Herinneringen

Voor je het weet zijn ze groot

zaterdag 17 september, 2011

Ouders worden vaak gewaarschuwd om vooral niet te vergeten te genieten van de kinderen zolang ze nog klein zijn, want ‘voor je het weet zijn ze groot’. Maar zouden kinderen die waarschuwing niet net zo zeer moeten krijgen? Vanmiddag keek ik bij mijn moeder uit het raam neer op de struiken rond het pleintje voor de flat. Ik weet absoluut zeker dat ik daar vroeger vaak inkroop om me te verschuilen tijdens het verstoppertje spelen. Dat moet heel lang geleden zijn geweest toen ik nog heel erg klein was. De struiken komen nu amper tot mijn heupen, terwijl ik vroeger op mijn gemak tussen die struiken kon liggen met nog een heel bladerdek boven mijn hoofd. Zoveel ruimte boden die struiken om je te verstoppen. En de bomen op het grasveld waren een slechte keuze als je even snel in een boom wilde klimmen. Daar waren de bomen verderop veel geschikter voor omdat daar takken aan de stammen groeiden waar je zo op kon stappen. Maar de takken aan de bomen op het grasveld zijn helemaal niet zover buiten bereik als dat ik me kan herinneren. Een metertje of anderhalf boven de grond, meer kan het niet zijn. En dat enorme grasveld dat we moesten overbruggen om bij de andere goal te komen? Een metertje of vijftig, meer niet. Ik ben groot geworden voor ik er erg in had. Dat weet ik al heel lang natuurlijk, maar vanmiddag opeens meer dan ooit. Met mijn moeder tegenover me, in de stoel waar mijn vader altijd inzat. Die er niet meer is. Zijn spullen liggen nog beneden in de kelder, en we hebben er vanmiddag even samen doorheen zitten rommelen. Het blijft toch vreemd, dat iemand dood kan gaan, en dat dat echt betekent dat iemand niet meer terug zal komen. Alleen nog maar bestaand in je herinneringen, net als je eigen kindertijd.

Kleingeld

maandag 18 april, 2011

Ik stond aan de balie van een klein restaurant en kiepte het kleingeld uit mijn portemonnee in mijn handpalm. Ik friemelde wat tussen de verschillende munten, en ik weet niet of het door dat friemelen kwam of door een combinatie van zon en zin, maar opeens had ik trek in een ijsje. Een ijsje van 75 cent. Zo eentje waar nog net geen grote munt van een gulden voor aan de pas hoefde te komen. Alleen maar wat dubbeltjes of kwartjes, misschien aangevuld met een enkele bruinkleurige stuiver. Zo’n ijsje waar je het papier langzaam van af moest trekken omdat het door de kou en een laagje plakkerige siroop aan de verpakking vastgeplakt zat. Maar al had ik genoeg munten gehad, ze verkochten in dat restaurant geen ijs. Het was het restaurant van het Verbeeten Instituut in Tilburg, waar kankerpatiënten behandeld worden, veelal door bestraling. Ik had daar afgesproken met vriendin L. die sinds een paar maanden weet dat er een prop in haar hoofd zit die daar niet thuishoort. Met een taxi wordt ze nu al enkele weken thuis opgehaald en weer teruggebracht. Nog drie weken en dan zit de behandeling erop en wordt gekeken of de prop geslonken is en of de celgroei tot stilstand is gekomen. Ik hoop het. Verder dan dat denk ik nu nog niet, en vriendin L. al helemaal niet. Zou dat de reden zijn waarom ik op dat moment opeens moest denken aan ijsjes van 75 cent? Wie weet. IJsjes van 75 cent zijn tijdloos en zorgeloos, ook al kosten ze nu iets meer.

Klaar voor de eindejaarsfik

woensdag 29 december, 2010

Klaar voor de eindejaarsfikErgens in januari worden in het hele land de kerstbomen opgehaald. Tenzij de boom een plaatsje krijgt in de tuin van de eigenaar, wachtend op volgend jaar, als het voor hetzelfde geld nog een keertje als feestboom in de huiskamer mag staan. Daarna zal het echt afgelopen zijn voor deze boom en zal het met alle anderen eindigen op een grote gemeentelijke composthoop of verbrand worden tijdens een ‘kerstbomenverbrandingsceremonie’. Met oude meubels gaat het net zo, alleen iets eerder. Net als bij deze boer op het erf worden dan stoelen, tafels, banken en allerlei ander brandbaar meubilair op een grote hoop gegooid en in de nacht van oud op nieuw in de fik gestoken. Een crematie.

Klaar voor de eindejaarsfikMarinet Haitsma schreef net weer een mooi stukje op haar weblog over haar bank die ze aan de straatkant moest zetten. Ze houdt hem goed in de gaten om te zien of niet iemand anders er snel mee vandoor gaat. Ze moet er niet aan denken dat iemand anders nog gebruik zal gaan maken van die bank waar zoveel van haar herinneringen in het stof opgeslagen zitten. Ik weet dat het voor onze maatschappij te veel gevraagd is, een donorcodicil voor immateriële zaken, maar een openbare verbrandingsplaats voor zaken waarvan je echt wilt dat die niet meer door andere gebruikt kunnen worden?

De bal

vrijdag 22 oktober, 2010

VoetbalAls kind was ik gek op voetballen. Ik voetbalde op school in de pauzes, na school als de speelplaatsen helemaal leeg waren, thuis nog even voor het eten, na het eten, en dan natuurlijk ook nog tijdens de training en de competiewedstrijden op zaterdag. De bal was voor mij meer dan alleen maar een bal. Ik hield echt van de ding. De plastic versies iets minder dan van de leren, maar ook die kon ik liefdevol tussen mijn handen rondjes laten draaien. De leren ballen waren echter mijn favoriet. Als ik er niet tegenaan liep te schoppen pakte ik hem ook zomaar eens op. Ik keek dan aandachtig naar de gestikte naden, naar de kleine velletjes van de lak die aan het loslaten waren. Een leren bal rook heerlijk. Het rook niet alleen maar naar leer, maar ook naar gras en regen. Iedere bal had zijn eigen geluid dat ook nog eens veranderde naarmate hij voller of minder vol was opgepompt en hoe oud de bal was. En als de bal bijna aan het einde van zijn leven was begonnen de naden los te laten en zag je hoe de bal aan de binnenkant langzaam naar buiten probeerde te komen. In het begin zag je alleen nog maar de kleur van deze ‘binnenbal’, maar al gauw begonnen de uitstulpingen groter te worden, en dan wist je, iedere rake trap zou de laatste kunnen zijn.

ik heb er zo’n 5 à 6 gehad geloof ik. Drie daarvan staan me nog goed bij. Een rode met langwerpige lapjes leer, een échte voetbal, zwartwit en met zeshoekige stukjes, en een okergele die ik van mijn vader kreeg toen hij met een hersenschudding in het ziekenhuis lag. Die laatste herinner ik me nog het best, en – sorry pa – niet alleen maar omdat ik hem destijds van hem kreeg. Deze bal was namelijk niet rond. Had mijn vader hem zelf kunnen kopen was hem dit zeker wel opgevallen. Het ding was eivormig en bleef dit ook, wat de verkoper mijn moeder ook wijs had proberen te maken. Een leren broek past zich in de loop van de tijd aan aan het lichaam van de drager, een leren bal past zich aan aan… de lucht? Het ding bleef dus eivormig en zwabberde bij een felle trap alle kanten op. Daarbij was hij ook nog eens veel lichter dan de anderen. Dan kreeg je de zogenaamde afzwaaiers. ‘Aafsjwinken’ noemden we dat in het Limburgs dialect, gevolgt door ‘godverdomme!’. Toch heb ik deze bal netjes gebruikt tot het bittere einde. En met een beetje goede wil kunnen mijn handen zich nog het rafelige oppervlak van het leer herinneren. Probeer dat maar eens met een pingpongballetje of een hockeypuck.

De brommer van mijn vader (2)

zondag 17 oktober, 2010

Gisteren kreeg ik een mailtje van R. van de website www.zundapp.org. Op internet was hij mijn verhaaltje tegengekomen over de Zundapp van mijn vader van dinsdag 2 augustus 2005. Hij vroeg me of hij het over kon nemen op zijn eigen website. Daar had ik geen bezwaar tegen. Eerlijk gezegd was ik er zelfs blij mee. Op deze manier blijft deze herinnering aan mijn vader nog eens extra bewaard. Volgende maand, op 25 november, is het precies een jaar geleden dat mijn vader is overleden. Zo lang al, en nog maar zo kort. Vreemd hoe rekbaar de tijd als gevoel kan zijn.

Rechtstreekse link naar het verhaaltje op www.zundapp.org »

Suikerpinda’s en voetbal

zaterdag 4 september, 2010

Suikerpinda's en voetbalHet kan zomaar gebeuren dat een droom je naar herinneringen voert waarvan je niet wist dat je die nog had. Zo leidde de droom van vannacht me na het wakker worden naar een witte papieren zak vol suikerpinda’s. Hmmm, heerlijk. Vooral wanneer vers gebrand. Als kind een van mijn favoriete lekkere dingen om te snoepen tijdens een film op tv. Totdat ik ergens las dat er wel heel erg veel suiker en vet inzit en dat je je tanden er behoorlijk op stuk kunt bijten. Dat laatste lukt me nu overigens ook met dropjes en groentjes. Tijdens de afgelopen vakantie brak er weer een stukje van een kies af tijdens het lekker kauwen op zo’n fris plakkerig groentje met mentholsmaak. Ik ben gek op van die dingen. Groentjes, wybertjes, pottertjes. Eén à twee van die dingen zorgt voor een frisse smaak in je mond en zacht voor je keel. Dat heb ik nooit begrepen. Liefst eet ik ze met een handvol tegelijk. Een doosje wybertjes is bij mij altijd binnen tien minuten leeg. Jammer dat ze bij het Kruidvat die jumbodozen niet meer verkopen waar ik mijn tong in kon leggen zodat ik meteen een mondvol wybertjes tot me kon nemen.

Ik dwaal een beetje af. Het begon namelijk met die herinnering aan suikerpinda’s. Daarna moest ik denken aan de zondagmiddagen die ik samen met mijn pa doorbracht achter het huiskamerraam. Onze stoelen een kwartslag gedraaid, voeten op de vensterbank, een pot dropjes bij de hand, keken we omstebeurt door de verrekijker naar het voetbalstadion van Fortuna Sittard. Toen lag het stadion nog midden in de stad naast onze flat, was het stadion nog niet zo groot en ook nog niet zo afgesloten als nu. Bezoekers zag je via de trap aan de buitenkant naar boven klimmen en vervolgens over de rand van de tribunes weer verdwijnen. Aan de linkerkant stond het scorebord. Als er gejuichd werd keken we met de verrekijker naar het figuurtje dat naar boven klauterde en konden we zien aan welke kant er een bordje verwisseld werd. Dan wisten we, links is een doelpunt voor Fortuna, rechts voor de tegenstander. Zo hielden we de stand bij terwijl we comfortabel in onze stoelen zaten en vooraf en achteraf ook nog eens konden genieten van al die mensen die via het paadje achter onze flat weer terugliepen naar hun auto’s. De meeste fans waren mannen, maar soms liep er ook weleens een vrouw tussen. Mutsen en sjaals in de kleuren van de clubs. Meer was er toen nog niet te koop aan fanartikelen. En vuvuzela’s al helemaal niet. Het enige geluid dat er destijds gemaakt werd in de stadions was afkomstig uit de kelen van de fans. ‘Hi ha hondelul’. Een van de eerste ‘shocking’ dingen die er geroepen werden. Verder hoorde je, als je zelf een van de bezoekers was, alleen maar het ‘Boe’ en ‘Ah’ van de andere fans, én het gekraak van vele witte papieren zakjes vol suikerpinda’s. Het enige dat er te koop was en aangeboden door dames met houten bakken voor hun lichaam vol met van die zakjes. Dat was ook het beeld dat ik voor me had vanochtend en waarom ik het wel leuk vond dit stukje op mijn site te zetten. Het had ook korter gekunnen, maar een bal zwaait ook weleens af en een pass is nooit helemaal perfect.

Koppie-C en Koppie-V

maandag 26 juli, 2010

Hotis nietjeAls je veel achter de computer zit ken je de commando’s ctrl-c en ctrl-v wel. Mensen die niet zo bekend zijn met dit soort ‘keyboard commands’ of ‘short-cuts’ kiezen nog altijd voor knippen en plakken via het hoofdmenu (meestal te vinden onder de knop ‘bewerken’) of hoogstens via de rechter muisknop en ‘kopiëren naar klembord’. Ctrl-c en ctrl-v is echter veel sneller en makkelijker en mijn linkerhand zweeft dan ook altijd ergens in de buurt van die toetsen. Het grappige is dan dat wat je gekopieerd hebt net zolang in het (werk)geheugen van de computer blijft zweven totdat je het ergens anders weer loslaat met behulp van ctrl-v (plakken) en daarna iets anders kopieert dat de plek inneemt van die eerder gekopieerde informatie. Soms heb ik weleens dat ik een uur later opeens de informatie die ik eerder naar het werkgeheugen had gekopieerd opnieuw wil gebruiken. Dan bedenk ik me dat ik in de tussentijd niet opnieuw ergens ctrl-c heb gebruikt en de eerder gekopieerde informatie in theorie dus nog steeds in het werkgeheugen moet zitten. Even ctrl-v intoetsen en ja hoor, de informatie zat er nog steeds in. Basic computer-stuff, maar toch altijd weer een tikje opzienbarend vind ik.

Mijn nietapparaat was leeg. Dat gebeurt niet zo heel vaak want ik niet niet zo veel niet. Het apparaatje zelf kocht ik een jaar of dertig geleden met een pakje nietjes bij een kantoorboekhandel die inmiddels plaats heeft moeten maken voor een kledingzaak. Het nietapparaat werkt nog prima en het pakje nietjes is nog steeds niet leeg. Alleen, waar had ik dat pakje ook alweer opgeborgen? Het eerste beeld dat voor mijn geestesoog verscheen was dat van de ladenkast in de gang. Ik trok lade nummer 3 open omdat dat de lade was voor dat soort klein spul. Geen nietjes daar, wel een hoop landkaarten. Ik herinnerde me toen dat ik inderdaad al die lades eens opnieuw had ingedeeld en dat ik kantoordingen verplaatst had naar een ander kastje. Met het opentrekken van een lade in dat kastje opende zich ook een nieuwe lade in mijn herinnering. Die plek bleek toen namelijk helemaal niet zo geschikt te zijn voor kleine spulletjes en bij nader inzien had ik toen besloten alles wat te maken had met pennen, potloden, papier, enveloppen etc. op te bergen in een net nieuw aangeschafte stapel ladekastjes van de Ikea. Daar lag inderdaad het pakje Hotis nietjes met het prijsstickertje er nog op. Twee gulden vijfenzeventig.

Die nietjes heb ik terug weten te vinden dankzij mijn geheugen. Wel vaker maak ik dit soort dingen mee en bedenk me dan hoe vreselijk belangrijk, onmisbaar ons geheugen is voor ons functioneren. Ik zeg niks nieuws hier, maar kan er nog steeds versteld van staan dat ik alleen maar kan leven omdat ik me dingen kan herinneren. Ik leef NU omdat ik informatie kan vasthouden van vroeger. Ik weet/herinner me dat als het brood op is dat er zoiets is als brood dat ik kan eten zodat ik me niet meer zo hongerig voel en dat ik dat brood kan halen bij een gebouw dat we een supermarkt noemen en aldaar te bemachtigen is als ik iets anders overleg dat we geld noemen, etc. etc. Misschien dat ik me daarom de sfeer van het boek Hersenschimmen van Bernlef nog zo goed kan herinneren. Dat verlies van alle kaders, zelfs niet meer in staat zijn tot één enkele ctrl-c ctrl-v. Leven in het NU mag dan misschien het ultieme doel zijn voor sterk spiritueel georiënteerde mensen, het kan ook de ultieme hel zijn.

Coca Cola en paprikachips

donderdag 15 juli, 2010

Met het WK voetbal kwamen ook herinneringen aan mijn vader terug. Meer dan eens heb ik hem in gedachten horen vloeken en naar de keuken zien lopen als Nederland weer eens een open kans liet liggen of niet vooruit te branden was. Tikkie terug, tikkie breed. Dan maar liever het Duitse voetbal, hoor ik hem nog zeggen. Het feit dat dit op het laatst uit zijn mond kwam wil heel veel zeggen. Daarvoor moest hij namelijk niks hebben van die Mannschaft. En ik dus ook niet. Zo vader zo zoon.

Tijdens voetbalwedstrijden, maar ook iedere zaterdagavond, kwamen er altijd twee flessen Coca Cola op tafel en een hele grote bak met paprikachips. Mijn vader en ik waren er dol op. Ik heb het dan over de tijd dat ik nog op school zat. Tijdens een of andere quiz uit die tijd of western begonnen we, en tegen tienen was alles op. Als dan op de Duitse zender Das Wort zum Sonntag begon zaten we zo vol met lucht dat de door de pastor langzaam uitgesproken Gedanken Gottes vergezeld werden door kleine scheetjes. Dat was dan het moment voor mijn moeder om zich even terug te trekken. Als ik er nu zo over nadenk geloof ik niet dat ik mijn moeder ooit ook maar één scheetje heb horen laten. Vrouwen kunnen dat niet. Of doen dat niet. Misschien dat mijn moeder het tijdens het fietsen deed. Dat zou kunnen verklaren waarom ze altijd sneller fietste dan wij.

Coca Cola en paprikachips. Het niveau van dit weblog begint aardig te dalen. Ik heb echt nog wel andere herinneringen aan mijn vader dan dit soort bijna platvloerse lolletjes. Ik zou heel hoogdravend iets kunnen vertellen over iets dat hij me geleerd heeft en dat mij in mijn leven geholpen heeft te worden wie ik ben. Iets met ethiek ofzo. Die dingen zijn er ook wel, maar zo’n belachelijk simpele herinneringen als die van onze zaterdagavonden, dat zijn toch het soort herinneringen waardoor ik me hem weer heel levendig voor de geest kan halen. Echt, mijn vader was zo’n ontzettend lieve man. Een echte scheet.

Herinnerde leeftijd

dinsdag 16 februari, 2010

Ik liep vandaag langs het bidprentje van mijn vader en pakte het weer eens op om de foto te bekijken. Tegenwoordig betekent dat dat ik over de rand van mijn bril moet kijken, anders krijg ik het beeld niet scherp. Een bidprentje is maar klein en dus hield ik het dicht bij mijn gezicht en keek mijn vader recht in zijn ogen. Wat vreemd, dacht ik, dat ik me hem niet meer kan herinneren van hoe hij eruitzag toen hij jonger was. Als ik aan hem denk zie ik hem voor me zoals hij was in het laatste jaar van zijn leven. Veel langer geleden, toen ik nog een jaar of zes, acht, twaalf, zestien was, heeft hij er heel anders, veel jonger uitgezien. Dat weet ik en dat kan ik bevestigen met foto’s die ik van hem. Maar zonder die foto’s kan ik nauwelijks een goed beeld terughalen van hoe hij vroeger was.

lees verder »

Herinneringen verwoord

donderdag 21 januari, 2010

‘Zo’n ovaal ding met twee van die uitsteeksels. En zo’n koker, en dan komen er van die foezeltjes omheen en daar gaan ze ergens opstaan en dan zijn opeens weg en dan krijg je ergens anders ook weer van die foezeltjes en dan staan ze daar opeens weer, heel ergens anders, buiten of waar dan ook.’

Vriendin MT en ik waren ‘s avonds laat nog wat herinneringen aan het ophalen over tv-series waar we als kind naar keken. Toen ik vertelde over de afleveringen en films van een bepaalde serie kon zij zich hiervan alleen nog maar het bovenstaande herinneren. Verteld door een volwassen vrouw, maar de herinneringen zijn die van een kind want dat was de leeftijd waarop zij voor het laatst beelden van deze serie zag op tv. Met dat ovale ding bedoelde ze dit ding, met de eerste foezeltjes dit en de tweede reeks foezeltjes is dit. Ik vond het zo grappig dat ik het meteen opgeschreven heb om later op mijn weblog te kunnen zetten.

De 'boajum' van James ArnessMaar zo kunnen herinneringen dus werken. Je maakt iets mee op een bepaalde leeftijd en die informatie wordt opgeslagen in je geheugen met het verstand en uitdrukkingsmogelijkheden van degene die je op dat moment bent en met de rationele vermogens die je op dat moment hebt. Zo herinner ik me nog dit – en ik blijf even bij tv-series: ‘Het begon altijd met iemand die met zijn kont naar de camera toestond en door mijn oma daarom ook altijd de boajum* genoemd werd (*Limburgs voor het zitvlak van een broek). En ook zo’n oude opgetutte vrouw met een enorme zwarte stip op haar wang en een zwerver met een ezel en die had een scheve mond. Die zwerver bedoel ik dan, en er was ook nog een dokter die de hele tijd aan de zuip was’. Zo herinner ik me Gunsmoke ongeveer, maar ik had het ook kunnen vertalen naar het heden en kunnen zeggen ‘Het begint met een duel tussen de hoofdrolspeler in de serie, een sheriff gespeeld door James Arness, gefilmd vanaf de grond zodat je meteen een dynamisch beeld op het westernstadje kreeg. Andere personages in deze serie waren de eigenaresse van een saloon, gekleed en opgemaakt in de stijl van die tijd en plaats, een eenzame zwerver met een ezel en een eveneens eenzame en met treurige herinneringen beladen dorpsdokter die om die reden regelmatig te veel alcohol tot zich nam.

Geef mij maar die eerste omschrijving. Hij is niet zo leuk als die van MT over Star Trek, maar wel zoals ik me de serie zo ongeveer herinner. Als ik het op die manier aan iemand vertel wordt de herinnering bijna voelbaar. Vertel ik het op de herschreven manier, dan is het contact met de herinnering verbroken. Misschien werkt het bij geschiedschrijving ook wel zo en zijn daarom verhalen en romans zo belangrijk. De Tweede Wereldoorlog in tien delen zegt niets zonder een boek als ‘Het Achterhuis’ ernaast.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen