Kindertijd

Tintin

vrijdag 21 oktober, 2011

TintinBinnenkort is het eerste deel van een nieuwe reeks verfilmingen van Kuifje in de bioscoop te zien. Zou de huidige generatie gamers nog weten wie dat was? Vast wel. Gelukkig zie ik vandaag de dag nog genoeg kinderen die verdiept zijn in een Suske en Wiske of Kuifje, ver weg van die zogenaamde echte wereld en met in hun hoofd een levendige versie van het verhaal zoals dat door geen enkele regisseur verfilm kan worden. En voor de kinderen die de albums van Kuifje nog niet kennen bestaat er nu de mogelijkheid ze alsnog te gaan lezen. Boekenwinkels zijn er alvast op voorbereid. Waar je eerst hoogstens een of twee delen van Kuifje kon vinden, staat nu prominent een display met alle albums. Zo zijn verfilmingen van (strip)boeken toch weer ergens goed voor.

Kuifje albumsZelf heb ik al alle albums van Kuifje. En nee, die geef ik niet weg omdat ik daar te oud voor zou zijn. Ik lees ze nog steeds met tussenpozen. Niet meer zo intens als vroeger natuurlijk, maar nog steeds met erg veel plezier. Mijn eigen collectie kwam aanvankelijk langzaam tot stand. Een album voor mijn verjaardag, weken later weer eens eentje van mijn zakgeld. Totdat ik als kleine jongen in het ziekenhuis kwam te liggen voor een operatie. Dat vonden mijn ouders wel zo zielig dat ze bij ieder bezoek een, twee of zelfs drie nieuwe albums meenamen. Kijk, en dan schiet het lekker op. Zo is een ziekenhuisopname (soms) toch weer ergens goed voor.

Voor je het weet zijn ze groot

zaterdag 17 september, 2011

Ouders worden vaak gewaarschuwd om vooral niet te vergeten te genieten van de kinderen zolang ze nog klein zijn, want ‘voor je het weet zijn ze groot’. Maar zouden kinderen die waarschuwing niet net zo zeer moeten krijgen? Vanmiddag keek ik bij mijn moeder uit het raam neer op de struiken rond het pleintje voor de flat. Ik weet absoluut zeker dat ik daar vroeger vaak inkroop om me te verschuilen tijdens het verstoppertje spelen. Dat moet heel lang geleden zijn geweest toen ik nog heel erg klein was. De struiken komen nu amper tot mijn heupen, terwijl ik vroeger op mijn gemak tussen die struiken kon liggen met nog een heel bladerdek boven mijn hoofd. Zoveel ruimte boden die struiken om je te verstoppen. En de bomen op het grasveld waren een slechte keuze als je even snel in een boom wilde klimmen. Daar waren de bomen verderop veel geschikter voor omdat daar takken aan de stammen groeiden waar je zo op kon stappen. Maar de takken aan de bomen op het grasveld zijn helemaal niet zover buiten bereik als dat ik me kan herinneren. Een metertje of anderhalf boven de grond, meer kan het niet zijn. En dat enorme grasveld dat we moesten overbruggen om bij de andere goal te komen? Een metertje of vijftig, meer niet. Ik ben groot geworden voor ik er erg in had. Dat weet ik al heel lang natuurlijk, maar vanmiddag opeens meer dan ooit. Met mijn moeder tegenover me, in de stoel waar mijn vader altijd inzat. Die er niet meer is. Zijn spullen liggen nog beneden in de kelder, en we hebben er vanmiddag even samen doorheen zitten rommelen. Het blijft toch vreemd, dat iemand dood kan gaan, en dat dat echt betekent dat iemand niet meer terug zal komen. Alleen nog maar bestaand in je herinneringen, net als je eigen kindertijd.

Boeken rond het paleis

zondag 28 augustus, 2011

Daniel Defoe: Robinson CrusoeVandaag was weer de jaarlijkse boekenmarkt in Tilburg, ‘Boeken rond het paleis’. 300 kraampjes met boeken, van zowel particulieren als ‘echte’ boekverkopers. En alles voor een prikkie, als je durft af te dingen. En dan kan ik niet, durf ik niet. Staat er achterin het boek een in mijn ogen alleszins redelijke prijs, dan zal ik het kopen. Anders mompel ik even, wacht of de verkoper de prijs uit zichzelf omlaag wil doen, en loop anders door naar het volgende kraampje waar ik hopelijk hetzelfde boek zal tegenkomen voor een lagere prijs. Ik koop niet zoveel boeken, en de enige reden waarom ik dit keer naar de boekenmarkt was gegaan was voor één bepaald boek dat ik al een hele tijd wil herlezen: Robinson Crusoe van Daniel Defoe. Het was de eerste roman die ik voor mezelf kocht van mijn zakgeld en ik heb het in mijn jeugd meerdere malen herlezen. Het is een avonturenroman, maar dan wel eentje waar ik zelfs nu nog heel rustig van wordt als ik eraan terugdenk. Alsof ik weer even terug mag naar dat eilandje van me. Maar het vinden van dit boek bleek net zo moeilijk te zijn als het voor Crusoe moet zijn geweest om aan voedsel te komen. Het moet kraampje nummer 297 zijn geweest waar ik het uiteindelijk vond, en vreemd genoeg wist ik dat ik het hier zou vinden. Onder een stapeltje andere boeken verwachtte ik het boek te zien liggen en dat bleek ook zo te zijn. Je hoeft dit echt niet te geloven, toch ging het zo. De man achter het kraampje probeerde me ook nog te interesseren voor een paar andere klassiekers zoals Alleen op de wereld. Maar zo alleen voel ik me helemaal niet.

Robert Sheckley: Stel eens een domme vraagWe leven nu in het jaar 2011. Het boek werd voor het eerst uitgegeven in het jaar 1719. Een verschil van 292 jaar, bijna 3 eeuwen. Ikzelf ben inmiddels ook ouder en ik vraag me af of ik bij het opnieuw lezen van dit boek dat oude gevoel van prettige eenzaamheid opnieuw zal kunnen beleven. Of zou het me nu juist bang maken, ongerust. Of misschien moet ik mezelf helemaal niet dit soort vragen stellen en het boek gewoon maar gaan lezen alsof het voor de eerste keer is. Of moet ik me misschien een domme vraag stellen voor de verandering, net als de titel van een ander boekje dat ik kocht: Stel eens een domme vraag van Robert Sheckley. Misschien is dat wel de manier om in deze tijd de juiste antwoorden te krijgen.

Fortuna Sittard

maandag 18 april, 2011

De jeugd van Fortuna Sittard (foto: Ivo Konings)Het gaat slecht met het betaald voetbal in Nederland. De ene na de andere club moet geld lenen bij de eigen gemeente of verkoopt zichzelf aan een rijke buitenlander. Sinds kort gaat het zelfs met een club als PSV financieel slecht. Halen ze dit jaar de Champions League niet, dan gaat het zelfs héél slecht met ze. Een van de redenen voor deze crisis zijn natuurlijk de absurd hoge bedragen die de spelers krijgen voor hun potje voetbal. En de overmoed van het hele bestuur als het eens een keer een jaartje boven verwachting goed gaat met de club. Zo speelde Fortuna Sittard ooit een prima partijtje voetbal en promoveerde van de Eerste naar de Eredivisie. Hoe die divisies nu heten weet ik niet, ik volg het niet meer zo. Misschien wel de Gamma-klasse of de Snickers League. In elk geval was dat jaar voor Fortuna Sittard een geweldig jaar en was het huis te klein voor al die vreugde. Er moest en zou daarom een nieuw en groter stadion moeten komen dat, net als bij die andere topclubs, buiten de stad zou moeten liggen waar er meer ruimte is voor de grote stromen toeschouwers die nu zeker zouden komen. Dat stadion werd gebouwd en een aantal jaren later degradeerde Fortuna Sittard weer naar de Eerste Divisie. De jaren daarna ging het alleen maar slechter, was de club een aantal malen bijna failliet en staat de club dit jaar bijna onderaan. Waren ze maar gewoon blijven zitten in dat knusse stadion in de Sittardse wijk De Baandert. Ik heb daar zelf ook nog gevoetbald. Jaja, dat weet niemand, maar ik heb er ooit één wedstrijd gespeeld. Ik was zeven jaar oud en de pupillen van FSC (Fortuna Sittardia Combinatie) waar ik toen deel van uitmaakte moesten een wedstrijd spelen tegen de pupillen van een andere club. Het bestuur leek het toen wel aardig om die wedstrijd te laten spelen voorafgaand aan de wedstrijd van de grote mannen van het eerste elftal. Een soort voorprogramma. Op een zondagmiddag renden we met z’n allen het veld op voor een wedstrijd van twee keer twintig minuten. Langer dan dat hadden we echt niet gered. Het overgrote deel van onze opgebouwde conditie ging op aan het telkens weer overbruggen van dat immens grote veld. En wat was die goal opeens groot! Maakt niet uit waar je de bal raakte, het doel was zo groot en het keepertje zo klein dat hij er altijd wel inging. Maar feit blijft dat ik een wedstrijd in dat stadion gespeeld heb, om na afloop met een zakje gebrande pinda’s te gaan zitten uithijgen op de tribune. Ik moet nog steeds eens informeren bij de NOS of ze nog opnames hebben liggen van die wedstrijd.

Waarom ik dit allemaal vertel? Eigenlijk zomaar. Misschien ben ik wel in een sentimentele stemming geraakt door dat vorige verhaal over dat ijsje van 75 cent.

Kleingeld

maandag 18 april, 2011

Ik stond aan de balie van een klein restaurant en kiepte het kleingeld uit mijn portemonnee in mijn handpalm. Ik friemelde wat tussen de verschillende munten, en ik weet niet of het door dat friemelen kwam of door een combinatie van zon en zin, maar opeens had ik trek in een ijsje. Een ijsje van 75 cent. Zo eentje waar nog net geen grote munt van een gulden voor aan de pas hoefde te komen. Alleen maar wat dubbeltjes of kwartjes, misschien aangevuld met een enkele bruinkleurige stuiver. Zo’n ijsje waar je het papier langzaam van af moest trekken omdat het door de kou en een laagje plakkerige siroop aan de verpakking vastgeplakt zat. Maar al had ik genoeg munten gehad, ze verkochten in dat restaurant geen ijs. Het was het restaurant van het Verbeeten Instituut in Tilburg, waar kankerpatiënten behandeld worden, veelal door bestraling. Ik had daar afgesproken met vriendin L. die sinds een paar maanden weet dat er een prop in haar hoofd zit die daar niet thuishoort. Met een taxi wordt ze nu al enkele weken thuis opgehaald en weer teruggebracht. Nog drie weken en dan zit de behandeling erop en wordt gekeken of de prop geslonken is en of de celgroei tot stilstand is gekomen. Ik hoop het. Verder dan dat denk ik nu nog niet, en vriendin L. al helemaal niet. Zou dat de reden zijn waarom ik op dat moment opeens moest denken aan ijsjes van 75 cent? Wie weet. IJsjes van 75 cent zijn tijdloos en zorgeloos, ook al kosten ze nu iets meer.

Pieter Post overleden

vrijdag 14 januari, 2011

Pieter PostMet grote verslagenheid heb ik vandaag kennis genomen van het nieuws dat Pieter Post is overleden. Als kind was ik altijd al een groot fan van hem en ik denk dat ik geen enkele aflevering op tv over hem en zijn vuurrode bestelwagentje heb gemist. Zoals hij over dat leuk bruggetje aan kwam rijden, die leuke huisjes van papiermaché en die kat die hij vaak bij zich had. Een heerlijke en pretentieloze kinderserie waar ik zelfs nu nog graag naar mag kijken. Wat zeg je? Het is Peter Post de wielrenner die is overleden en niet Pieter Post!? Zucht, een pak van mijn hart…

Tilburgse bergen

zondag 19 december, 2010

Tilburgse bergenNederland vlak? Brabant niet heuvelachtig? Als we maar genoeg afval blijven produceren zal ons landschap vanzelf veranderen. Op de foto zijn de bergen afval te zien van afvalverwerkingsbedrijf De Spinder in Tilburg. In de zomer grazen er schapen op de flanken van de heuvels, in de winter zou men er goed een skipiste van kunnen maken, of in ieder geval een helling voor kinderen om met hun sleetjes vanaf te kunnen glijden. Beter zo dan zoals ik dat vroeger moest doen. Met een groepje trokken we dan naar de Kollenberg in Sittard. Via een steil en kronkelig pad dat we omgedoopt hadden tot bobsleebaan gleden we in een rotvaart naar beneden, om na een scherpe bocht te eindigen midden op een doorgaande weg. Geen drukke weg, dat niet. Maar toch. Als kind neem je vaak meer risico’s dan een olympisch skieër tijdens het onderdeel afdaling of reuzenslalom.

Efteldingen

maandag 22 november, 2010

SprookjesboomAfgelopen zaterdag ben ik na een jaar of twintig weer eens in de Efteling geweest, als bezoeker. De laatste attractie waarvan ik me kon herinneren dat ik er nog niét in was geweest was Vogel Rok. Sindsdien zijn er aardig wat dingen veranderd in de Efteling, maar gelukkig ook een hoop dingen nog precies hetzelfde als vroeger, met name natuurlijk in het sprookjesbos. Zoals het stemmetje van de heks bij Hans en Grietje, het ‘Papier hier’, de schooljufachtige stem uit de put van Vrouw Holle, de schokkerig dansende elfjes in de waterlelies. Wat ook niet veranderd is, is mijn slechte geheugen op het gebied van sprookjes. Assepoester, Sneeuwitje, en nog wat van die prinsesesjes haal ik nog steeds door de war. Wie sliep ook alweer zo lang, wie had van die lange haren en van wie waren de rode of glazen schoentjes en wie moest ook alweer dag na dag goud spinnen?

PythonWat wel veranderd is is de schokbestendigheid van mijn hersenen. Vind ik achtbanen nog steeds leuk, mijn hersenen sputteren inmiddels aardig tegen. Bij het uitstappen had ik nog steeds een brede glimlach op mijn mond, getuige ook de digitale foto’s van mezelf bij de fotobalie bij de uitgang, mijn benen werden op een vervelende manier steeds wiebeliger. Blijkbaar is mijn evenwichtsorgaan niet veel meer gewend. Een bureaustoel beweegt niet zoveel uit zichzelf en computergames speel ik ook niet meer. Maar het was leuk er weer eens te zijn geweest. Nu kan ik rustig weer een jaartje of twintig wachten, tenzij mijn moeder op het idee komt nog een keer te willen gaan. ‘Als God het belieft’, zoals ze het zelf zegt.

Vormsel

vrijdag 5 november, 2010

Aanstaande zondag ga ik foto’s maken van een groepje vormelingen. Gisteren was de oefenbijeenkomst en ben ik even gaan kijken. Het Vormsel vindt plaats in een naburige kerk waar een bisschop de kinderen officiëel zal gaan vormen tot…

Willen jullie je te allen tijde verzetten
tegen kwaad en onrecht
om in vrijheid te leven als kinderen van God?

Willen jullie je verzetten tegen de bekoring
van zonde en onrecht
zodat het kwaad zich niet van jullie meester maakt?

Willen jullie het boze afwijzen
die ons verleidt tot de zonde?

Mijn moeder en ik, voor de kerk‘Ja, ik wil’. Dat is het antwoord dat deze kinderen vervolgens geven op bovenstaande vragen van de bisschop. Ik was alweer vergeten dat ik zelf ook ooit het Vormsel heb gedaan. Op bijgevoegde foto zie je me staan met mijn moeder, vlak voor het betreden van de kerk. Iets met kaarsen en rijen met stoelen waar we op moesten zitten, naast het altaar. Meer kan ik me er niet meer van herinneren. Of misschien toch. Ik weet dat het onzin is te geloven dat deze kinderen straks allemaal ‘goed’ zullen gaan doen in de wereld, en dat het onzin is te denken dat dit hun hierbij zal helpen. Toch deed het me wel goed ze daar zo te zien staan. De intentie is er, om goed te zijn voor elkaar en de wereld. Maar het zijn nog maar kinderen. Is het niet een veel beter idee dit Vormsel door te schuiven naar de volwassenheid? Als we achttien jaar of ouder zijn en al een beetje hebben kunnen kennismaken met de ‘echte’ wereld. Om jezelf dan nog eens deze intenties te horen uitspreken, niet speciaal voor een of andere God maar puur voor jezelf. Vlak voordat je gaat werken bij een groot commercieel bedrijf of besluit de politiek in te gaan.

Appelesiene

maandag 25 oktober, 2010

AppelesieneIedere ochtend, voordat ik me overgeef aan koffie en peperkoek, drink ik een glas vers geperst sinaasappelsap. Wat een douche doet met de buitenkant van mijn lichaam doet een glas sinaasappelsap met de binnenkant van mijn lijf. Het voelt alsof er porieën zitten die opengaan, cellen die wakker worden geschud, bloed dat aangezet wordt om wat sneller te gaan stromen. Dat was vroeger wel anders. Toen moest ik niks hebben van de zurige smaak van een sinaasappel, tenzij mijn moeder er nog een schepje suiker doorheen roerde. Het zal wel iets te maken hebben met hoe je lichaam werkt en in de loop van je leven verandert. Net als spruitjes en olijven. Ook die lustte ik als kind niet en dat is, weten we nu, vrij normaal. Dat kinderen geen spruitjes lusten heeft iets te maken met een stof die in spruitjes zit en nog niet goed verdragen wordt door de maag van een kind. Daarom blieft een kind geen spruitjes en niet omdat het lekker tegendraads wil zijn. Met betrekking tot sinaasappels vind ik het dan ook gek dat we vroeger met carnaval tijdens de kinderoptocht massaal achter een busje aanliepen waar sinaasappels uit gegooid werden. Met z’n allen schreeuwden we om het hardst om ‘appelesieeeene, appelesieeeene’ en kwamen dan aan het einde van de dag met volle plastic tassen sinaasappels thuis. Die we niet lusten. Het zal net wel zoiets zijn als met het sparen van sigarenbandjes of postzegels. Daar vond ik ook niks aan, maar ik moest er wel zoveel mogelijk hebben.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen