Kindertijd

Uitslag: 20 – 0

zondag 24 oktober, 2010

Feyenoord heeft dit weekend verloren van PSV met maar liefst 10 tegen 0. Ajax won ooit eens van een andere club met 12 tegen 0. Dat zijn nog eens uitslagen. Maar nog geen 20 tegen 0 zoals ik dat zelf eens heb mee mogen maken. Op een zaterdag vertrokken we op de fiets, sporttas onder de snelbinders, op weg naar een club in het diepe diepe zuiden van Limburg. Ik was een jaar of acht, en een bus om je vanaf je thuisclub te vervoeren naar de tegenstander bestond toen nog niet, en zeker niet voor de kleintjes. Die moesten met hun eigen beentjes bij het voetbalveld van de andere club zien te komen. En dan maar hopen dat je daarna niet te moe was om nog een wedstrijd te spelen. De club waar we toen tegen moesten spelen lag in een gebied waar Limburg al aardig heuvelachtig begint te worden. Zo ook het voetbalveld zelf. De ene goal lag zeker een meter of twee lager dan de andere. Toen we er aankwamen bleek dat er een fout was gemaakt in het competitieschema. Het team waar we tegen zouden moeten spelen was er niet. Die waren nu al elders aan het voetballen. En wij dan? De tegenstander kwam met een oplossing. We zouden gewoon de wedstrijd spelen tegen een ander elftal van die club. Wij waren C, zij waren pupillen. Als je eenmaal de zestien of achttien jaar gepasseerd bent maakt leeftijd niet zoveel meer uit, maar op die leeftijd nog wel. Het gevolg was dat we een wedstrijd speelden tegen kinderen die een jaar, soms twee, jonger waren dan ons. En minstens een kop kleiner. We wonnen dan ook overtuigend, met twintig doelpunten voor en genen ene tegen. Het was een feest, voor ons, en ik geloof dat zelfs ik toen een doelpunt heb gemaakt. Dus die 10-0 van PSV… Ach, het is een mooie uitslag. Maar niks vergeleken bij die twintig tegen nul van ons.

Sinterklaas harpoentje

vrijdag 22 oktober, 2010

Dick Maas: SintLekker typisch Nederlandse ophef over een niet typisch Nederlandse film. Dissident Dick Maas had een leuk idee voor een Nederlandse horrorfilm. De Sint werd eeuwen geleden vermoord en keert nu terug om wraak te nemen. Zie je het al voor je? Pakjes waar geen cadeau’s in zitten maar giftige slangen, zwarte pieten die zwarter zijn dan je ooit had kunnen denken, verscholen in de donkerte van de schaduwen van huizen en bomen, klaar om je ieder moment te kunnen bespringen. Ze stoppen je in een zak en nemen je mee om je te folteren. Niks geen goedheiliggedoe, geen zoete koek. Mensenvlees! Daar gaat het om. Die zwarte pieten zijn eigenlijk orks en Sinterklaas is een soort Sauroman.

De duivel uit de film Legend‘Black as midnight, black as pitch, blacker than the foulest witch.’ Dit zinnetje komt uit de kinderfilm Legend van Ridley Scott. In 1985 zat ik in de bioscoop en was benieuwd naar dit sprookjesachtig vormgegeven avontuur van elfen die terechtkomen in het hol van de leeuw, een reusachtige bloedrode satan met enorme hoorns op zijn hoofd en een stem als een orkaan. Ik was toen 22 jaar en de voorstelling was ‘s middags. Rondom mij zaten kinderen met hun ouders. ‘Lekker enge film hè mam!’. Kinderen kunnen heel wat hebben. Hun fantasie en voorstellingsvermogen over wat allemaal eng is is groter en zeker levendiger dan dat van ons.

De ophef, zo heb ik begrepen, gaat bij de film Sint niet zozeer om de inhoud maar meer om de poster. Ik kan me er wel iets bij voorstellen. Toch denk ik dat het makkelijker is een kind uit te leggen dat dat een fantasie is van volwassenen en niks te maken heeft met de ‘echte’ Sinterklaas, dan bij het zien van een onschuldige poster het kind moeten uitleggen dat het niét naar deze film mag gaan. ‘Maar mam, da’s een film over Sinterkla-haas!’. Pas dan gaan die hersentjes van die kinderen op volle toeren draaien. ‘Waarom gaan we niet naar die film?’ ‘Mam, ome Piet heeft die film wel gezien en hij vond hem eng. Is alles wel goed met Sinterklaas?’.

Ik hoop dat deze film Dick Maas goed zal doen en dat hij bij zijn volgende project de Efteling eens lekker onder handen gaat nemen. Het sprookjesbos dat geen sprookjes blijkt te bevatten maar griezels, achtbanen die ‘s nachts door misvormde kabouters gesaboteerd worden, monsters die in de vijvers wonen en kinderen van de boot rukken en mee de diepte in trekken, paddestoelen waar muziekjes uitkomen die kinderen lokken zodat ze meegenomen kunnen worden onder de grond, diep, diep onder de grond. Brrrr… ik kan niet wachten tot die film klaar is.

Suikerpinda’s en voetbal

zaterdag 4 september, 2010

Suikerpinda's en voetbalHet kan zomaar gebeuren dat een droom je naar herinneringen voert waarvan je niet wist dat je die nog had. Zo leidde de droom van vannacht me na het wakker worden naar een witte papieren zak vol suikerpinda’s. Hmmm, heerlijk. Vooral wanneer vers gebrand. Als kind een van mijn favoriete lekkere dingen om te snoepen tijdens een film op tv. Totdat ik ergens las dat er wel heel erg veel suiker en vet inzit en dat je je tanden er behoorlijk op stuk kunt bijten. Dat laatste lukt me nu overigens ook met dropjes en groentjes. Tijdens de afgelopen vakantie brak er weer een stukje van een kies af tijdens het lekker kauwen op zo’n fris plakkerig groentje met mentholsmaak. Ik ben gek op van die dingen. Groentjes, wybertjes, pottertjes. Eén à twee van die dingen zorgt voor een frisse smaak in je mond en zacht voor je keel. Dat heb ik nooit begrepen. Liefst eet ik ze met een handvol tegelijk. Een doosje wybertjes is bij mij altijd binnen tien minuten leeg. Jammer dat ze bij het Kruidvat die jumbodozen niet meer verkopen waar ik mijn tong in kon leggen zodat ik meteen een mondvol wybertjes tot me kon nemen.

Ik dwaal een beetje af. Het begon namelijk met die herinnering aan suikerpinda’s. Daarna moest ik denken aan de zondagmiddagen die ik samen met mijn pa doorbracht achter het huiskamerraam. Onze stoelen een kwartslag gedraaid, voeten op de vensterbank, een pot dropjes bij de hand, keken we omstebeurt door de verrekijker naar het voetbalstadion van Fortuna Sittard. Toen lag het stadion nog midden in de stad naast onze flat, was het stadion nog niet zo groot en ook nog niet zo afgesloten als nu. Bezoekers zag je via de trap aan de buitenkant naar boven klimmen en vervolgens over de rand van de tribunes weer verdwijnen. Aan de linkerkant stond het scorebord. Als er gejuichd werd keken we met de verrekijker naar het figuurtje dat naar boven klauterde en konden we zien aan welke kant er een bordje verwisseld werd. Dan wisten we, links is een doelpunt voor Fortuna, rechts voor de tegenstander. Zo hielden we de stand bij terwijl we comfortabel in onze stoelen zaten en vooraf en achteraf ook nog eens konden genieten van al die mensen die via het paadje achter onze flat weer terugliepen naar hun auto’s. De meeste fans waren mannen, maar soms liep er ook weleens een vrouw tussen. Mutsen en sjaals in de kleuren van de clubs. Meer was er toen nog niet te koop aan fanartikelen. En vuvuzela’s al helemaal niet. Het enige geluid dat er destijds gemaakt werd in de stadions was afkomstig uit de kelen van de fans. ‘Hi ha hondelul’. Een van de eerste ‘shocking’ dingen die er geroepen werden. Verder hoorde je, als je zelf een van de bezoekers was, alleen maar het ‘Boe’ en ‘Ah’ van de andere fans, én het gekraak van vele witte papieren zakjes vol suikerpinda’s. Het enige dat er te koop was en aangeboden door dames met houten bakken voor hun lichaam vol met van die zakjes. Dat was ook het beeld dat ik voor me had vanochtend en waarom ik het wel leuk vond dit stukje op mijn site te zetten. Het had ook korter gekunnen, maar een bal zwaait ook weleens af en een pass is nooit helemaal perfect.

Coca Cola en paprikachips

donderdag 15 juli, 2010

Met het WK voetbal kwamen ook herinneringen aan mijn vader terug. Meer dan eens heb ik hem in gedachten horen vloeken en naar de keuken zien lopen als Nederland weer eens een open kans liet liggen of niet vooruit te branden was. Tikkie terug, tikkie breed. Dan maar liever het Duitse voetbal, hoor ik hem nog zeggen. Het feit dat dit op het laatst uit zijn mond kwam wil heel veel zeggen. Daarvoor moest hij namelijk niks hebben van die Mannschaft. En ik dus ook niet. Zo vader zo zoon.

Tijdens voetbalwedstrijden, maar ook iedere zaterdagavond, kwamen er altijd twee flessen Coca Cola op tafel en een hele grote bak met paprikachips. Mijn vader en ik waren er dol op. Ik heb het dan over de tijd dat ik nog op school zat. Tijdens een of andere quiz uit die tijd of western begonnen we, en tegen tienen was alles op. Als dan op de Duitse zender Das Wort zum Sonntag begon zaten we zo vol met lucht dat de door de pastor langzaam uitgesproken Gedanken Gottes vergezeld werden door kleine scheetjes. Dat was dan het moment voor mijn moeder om zich even terug te trekken. Als ik er nu zo over nadenk geloof ik niet dat ik mijn moeder ooit ook maar één scheetje heb horen laten. Vrouwen kunnen dat niet. Of doen dat niet. Misschien dat mijn moeder het tijdens het fietsen deed. Dat zou kunnen verklaren waarom ze altijd sneller fietste dan wij.

Coca Cola en paprikachips. Het niveau van dit weblog begint aardig te dalen. Ik heb echt nog wel andere herinneringen aan mijn vader dan dit soort bijna platvloerse lolletjes. Ik zou heel hoogdravend iets kunnen vertellen over iets dat hij me geleerd heeft en dat mij in mijn leven geholpen heeft te worden wie ik ben. Iets met ethiek ofzo. Die dingen zijn er ook wel, maar zo’n belachelijk simpele herinneringen als die van onze zaterdagavonden, dat zijn toch het soort herinneringen waardoor ik me hem weer heel levendig voor de geest kan halen. Echt, mijn vader was zo’n ontzettend lieve man. Een echte scheet.

De kerk een poot uittrekken

donderdag 22 april, 2010

In de media komen steeds meer mensen naar voren die zeggen vroeger seksueel misbruikt te zijn door de kerk. Nou ja, niet de kerk natuurlijk. Dat is maar een idee of een geheel van bakstenen en leem. Het zijn sommige priesters die destijds verward zijn geraakt door overmatig gebruik van ‘het lichaam van God’ en ‘in hem, met hem en door hem’. Het is niet alleen maar het spirituele en het geestelijke dat de klok slaat in de kerk. De kerk is wel degelijk ook heel aards en kan zelfs op een opiumachtige manier heel bedwelmend werken. Met of zonder gebruik van wierook en wijn.

Het is allemaal heel erg, maar wat moet je er nu mee? Een officieel excuus door de paus? Of zoals sommigen zeggen ‘alleen maar door een ruimhartige financiële vergoeding’? Dat laatste klinkt me weer vertrouwd in de oren. Geld. En als er geld bij komt kijken wordt het ook weer uitkijken naar mogelijke oplichters. Zij die beweren maar niet leden.

Zelf heb ik vroeger ook nog een tijdje voor de kerk parochieblaadjes rondgebracht. Ik zit me nu sinds deze week hard af te vragen of ik ook iets meegemaakt heb. Als we klaar waren met onze wijk kwamen we samen in een achterkamertje van de kerk waar we met een soort zeef de verschillende muntjes sorteerden. De dubbeltjes waren het kleinst en kwamen in de onderste schaal terecht, de kwartjes een schaal daarboven, daarboven weer de stuivers en helemaal bovenin bleven dan de guldens en daalders over. En af en toe kwam de pastoor kijken. Maar bleef het bij kijken vraag ik me nu af.

Ik weet het nog niet. Het is allemaal alweer zolang geleden. Maar als ik me niks meer kan herinneren kan ik misschien wel kijken of ik niet toch iets kan verzinnen. Iets van seksuele toespelingen kan ik er altijd van maken, en dat die mijn hele puberteit hebben beïnvloed en mijn vertrouwen in de mens. En anders kan ik het altijd nog werpen op kinderarbeid. Ouder dan een jaar of acht kan ik niet zijn geweest. En dan met contant geld over straat moeten lopen. Onverantwoord gewoon.

Klein klein kleutertje

donderdag 14 januari, 2010

Klein klein kleutertjeKlein klein kleutertje, wat doe je toch op het Buitenhof?

Zonder geluid. Het liedje moet je er zelf maar even bijneuriën.

Vriezen of dooien

dinsdag 22 december, 2009

SneeuwpopHet kan vriezen, het kan dooien.
Het werd dooien…

De Sint is back in town

woensdag 18 november, 2009

BlaaspietAfgelopen zondag is de Sint aangekomen in Tilburg en ik was er bij! Voor de allereerste keer heb ik het aangedurfd hem op te wachten, samen met honderden andere kinderen… De jaren daarvoor durfde ik niet en vond het maar een kinderachtig en stom commercieel spektakel. Nog steeds eerlijk gezegd, maar het was leuk, écht leuk om mee te maken. Al die kinderen die als gehypnotiseerd staan te staren naar die oude man met die baard en al die rare zwarte pieten om hem heen. Je weet dat het nep is, maar die grote starende ogen van die kleine kinderen helpen je op de een of andere manier door die ‘nepheid’ heen te kijken.

Wat was het leven als kind toch eenvoudig vroeger. Lekker op zaterdagmiddag kijken naar de tv en zien hoe in de verte de ‘stoomboot’ nadert. ‘s Avonds bij kunstlicht zingen voor het rooster in de muur in de keuken omdat ik dacht iets te horen en te zien dat een piet zou kúnnen zijn die daar in de schoorsteen zit. En dan de avond voor de 6e december. De spanning, het bijna niet kunnen slapen, het open doen van de huiskamerdeur in de ochtend met het ‘vol verwachting klopt ons hart’. En dan het zien van die bont gedekte tafel vol snoep en pakjes, het bewijs dat de Sint die nacht bij je langs was geweest en je had het niet gemerkt…

Ok, dat was toen. Ik ben nu 46 en geloof niet meer in dat soort dingen. Waar ik wel in geloof is dat we er samen een hele rare wereld van hebben gemaakt waarin dingen gebeuren die je niet wilt of kunt geloven. Maar ze zijn echt, en ik zou willen dat er iemand tegen me zou zeggen dat het allemaal niet echt is. Echt, ik zou het helemaal niet erg vinden.

Een ongelukkig jongetje

zondag 25 oktober, 2009

Dit weekend heb ik voor een vriendin van mijn moeder een dvd een aantal keren moeten kopiëren met daarop de laatste beelden van haar broer. Hij is overleden deze man, een ‘heel oud kind’ volgens Herman van Veen, van bijna vijftig en met een verstandelijke beperking. Rare benaming eigenlijk voor dit type mens, want ik zou over mezelf ook een aardig lijstje kunnen opstellen met verstandelijke beperkingen. Men schijnt deze benaming respectvoller te vinden dan alle vorige benamingen. Aanvankelijk noemde men ze mongooltjes, maar dat werd in de volksmond een scheldwoord. Toen werd het ‘het syndroom van Down’, maar dat was weer te medisch. Daarna waren het mensen die ‘geestelijk gehandicapt’ of ‘verstandelijk gehandicapt’ zijn. Ook dat vond men nog te stygmatiserend en daarom heeft men het nu over mensen met ‘een verstandelijke beperking’.

