Leven

123

Leeftijd

zaterdag 7 januari, 2012

Afgelopen week zag ik op tv een gedeelte van een voorstelling van Marc-Marie Huijbregts, Marc-Marie Punt. Op het einde kwam hij op de vraag waarom sommige mensen oud worden en sommigen al jong sterven. Niet een vraag in de zin van rechtvaardig of niet, zoals gelovigen God aanroepen wanneer men iemands dood nodeloos, onverwacht of onterecht vindt. Marc-Marie noemde de titel van een boek, iets als About death and dying, en daarin beweerde de auteur dat het geen nut heeft over dit soort dingen te gaan nadenken. Als iemand sterft op zijn twintigste, dan was dat zijn leven. Als iemand sterft op zijn tachtigste, dan was dat zíjn leven. Zo kijk ik ook weleens naar de levens die dag in dat uit verloren gaan in landen als het Midden-Oosten of Afrika. Daar zitten volwassenen tussen, maar ook kinderen en tieners. Nog veel te jong om te sterven. Dat is zo, als je het bekijkt vanuit het idee dat een leven altijd behoort te verlopen volgens de volgorde geboorte, kind, tiener, volwassene, bejaard, dood. En dat is eigenlijk onzin. Zo zou een leven kúnnen lopen, wat niet wil zeggen dat dat ook altijd zo is. En het zegt al helemaal niks over de kwaliteit van dat leven. Eigenlijk zouden we elkaar ook nooit meer moeten vragen naar onze leeftijd, want die doet er niet toe. We leven nu, allemaal en tegelijkertijd, en onze leeftijd, onze geleefde tijd, kunnen we pas vaststellen nadat die verstreken is. Steve Erwin, de onverschrokken Australiër die uiteindelijk gedood werd door een rog, had een fantastisch leven. Hij werd 44 jaar en dat was zijn leeftijd. En ik krijg nu opeens heel veel zin om een lekker stuk te gaan wandelen ;).

Nagedachtenisplicht

maandag 31 oktober, 2011

Wat een mooi woord is dit toch. Ik hoorde het onlangs in een documentaire over Hans en Sophie Scholl, twee leden van de Weiße Rose, een Duitse verzetsgroep tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze riepen op tot geweldloos verzet tegen het naziregime en drukten tussen juni 1942 en februari 1943 zes anti-oorlogspamfletten en verspreidden die in grote Duitse en Oostenrijkse steden. Uiteraard en helaas werden ze opgepakt en geëxecuteerd. De teksten zelf zijn bewaard gebleven en onder andere gebundeld in het boekje Die Weiße Rose van zus Inge Scholl. Het is onze plicht, niet omdat het moet van iemand anders, om dit soort daden en de reikwijdte van de inhoud van dit soort teksten nooit te vergeten.

Gisteren was ik met mijn moeder op de begraafplaats van Sittard. Morgen is het Allerheiligen, gevolgd door Allerzielen op woensdag. We liepen langs de graven van mensen die we beiden gekend hebben, om te beginnen met het graf van de ouders van mijn vader. De begraafplaats is een van de mooiste die ik ken, en niet alleen maar omdat ik in Sittard ben geboren. Overal staan mooie oude bomen die gisteren nog mooier waren vanwege de herfst en het lekker warme najaarszonnetje. In het midden van het kerkhof is het graf van Deken Thijssen. Ieder jaar rond deze tijd kunnen gelovigen daar bij elkaar komen om samen te bidden, voor Deken Thijssen, en voor alle levenden en niet meer levenden. Terwijl mijn moeder zich aansloot bij het groepje mensen rondom het graf liep ik een beetje rond, terwijl ik op de achtergrond kon horen hoe keer op keer het weesgegroetje werd herhaald. Hoeveel kraaltjes zitten er ook alweer op een rozenkrans? De zon scheen in mijn gezicht en de rode en gele bladeren van de bomen wiegden zachtjes heen en weer. En ik werd weer even geraakt. Niet door God, maar door al dat leven om me heen. De laatste tijd zit ik te veel met mijn hoofd in opdrachten en met mijn ogen gefixeerd op het beeldscherm van mijn computer. De eenvoud en rust op een begraafplaats doet altijd iets met me. Ik word er ook altijd even emotioneel van, en niet alleen maar omdat we als laatste een bezoek brachten aan het graf van mij vader. De naam van hem daar op die steen te zien staan maakte het alleen maar even concreet.

