Lichaam

Poepen in de vrije natuur

donderdag 18 februari, 2010

‘Natuurbeschermers en politici miskennen de diep emotionele band die mensen hebben met de natuur.’ Dat stelt Kris van Koppen, universitair hoofddocent milieubeleid in Wageningen, in het nieuwe nummer van Van Nature. (bron: Natuurmonumenten)

Altijd al mee eens geweest. De mens schijt zich steeds verder af van de natuur. Handen raken geen zand of boom meer aan maar zitten diep weggestoken in zakken of verpakt in handschoenen. De vingertoppen zijn ongevoelig geworden door het voortdurend hameren op het gladde oppervlak van een toetsenbord en natuurlijke geuren worden verdreven door luchtopfrissers of geurvreters. En onze meest directe band met de natuur, die van de kringloop tussen voeding en afvalstoffen wordt verdoezeld door kleurige verpakkingsmaterialen en de wc-pot. Dat wat we lozen verdwijnt en zal ooit ergens weer terecht komen in de grond of op het land, maar die binding tussen de natuur en onze eigen pies en poep zijn we kwijt.

Er is niks zo lekker als poepen in de vrije natuur. Ik kan het weten, ook al heb ik het maar één keer in mijn leven gedaan. Lang geleden liep ik eens ergens in een bos bij de Belgische grens en moest opeens heel erg poepen. Ik kroop achter een bosje, deed mijn broek naar beneden en draaide een prachtige geurige drol. De grassprietjes kietelden aan mijn bibs en om mij heen hingen allerlei lekkere geuren van bladeren, grond, mos. De geur van de drol pastte daar perfect bij en ook de daad van het leggen, onder de bomen en in de vrije natuur, gaf me een gevoel van diepe verbondenheid met die natuur. Ik neem van de natuur en geef terug aan de natuur.

Ik ben heel blij met mijn wc, ook al zou je dat misschien niet denken na dit verhaal. Poepen in de vrije natuur is namelijk ook af en toe riskant. Je weet maar nooit in welke vorm het je lichaam zal gaan verlaten. En als iedereen het zou gaan doen is ook geen gezicht. Wat dat betreft voel ik me nog het meest verbonden met de natuur als ik alleen ben. En ook hou ik absoluut niet van naturisme. Dat vind ik zo’n absurde sprong waar ik met mijn hoofd niet bij kan en voor mijn gevoel niks te maken heeft met natuurbeleving. Maar laat ik daar maar niet over oordelen en het houden bij datgene waar ik wel verstand van heb: poep. En wat een heerlijk woordje is dat toch.

Deodorant

zaterdag 13 februari, 2010

Christus aan het kruisWe/ik zijn gewend grapjes te maken over vanalles en nog wat. Ik vraag me weleens af waarom. Soms zie ik mezelf zitten, in een gesprek, zoekend naar een of andere leuke opmerking. Luister ik eigenlijk wel? Ja, ik luister, maar vooral gespitst op dat ene woord of die ene zin die ergens een komische associatie bij me oproept. Zo dacht ik laatst aan het woord ‘deodorant’. Waar komt het vandaan? Uit welke combinatie van woorden is dit okselgeurtje ontstaan? Spontaan dacht ik meteen aan ‘deo’, latijns voor God. Het goddelijke geurtje, het geurtje van God. Christus aan het kruis, die met gestrekte armen en open oksels volgens onze maatstaven gesmeekt moet hebben om AXE, Adidas of Dove. Deo. Dorant.

Erg flauw. Dat vond ik ook en daarom heb ik het ideetje een hele tijd bewaard gehad in WordPress als concept. Uiteindelijk ging ik eens zoeken naar een afbeelding van Christus aan het kruis en kwam deze tegen van een hevig gemartelde en bloedende Christus. Niet leuk. Hoe je het ook draait of keert, dit is en was niet leuk. De man, Jezus Christus, heeft ooit geleefd en erg geleden. Wat de religie verder ook van hem gemaakt heeft. De reden van mijn ‘grappige’ associatie heeft dan ook niks te maken met Christus zelf, maar meer met de kerk. De traditionele manier van kijken en denken, de ‘zo is het en niet anders’-gedachte. En toen zag ik die foto en keek er nog eens goed naar. Nee, dit is niet grappig. Te echt om te kunnen bevatten. En daarom kan ik de hele tijd alleen maar denken aan een nieuwe naam voor een deodorant: In Excelsis Deo.

Weetjes

zaterdag 30 januari, 2010

www.maakeenmeter.nlOp de website www.maakeenmeter.nl van Natuurmonumenten kun je je eigen meter grond toevoegen en daarmee helpen dit de grootste site ter wereld te laten worden. Wat het nut hier verder van is weet ik niet, maar het is leuk en dus ook maar een metertje toegevoegd. Aanvankelijk wilde ik een opening creeëren voor mezelf door er een metertje lucht en wolken aan toe te voegen, maar zelf een foto uploaden zit er helaas niet in. Zelf heb ik nu gekozen voor een vierkante meter water welke terug te vinden is als de 2930e vierkante meter op deze website.

Bij iedere meter staat een bordje met je naam en een weetje over het soort gebied dat je zelf hebt toegevoegd. In mijn geval staat er het volgende: Wist u dat 1 liter water van precies 4 graden Celsius precies één kilo weegt? Nee, dat wist ik niet. En wat ik nog steeds niet weet – en best wel graag zou willen weten – is of dit betekent dat ik dan onder nul meer of minder weeg. Of andersom geredeneerd, of ik liggend op het strand bij dertig graden zwaarder of lichter ben. Zo gaat dat vaak met weetjes. Zo weet je iets, zo levert het des te meer nieuwe vragen op.

Week van de toegankelijkheid

zondag 18 oktober, 2009

Afgelopen week was het – blijkbaar – de week van de toegankelijkheid. De week is inmiddels voorbij zonder dat ik mensen toegankelijker heb zien worden, maar de week was dan ook meer bedoeld voor mensen met een beperking. Berperkingen heeft iedereen zou je kunnen zeggen, maar in dit geval, in deze week, ging het om mensen met een lichamelijke beperking. Ook die heeft iedereen, maar ik zal niet gaan muggeziften…

Tijdens een van de activiteiten die georganiseerd werden kon je plaatsnemen in een rolstoel, om te kunnen ervaren wat het is om in een rolstoel te zitten. Nou ja, een rolstoel is een stoel met wieltjes zul je zeggen, en dat is het ook. Als je stil blijft zitten zul je geen verschil merken, pas als je in beweging wilt komen zul je zien dat een rolstoel iets heel anders is als een doodgewone stoel. Logisch zul je zeggen, want in het geval van een gewone stoel sta je simpelweg op en ga je aan de wandel. Maar exact dat is wat mensen met een bepaald soort beperking niet kunnen. Die kunnen alleen maar rollen.

Om een lang verhaal kort te krijgen, ik kon vroeger erg goed rollen, en dat zonder beperking! De enige beperking waar ik mee te maken kreeg was het einde van de gang van het ziekenhuis waar ik destijds werkte. Ik was namelijk erg goed in ‘rolstoelen’. Als alle bewoners in bed lagen wilde ik wel eens plaatsnemen in zo’n rolstoel en de gang een beetje op en af rollen. Gaandeweg ging het rollen me zo goed af dat ik met gemak mezelf op alleen maar de twee achterwielen in balans kon houden en op deze manier de gangen op en af kon rijden, rond mijn as kon draaien en heen en weer kon wiegen zonder om te vallen. Met de enige electrische rolstoel die voorhanden was kon ik zelfs het achterwiel laten spinnen door een ‘anti-continentiematje’ met de gladde onderkant onder de achterwielen te leggen en er vervolgens met vol ‘gas’ vandoor te gaan.

Waarom vertel ik dit allemaal? Ik heb eerlijk gezegd geen idee. Misschien omdat ik vanavond toch al regelmatig geplaagd werd door allerlei herinneringen van nostalgische aard, me daarbij telkens erg bewust van het (tijds)verloop en de eindigheid van mijn eigen leven. Een aardig idee trouwens voor een volgende ‘week van de’: de week van de vergankelijkheid.

Zelfbeeld (2): Petit Sarkozy

woensdag 9 september, 2009

Parijs – De Franse president Sarkozy laat zich, als hij een fabriek bezoekt, omringen door speciaal geselecteerde mini-arbeiders, kleiner dan hijzelf. Desnoods worden die met bussen aangevoerd vanuit andere vestigingen. (bron: Volkskrant)

Kroning van NapoleonJacques-Louis David schilderde in het begin van de negentiende eeuw vaak in opdracht van Napoleon. Die gaf duidelijke instructies hoe het schilderij er uiteindelijk uit moest komen te zien, waarbij altijd goed gelet werd op de positie van Napoleon zelf. Als ukkie met een groot ego had hij het, net als Sarkozy, maar moeilijk met zijn beperkte lengte. Daarom zet hij zichzelf op het schilderij De kroning van Napoleon en Josephine op een verhoging en is niemand in zijn directe nabijheid groter dan hijzelf.

Sarkozy BonapartePuur toeval dat ik nu dit bericht over Sarkozy lees in de Volkskrant nadat ik net dat stukje schreef over ‘zelfbeeld’. Een aparte die Sarkozy, net als Napoleon destijds. Of die andere uit Italië, Berlusconi. Als ik Sarkozy op tv voorbij zie komen moet ik altijd denken aan Louis de Funès, bij Berlusconi aan pastasaus. Maar dat is het beeld dat ik van hun heb. Zelf hebben ze een heel ander beeld van zichzelf, en daar moeten wij aan geloven.

Nostradamus

woensdag 1 juli, 2009

NostradamusOp dit moment verschijnen er veel boeken en worden vele webpagina’s volgeschreven over de profetieën van de Maya’s voor het jaar 2012. Het mooie van deze voorspellingen is dat ze een bodem van waarheid lijken te hebben omdat ze parallel lopen met bestaande astronomische verschijnselen, maar de interpretaties van de voorspellingen lopen heel ver uiteen. De een geeft reden voor hoop, de ander doet je wanhopig afvragen waar je tegen die tijd nog weg kunt kruipen als de wereld vergaat. Gelukkig is achteraf altijd gebleken dat het gros van dit soort voorspellingen nooit uitkomt.

Nostradamus was ook iemand die kon voorspellen. Tenminste dat dacht hij en velen met hem. En nu heb ik altijd een zwak gehad voor het onverklaarbare en mysterieuze en dus kocht ik in 1990 een boekje met de titel De profetieën van Nostradamus. De voorspellingen – en verklaringen – die in dit boekje gegeven werden richtten zich toen vooral op de naderende eeuwwisseling. De meesten hiervan kwamen niet uit en daarom zijn in de loop van de jaren vele nieuwe boeken verschenen rond Nostradamus met nieuwe interpretaties onder het mom van het zal wel een keertje raak zijn. Maar de auteurs schijnen dan te vergeten dat Nostradamus een flinke baard had en ik heb altijd gehoord dat mannen met baarden niet te vertrouwen zijn. Klein detail, maar ik denk ik zeg het maar even.

Zeventien treden

donderdag 25 juni, 2009

Ooit stond hij voor het eerst op eigen benen en zette hij zijn eerste pasjes. Daarna groeiden zijn voeten, werden zijn benen langer en kon hij grotere stappen zetten. De stappen werden sprongen, het lopen werd rennen, en bovenop die benen stond een romp die met gemak twee zakken steenkolen van elk vijftig kilo kon dragen.

Dat ging zo een hele tijd door totdat het lopen opeens moeizamer begon te gaan. Om toch nog wat in beweging te blijven werd de fiets het favoriete vervoermiddel en konden afstanden nog in kilometers worden uitgedrukt. Maar inmiddels wordt er bij mijn ouders thuis niet meer gesproken in kilometers maar in treden. Zeventien treden om precies te zijn, van de begane grond tot aan de voordeur van de flat. En die zeventien treden worden niet meer met sprongen genomen maar stap voor stap. Steeds moeizamere stappen.

Er zijn mensen die zeggen dat ouder worden leuk is, maar ik moet het nog zien. Als ik zie dat mijn vader nu zelfs moeite heeft met het opendraaien van het deksel van een potje jam, dan vind ik dat toch niet echt een prettig gezicht. Maar we zullen wel zien, want ik wil wel oud genoeg worden zodat ik zelf kan beoordelen of het meevalt of niet. Ook al moet ik de laatste meters stap voor stap afleggen.

Extrusieblaasspecialist

donderdag 11 juni, 2009

Er zijn van die namen voor beroepen die vraagtekens oproepen. Even zoeken op internet levert me veel pagina’s op met vacatures voor dit beroep, maar nog geen duidelijkheid over wat het werk nu precies inhoudt. Mijn eerste gedachte was iemand die in een ziekenhuis met een ruk catheters verwijdert bij mannen, maar dat zal het hopelijk niet zijn. Intrusieblaasspecialist zou dan eventueel wel weer kunnen, want het lijkt me een verdomd precies werkje om zo’n slangetje bij een piemel naar binnen te wurmen en ik hoop het dan ook nooit mee te hoeven maken. Maar ja, dat zei ik van een kaakchirurg ook, en de dag zal ooit komen dat een tandarts al mijn tanden vakkundig zal verextrusieëren.

Tanden poetsen

vrijdag 1 mei, 2009

Vanochtend wist ik het even niet meer. Hoe kreeg ik ook alweer die pasta uit de tube op mijn tandenborstel? Ik stond in de badkamer met de tandenborstel in mijn linker- en de tube in mijn rechterhand. Op de een of andere manier keek ik even te bewust naar die twee voorwerpen in mijn handen want opeens wist ik het niet meer. Hoe kreeg ik ook alweer de dop van die tube? Deed ik dit altijd met de linker- of met de rechterhand? En waar liet ik die dop dan in de tussentijd? In de linker- of rechterhand en waar dan precies? En als me dat zou lukken, met welke hand kneep ik dan in de tube en met welke ving ik de tandpasta op?

Ik ben er niet meer achter kunnen komen. Uiteindelijk heb ik de tandenborstel op het plankje onder de spiegel moeten leggen en heb ik met twee handen de tandpasta uit de tube geknepen. Had ik ook niet moeten doen, want hierdoor viel de tandenborstel om en moest ik de pasta met mijn vingers van het plankje vegen en op de borstel doen.

Elk zintuig heeft zo zijn eigen geheugen. Dat van de ogen is vanzelfsprekend en wordt het meest gebruikt. De oren weten ook snel dat ze al iets eerder hebben gehoord en een geur kan de meest plotselinge herinneringen losmaken in een mens. Maar tast en beweging zijn er ook nog. Zo kan ik me nog herinneren dat ik na tien jaar tijd weer eens zo’n Rubiks Cube in mijn handen kreeg. Twee lagen lukte me nog wel, net als vroeger, maar die derde en laatste laag heb ik me destijds van buiten moeten leren. Maar toen ik die kubus weer in mijn handen hand lukte het me niet meer. Ik probeerde me te herinneren hoe het ook alweer moest. Twee keer naar links, onder naar rechts, rechts twee slagen naar voren etc. Niets hielp totdat ik besloot het eens anders te proberen. Ik sloot mijn ogen en liet niet mijn hoofd maar mijn handen het werk doen en draaide de kubus zo weer in elkaar. De handeling, net als fietsen, autorijden of zwemmen, zat nog ergens opgeslagen in mijn lichaam en kwam als vanzelf weer naar boven.

Leuk om zo even over na te denken, maar ik hoop dat ik het ook weer snel vergeet. Anders sta ik morgenvroeg weer te hannesen voor de spiegel.

TIA

zondag 25 januari, 2009

Pa: ‘Een TIA, wat is dat eigenlijk?’
Ik: ‘Die T weet ik niet meer, maar ik dacht dat de I en de A stonden voor Intravasculair Accident of zoiets’.

Ik heb het thuis meteen opgezocht in mijn oude Zakwoordenboek der Geneeskunde, en TIA is de afkorting van Transient Ischaemic Attack, een ‘voorbijgaande doorbloedingsstoornis’. De reden waarom mijn pa een aantal dagen moeilijk kon praten en zijn aangezicht aanvoelde alsof het gemaakt was van was. Verder doet de benaming er niet toe, want zoals hij het zelf verwoordt: ‘Ach, op mijn leeftijd kun je vanalles verwachten’.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen