor de lezer trouwens, anders begrijp je niet waar het over gaat.

De rode draad

zondag 18 juli, 2010

Je leven als draadje. Een rood draadje. Is dat zo? Is er in ieders leven een rode draad te ontdekken? Ik vraag het me af en zou anders willen dat ik mijn eigen rode draad kende. Ik voel me nog steeds vaak een zwerver in een wereld van ideeën en beelden. Kijk ik op mijn computer in de verschillende mappen, alleen al in de map fotografie bijvoorbeeld, kom ik nog allerlei materiaal tegen waarvan ik niet weet wat ik ermee moet. Beelden waar ik iets mee heb, die ik maakte met een gevoel van passie en verbondenheid. In wanhopige afwachting van het ontdekken van een rode draad doorheen het geheel, geef ik ze maar zolang een plek op mijn computer. In het kader van het bestandssysteem van een computer betekent dat dat ik ze in aparte mapjes ga stoppen, net zoals ik dat doe met de foto’s op mijn website. Ik verdeel ze, onderverdeel ze, en maak het zodoende voor mezelf juist weer moeilijker de verbindende factor te ontdekken. Hoopjes los zand.

Vrijdag kwam het nog even ter sprake. Ik was bij Marinet Haitsma op bezoek voor het maken van wat foto’s. Zij zoekt op haar manier ook naar een rode draad in haar schrijven. ‘De vorm’ noemt ze het zelf, of de stijl. Dat is niet helemaal hetzelfde als design, zoals je stijl of vorm zou noemen bij meubels of kleding. Dan gaat het vaak alleen maar om bepaalde uiterlijke kenmerken. Bij schrijven zijn stijl en inhoud nooit los van elkaar te zien. Wat dat betreft is schrijven inderdaad een echte kunstvorm. De ene schrijver gebruikt een dik penseel en gooit met woorden als klodders verf. Een ander gebruikt juist een dun penseel voor uiterst zorgvuldig gekozen woorden met daartussen veel ruimte voor leegte. Misschien is het inderdaad zo dat de rode draad niet meer is dan jouw eigen vorm, jouw eigen woorden, jouw eigen beelden. Meer de eigen taal, en minder het verhaal. Dat verhaal, daar kun je toch weinig over zeggen. Of zoals men vaak zegt: ‘Het loopt toch altijd weer anders dan je had gedacht’. Maar je eigen taal, dat is wel belangrijk. Misschien kun je dan niet je eigen verhaal vormgeven, je kunt wel uitdrukken wat dat verhaal met je doet. We zijn acteurs, geen regisseurs.

Trilogieën

zondag 18 juli, 2010

‘Welkom bij alweer mijn derde one-manshow’. Jaren geleden, tijdens een bui van dagdromerij, bedacht ik me dat dit wel een leuke opkomer zou kunnen zijn voor iemand die voor het allereerst een cabaretvoorstelling geeft. Zelf moet ik er niet aan denken voor een zaal te staan vol met mensen, vandaar waarschijnlijk ook die dagdroom. Een fantastisch middel toch van de mens om dingen te beleven die je anders nooit zou kunnen meemaken…

Alien QuadrilogyHetzelfde idee kun je toepassen als je beginnend schrijver bent. Schrijf niet een debuut, maar een eerste deel van een trilogie. Dan heb je eigenlijk al drie boeken geschreven. Een bijkomend voordeel is dat de lezer je niet meteen zal afvallen na het lezen van het eerste boek, want het boek is na het eerste deel nog niet af. Tegelijkertijd bind je de lezer (en koper) aan je omdat die zal willen weten hoe het afloopt. Zo werkt het ook bij films. Soms is het echter niet erg duidelijk waar de trilogie zal stoppen. Bij deel drie normaal gesproken, maar vaak komt er toch nog een deel vier. Dat heet dan geen virologie (wat iets heel anders is), maar een quadrologie. De Alien-films zijn daar een mooi voorbeeld van. Aanvankelijk was er alleen maar één deel. Toen kwam er een sequel, en toen nog een en nog een. Toen was de serie compleet en werd ze uitgegeven in een mooie dvd-box met als titel Alien Quadrilogy. Prachtig. Alle delen verzameld, bij elkaar, in één box. Er wordt inmiddels gewerkt aan deel vijf in de serie.

Wanneer is dat eigenlijk begonnen, dat schrijven in delen? Deden ze dat in de tijd van de Romeinen bijvoorbeeld ook al? Ik heb er even mijn Bijbel bijgepakt. Daarin zitten eigenlijk meerdere boeken of kronieken verpakt. Koningen een en twee, Makkabeeën een en twee. Maar geen trilogieën. Mocht dat misschien niet omdat alleen maar God de driedelige is? De Vader, de Zoon en de Heilige Geest? Dat zou kunnen. Wat echter ook zou kunnen is dat de Bijbel simpelweg nog niet af is. Er is het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Het derde deel moet nog geschreven worden. Slim van God en een geweldige publiciteitsstunt, want daarmee wil Hij eigenlijk het beste bewijs tot nu toe leveren dat hij inderdaad terug zal keren op aarde. Hopelijk zullen zijn toekomstige tekstschrijvers erg getalenteerd en fantasievol zijn, want vaak is het derde deel het slechtste.

Marinet Haitsma: Vrouwentongen

zaterdag 15 augustus, 2009

Een maand of wat geleden kreeg ik een mailtje van ene Marinet Haitsma. Via googelen op het woord ‘kwallen’ was ze op mijn site terecht gekomen. Niet de beste binnenkomer die ik me maar kan bedenken, zeker niet omdat ik er op die foto niet echt op mijn best uitzie. Maar ze vond dat ik een leuke en inspirerende website heb en dat is altijd leuk om te horen. En achteraf kon ik op haar weblog ook nog lezen dat ze tijdens het googelen ook nog op zeekomkommer.nl was gestuit en beiden beschouwt ze als originele websites. En laat zeekomkommer.nl nu toevallig een van de websites zijn die ik al jaren met regelmaat bezoek…

Marinet Haitsma: VrouwentongenHoe dan ook, Marinet schrijft. Op haar weblog schrijft ze mooie korte stukjes, over dingen die ze meemaakt, observaties, hersenspinsels. Maar vorig jaar is er ook een roman van haar verschenen met de titel Vrouwentongen. Ik heb het inmiddels gelezen en het verhaal leest als een film. Een Franse film dan wel, met veel aandacht voor de neurotische kanten van het dagelijks leven van een aantal mensen in een grote stad, die ieder op hun manier proberen te overleven en hun leven inhoud proberen te geven maar vooral een plek. En een beetje geluk, of op zijn minst bestaansrecht. Althans zo heb ik het boek ervaren.

Misschien dat er nog een verfilming van het boek gaat komen, het zou goed kunnen. Het is een mooi verhaal, goed geschreven en met mooie personages. Zelf hou ik alleen, net als bij een film, het meest van het middenstuk. Als de dingen zo hun gang gaan en je lekker kunt meedrijven in de observaties, de details. Een rode draad vind ik zelf niet altijd zo interessant. Wat daar tussenin gebeurt vind ik veel interessanter. Veel ruimte om zelf ook wat bespiegelingen op te laten komen en zonder het gevoel te hebben een bepaalde richting uit te gaan, ook al worden de personages in een film zelf daar misschien wanhopig van. Maar het einde van een film (of boek) heb ik vaak moeite mee. Dan merk je aan alles dat er toegewerkt wordt naar een noodzakelijke afronding, een climax of de plotselinge openbaring van een clou. Dingen gebeuren niet meer zomaar en er wordt overduidelijk nagedacht over ‘hoe zal het aflopen’. Mijn aandacht verslapt dan vaak als vanzelf, alsof het roer opeens uit mijn handen gerukt wordt omdat de reis voorbij is en de kapitein alleen nog even het schip de haven in moet loodsen. Maar de reis zelf was mooi, en dus kan ik het boek iedereen aanraden. Alleen die kaft…

Carson McCullers

zaterdag 13 augustus, 2005

carson-mccullersNa een lange ‘hunt’ kwam ik vandaag dan eindelijk het boek “The Heart is a lonely Hunter” van Carson McCullers tegen bij de Slegte. Ik had het boek natuurlijk best kunnen bestellen bij de gewone boekhandel, maar dat wilde ik niet. Ik heb dit boek lang geleden voor de eerste keer gelezen in een nederlandse vertaling, en daarna heb ik alleen nog een keer de mooie verfilming gezien met de fantastische Alan Arkin, en dan is het veel leuker het boek op deze manier weer terug te vinden. Mijn herinneringen aan dit boek dateren van twintig jaar geleden, en dan past het niet daar een kreukvrije en glimmende herdruk van in je handen te hebben.

Ik ben niet zo’n hele vlijtige lezer, en ik ga er zeker geen gewoonte van maken boeken die ik lees hier te vermelden, maar voor deze maak ik een uitzondering. Het is absoluut een van de mooiste boeken die ik ooit gelezen heb en van een van de allerbeste auteurs. Misschien zou je haar wel de Edward Hopper kunnen noemen van de literatuur. Met mooie, eenvoudige en afgewogen taal geeft ze beelden en situaties tussen mensen weer, zonder opsmuk en zonder oordeel, die iets laten doorschemeren van een ander soort werkelijkheid. Niet makkelijk te grijpen, maar daarom niet minder werkelijk en voelbaar.

Simon Carmiggelt

zaterdag 28 augustus, 2004

Simon CarmiggeltEen paar jaar geleden las ik voor het eerst een paar boekjes met verhalen van Simon Carmiggelt (alias ‘Kronkel’) en sinds kort heb ik die draad weer opgepakt. Nu lees ik elke dag één verhaaltje uit de vele boekjes die er van hem verschenen zijn, en wel op het toilet. Aangezien zijn verhalen ook altijd van alledag waren zal hij dat vast wel een aardig detail hebben gevonden. En de verhalen zijn precies lang genoeg voor één toiletbezoek, de zittende variant dan wel. Staand is zo’n boekje natuurlijk ook wel vast te houden, maar dan gaat het vast en zeker eens een keertje fout.

lees verder »

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen