Kinderboekenschrijver
Het leven van een neuroot is niet makkelijk. Stel namelijk dat ik een heel mooi kinderboek ga schrijven. En stel dat dit boek allerlei belangrijke prijzen gaat winnen. En stel dat ik dan in een zaal zou moeten gaan verschijnen met een heleboel kinderen en dat al die kinderen van mij zouden verwachten dat ik ze uit dit boek ga voorlezen? Wat dan? Dat kan ik namelijk helemaal niet!
Een boek schrijven en een verhaal goed kunnen voorlezen zijn twee totaal verschillende dingen. Ik moet dus zorgen dat ik onder dat voorlezen uitkom, bijvoorbeeld door een andere bekende nederlander mee te nemen die dit wél kan of door een smoes te verzinnen dat ik niet kan komen of iets aan mijn keel heb. Maar als de uitnodigingen blijven binnenstromen kan ik niet elke keer een andere smoes verzinnen, dat gaat opvallen. Maar ja, om dan maar af te zien van dat boek schrijven is ook weer zo’n duidelijk teken van vluchtgedrag.
Moeilijk, moeilijk…
Of ik van plan ben een kinderboek te gaan schrijven? Nou nee, niet echt. Maar als neuroot moet je overal op voorbereid zijn.
Een paar weken terug heb ik me laten verleiden deel te nemen aan de werkgroep voor de Partij voor Dieren in Noord-Brabant. Op dit moment zijn we druk bezig met het inzamelen van 


Mijn vader en ik lopen door de stad. Ik zal niet ouder zijn dan een jaar of zes want mijn ogen zijn ter hoogte van zijn ellebogen. Als we in de buurt komen van een ijssalon vraag ik hem of ik een ijsje mag hebben. Ik zie hem even met zijn tong langs zijn lippen gaan terwijl hij zijn rechter elleboog naar achteren strekt zodat hij zijn portmonnee uit zijn broekzak kan halen. Het flapje van de portemonnee gaat open en ik zie hem met zijn kleine oogjes grabbelen tussen het muntgeld. Het verlangen naar een ijsje maakt plotseling plaats voor verdriet en schuld en ik zeg tegen hem…



Nog een paar dagen en dan zijn er weer de stromen fietsende kinderen en jongeren met zware boekentassen op rug of bagagedrager. Een nieuw schooljaar. Vroeger vond ik dat wel leuk. Eerst de boekenmarkt om oude (liefst wiskundige) boeken te kunnen slijten aan onwetende jongere leerlingen, en daarna zelf op pad voor een tweedehandsje. Maar vaak waren het ook mooie nieuwe boeken, nog door niemand gelezen. En bij sommige boeken had ik dat ook het liefst zo gelaten.
En dan natuurlijk de schriftjes. Die mooie nieuwe schriftjes vol lege pagina’s met fijne blauwe lijntjes. Klaar om in dit nieuwe jaar perfect en foutloos door mij te worden beschreven. Maar na een paar regels smetteloos handschrift verscheen daar dan toch altijd weer die eerste schrijffout. Oh ramp! Pagina eruit scheuren dan maar? Maar dan liet de pagina achterin ook meteen los en hield je op den duur nog maar een heel dun schriftje over. Bovendien kwam de onoverkomelijke eerste fout of krabbel uit overconcentratie steeds eerder.
Klein Duimpje zat zich thuis te vervelen. Op de X-Box was hij inmiddels uitgekeken en uit zijn collectie van 3000 films kon hij geen keuze maken. Vanavond zouden hij en zijn vrienden wat stuff gaan scoren, maar tot die tijd moest hij nog een manier vinden om de tijd te doden.








