Strippenkaart
Ik heb thuis in een kast een plastic zakje liggen met centen, stuivers, dubbeltjes, kwartjes, guldens en misschien ook nog een rijksdaalder. Papiergeld, in guldens, heb ik destijds bij de overstap naar de euro niet bewaard. Je moet toch ergens de grens trekken vind ik. En straks ligt er misschien een strippenkaart naast het zakje met munten. Tenminste, ik ben me nog aan het bedenken wat ik ermee moet. Ik ga bijna nooit met de bus omdat ik er altijd misselijk in wordt, maar ik heb wel nog 10 strippen over op die kaart. En daar heb ik voor betaald en die wil ik dan ook graag opmaken. Helemaal consequent ben ik nu niet geloof ik. Ik heb ook nog een voordeelurenkaart, maar vraag me af waarom ik die ieder jaar nog koop. Dit jaar heb ik er nog geen gebruik van gemaakt en dat is toch zonde van die zestig euro die die kaart per jaar kost. Misschien heb ik hem alleen maar omdat ik vind dat iedereen meer gebruik zou moeten maken van het openbaar vervoer. Een museumjaarkaart heb ik trouwens ook en ook hier vraag ik me af of die zich wel terugbetaalt. Ook een museum ben ik dit jaar nog niet binnengestapt, hoezeer ik ook van musea’s en kunst hou. En nu ik toch bezig ben, ook mijn tienbadenkaarten van het zwembad maakte ik nooit op en het aantal boeken dat ik per jaar zou mogen lenen bij de bibliotheek haal ik bij lange na niet. Het lijkt allemaal zo makkelijk en voordelig, maar in de tussentijd betaal je voor een hoop dingen die je misschien nooit zult gebruiken. Dan maar beter per keer betalen, liefst met dubbeltjes.











