Dood

Allerzielen

dinsdag 2 november, 2010

Graf van mijn vaderGisteren was Allerzielen en ben ik met mijn moeder naar het kerkhof geweest in Sittard waar mijn vader begraven ligt. Allerzielen is niet alleen maar een feestdag, een hoogtijdag, waarop je de doden gedenkt die het dichtst bij je staan. Eigenlijk denk je dan even aan alle overledenen die je hebt gekend. Onze rondwandeling over het kerkhof begon dan ook niet bij het graf van mijn vader, maar bij die van zijn ouders. Dit graf ligt meteen rechts van de ingang en is aangekocht ‘voor eeuwig’. Een mooie vaas met gele bloemen sierde het eenvoudige graf. De dag ervoor nog gekocht en neergezet door mijn moeder. Allerheiligen en Allerzielen zijn ook de dagen dat je wat extra aandacht schenkt aan het uiterlijk van een graf. Een beetje poetsen, een nieuw plantje of bloemetje. Verderop kwamen we langs de graven van wat tantes en ooms, neven en nichten, vrienden en kennissen van mijn vader. Vroeger had je niet slechts een enkele verre neef die ergens in het noorden van het land woonde en verder niks. Familie was toen nog iets dat nauw verbonden was met ‘stam’. De familie Tummers, de stam Tummers. En gezinnen bestonden toen niet uit twee of drie of vier personen. Zeven, acht en meer was vrij normaal. Ik voelde me gisteren dan ook af en toe weer even een beetje kind als ik om de zoveel tijd tegen mijn moeder zei ‘Hé mam! Daar ligt ook weer een Tummers. Familie?’ En vaak volgde dan een antwoord als ‘Ja wacht, die ken ik ook. Ja, dat is de oom van de broer van de neef van tante Sjan’.

Oude bloemen worden vervangen door nieuweHet graf van mijn vader lag er mooi bij. Daar zorgt mijn moeder wel voor. Iedere week bezoekt ze zijn graf, soms wel een paar keer. Mijn moeder liet uiteraard weer een paar tranen lopen, en ik volgde als vanzelf. Uit mijn broekzak haalde ik een rode zakdoek om mijn tranen af te vegen en mijn bril schoon te maken. Een zakdoek die nog van mijn vader is geweest en waar hij regelmatig zijn eigen tranen mee afveegde. Tranen die vaak als vanzelf bij hem begonnen te stromen. ‘Tranende ogen’ heet dat dan, een ouderdomskwaaltje. We liepen verder en kwamen langs een open plek tussen twee grafstenen. Een paar maanden geleden lagen daar nog de ouders van mijn moeder. Het contract was niet verlengd en dus was het graf weggehaald om ruimte te maken voor een ander. Verderop kwamen we langs een nieuwer gedeelte van het kerkhof waar familieleden liggen die ik zelf nog heb gekend. Hier en daar lagen bosjes bloemen op de grond of op een heg. Een van de laantjes met graven viel meteen op. Die van de kinderen. Sommigen maar acht of negen jaar oud geworden, een ander nog net geen maand. Lieve kleine Sara, onze kleine Joep.

KindergravenIk hou van kerkhoven en grafstenen. Ik weet niet wat het is, maar ik voel op die plekken meer contact met het leven dan waar dan ook. Natuurlijk, ik voel het ook tijdens een wandeling in een bos of aan het strand, of als ik aandachtig naar een bloemetje kijk. Toch is dat anders. Op een begraafplaats begraaf je geen mensen met het doel ze weg te stoppen zodat je ze makkelijker kunt vergeten. Je begraaft ze opdat je ze zult blijven herinneren. En met die herinnering aan de overledene her-inner je je ook je eigen leven en je eigen sterfelijkheid. Leven en dood samengebald in één gevoel, één beeld. Niet eng of kil, maar juist heel erg warm en teder.

De brommer van mijn vader (2)

zondag 17 oktober, 2010

Gisteren kreeg ik een mailtje van R. van de website www.zundapp.org. Op internet was hij mijn verhaaltje tegengekomen over de Zundapp van mijn vader van dinsdag 2 augustus 2005. Hij vroeg me of hij het over kon nemen op zijn eigen website. Daar had ik geen bezwaar tegen. Eerlijk gezegd was ik er zelfs blij mee. Op deze manier blijft deze herinnering aan mijn vader nog eens extra bewaard. Volgende maand, op 25 november, is het precies een jaar geleden dat mijn vader is overleden. Zo lang al, en nog maar zo kort. Vreemd hoe rekbaar de tijd als gevoel kan zijn.

Rechtstreekse link naar het verhaaltje op www.zundapp.org »

Zeldzaam. En dood.

maandag 20 september, 2010

Een saolaOp Laos is voor het eerst in tien jaar tijd weer een exemplaar van de zeer zeldzame saola gezien én gefotografeerd. En doodgegaan. “Villagers in the central province of Bolikhamxay captured a saola and brought it back to their village. The animal died several days later, weakened by the ordeal of several days in captivity.” (bron: sciencedaily.com). Een soort dooie mus dus eigenlijk.

Mickey’s verjaardag

donderdag 29 juli, 2010

Mickey?Vandaag zou Mickey, dat allerliefste katje van me, 11 jaar oud geworden zijn. Ware het niet dat stomme pech zijn deel werd. Heel regelmatig moet ik nog aan hem denken, en zeker toen ik twee weken geleden in Antwerpen, half verscholen achter een glasgordijn, een evenbeeld van hem zag zitten. Precies dezelfde houding, eenzelfde soort rugtekening, en als je goed kijkt zelfs met een snorretje. Hij heeft zich niet helemaal aan mij getoond en daarom blijft die treffende gelijkenis zo sterk in mijn geheugen hangen. Ik zou bijna zeggen dat het hem gewoon was, echt. Als twee druppels water. Datzelfde heb ik trouwens ook soms met oudere mannen op een fiets. Kaal, grijs overhemd, beige broek. Klein van stuk en langzaam peddelend op de pedalen. Het zou zomaar mijn vader hebben kunnen zijn die ik daar zag fietsen. Echt, als twee druppels water.

Begraafplaatsen

maandag 10 mei, 2010

Graf van opa en omaGisteren met mijn moeder naar de begraafplaats geweest in Sittard. Na het overlijden van mijn vader op 25 november van afgelopen jaar was ik er niet meer geweest. Omstandigheden, en meer van dat soort dingen. Binnenkort wordt echter het graf van de ouders van mijn moeder opgeheven. Of hoe zeg je dat. De ‘ligtijd’ loopt af? De ‘bewaartijd’? In elk geval zal het graf na vijfentwintig jaar verdwijnen en komt de plek vrij voor iemand anders. Zelfs de doden moeten plaats maken voor opvolgers.

Tijdelijke steen op het graf van mijn vaderIets verderop ligt het graf van mijn vader. Het is zo’n nieuw type graf. Geen grafsteen meer die het hele graf bedekt, maar een kleine rechtopstaande steen met daarvoor wat gras. Alleen is die steen nog niet klaar en dus ligt er nog steeds een tijdelijke stenen plaat met daarop in witte plakletters de naam van mijn vader. En eigenlijk vind ik dat wel heel mooi zo. Geen ‘rust zacht’ of iets dergelijks, geen data van geboorte en overlijden. Alleen maar de naam. En met een beetje inspanning kon ik hem zien liggen, zo’n anderhalve meter onder de grond, zoals ik hem toen ook heb zien liggen in het mortuarium.

Ik hou van begraafplaatsen, en als er een in de buurt is en ik heb wat tijd over loop ik er altijd wel even overheen. Zelfs als kind vond ik het al een fascinerende plek. Als mijn ouders dan bezig waren met het schoonmaken van een of ander graf ging ik meestal even op onderzoek uit. Als een kleine archeoloog tussen al die stenen doorlopend, zoekend naar de oudste, de langstgeleden overledene. Vaak ging ik ook niet mee, maar dat kwam dan door omstandigheden. Voetballen en meer van dat soort dingen.

Ik zou er best wel willen werken, op zo’n begraafplaats. Weg van die gekke wereld van de levenden, weg van alle drukte. De dood roept tenminste niet constant om aandacht en het is er altijd lekker stil. Zelfs de vogels lijken zich er meer op hun gemak te voelen. Alleen denk ik niet dat er vaak vacatures voor zijn. Behalve voor begrafenisondernemingen valt er weinig geld te verdienen aan de doden. Of je moet toevallig Elvis Presley of Michael Jackson heten. Maar dan is het met die rust ook snel gedaan.

Dodenherdenking (2)

woensdag 5 mei, 2010

Dode eendAls we dan toch bezig zijn de doden te herdenken zouden we ook even stil kunnen staan bij al die miljoenen dieren in de vee-industrie die we jaarlijks de dood in jagen ten onnodige behoeve van onze voedselproductie. Of bij deze arme eend wiens partner lange tijd langs de rand van het water bleef zitten tot ik wel heel erg dichtbij hem was gekomen. Toen pas zag ik de reden van zijn aarzeling meteen weg te vliegen. Net als kauwen en andere monogame dieren en vogels bleef ook deze eend in de nabijheid van zijn overleden partner. Mag ik het ‘waken’ noemen of ‘treuren’? Waarom niet? Ik weet niet of dieren hiertoe in staat zijn en op welke manier, maar het tegendeel kan ik ook niet beweren. Dat ze niks voelen en dus ook niks hoeven te verwerken. Maar ik zie wat ik zie en ja, ik interpreteer. Maar als ik mijn kat Mickey een kus op zijn hoofdje gaf wist die echt wel wat ik daarmee bedoelde, ook al geeft een kat een andere kat nooit een kus. Volgens mij is het voelen van dieren helemaal niet zo heel veel anders als dat van mensen. Dat daar vaak anders over wordt gedacht is volgens mij een gevolg van onze hoogmoed en arrogantie en dat we niet meer nauw in contact staan met de natuur en de dieren om ons heen. Ook een herdenking waard eigenlijk.

Dodenherdenking

woensdag 5 mei, 2010

Dodenherdenking GoirleIn Goirle geen incidenten gisteravond. Geen bommeldingen, geen voorbijknetterende brommertjes, niks wat een claim wegens ‘schokschade’ zou kunnen opleveren bij de verzekeringsmaatschappijen. Het ging allemaal heel gladjes. Zelf heb ik vooral even aan mijn vader moeten denken. Geen oorlogsslachtoffer, maar die ken ik dan ook niet. Ook geen opa of verre oom die de oorlog niet heeft overleefd. Toch vertelde mijn vader me weleens dat hij tot lang na de oorlog regelmatig wakker schrok uit een angstdroom die met de oorlog te maken had. Angst is eigenlijk ook een soort oorlog, maar dan in jezelf. Blijf ik of is het beter dat ik vlucht. Als die angst maar sterk genoeg is kan hij net zo verlammend werken als de dood. Dus stond ik gisteravond vooral even stil bij al die mensen die nu nog in angst moeten leven. In China of Noord-Korea, in gebieden met terrorisme, honger of overstromingen, of omdat ze continu bedreigd worden door een bende of een eigen familielid. Dat soort angsten ken ik gelukkig niet. En als we daarna weer thuisgekomen samen op de bank gaan zitten om naar een film te kijken voel ik me bijna schuldig dat ik niet wat meer lijd. Aan de andere kant, het soort (neurotische) angsten waar ik in mijn leven mee te maken heb gehad waren ook niet zo prettig.

De tunnel en het licht

dinsdag 13 april, 2010

ik heb een theorie ontwikkeld over bijna-doodervaringen en dat lichtje aan het einde van de tunnel. Ik ben dan wel geen afgestudeerd wetenschapper, het zoeken naar verklaringen is iets dat eigen is aan de mens. En daarom haalde ik mijn eigen verklaring uit het observeren van Mickey, mijn helaas veel te vroeg overleden kat.

Als ik de tv aan had staan lag hij meestal te slapen. Op de bank, op het kleedje of op de vensterbank. Maar zodra ik de tv uitzette sprong hij overeind en ging pal voor de tv zitten. Blijkbaar zijn de ogen van een kat in staat om statische electriciteit waar te nemen, want hij staarde dan geïnteresseerd naar het beeldscherm en raakte deze voorzichtig aan met zijn poot of neus. Dan volgde licht geknetter en trok hij zijn pootje terug (of zijn neus) en probeerde het even later opnieuw. Totdat natuurlijk de staticiteit opgeheven werd door zijn eigen toedoen en het geknetter afgelopen was.

Mijn theorie: Op het moment dat de hersenactiviteit stopt (de tv die uitgeschakeld wordt), valt de spanning opeens weg uit de zenuwbanen, en zo ook uit de optische zenuwen in het oog. De pupillen verwijderen zich tot het maximum, en de laatste electrische oppervlakteontlading in het oog die dan plaatsvindt wordt doorgegeven aan de hersenen (de occipitaalkwab, als ik het me goed kan herinneren). De ogen registreren een felle ontlading (het witte licht), en de hersenen krijgen een laatste opdoffer van electrische spanning en vertalen dit in een intense gewaarwording/ervaring: het felle witte licht aan het einde van de tunnel.

Ik heb ook nog een paar andere verklaringen, onder andere over de aard en het ontstaan van de oerknal en over hoe een apparaat zou kunnen werken dat geen last heeft van de zwaartekracht. Maar dat is voor later. Ik ga nu niet al mijn kruit in een keer verschieten.

Nalatenschap (2)

zondag 21 februari, 2010

Een échte TDe nalatenschap van mijn vader begint te groeien. Had ik al iets verteld over het vele gereedschap dat ik van hem heb georven, inmiddels heeft mijn moeder me ook al wat van zijn sokken en zakdoeken aan de hand gedaan. Sokken gaan vaak van maat tot maat, bijvoorbeeld van maat 39 tot 42, en dat komt goed uit. Ik heb namelijk 42 en mijn vader had 39. En zijn zakdoeken – uiteraard kreukvrij gestreken – komen ook altijd van pas. Sommigen met een mooie geborduurde letter ‘T’ in een hoek, de ‘T’ van Tummers. Dat krijg je als je, net als mijn vader, vaak in het ziekenhuis hebt moeten liggen en nog van de oude stempel bent. Dan worden kleding en andere bezittingen van tevoren gemerkt zodat er geen onduidelijkheid kan ontstaan wat van wie is. Tegenwoordig ligt men echter meestal alleen op een kamer, dus dat brandmerken is niet meer zo nodig.

‘Hoe ouder ik word, hoe meer ik op mijn vader begin te lijken’. Ik weet niet meer wie ik dit ooit heb horen zeggen, in een boek, film of op het toneel. Maar het is waar. Nu hij er niet meer is en ik wat van zijn ruimte opvul als ik op bezoek ben bij mijn moeder, merk ik steeds vaker aan mijn houding en mijn gebaren hoezeer ik in bepaalde opzichten op hem lijk. Nog meer nalatenschap. En een paar dagen geleden, tijdens wat zelf ingesproken proefjes voor de stemhulp voor blinden, moest ik even hoesten en het was alsof ik mijn vader hoorde. Hetzelfde korte kuchje. Gelukkig heeft dat kuchje niks te betekenen. Als ik ook zijn leeftijd van 85 jaar zal erven ben ik meer dan tevreden.

Recht op leven (en dood)

donderdag 18 februari, 2010

Recht op zelfdodingEen groep zeventigers is aan het ijveren voor een soort zelfmoordpil en het recht om zelf een einde aan het eigen leven te kunnen maken wanneer dat nodig of wenselijk is. Er is veel kritiek op omdat het mensen dan te makkelijk zou worden gemaakt en dat niemand zomaar een einde aan zijn eigen leven zou moeten kunnen maken want het leven is heilig en dat soort dingen. Gek eigenlijk. Al toen ik een jaar of zestien was en het leven even niet meer zag zitten vond ik het een geruststellend idee dat als het alleen maar bergafwaarts zou blijven gaan ik altijd nog de keuze zou hebben er een eind aan te breien. Later en ook nu nog vind ik dat een fijne gedachte. Niet dat ik het van plan ben. Ik heb het op dit moment prima naar mijn zin en nog veel om naar uit te kijken. Toch vind ik het bijna logisch dat ieder mens moet kunnen beschikken over zijn eigen leven en zijn eigen dood. Dat we die gedachte luguber of negatief zijn gaan vinden komt mijns inziens vooral doordat we de dood liever niet zien als onderdeel van het leven en er dus ons hele leven bang voor zijn.

Zolang ik nog gezond ben hoef ik zelf zo’n zelfmoordpil niet te hebben. Met 200km met de motor tegen een muur rijden lijkt me ook vrij effectief en zo haal je de krant ook nog eens. Alleen jammer dat ik er dan zelf niet bij kan zijn om het moment van inslag te kunnen fotograferen.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen