Leeftijd
Afgelopen week zag ik op tv een gedeelte van een voorstelling van Marc-Marie Huijbregts, Marc-Marie Punt. Op het einde kwam hij op de vraag waarom sommige mensen oud worden en sommigen al jong sterven. Niet een vraag in de zin van rechtvaardig of niet, zoals gelovigen God aanroepen wanneer men iemands dood nodeloos, onverwacht of onterecht vindt. Marc-Marie noemde de titel van een boek, iets als About death and dying, en daarin beweerde de auteur dat het geen nut heeft over dit soort dingen te gaan nadenken. Als iemand sterft op zijn twintigste, dan was dat zijn leven. Als iemand sterft op zijn tachtigste, dan was dat zíjn leven. Zo kijk ik ook weleens naar de levens die dag in dat uit verloren gaan in landen als het Midden-Oosten of Afrika. Daar zitten volwassenen tussen, maar ook kinderen en tieners. Nog veel te jong om te sterven. Dat is zo, als je het bekijkt vanuit het idee dat een leven altijd behoort te verlopen volgens de volgorde geboorte, kind, tiener, volwassene, bejaard, dood. En dat is eigenlijk onzin. Zo zou een leven kúnnen lopen, wat niet wil zeggen dat dat ook altijd zo is. En het zegt al helemaal niks over de kwaliteit van dat leven. Eigenlijk zouden we elkaar ook nooit meer moeten vragen naar onze leeftijd, want die doet er niet toe. We leven nu, allemaal en tegelijkertijd, en onze leeftijd, onze geleefde tijd, kunnen we pas vaststellen nadat die verstreken is. Steve Erwin, de onverschrokken Australiër die uiteindelijk gedood werd door een rog, had een fantastisch leven. Hij werd 44 jaar en dat was zijn leeftijd. En ik krijg nu opeens heel veel zin om een lekker stuk te gaan wandelen ;).