Mijn moeder had het vroeger altijd over ‘een ongelukkig jongetje’. Dan zei ze dat die of die ouders drie kinderen hadden waarvan er eentje ‘ongelukkig’ was. Iedereen wist wat je daarmee bedoelde, namelijk een jongen of meisje die niet helemaal goed bij was. Niet zoals iemand die opeens gek werd en rare dingen ging doen, maar gewoon iemand die niet zo slim was en dit ook nooit zou worden. Ze werden ouder maar bleven toch altijd kind. Een heel oud kind. Maar waar dat ‘ongelukkig’ precies op sloeg weet ik eigenlijk niet, want ongelukkig zijn deze mensen vaak niet, integendeel. Ik denk dat het misschien te maken had met de ongelukkige gebeurtenis om als ouder een kind te krijgen met deze ‘afwijking’. Ik mag het geen ‘afwijking’ noemen, dat weet ik, maar hoe gelukkig je als ouder ook kunt worden met zo’n kind, het is niet het soort leven dat je aanvankelijk in gedachten had voor je zoon of dochter. En daarom noemde men het waarschijnlijk ‘ongelukkig’. Een ongelukkig voorval, een ongelukkige omstandigheid, een kind dat het ‘ongeluk’ overkomen is niet geboren te worden als een normaal kind met de mogelijkheid bewust voor het échte geluk te kunnen kiezen in deze wereld. Als je dan ziet wie vaak de mensen zijn die nog het meest het gevoel van ‘geluk’ kunnen ervaren, kun je je serieus afvragen wie er nu eigenlijk leeft met een beperking.

Halloween

zaterdag 24 oktober, 2009

Halloween ei (levend gekookt...)Als feest – zegt men – wordt Halloween in Nederland steeds populairder. Als film zijn er al 11 versies van gemaakt, maar dan vooral met (scherp) mes en vork en niet met een onschuldig lampionnetje gemaakt van een meloen. Of was het een pompoen? In ieder geval was het in mijn jeugd geen van beide maar een suikerbiet die mijn vader voor me uitholde, en ging ik niet langs de deuren om snoep op te halen op 31 oktober maar op 11 november. Dan zongen we uiteraard de verkorte versie van het St. Maarten lied (anders kreeg je die plastic zak nooit vol) en dat ging dan ongeveer als volgt:

St. Maarten, St. Maarten,
geef me unne nieuwe hoed (tata…).
De oude is versleten,
mijn moeder mag nie weten,
hoempatè hoempatè,
geef me unne cent
en we zijn tevree.

Ik heb er maar één keer aan meegedaan en dan kregen we snoep of – in geval van een vervelend vrouwmens die geen enkel verstand van kinderen heeft – een mandarijn. Of nog erger, een sinaasappel. Soms ook geld maar dat stond dan weer gelijk aan snoep dus dat zat goed. Zelf was ik eigenlijk niet zo geïnteresseerd in dat snoep maar meer in wie er allemaal achter die deuren woonde. Elke dag liep ik er langsdoor op weg naar school maar zag nooit iemand. En dan, tijdens die avond, gingen de deuren open en keek je in het gezicht van een onbekende vrouw (het waren altijd vrouwen) en stond ik versteld van hun oprechte glimlach bij het zien van ons huichelachtige toneelstukje om snoep af te trochelen. Iedereen scheen dit normaal te vinden, zelf voelde ik me een bedrieger. De jaren daarna bleef ik dan ook thuis en nu ik volwassen ben is er nog steeds iets overgebleven van die plaatsvervangende schaamte, want als er kinderen op die dag langs mijn deur komen doe ik meestal of ik niet thuis ben. Sorry kinderen, maar ik ben ook maar een mens(kind).

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen