Filosofie

12

Kerstvuur

vrijdag 30 december, 2011

Kerstvuur met 700 kalverenTerwijl mensen hun goede wensen en hoop uitspreken naar elkaar en het nieuwe jaar, komen in Overijssel net voor de jaarwisseling 700 kalveren om bij een stalbrand. Ik kan hier zo ont-zet-tend kwaad om worden… Dat moet ik toch nog maar even kwijt, hier op deze plek. Ik weet dat er veel mensen zijn die dit soort berichten onderhand spuugzat zijn. Ooit gehoord van een flatgebouw of winkelcentrum dat uitbrandde terwijl de driehonderd inwoners of kerstshoppers nog in het gebouw aanwezig waren? Nee, natuurlijk niet. Mensen zorgen voor elkaar. We zijn sociaal en invoelend en onze veiligheid en ons welbevinden en die van onze medemens staan bovenaan op onze eeuwige to-do list. Daarom hadden we vorige week weer een glazen kooi vol goede bedoelingen en dat bracht net als voorgaande jaren weer heel veel geld op. Voor mensen, vanzelfsprekend. Ik ben niet heilig, echt niet, maar als ik dit soort programma’s zie, de drukte in de winkelstraten, de hypocrisie achter veel goede doelen, zie ik alleen maar mensen die bezig zijn met zelfbevrediging. Geestelijk masturberen. Want wij zijn het hoogst op aard, kinderen Gods en weet ik wat voor andere onzin. En dus nog maar een klein beetje Oud-Chinese wijsheid:

Als de mens wordt geboren, is hij zacht en zwak.
Als hij sterft, is hij stijf en sterk.
Als de dingen, het gras en de bomen worden geboren.
zijn ze zacht en teer.
Als ze sterven, zijn ze droog en schraal.
Daarom: stijfheid en sterkte zijn volgelingen van de dood.
Zachtheid en zwakte zijn volgelingen van het leven.
Wat sterk is en groot, is minder.
Wat zacht is en zwak, is meer.

(Uit de Tau Teh Tsjing van Lao Tze)

Kantelpunten

maandag 26 december, 2011

Maya kalendar 2011-2012Iedereen kan in zijn leven wel momenten aanwijzen waarop dingen begonnen te veranderen. In de omgeving of in iemand zelf. Wij vinden dit soort momenten speciaal omdat ze ons persoonlijk aangaan, maar speciaal zijn ze verre van. Eerder heel gewoon en vanzelfsprekend. Iets wat omhoog gaat komt ook weer omlaag, een golf spoelt aan en drijft weer af. Dingen blijven nu eenmaal nooit hetzelfde maar veranderen voortdurend. De chinezen hebben er een hele levensfilosofie omheen ontwikkeld in de vorm van het Taoïsme. Lao Tze, geboren omstreeks 600 voor Christus, was een kei in deze wetenschap. Het symbool van yin en yang is het beeld dat hierbij hoort. Links wordt rechts, zwart wordt wit. Het moment waarop de uiteindelijke overgang plaatsvindt zou je het ‘kantelpunt’ kunnen noemen. Op de universiteit van Wageningen zijn ze met betrekking tot dit idee al een aantal jaren bezig met onderzoeken waarmee men wil aantonen dat dit soort kantelpunten een universeel karakter hebben. Toepasbaar op alles. Op processen binnen de maatschappij, de economie, biologie etc. En helemaal actueel is het ook nog, want alle speculaties die er nu zijn rond grote veranderingen die ons staan te wachten in het jaar 2012 komen allemaal voort uit de aanname dat er universele processen bestaan die ons leven op aarde bepalen, net zo zeer als dat van de planeten. Het bekendste voorbeeld op dit moment is natuurlijk de Maya-kalender. De bijgevoegde afbeelding is het beeld van die kalender terwijl het de overgang maakt van het jaar 2011 naar 2012. Je moet haast een wiskundige zijn om die afbeelding te kunnen begrijpen, maar ik geloof best wel in het bestaan van dit soort kantelpunten. Alleen geloof ik ook dat we als mens de uitkomst van zo’n kanteling voor een deel zelf in de hand kunnen hebben. En in ieder geval onze kijk op en waardering van zo’n omslag. Het mooie is dan ook dat je dit terugziet in alle voorspellingen die er nu gedaan worden over wat ons staat te wachten in het nieuwe jaar. Allerlei doemscenario’s staan tegenover net zo vele voorspellingen dat we als mensheid meer bewust zullen worden en een gouden tijd tegemoet zullen gaan. Ik hou het zelf op het laatste, ook al vrees ik dat we een paar hoofdstukken uit de doemscenario’s nodig zullen hebben om ons dat bewustzijn te kunnen geven.

Ware woorden zijn niet mooi.
Mooie woorden zijn niet waar.
Die goed zijn, zijn niet welbespraakt.
Die welbespraakt zijn, zijn niet goed.
Die weten, zijn niet geleerd.
Die geleerd zijn, weten niet.
De Wijze stapelt niet op.
Hoe meer hij anderen doet, hoe meer houdt hij over.
Hoe meer hij anderen geeft, hoe rijker wordt hij.
De weg van de hemel is: nuttig te zijn en niet te schaden.
De weg van de Wijze is: te doen en niet te strijden.

Uit de Tau Teh Tsjing van Lao Tze

Nog een prettige Tweede Kerstdag. :)

Hoe kinderen en dieren kunnen kijken

maandag 8 augustus, 2011

Kind met ouders en zusje (of broertje)Ik heb het idee dat kleine kinderen en dieren vaak op dezelfde manier naar de wereld kijken. Ze zijn nieuwsgierig naar wat er rondom ze gebeurt en houden alles in de gaten. Vaak vinden ze dat rondom veel interessanter dan wat er binnen het gezelschap gebeurt waar ze toevallig bijhoren. Het hoofd van kind of dier schiet dan heen en weer totdat ze iets gevonden hebben dat hun aandacht weet vast te houden. In dit geval was ik dat. Of mijn camera. Zowel het kind als de hond onder de stoel bleven oogcontact met me zoeken, en waarschijnlijk omdat ik een buitenstaander was, iets aan de zijlijn, iets nieuws en onbekends. Ik heb dan steeds het gevoel dat het kind of het dier deel uitmaken van een totaal andere dimensie dan waar de rest van de wereld zich in bevindt. En door op te gaan in hun manier van kijken voel ik dat ik mezelf ook voor een deel buiten het officiële gebeuren plaats. En eerlijk gezegd vind ik dat erg prettig. Word ik vervolgens door iets, een vraag bijvoorbeeld, uit dat kijken getrokken, ervaar ik dat als storend. Alsof een ‘hoger’ deel van mijzelf voor even uit mijn lichaam was getreden en verplicht wordt weer in de huid te moeten kruipen van dat mens dat Jack heet en geacht wordt alert en attent te reageren op wat er in het ‘heden’ en de ‘werkelijkheid’ plaatsvindt. En ik maar het gevoel hebben dat ik juist uit een werkelijkheid getrokken te worden die ik als ‘hoger’ en ‘werkelijker’ beschouw.

Hond onder stoel

Fifty-fifty

maandag 2 augustus, 2010

Toen ik vanochtend mijn sokken aandeed moest ik opeens terugdenken aan statistiek en kansberekeningen tijdens mijn studie psychologie. Ik begreep er toen helemaal niks van. Hoe groot is de kans dat een bepaald iets gebeurd? Weet ik veel. Hoe groot is bijvoorbeeld de kans dat je onder een auto terecht komt. Wat doet dat ertoe? Je gaat naar buiten, de straat op, en je gaat weer naar binnen. Meer is er niet. Komt er opeens een auto op hoge snelheid voorbij die je niet hebt zien aankomen en je bent niet op tijd terug op de stoep of de bestuurder van de auto is zo dronken dat het hem niet uitmaakt waar jij op dat moment loopt, dan heb je pech gehad. Vette pech. Maar bepaald kansberekening het daadwerkelijk gebeuren? Nee. Bovendien zijn de dingen die in je leven gebeuren niet zo ingewikkeld als de statistiek ons wil doen geloven. Bijna alles komt simpelweg neer op een kans van 50%. En daarmee kom ik weer even terug op die sokken.

Ik heb een aantal paar sokken van het merk Falke. Die zijn niet zoals de meeste sokken uniform van stik maar hebben een linkse en een rechtse variant. Voor de duidelijkheid hebben ze er daarom de letters L en R opgezet. Alleen zie je dat niet als je in het halfdonker op de rand van je bed zit. Zeker niet nadat de sokken een aantal keren gewassen zijn. Meestal doe ik de sokken dan maar op goed geluk aan. Eentje links, eentje rechts en een kans van 50% dat het meteen goed zit. En 50% kans vind ik best veel. Dat is een kans van 1 op 2! Wie zou zo’n kans niet willen hebben bij deelname aan een loterij? Meestal gaat het dan ook goed. Slechts een enkele keer klopt het niet en moet ik mijn sokken even verwisselen, maar hoeveel extra werk is dat nou?

Nog enkele voorbeelden. Je wordt geboren. Hoe groot de kans daarop is is meer iets voor filosofen of aanhangers van het occulte, maar de kans dat je ooit weer sterft is 100%. Deelname verzekerd. Daartussen is bijna alles fifty-fifty. Je wordt geboren als meisje of als jongen. Als je voor het eerst gaat fietsen val je eraf of het lukt je om overeind te blijven. De deur waar je tegenaan duwt gaat open of er plakt een stickertje op met ‘trekken’. En het deksel van de pot pindakaas valt wel of niet met de besmeurde kant op de grond. Alles is een kwestie van welles of nietes en dus een dikke 50% kans op succes. Als we daar nu vanuit leren gaan kunnen we die akelige en onpraktische kansberekeningen achterwege laten en het erop houden dat de zon wel of niet schijnt.

Geen psychoanalyse meer, wel Freud

zondag 4 april, 2010

Freud: What's on an man's mind?De psychoanalyse is uit het basispakket geschrapt. Daar kan ik wel inkomen. Jarenlang op de bank liggen bij een psychiater is veel te duur en past niet meer in deze tijd. De analyse heeft zich verplaatst van het hoofd naar de chemische industrie. Liever een pilletje dan terug in de tijd en in de diepte. Maar Freud schrappen uit ons cultuurpakket zal niet lukken. Denk alleen al aan begrippen als het onderbewuste, het ego en het superego. Die drieëenheid zal niet gauw verdwijnen uit onze denkwereld. En ooit was die zelfs voor mij aanleiding om psychologie te gaan studeren. Freud, Jung en Reich. Dat zijn toch zo’n beetje de mannen die het denken over onze soort destijds op zijn kop hebben gezet. Waar komt unsere Lebensdrang vandaan, als soort en als individu. Hun denkbeelden blijven me fascineren. Misschien ook wel omdat het een manier van denken is die past bij verhalen vertellen. Hoe zou het zijn en waar komt het vandaan? En nu heeft zich die fascinatie verplaatst naar ‘wat zit er in, onder en achter’. Dopamine, norepinephrine en serotonine. Als je het zo achter elkaar uitspreekt toch ook weer een mogelijke titel voor een spannende avonturenroman.

De deugden van de nieuwe tijd

woensdag 17 februari, 2010

Geïnspireerd door M. die volgens haar werkgever niet voldoende vreugde zou uitstralen, begon ik wat na te denken over deugden en hoe deze in de loop van de tijd veranderd zijn. Barmhartigheid, compassie, wijsheid, rechtvaardigheid, gematigdheid, moed, eerlijkheid. Geen begrippen meer die je zult tegenkomen in een vacature. Tegenwoordig worden andere eigenschappen verwacht, zelfs als voorwaarde gesteld. Je bent bij voorkeur zeer enthousiast, geduldig, zelfstandig, creatief, alert, gedisciplineerd, energiek, stressbestendig, vol doorzettingsvermogen, flexibel, dynamisch, gepassioneerd en een rasechte teamplayer. En vergeet al die deugden vooral niet wanneer je in je pauze een boterham zit te eten! Je zou er weleens op aangesproken kunnen worden dat je niet in het team past.

AristotelesIk heb even wat rondgeneusd op internet en kwam zo op de website van Trouw terecht bij een artikel van Peter Henk Steenhuis over Paul van Tongeren, hoogleraar ethiek: De deugd ziet er goed uit, altijd. Hierin wordt onder andere opgemerkt dat Aristoteles vond dat de deugd intrinsiek, in zichzelf goed moet zijn. ‘Zoals een kunstwerk niet goed of mooi is omdat het ergens toe dient, zo heeft ook de deugd een eigen kwaliteit. Maar flexibiliteit, is dat in zichzelf iets goeds? Ik twijfel. Je kunt zeggen dat flexibiliteit ervoor zorgt dat we mee kunnen buigen met de omstandigheden, waardoor we niet snel breken. Maar flexibiliteit is zo’n door en door vereconomiseerde term dat hij een eufemisme geworden lijkt voor de totale onderwerping van de werknemer aan de wetten van de managers. Flexibiliteit is dan niet in zichzelf goed, maar is maximale bruikbaarheid in veranderende economische omstandigheden. Wie flexibel is, is beter inzetbaar. Dat kan best, maar daarmee is flexibiliteit nog geen deugd.’

Zou het helpen als je bij een volgende confrontatie met je werkgever zou vragen of hij weleens iets van Aristoteles heeft gelezen? Ik weet het niet, het is maar een Idee.

Lezing Hans Bouma

vrijdag 11 december, 2009

Hans BoumaOp de website van BiteBack staat een lezing van Hans Bouma die hij gaf ter gelegenheid van Vega-dag, Food for a better world, op 28 november 2009 in de Grote Kerk te Driebergen. Klik hier om zijn verhaal te lezen.

In deze lezing is ook een kort gedicht opgenomen van de joodse dichter Maurits Mok. Heel mooi, heel treffend en precies zoals ik dieren zelf ook voel en ervaar:

In dierenogen valt hetzelfde licht
als in het oog van mensen.

Het levende schept adem uit één bron,
vangt vanaf de eerste kreet
tot aan de laatste huivering dezelfde zon.

Denkenden gaan met dieren
onder dezelfde hemel
dezelfde einder tegemoet,
door één verlangen voortgedreven:
leven.

Specialisten

donderdag 29 oktober, 2009

Een man belt aan om naar een lekkende regenpijp te komen kijken. Een belletje naar de woningbouwvereniging was voldoende. Een van de grote voordelen van huren boven kopen als je het mij vraagt. De man loopt met ladder achterom en kijkt waar de pijp lekt en gaat hem dan repareren. Zou je denken… maar de man belt een andere man die het zal moeten komen oplossen want zelf kan of mag hij dit niet. ‘Daar ga ik niet over’ hoor je dan. Ook bij woningbouwverenigingen werken tegenwoordig allemaal specialisten met ieder een eigen afzonderlijke taak. Het nadeel van huren boven kopen als je het mij vraagt. Een zelfstandig aannemer zou het probleem misschien ter plekke hebben weten op te lossen.

Afgelopen week moest mijn vader weer eens naar het ziekenhuis. Zijn nierfunctie is inmiddels dermate slecht dat hij aan de dialyse zal moeten. Hij is moe, lusteloos, misselijk, niks smaakt hem meer en soms zakt zijn aandacht opeens weg. Eigenlijk dezelfde symptomen als mijn kat Mickey had en dus zal er snel iets aan gedaan worden. Zou je willen… want eerst moet hij naar het ziekenhuis voor een nieuw bloedonderzoek. Daarna nog een keer terugkomen voor de uitslag. Dan nog een afspraak voor een echo en een paar dagen later met de chirurg. Om een nierdialyse te kunnen ondergaan moet er namelijk eerst een ‘shunt’ aangebracht worden onder de huid; een operatief aangebrachte rechtstreekse verbinding van een slagader met een ader. Maar verwacht niet dat dat die dag dan ook meteen zal gebeuren. De afspraak met de chirurg is hoogstwaarschijnlijk alleen maar een consult om de uitslagen te bespreken van eerdere onderzoeken. Daarna kan pas de definitieve afspraak gemaakt worden voor de operatie. Als er niet eerst nog gewacht moet worden op de mening van nog een andere deskundige.

Met betrekking tot specialisme moest ik aan de volgende passage denken uit het boek Zen en de Kunst van het Motoronderhoud van Robert Pirsig (1974) over het het griekse woord aretê, hetgeen ‘voorstreffelijkheid’ betekent: ‘Daarom is de held van de Odyssee een groot strijder, een gewiekst strateeg, een behendig spreker; kan hij zowel boten bouwen als zeilen, hij kan een jong praalhans verslaan op de discus, een os slachten, villen en braden en wordt tot tranen toe bewogen door een lied. Hij is kortom een voortreffelijke complete mens; hij bezit buitengewone aretê. Dit aretê houdt respect in voor het volkomene en enige van het leven, en daaruitvolgend een afkeer van specialisatie. Het houdt geringschatting in voor doelgerichtheid – of liever, een veel hoger begrip van doelgerichtheid, namelijk niet gebonden aan één onderdeel van het leven, maar aan het leven zelf.’

Nu weet ik niet of ik zit te wachten op een chirurg die het leuk vind in zijn vrije tijd aan auto’s te sleutelen of horrorverhalen te schrijven, maar iets allrounder zouden mensen wel mogen zijn. Handig voor de mens zelf, alsook voor degene die afhankelijk is van iemand anders zijn kunnen. Een chirurg die niet alleen maar adertjes aan elkaar knoopt maar ook een echoscopie kan uitvoeren en je na afloop ook weet te vertellen of je nu wel of niet zout op je frietje mag strooien. Het zou de kosten van onze gezondheidszorg een flink stuk omlaag kunnen brengen en het leven – in dit geval van mijn vader – heel wat aangenamer kunnen maken.

Chemisch mannetje

zaterdag 17 oktober, 2009

‘De Amerikaan Craig Venter staat op het punt voor het eerst in de ge­schiedenis kunstmatig leven te ma­ken, de chemische evolutie. Hij bouwt van de grond af aan alle erfelijke informatie op (…). Tien jaar geleden was je nog voor gek verklaard als je dacht dat dat kon. Nu verwachten vele chemici dat het echt haalbaar is.’
(bron: Brabants Dagblad)

Chemisch mannetjeVanaf toen ik nog een kleuter was en al alleen naar school mocht lopen, vraag ik me af of er nu echt vooruitgang zit in ons leven. Is dat waar ik naartoe op weg ben – dacht ik toen – nu echt beter als waar ik vandaan kom. In een kosmos waar begrippen als links, rechts, onder en boven van geen enkele betekenis zijn, bestaat er ook geen vooruitgang of achteruitgang. Wat wij evolutie noemen betekent niet automatisch beter, mooier of slimmer. Een uitspraak als ‘Als de mens eenmaal zover geëvolueerd is dat hij…’ slaat dan ook nergens op. Richting bestaat niet. Ruimtelijk gezien bestaat er alleen maar ‘van hier naar daar’. En ‘daar’ noemen we dan toekomst, maar het zou net zo goed gisteren kunnen zijn. Nog te volgen?

Hoe dan ook, toen ik bovenstaand stukje in de krant las zag ik opeens een vreemd soort verschuiving in de tijd voor me. Een mens die sleutelt aan de bouwstenen van het leven, dan uit niets leven weet te creëren en dan opeens in de vreemde situatie komt te verkeren dat hij merkt dat hij zichzelf in elkaar aan het knutselen is. Alsof je iemand de hele tijd zit te achtervolgen en – eenmaal dicht genoeg genaderd – ontdekt dat degene die je achtervolgt jijzelf bent. Het zou zomaar kunnen.

Mens en dier

maandag 21 september, 2009

Logo's met dierenWe leven in een mensenwereld, maar waar zouden we zijn zonder de dieren? Het verbaast me altijd hoe weinig respect we doorgaans hebben voor dieren en hun plaats in de wereld. We gebruiken en misbruiken ze als productiedieren voor vlees, leer of melk, of we doen proeven met ze. Niet om hun te helpen, maar om onszelf beter of mooier te maken. Of we gebruiken ze voor gezelschapsdoeleinden als we alleen zijn of om een reden te hebben af en toe de benen te strekken en naar buiten te gaan. Of om ze deel te laten nemen aan allerlei sporten, als we zelf te lui zijn om ons in te spannen.

Behalve deze dingen hebben we volgens mij vooral dieren nodig om ons en de wereld aan te kunnen spiegelen, zodat we sterk kunnen zijn als een beer, snel als een luipaard, lang als een giraf of lui als een varken. We kunnen haviksogen hebben, zo sluw zijn als een vos of hondstrouw. Of we zijn er als de kippen bij, vinden de hond in de pot, zijn zo trots als een pauw of zo geil als een bok. Tel ze maar na, de vele spreekwoorden en gezegdes die we hebben met dierennamen. Schrap ze uit onze woordenboeken en je houdt niet veel meer aan vergelijkingsmateriaal over. Als mens alleen stellen we niet zoveel voor. We hebben elkaar nodig, ik en de ander. De beste gedachten onstaan vaak pas tijdens een dialoog, en je leert jezelf pas echt goed kennen in contact met een ander. Voor de mens als soort geldt hetzelfde, alleen zijn we goed op weg die ‘ander’ – de dieren en planten – uit te wissen.

Ik heb wat merken en bedrijven zitten opzoeken die de afbeelding van een dier gebruiken in hun logo’s. Ook hier met als doel iets van het beoogde karakter van het bedrijf of product weer te geven. Wel een beetje triest om te zien dat ik de olifant zo vaak tegenkwam in een logo, juist een van de dieren die bedreigt worden met uitsterven. Misschien hebben we als mens wel last van een soort collectief minderwaardigheidscomplex en zijn we stiekem jaloers op de dieren. Ze zijn wat ze zijn en ze zijn dat perfect. Dat idee kwam eens in me op toen ik mijn kat Mickey weer eens goed aan het bekijken was. De perfect sluitende jas die hij aanheeft, zijn eeuwigdurende lenigheid, zijn fantastisch mooie ogen die in het donker zo goed kunnen zien en zijn ongelooflijke sprongkracht en gevoel voor evenwicht. En dan heb ik het nog niet eens gehad over zijn psyche. Eten als het etenstijd is, en voor de rest lekker in het zonnetje liggen en je vooral nergens druk over maken. We kunnen echt zoveel leren van dieren, maar dan moeten we vooral eerst beginnen met ze met rust te laten.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen