Gladjes

woensdag 11 augustus, 2010

ik vraag me nu net even iets af. In Australië zijn ze bezig met te onderzoeken of ze iets in het voer van varkens en koeien kunnen stoppen zodat ze minder winden laten en minder boeren. Dat is namelijk goed voor het milieu. Dan komt er minder CO2 in de lucht en wordt de aarde minder snel warm. Of het ook goed is voor het inwendige van het dier is een tweede. Bij mij werkt het in elk geval zo dat als ik mijn boertjes en windjes niet kwijt kan ik last krijg van mijn buik en mijn humeur. Het is dan ook een genot om dit overtollige gas te kunnen laten ontsnappen, liefst met nadruk. Een flinke boer laten, een lekkere harde scheet. Het zijn van die menselijke dingen, dingen van het lichaam, waar we niets aan kunnen veranderen. Ook Obama zal het vast heerlijk vinden zijn presidentiële scheten de vrije loop te laten in de beslotenheid van zijn Oval Office. Secretaresse: ‘President, the head of staff is here to see you’. Obama: ‘Five minutes. I’m just finishing something very important’.

Maar ik vroeg me dus iets af. Als ze toch bezig zijn met hun onderzoek, daar in Australië, kunnen ze dan niet meteen ook kijken of er iets aan het voedsel van mensen toegevoegd kan worden zodat onze ontlasting voortaan gladjes en zonder sporen achter te laten ons lichaam kan verlaten? Zodat je nooit meer last zult hebben van obstipatie en ook nooit meer toiletpapier hoeft te gebruiken. Volgende week zit ik namelijk even in Frankrijk, en zoals iedereen weet heb je daar op sommige plekken nog steeds alleen maar van die wc’s waar je met je blote kont boven moet hangen. En dan maar hopen dat op het moment dat je je broek omhoog trekt de drol blijft waar hij beoogt is te zijn. In die bruin-witte bak, en niet in je broek. Er is nog genoeg te doen voor de wetenschappers Down Under waar niet alleen maar dieren maar ook mensen profijt van kunnen hebben.

klikken voor groter plaatje of extra pagina Acteurs met (spier)ballen

woensdag 28 juli, 2010

Will SmithAanvankelijk had je alleen maar de ‘echte’ spierballen voor de echte actiefilms. Arnold Schwarzenegger, Wesley Snipes, Jean-Claude van Damme of die ene Zweed met z’n korte blonde haren wiens naam ik me nu even niet kan herinneren. Dat waren spierballen die nog echt werk moesten verrichten. Ze moesten met beren vechten of auto’s optillen. Een strak gespierd lijf staat goed op een filmposter en als acteur zal je daarom ook eerder gevraagd worden voor een rol in een spetterende en veel geld opleverende actiefilm. Nicolas Cage was een van de eerste acteurs die zichzelf op de pijnbank legde en begon aan krachttraining om zijn lichaam om te vormen van een aan lager wal geraakte en gezapig uitziende alcoholist in Leaving Las Vegas tot een explosieve actieheld in een film als Con Air.

Als je aan de bak wilt blijven als acteur moet je tegenwoordig mee met dit soort trends. De slungelige Will Smith uit de serie The Fresh Prince of Bell Air ging ook naar de sportschool en zijn eerste gespierde optreden in een film was Independence Day. Een paar jaar terug trok hij zich nog aan aantal keren op aan een stang in de film I Am Legend terwijl de camera helemaal gefocust was op zijn bovenlijf. Ik vraag me nog steeds af of hij dat destijds niet zelf in de voorwaarden heeft laten zetten om aan die film mee te werken. Ik heb hem overigens in deze film geen moment gebruik zien maken van zijn spierballen.

Johnny WeismullerOnlangs zag ik de film Repo Man. In deze mislukte film deed ook Jude Law een poging om binnen te geraken in de wereld van het actiegenre. Samen met Forest Whitaker heeft hij de leuke baan niet afbetaalde kunstmatige organen bij klanten terug te gaan vorderen. Je kunt je wel voorstellen dat deze klanten niet blij zijn als iemand opeens voor je deur staat en je hart of nier komt opeisen. Het is dan ook een harde film waarin beide acteurs absoluut niet uit de verf komen. Zowel Law als Whitaker zijn eerder het type acteur voor gevoelige rollen met meer diepgang, en niet voor het soort films als Terminator of The Matrix. Of Repo Man. Jude Law die pontificaal in beeld komt met een afgetraind lichaam. Misschien leuk voor de dames in de zaal, maar een beetje lachwekkend vond ik het toch wel. Johnny Weismuller of Humprey Bogart, dat waren pas echte actiehelden. En die hoefden voor hun rollen echt niet eerst een paar maanden naar een fitness-school. Een beetje zwemmen en op z’n tijd een goed glas whiskey, meer hadden deze patsers niet nodig.

Engelse ponden

zaterdag 24 juli, 2010

Het eerste wat ons opviel in Engeland zijn de ponden, en dan bedoel ik niet het geld. Ik doel op de ponden die aan mensen kleven. Bij mannen voornamelijk net boven de heupen en bij vrouwen de ponden in hun bh’s. Mijn God wat hebben Engelse vrouwen een dikke tieten, als ik mezelf even in plain dutch mag uitdrukken. En dat viel niet alleen maar mij op maar ook vriendin M, dus dat je niet denkt waar kijkt die jongen toch de hele tijd naar. Echt, ze zijn soms enorm. Het ene paar bungelt boven een dikke buik die bungelt boven dikke bovenbenen, anderen liggen zwaar ten ruste op een tafeltje voor een bord met engels ontbijt. En als je dat ontbijt kent begrijp je alvast voor een deel waar die Engelse ponden vandaan komen. Zelf eet ik geen vlees en vroeg in het hotel dus om een aanpassing van mijn ontbijt. Wat ik vervolgens kreeg was: een gebakken ei, gebakken rosti (of zoiets), een snee brood uit de pan, witte bonen in tomatensaus en een hoopje gebakken champignons. Alles gebakken, alles druipend van het vet. En zodra de kleine wijzer van de klok de tien is gepasseerd wordt er massaal bier gedronken. En dan niet een klein fluitje, maar grote kannen vol. Misschien heet zoiets in Engeland een gallon, hier zouden we het in elk geval een emmer noemen. En vrouwen drinken daar net zo hard door als mannen. Wat ik trouwens wel sympathiek vind. Een man aan het bier en de vrouw aan de Spa vind ik geen gezicht. Wat dat betreft houden de mannen en vrouwen in Engeland elkaar mooi in evenwicht.

klikken voor groter plaatje of extra pagina Pluisje

dinsdag 25 mei, 2010

Oor van MTHet was me al eens eerder opgevallen bij mensen, dat kleine stukje kraakbeen dat met name zichtbaar is aan de binnenkant van de oorschelp. Bij vriendin MT kon ik het gisteren weer heel duidelijk zien. Soms zijn dit soort details overblijfselen van de manier waarop een mens groeit, van embryo tot geboorte, en soms zijn het restanten van een eerdere fase in onze evolutie, zoals ons staartbeentje. Een herinnering aan onze tijd als aap. En zou het dan kunnen zijn dat ook dat stukje kraakbeen in onze oorschelp ook zo’n overblijfsel is uit vroeger tijden? Zo ja, dan missen we nu behalve zo’n fijne staart nog een extra prachtig pluizig ding. Maar misschien heeft het ook wel een heel andere oorzaak. Wie het weet mag het zeggen.

klikken voor groter plaatje of extra pagina Het sexappeal van een benzinepomp

woensdag 14 april, 2010

Marinet Haitsma schrijft vandaag op haar weblog dat benzinepompen geen sexappeal hebben. Daar moet ik haar toch even in corrigeren. Voor vrouwen mag een benzinepomp dan misschien een tochtig gat zijn waar het altijd stinkt naar olie en benzine, juist voor mannen kan dit een heel opwindende omgeving zijn. En dan heb ik het niet over ‘dat ding’ in ‘dat gat’ steken (om te kunnen gaan tanken…), dat zou te platvloers zijn. Ik doel op de eerder genoemde geuren die bij mannen, en in elk geval bij mij, heel opwekkend kunnen werken.

WerkplaatsIk ben geen sleutelaar. Nog steeds ben ik bang een cruciale moer of schroef de vernieling in te helpen als ik eens probeer te doe-het-zelven. Toch vind ik een garage of benzinepomp een heerlijke omgeving om in rond te lopen. De geur van smeer, olie en benzine. Heerlijk. Ze brengen me altijd meteen terug bij het aardse, het fysieke. Alsof het smeersel van de aarde contact maakt met mijn eigen smeersel, mijn eigen lichaamssappen. Ik krijg dan zin. Zin om lichamelijk bezig te zijn. Te gaan wroeten in de aarde, te gaan hardlopen in het bos of poetsen aan mijn motor. Of zin in sex. Dan is het opeens ook niet zo raar dat in de werkplaats van een garage altijd wel ergens een kalender hangt met blote meiden.

videofragment aanwezig Het gemis van een staart

zaterdag 10 april, 2010

Een van de dingen waar ik jaloers op kan zijn bij dieren is hun staart. Hoorntjes vind ik ook leuk, en snorharen en van die puntige oortjes die alle kanten op kunnen draaien. Maar een staart lijkt me nog het leukst. Een ander een beetje kunnen plagen of vliegen verjagen terwijl je gewoon verder leest in je boek. En als iets je niet zint hoef je maar een paar keer druk heen en weer te zwaaien met je staart of hem tegen de grond te meppen om duidelijk te maken dat je geïrriteerd bent. En dat allemaal zonder woorden te hoeven gebruiken. Ook lijkt het me heerlijk rustgevend om met dat ding wat heen en weer te kunnen zwiepen. Geen pen of paperclip nodig om je bezig te houden tijdens een saaie vergadering.
Ik kan hem echt missen, die staart van Mickey.

klikken voor groter plaatje of extra pagina Aanraaktijd

donderdag 8 april, 2010

Natuurmuseum TilburgDood of levend, dieren zijn altijd leuk om te fotograferen. Maar ik heb ze toch het liefst levend. En niet achter glas, zoals veel van deze exemplaren. En dat ze achter glas zitten komt omdat met name kinderen de neiging hebben ze even te willen aanraken of aaien. Met als gevolg dat heel wat poezelige opgezette dieren na verloop van tijd kale ruggetjes en hoofdjes kregen. En nu de kinderen ze niet meer kunnen aanraken is men gaan zoeken naar andere vormen van interactiviteit. Spelletjes met knopjes waarbij je moet raden welke vogel welk geluid maakt of welk soort (vlucht)gedrag hoort bij welk dier. Dat is ook leuk, maar toch niet zo natuurlijk als iets even willen aanraken, even willen voelen.

Het hoort ook een beetje bij de lente vind ik. Bomen raak ik in het voorbijgaan altijd even aan, net als heggen en muurtjes. Bij leuke vrouwen zou ik dat ook wel even willen doen, maar ja, dat mag dan weer niet. Vreemd eigenlijk, want de lente is toch een tijd dat mensen elkaar weer meer beginnen aan te raken waarbij ze soms zomaar met elkaar het bed induiken. Maar even in het voorbijgaan een aai over de arm of schouder mag dan weer niet. Gek is dat.

Waarom is scheerschuim altijd wit?

vrijdag 26 februari, 2010

Zomaar een vraag. Een stukje zeep kun je ook kopen in allerlei kleuren en geuren, dus waarom scheerschuim niet. Vanochtend voor de spiegel leek het me wel leuk om scheerschuim te hebben in de kleur blauw of rood of geel. Of donkerblond tot bruin, zodat ik eens kan zien of mij een baard zou staan of een snor, een sikje of lange bakkebaarden. Alles kun je tegenwoordig kopen in diverse vormen zodat je kunt variëren en ermee kunt spelen. Denk maar aan lippenstift, haargel, tandpasta, brood, chocola, pasta, aardappelen. Maar ga naar de winkel voor scheerschuim en je kunt alleen maar kiezen tussen Gillette en Kruidvat, gewoon of sensitive. En ze zijn allemaal wit.

Poepen in de vrije natuur

donderdag 18 februari, 2010

‘Natuurbeschermers en politici miskennen de diep emotionele band die mensen hebben met de natuur.’ Dat stelt Kris van Koppen, universitair hoofddocent milieubeleid in Wageningen, in het nieuwe nummer van Van Nature. (bron: Natuurmonumenten)

Altijd al mee eens geweest. De mens schijt zich steeds verder af van de natuur. Handen raken geen zand of boom meer aan maar zitten diep weggestoken in zakken of verpakt in handschoenen. De vingertoppen zijn ongevoelig geworden door het voortdurend hameren op het gladde oppervlak van een toetsenbord en natuurlijke geuren worden verdreven door luchtopfrissers of geurvreters. En onze meest directe band met de natuur, die van de kringloop tussen voeding en afvalstoffen wordt verdoezeld door kleurige verpakkingsmaterialen en de wc-pot. Dat wat we lozen verdwijnt en zal ooit ergens weer terecht komen in de grond of op het land, maar die binding tussen de natuur en onze eigen pies en poep zijn we kwijt.

Er is niks zo lekker als poepen in de vrije natuur. Ik kan het weten, ook al heb ik het maar één keer in mijn leven gedaan. Lang geleden liep ik eens ergens in een bos bij de Belgische grens en moest opeens heel erg poepen. Ik kroop achter een bosje, deed mijn broek naar beneden en draaide een prachtige geurige drol. De grassprietjes kietelden aan mijn bibs en om mij heen hingen allerlei lekkere geuren van bladeren, grond, mos. De geur van de drol pastte daar perfect bij en ook de daad van het leggen, onder de bomen en in de vrije natuur, gaf me een gevoel van diepe verbondenheid met die natuur. Ik neem van de natuur en geef terug aan de natuur.

Ik ben heel blij met mijn wc, ook al zou je dat misschien niet denken na dit verhaal. Poepen in de vrije natuur is namelijk ook af en toe riskant. Je weet maar nooit in welke vorm het je lichaam zal gaan verlaten. En als iedereen het zou gaan doen is ook geen gezicht. Wat dat betreft voel ik me nog het meest verbonden met de natuur als ik alleen ben. En ook hou ik absoluut niet van naturisme. Dat vind ik zo’n absurde sprong waar ik met mijn hoofd niet bij kan en voor mijn gevoel niks te maken heeft met natuurbeleving. Maar laat ik daar maar niet over oordelen en het houden bij datgene waar ik wel verstand van heb: poep. En wat een heerlijk woordje is dat toch.

klikken voor groter plaatje of extra pagina Deodorant

zaterdag 13 februari, 2010

Christus aan het kruisWe/ik zijn gewend grapjes te maken over vanalles en nog wat. Ik vraag me weleens af waarom. Soms zie ik mezelf zitten, in een gesprek, zoekend naar een of andere leuke opmerking. Luister ik eigenlijk wel? Ja, ik luister, maar vooral gespitst op dat ene woord of die ene zin die ergens een komische associatie bij me oproept. Zo dacht ik laatst aan het woord ‘deodorant’. Waar komt het vandaan? Uit welke combinatie van woorden is dit okselgeurtje ontstaan? Spontaan dacht ik meteen aan ‘deo’, latijns voor God. Het goddelijke geurtje, het geurtje van God. Christus aan het kruis, die met gestrekte armen en open oksels volgens onze maatstaven gesmeekt moet hebben om AXE, Adidas of Dove. Deo. Dorant.

Erg flauw. Dat vond ik ook en daarom heb ik het ideetje een hele tijd bewaard gehad in WordPress als concept. Uiteindelijk ging ik eens zoeken naar een afbeelding van Christus aan het kruis en kwam deze tegen van een hevig gemartelde en bloedende Christus. Niet leuk. Hoe je het ook draait of keert, dit is en was niet leuk. De man, Jezus Christus, heeft ooit geleefd en erg geleden. Wat de religie verder ook van hem gemaakt heeft. De reden van mijn ‘grappige’ associatie heeft dan ook niks te maken met Christus zelf, maar meer met de kerk. De traditionele manier van kijken en denken, de ‘zo is het en niet anders’-gedachte. En toen zag ik die foto en keek er nog eens goed naar. Nee, dit is niet grappig. Te echt om te kunnen bevatten. En daarom kan ik de hele tijd alleen maar denken aan een nieuwe naam voor een deodorant: In Excelsis Deo.

?>
AWSOM Powered