Nagedachtenisplicht gaat niet alleen maar over het verleden en de doden, maar zeker ook over wat er in jezelf leeft en voor jezelf belangrijk is. Zo was ik vergeten hoe vol ik me kan voelen en hoe leeg ik de laatste tijd ben. Moe om niks. En de oplossing is altijd weer even simpel als moeilijk. Gewoon iedere dag even naar buiten en een stukje wandelen.

Pensioencursussen

zaterdag 30 juli, 2011

In het Brabants Dagblad van een paar dagen geleden een artikel over de populariteit van persioencursussen. Mensen weten anders niet hoe ze met hun vrije tijd om moeten gaan als er geen structuur meer is om aan te geven wanneer die vrije tijd zich voordoet en wat daarmee te doen. Op een verjaardagsfeestje onlangs hoorde ik over iemand die via zijn bedrijf een weekje naar een Spaans eilandje kon gaan om daar gezamenlijk met anderen te leren hoe om te gaan met dat grote zwarte gat aan het einde der tijden. Menigeen kijkt er reikhalzend naar uit en menigeen raakt in de knoop als het eenmaal zover is. Zo gaat een modern mens van zwangerschapscursus naar pensioencursus en van wieg tot graf. Het enige dat nog ontbreekt is een cursus die je leert hoe je moet sterven, maar daar zal Dela vroeg of laat wel op inspringen.

Iets van jezelf in de wereld zetten

donderdag 14 juli, 2011

BoomstronkHet zit in de aard van de mens om iets in de wereld te willen zetten, zodat ze weten dat ze bestaan of vanwege een angst om na de dood spoorloos te verdwijnen in de geschiedenis. Het krijgen van kinderen is de belangrijkste en oudste daad, maar ook de makkelijkste. Nu gaan ouders natuurlijk meteen roepen dat het opvoeden van kinderen helemáál niet makkelijk is, maar dat bedoel ik nu even niet. Een kind is zo verwekt, en omdat dat zo makkelijk gaat is dat in het verleden ook heel erg vaak gebeurd. En maar goed ook, anders hadden we nu niet bestaan. Maar daarnaast heeft een mens nog hele andere drijfveren en motivaties om iets fysieks achter te willen laten op de wereld, en uiteindelijk zijn die bepalend voor de evolutie van de soort. Denk maar aan de wetenschap, de kunsten, de filosofie. Zonder deze drijfveren zouden we dan misschien wel talrijk zijn, maar niet ontwikkeld.

Zelf heb ik geen kinderen, maar ook bij mij is de drijfveer om iets achter te willen laten van mijzelf in deze wereld sterk aanwezig. De een verlangt ernaar een boek te schrijven, de ander een schilderij dat nog eeuwen en eeuwen door mensen bekeken en geprezen zal worden. En toch hoeft het allemaal niet zo ingewikkeld of groots. Iedereen laat wat van zichzelf achter in de wereld om zich heen, iedere dag opnieuw. Door een kleine handeling, een woord, een gebaar. Of door domweg een boomstronk neer te zetten in een parkje. Het boomstronkje op de foto nam ik een keer mee uit een bos en plaatste het op mijn balkon. Het droogde langzaam uit en hier en daar vonden insecten hun weg naar de binnenkant. Niet zo gunstig voor het hout van de kozijnen, en daarom nam ik het mee naar beneden en zette het tussen het onkruid in het parkje achter mijn flat. En daar staat het nu, bijna twee jaar later, nog steeds.

De eerste ochtend keken wandelaars en honden beiden nieuwsgierig en verbaasd naar dat nieuwe element op hun dagelijkse route. Honden blaften en trokken aan de riem om te kijken wat dat nieuwe ding nu precies was. De mensen begrepen het niet. Was daar nu zomaar een nieuwe boom uit de grond geschoten? Het beeld werd hun langzaam vertrouwd en zelfs de plantsoenendienst liet het ongemoeid, niet wetend dat het stuk hout los op de grond stond en niet stevig verankerd met diepe wortels. Afgelopen week reed eerst een machine door het park en haalde alles omver wat hoger dan tien centimeter boven de grond stond. Het manoeuvreerde netjes rond de boomstronk en ook de mannen met de handmaaiers accepteerden de boomstronk als een vast onderdeel van het park. En zo staat dat ding daar nu en ben ik de enige die weet waarom en hoe dat ding daar is gekomen. Nou ja, nu weet iedereen het natuurlijk, maar ik bedoel maar, er zijn veel manieren om iets in de wereld te zetten en toevallig is dit er eentje van mijzelf.

Op eenzame hoogte

dinsdag 5 april, 2011

Op een dag zat ik op mijn fiets en fietste langzaam langs het Cobbenhagenpark. Een lang groen lint in Tilburg West dat een aantal flats scheidt van een vrij drukke doorgaande weg. Ik keek afwisselend naar de mij tegemoetkomende fietsers en naar de rondscharrelende vogels in het groen. Ik constateerde wederom dat er nauwelijks door anderen een blik geworpen werd op die kleine gevleugelde vrienden van ons. Hoe komt dat toch. Waarom wordt er in het algemeen zo weinig naar de dieren omgekeken die zich in onze directe omgeving bevinden? Is het mogelijk dat dit te maken heeft met het feit dat dieren zich niet op gelijke kijkhoogte bevinden met ons mensen? Zomaar een idee. We kijken als mens doorgaans recht vooruit, naar links of naar rechts. We kijken op tegen dingen die groter zijn dan ons en neer op dat wat kleiner is. Met uitzondering misschien van een paard of een olifant of een beer die op zijn achterste poten gaat staan, is er geen ander leven op aarde dat zich op een gelijk ‘niveau’ manifesteert dan het onze. Geen ander leven dat ons recht in de ogen kan kijken. Kijken we daarom neer op ander leven of negeren we het wanneer het zich buiten ons bereik bevindt, rondfladderend in de lucht? Ik ben hier even heel erg aan het veralgemeniseren, dat is wel duidelijk. Er zijn genoeg mensen die zich er wel bij betrokken voelen en er ook veel aandacht aan besteden. Helaas zitten daar ook veel mensen tussen die naar ander leven kijken puur vanuit nutsaspect, of als last. Hoeveel biggen heeft die zeug dit jaar kunnen werpen en hoe krijg ik die rotduiven weg die mijn auto telkens weer onderschijten.

Bij kinderen is het hoogteverschil nog niet zo sterk aanwezig. Die zijn kleiner en bevinden zich dus op ongeveer gelijke kijkhoogte als dieren. En anders nemen ze wel de moeite om er met hun ogen heel erg dicht bovenop te gaan zitten. Daarom zien kinderen ook meer van wat zich dicht bij de aardbodem afspeelt en zijn volwassenen vooral bezig met hun eigen gedachten en met elkaar. Het lijkt wel letterlijk een kwestie van afstand. Ga maar eens op je knieën zitten in de tuin en de beleving van de wereld om je heen verandert acuut. Heb je geen tuin, kruip dan maar eens een minuut of vijf op handen en voeten door je woonkamer. Gewoon doen en goed om je heen kijken. Of kijk neer op je hond en ga vervolgens naast hem liggen op de grond. Iedereen die dit weleens gedaan heeft weet dat het gevoel van contact dan totaal verandert. En zelfs het gevoel dat je van jezelf hebt, als mens. Misschien zijn we wel te snel of te hard gegroeid en hadden we nog wat langer op handen en voeten moeten blijven rondkruipen voordat we rechtop leerden lopen. Ik heb het idee dat we ons gevoel van nederigheid een beetje kwijt zijn. Natuurrampen zoals in Japan en elders kunnen ons dat gevoel terugggeven. Als we tenminste bereid zijn af en toe af te dalen van onze ladder en niet alleen maar willen blijven klimmen, naar die eenzame hoogte.

Kamerschermen

zondag 30 januari, 2011

KamerschermenVanochtend keek ik naar buiten en zag een wereld voor me. Of was het een foto, een kamerscherm ter grootte van een paar honderd vierkante meter. Niets bewoog, helemaal niets. Ook geen vogel, geen wandelaar die zijn hond uitlaat, geen geluid. Even helemaal niets, volledig onbewogen, star. Hoe zou het zijn, vroeg ik me af, als de wereld zoals wij hem denken te kennen, opeens zou stilvallen? Nog erger. Hoe zou het zijn als die hele wereld daarbuiten nooit meer in beweging zou komen? Eén grote aaneengeklonken massa onaantastbaar stenen geheel. Nog erger. Metaal. Een soort immense koraal, waarbij alles met elkaar verbonden is en zelfs het allerkleinste takje niet meer in beweging te krijgen is. Ook niet met een hamer of een boor of een snijbrander. Een onwrikbare wereld van vormen en objecten. Hoe zou dat zijn?

Nou, dat zou niet zo fijn zijn. Nooit meer gras onder je voeten kunnen voelen. Altijd oppassen dat je je niet bezeert aan een blad van een boom. Nooit meer je hand strelend en prikkelend door een struik kunnen halen. En vooral het besef, dat de wereld daarbuiten niet meer voor jou is. Om te kunnen voelen en te kunnen ervaren. Alleen al het mezelf voorstellen van een wereld als deze stemt me triest. Eenzaam en afgesloten. Is dat de wereld zoals ik die zelf ervaar? Nee, zeker niet. Maar ik voel en zie wel hoe vanzelfsprekend, respectloos en veronachtzamend wij mensen vaak omgaan met de wereld waarin we leven. Misschien zijn wij zelf wel het onderdeel dat zo verstild, versteend, zo onwrikbaar geworden is. Geen gevoel en waardering meer voor de natuur, de dieren. Opgesloten in onze zelfgecreëerde mensenwereld van quizen en spaarrekeningen. Van de nieuwste smartphone en unieke aanbiedingen. We communiceren ons suf, binnen onze eigen glazen stolp. Wat daarbuiten is horen we, niet meer. We zien alleen nog maar plaatjes en vooronderstelde beelden van hoe wij willen dat de wereld eruit ziet. Zoals we er zelf, inmiddels, uitzien. Kamerschermen.

De constante factor

dinsdag 25 januari, 2011

Alles en iedereen is voortdurend onderhevig aan verandering. Misschien dat we daarom steeds maar op zoek zijn naar de constante factor. In ons persoonlijke leven, in het maatschappelijke leven en in de wetenschap. God is een constante factor, voor wie er in gelooft. Aan God valt niet te tornen. De rest van ons past zich voortdurend aan aan de (ge)tijden, of we willen of niet. Of we ons daarvan bewust zijn of niet. Al van jongs af aan worden we op de hoogte gebracht van de constante factoren in ons leven. Iets is zoals het nu eenmaal is en het zij zo. Pas je daar maar aan aan, dan maak je het jezelf niet zo moeilijk. Zo is het leven nu eenmaal. En zo proberen mensen vooral van zichzelf een constante factor te maken. Onveranderlijk, vast en zeker. Van eetgewoonten tot politieke voorkeur. Van baan tot partner. Voor mijn moeder was haar relatie met mijn vader de constante factor in haar leven. Een slecht voorbeeld. Hun relatie wás een constante factor. Totdat de dood hen scheidde. Geen enkele factor is daarmee constant, wat je als mens ook hoopt of verlangt. En toch proberen mensen zich nog steeds te verzekeren van zekerheden. Daar willen ze zelfs voor betalen, met premies. En soms ook met hun leven, door niet te willen veranderen en door halstarrig proberen te blijven wie ze denken dat ze zijn of willen zijn. Dat is heel erg jammer, en daar kan ik zelf over meepraten. Want niets is juist zo veranderlijk als jijzelf en daarmee relaties tussen mensen. Als we dat nu eens zouden leren accepteren. Als ons dat nu eens als kind geleerd zou worden. Wat voor Mens zouden we dan kunnen worden in de toekomst?

The smallest creature on earth

vrijdag 3 december, 2010

Mono lake (fotograaf onbekend)Het was me even ontgaan, de aankondiging en de speculaties over een belangrijke ontdekking van de NASA. Gisteren werd dan bekend dat een bacterie ontdekt is wiens dna opgebouwd is op basis van arseen en niet op een van de andere tot nu toe noodzakelijk geachte bouwstenen, zoals fosfor. ‘De definitie van leven is zojuist uitgebreid,’ volgens expert Ed Weiler. ‘Wanneer we onze inspanningen om leven in het zonnestelsel te vinden voortzetten, moeten we ruimer gaan denken en leven dat we niet kennen in overweging nemen.’ Een rare opmerking als je het mij vraagt, komende uit de mond van een wetenschapper. Als wetenschapper moet je altijd ruim denken en in overweging nemen dat dat wat we niet kennen oneindig veel meer is dan wat we al weten. Eerlijk gezegd ging ik daar altijd al vanuit, en ook dat leven gebaseerd kan zijn op veel meer ‘basissen’ dan alleen maar degene die we nu kennen. Lijkt me ook niet meer dan logisch. In een universum met zo’n 300 triljoen sterren en vermoedelijk nog meer planeten lijkt het me zeer waarschijnlijk dat ons aardse leven maar een fractie is van de biodiversiteit zoals die in het heelal zal bestaan. Alleen dat een dergelijk afwijkende vorm van leven juist hier op aarde wordt gevonden, dat is natuurlijk fantastisch. Het organisme is dan misschien wel piepklein, maar het heeft enorme potentie. Als het namelijk in staat is om giftige stoffen te absorberen kan het misschien ook wel een grote rol gaan spelen in het opruimen van ons chemisch afval. In de film War of the Worlds is het uiteindelijk een bacterie, the smallest creature on earth, die ons redt van een invasie door marsmannetjes. Misschien wordt deze bacterie wel onze grote kleine redder in verontreinigingsnood.

Fifty-fifty

maandag 2 augustus, 2010

Toen ik vanochtend mijn sokken aandeed moest ik opeens terugdenken aan statistiek en kansberekeningen tijdens mijn studie psychologie. Ik begreep er toen helemaal niks van. Hoe groot is de kans dat een bepaald iets gebeurd? Weet ik veel. Hoe groot is bijvoorbeeld de kans dat je onder een auto terecht komt. Wat doet dat ertoe? Je gaat naar buiten, de straat op, en je gaat weer naar binnen. Meer is er niet. Komt er opeens een auto op hoge snelheid voorbij die je niet hebt zien aankomen en je bent niet op tijd terug op de stoep of de bestuurder van de auto is zo dronken dat het hem niet uitmaakt waar jij op dat moment loopt, dan heb je pech gehad. Vette pech. Maar bepaald kansberekening het daadwerkelijk gebeuren? Nee. Bovendien zijn de dingen die in je leven gebeuren niet zo ingewikkeld als de statistiek ons wil doen geloven. Bijna alles komt simpelweg neer op een kans van 50%. En daarmee kom ik weer even terug op die sokken.

Ik heb een aantal paar sokken van het merk Falke. Die zijn niet zoals de meeste sokken uniform van stik maar hebben een linkse en een rechtse variant. Voor de duidelijkheid hebben ze er daarom de letters L en R opgezet. Alleen zie je dat niet als je in het halfdonker op de rand van je bed zit. Zeker niet nadat de sokken een aantal keren gewassen zijn. Meestal doe ik de sokken dan maar op goed geluk aan. Eentje links, eentje rechts en een kans van 50% dat het meteen goed zit. En 50% kans vind ik best veel. Dat is een kans van 1 op 2! Wie zou zo’n kans niet willen hebben bij deelname aan een loterij? Meestal gaat het dan ook goed. Slechts een enkele keer klopt het niet en moet ik mijn sokken even verwisselen, maar hoeveel extra werk is dat nou?

Nog enkele voorbeelden. Je wordt geboren. Hoe groot de kans daarop is is meer iets voor filosofen of aanhangers van het occulte, maar de kans dat je ooit weer sterft is 100%. Deelname verzekerd. Daartussen is bijna alles fifty-fifty. Je wordt geboren als meisje of als jongen. Als je voor het eerst gaat fietsen val je eraf of het lukt je om overeind te blijven. De deur waar je tegenaan duwt gaat open of er plakt een stickertje op met ‘trekken’. En het deksel van de pot pindakaas valt wel of niet met de besmeurde kant op de grond. Alles is een kwestie van welles of nietes en dus een dikke 50% kans op succes. Als we daar nu vanuit leren gaan kunnen we die akelige en onpraktische kansberekeningen achterwege laten en het erop houden dat de zon wel of niet schijnt.

Mickey’s verjaardag

donderdag 29 juli, 2010

Mickey?Vandaag zou Mickey, dat allerliefste katje van me, 11 jaar oud geworden zijn. Ware het niet dat stomme pech zijn deel werd. Heel regelmatig moet ik nog aan hem denken, en zeker toen ik twee weken geleden in Antwerpen, half verscholen achter een glasgordijn, een evenbeeld van hem zag zitten. Precies dezelfde houding, eenzelfde soort rugtekening, en als je goed kijkt zelfs met een snorretje. Hij heeft zich niet helemaal aan mij getoond en daarom blijft die treffende gelijkenis zo sterk in mijn geheugen hangen. Ik zou bijna zeggen dat het hem gewoon was, echt. Als twee druppels water. Datzelfde heb ik trouwens ook soms met oudere mannen op een fiets. Kaal, grijs overhemd, beige broek. Klein van stuk en langzaam peddelend op de pedalen. Het zou zomaar mijn vader hebben kunnen zijn die ik daar zag fietsen. Echt, als twee druppels water.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen