Herinneringen kunnen van allerlei aard zijn. Daar kom ik weer achter nu Mickey nog maar anderhalve dag geleden definitief verdween uit deze flatwoning. Visuele herinneringen komen het meest voor, zoals zijn hoofdje dat niet meer plotseling tussen mijn benen door verschijnt als ik de deur van de koelkast opendoe. Ook zit hij niet meer achter het raam op me te wachten als ik thuiskom en ligt hij ook niet meer aan het voeteneind van mijn bed als ik ‘s morgens over de rand van het dekbed gluur. Als de tijd zich zou laten comprimeren, tien jaar in één seconde, dan zou er bijna geen enkel plekje in de flat meer zijn waar hij niet zit, hangt of springt. De hele ruimte zou dan gevuld zijn met dat zwart-witte lijfje van hem, in alle mogelijke houdingen en richtingen. Misschien dat ik daarom ook het idee heb dat alles nu zo hol klinkt in mijn flat.
Geluiden zijn een tweede vorm waarin herinneringen kunnen voorkomen. Het getrippel van zijn voetjes op het vinyl, het krabben aan de bank, stoel of vloerkleedje, het ‘prrrrrrrrup…’ als hij tegens etenstijd voor me uit rende richting de keuken, het gekrabbel aan een gesloten deur, zelfs het geluid van braken of het dunne straaltje plas in de kattenbak. Allemaal geluiden die ik nu niet meer hoor, en soms ook weer wel. Heel helder en zonder bijgeluiden, alsof je met een koptelefoon luistert naar de solo in een muziekstuk.
Waar ik me nog het meest over verbaas bij alle herinneringen die in me opkomen zijn mijn lege handen. Een kat of ander huisdier heb je niet alleen maar om naar te kijken. Als Mickey bij me lag volgde ik met mijn handen – voor zover hij het toeliet – zijn hele lichaam, van zijn neusje tot de punt van zijn staart. Zijn oortjes met die leuke inkeping, de haren op zijn gezichtje die zo perfect de lijnen van zijn ogen, neus en mond volgden, zijn voetjes, schouders, borst, buik, ruggewervel en elk afzonderlijk botje van zijn staart. Soms, als hij languit op me lag, lagen we met onze hoofden zo dicht bij elkaar dat we onze adem met elkaar deelden en gingen onze buiken bijna synchroon op en neer. Al deze dingen zijn er nu niet meer, maar de herinneringen zitten in mijn handen en in mijn huid.
Als je dit leest zou je bijna denken dat ik over een geliefde praat die ik onlangs verloren heb, en in zeker opzicht is dat ook zo. Maar haar kan ik nog steeds volgen met mijn handen – voor zover ze dat toestaat – van neusje tot staartbeen. Maar met een dier is het toch anders. Blijkbaar is er een soort liefde in de wereld die wij mensen niet voor elkaar kunnen opvullen, daar hebben we de dieren voor nodig. Misschien dat we in onze huidige beschaving daarom af en toe zo sterk het gevoel hebben met lege handen in de wereld te staan.