Ruimte voor verbetering
Ik heb het al eens vaker gezegd, katten zijn volgens mij perfecte wezens. Evolutionair volmaakt. Ze zijn dan ook, behalve wat kruisingen her en der, in duizenden jaren bijna niet meer veranderd. Maar de mens, daar kan nog heel wat aan verbeterd worden. Kijk nou bijvoorbeeld naar de mond en de maag. Het spreekwoord luidt: ‘De ogen waren groter dan de maag’. Ik heb dit spreekwoord nooit zo goed begrepen. Ik kan een hele zak chips in mijn eentje naar binnen werken zonder ook maar één blik op die zak te werpen. De reden dat ik blijf eten heeft niks te maken met mijn ogen maar met mijn mond. De smaakpupillen (of zou het spreekwoord zijn afgeleid van pupillen?) zorgen ervoor dat ik blijf eten. De smaak van de chips, de prikkeling van de paprika op mijn tong, de vorm van dat enkele chippie die zo perfect in de mond past. Alles heeft te maken met de sensaties binnen in mijn mond, terwijl mijn ogen de film volgen op de tv. Dat gaat een hele tijd goed, totdat het fout gaat. Terwijl mijn mond blijft vragen om meer, begint mijn maag tegen te sputteren. Alleen, en dat is nu jammer, altijd te laat. Waarom is het niet zo dat wanneer de maag vindt dat het genoeg is, deze via ons zenuwstelsel een seintje geeft aan onze hersenen, die vervolgens een seintje sturen naar de smaakpupillen in onze mond, en die de opdracht geeft andere signalen aan ons bewustzijn door te geven dan in het begin, zodat wanneer je het volgende chippie in je mond stopt denkt ‘Hè, getver! Paprikachips!’, en de bak met chips zonder enig probleem aan de kant schuift. Dát zou ik nou nog eens een sprong voorwaarts noemen in onze evolutie!

‘Wil je soms symmetrisch zijn?’ reageerde mijn huisarts eens geïrriteerd toen ik opmerkte dat mijn linkerkuit en toch echt anders uitzag dan mijn rechter. ‘Ja natuurlijk wil ik symmetrisch zijn!’ dacht ik geërgerd. Hebben we niet twee handen, twee benen, een neus midden in ons gezicht en niet aan de zijkant? Ok, aan de binnenkant ziet het er soms heel anders uit. Maar één lever, één hart, één maag, en deze organen zitten niet mooi in het midden van ons lichaam maar ‘lukraak’ verpreid tussen de andere organen. Een kwestie van optimaal ruimtegebruik vermoed ik, net als bij een auto. Ziet er aan de buitenkant prachtig egaal en symmetrisch uit, maar even onder de motorkap kijken blijkt de motor er schots en scheef bij te liggen. Zelfs een planeet als de aarde is niet volkomen symmetrisch en schijnt bij de evenaar dikker te zijn dan bij de polen. Een enkel celletje misschien? Nee, ook die zit vol met deuken en andere vervormingen waardoor ook de celkern nooit precies in het midden zit. En toch bezitten de meeste organische levensvormen een soort scheidslijn waarbij de ene kant verdomde veel lijkt op de andere kant. Het gaat bij symmetrie dan ook bijna altijd over de verschijningsvorm, de buitenkant. Vaak is er aan die buitenkant iets bevestigd dat een veelvoud is van twee. Twee armen, zes tentakels, 8 poten. Barbapapa zou als een van de weinigen ook zonder armen een geslaagde ‘symmetreet’ zijn geweest. Iets met vijf tentakels had ook nog gekunnen, als je een scherp mes hebt. Perfecte symmetrie bestaat alleen maar binnen door de mens gecreëerde geometrische structuren of binnen de wiskunde. Symmetrie bij levensvormen heeft dus blijkbaar een functie in de buitenwereld, hoe deze levensvormen tot elkaar staan en hoe ze met elkaar communiceren:
De mimosa pudica, in het Nederlands het kruidje-roer-me-niet, is ‘een kruidachtige plant die aantoont dat planten niet alleen leven, maar ook zeer snel kunnen reageren hoewel ze geen zenuwstelsel hebben. Dit gebeurt met behulp van signaalstoffen’ (










