Gisteren zat ik aan de telefoon met iemand en kwamen we op een punt waarbij we vier tweecijferige getallen bij elkaar moesten optellen. Misschien werd ik ook een beetje afgeleid door het hardop tellen van de ander, maar ik kreeg het niet voor elkaar. En terwijl ik me probeerde te concentreren hoorde ik aan de andere kant van de lijn de uitkomst al. En niet één keer maar meerdere keren, zodat het maar goed tot me zou doordringen dat zij beter is in hoofdrekenen dan ik.

In het vorige bericht gaf ik aan dat ik vind dat ik best goed ben in hoofdrekenen, maar waarom lukte het me dan nu niet? Mijn methode is dat ik de getallen in mijn hoofd projecteer zodat ik ze voor me kan zien, waarna ik pas begin met optellen. Daar zit geen systeem in, elke keer gaat het weer anders. Ik zie de getallen voor me en begin er wat mee te schuiven. Als de getallen voor mijn gevoel optimaal geplaatst zijn begin ik met optellen. Ze staan dan niet netjes in een rijtje boven elkaar, maar schijnbaar lukraak verdeeld over een vlak. Soms deel ik de afzonderlijke getallen eerst nog eens op in nieuwe getallen die beter bij elkaar passen. De resten verzamel ik dan in een hoek van het beeld. Voor later, als ik klaar ben met het optellen van de eerste serie getallen.

Dat klinkt allemaal verschrikkelijk ingewikkeld en moet overkomen als een enorm traag proces, maar in werkelijkheid gaat het vrij snel. Als ik tenminste niet afgeleid word, en daarom heb ik in bovenstaande situatie de cijfers uiteindelijk maar even op een kladje geschreven zodat ik ze letterlijk voor me kon zien. Daarna had ik de getallen zo bij elkaar opgeteld en moest ik toegeven dat haar uitkomst inderdaad klopte.

Maar hoe zit het nu met mijn hoofdrekenen als ik het alleen maar kan door me de getallen eerst visueel voor te stellen, op papier of op het kladblokje in mijn hoofd, mijn visuele cortex. Kan ik nu hoofdrekenen of niet?