Een hond slimmer dan een kat?
Britse wetenschappers hebben de eeuwige discussie tussen katten- en hondenliefhebbers voorgoed beslecht: honden zijn de slimste. Onderzoekers van de universiteit van Oxford kwamen tot die conclusie nadat ze de hersenen van meer dan vijfhonderd soorten zoogdieren hadden geanalyseerd. (bron: De Standaard)
Alweer zo’n onderzoek waarbij ik me even met mijn pootje op mijn achterhoofd moet krabben. Ben je slimmer als je jezelf geleerd hebt een deurklink omlaag te duwen, of als je je baasje zover hebt gekregen dat hij even een luikje voor je in de deur zaagt? ‘Een hond gaat in interactie met zijn baasje en toont dus dat hij over meer sociale capaciteiten beschikt dan een kat’. Daarom zijn de hersenen van honden en andere ‘sociale’ dieren volgens de onderzoekers groter en complexer van opbouw. Nou en? Ik zeg dat een kat zijn hersenen gewoonweg efficiënter weet te gebruiken. Een kat kun je zogenaamd niks leren, maar bewijst dat dan niet juist dat katten intelligenter zijn? Het is juist een teken van intelligentie en onafhankelijkheid als je jezelf in staat weet invloeden van buitenaf te weren en daardoor authentiek en zelfstandig blijft. Bij mensen is dat ook zo. Het gepeupel loopt overal blindelings achteraan, terwijl een intelligent en origineel iemand zich verre houdt van dit soort invloeden en zich niet snel gek laat maken. Het onderzoek is daarom niet volledig. Alleen de grootte van iemands hoofd en hersenen zegt niks over diens intelligentie. Kijk maar naar Gordon.



Vast al eens tegengekomen op internet, net als ik, maar zo mooi om te zien dat ik er zelf ook nog maar even een stukje aan wijdt: het onderzoek van wetenschappers van de universiteiten van Cambridge en London naar de intelligentie van roeken. Ooit schreef een Griekse dichter met de naam Aesopus een fabel waarin een roek steentjes in een kruik gooide om zodoende het waterpeil te laten stijgen om uit de kruik te kunnen drinken. In dit onderzoek heeft men geprobeerd deze situatie na te bootsen waarbij een roek steentjes in een glazen cilinder moet stoppen om zodoende bij het insect te kunnen komen dat op het wateroppervlak drijft. Dat lukt meteen, en in een later experiment kiest de roek zelfs de grootste stenen uit om het water sneller te laten stijgen.








