Onberispelijk
Niemand is onberispelijk. We zijn allemaal maar gewoon mensen, zelfs de kamerleden van de PVV. Nee, hiermee spreek ik niet goed dat er opzettelijk door de heren Lucassen en Sharpe informatie is achtergehouden over hun niet zo onberispelijk verleden, maar wel dat er soms al te snel iemand helemaal zwart gemaakt wordt omdat tegenstanders of media dat nu eenmaal leuk vinden om te doen. Een vlekje is nog geen pest. Ik hoorde van de nieuwste affaire gisteravond in de kroeg. We spraken na afloop van de vergadering van de werkgroep Partij voor de Dieren Tilburg nog wat na en hadden het over hoe snel je door een kleine vergissing, verspreking of misstap in het verdomhoekje terecht kunt komen. Figuren als Berlusconi en dergelijke natuurlijk daargelaten. Die kunnen een hele avond verkeerde dingen zeggen en achteraf alles wijten aan een niet meer zo helemaal verse mossel.
Zelf ben ik ook niet onberispelijk. Ik kan me nog een moment herinneren dat ik als tiener naar Toppop zat te kijken. Een buurjongen kwam op visite en ging voor de tv staan, net op het moment dat 10CC bezig was met het nummer Silly Love. Ik was zo kwaad dat ik hem vanuit mijn stoel een flinke schop gaf in zijn zij waardoor hij tegen de tafel viel. Heel begrijpelijk toch? En dan is er ook nog het voorval met dat musje. Ik weet niet of ik er goed aan doe dit op deze plek te vertellen. Ik bedoel, als zijnde lid van de Partij voor de Dieren. Lang geleden namelijk, ik was misschien een jaar of zes, zeven, hadden mijn vriendjes en ik opeens de beschikking over een muizenval. Wat moet je met een muizenval als er geen muizen zijn? Dan maar iets anders verzinnen, dachten we, en besloten dat we wel een musje zo gek zouden krijgen in onze val te lopen. Dat lukte. Een musje kwam op wat broodkruimeltjes af, de val sloeg dicht en een pootje raakte verbrijzeld. Ik heb er nu nog spijt van. Maar moet ik daar nu nog op aangekeken worden? We waren per slot van rekening nog maar kinderen. Dat kan niet gezegd worden van een van de flatbewoners die vanaf zijn balkon mij de tip gaf wat zout bij mijn moeder te gaan halen om op de staart van een mus te strooien. Dé manier om op een diervriendelijke manier vogeltjes te vangen, volgens hem. Als hij nog leeft hoop ik dat hij er nu nog spijt van heeft mij toen zo voor schut te hebben gezet.
Ministerie van Rekbare Zaken
‘Historisch’ werd het debat over de megastallen genoemd. Belangwekkend en een ommekeer in denken. Jaja. De relaxte houding en de in mijn ogen geveinsde interesse van de leden van de Provinciale Staten beloofde niet veel goeds, en dat blijkt nu ook wel. Er zit rek in lopende zaken waardoor nieuwbouw in landbouwontwikkelingsgebieden wel degelijk mogelijk is. ‘Megastellen Nee’ wordt ‘Megastallen Nee, Tenzij’.
GS willen een uitzondering maken voor inmiddels al vijftig lopende zaken. Dat blijkt uit de Verordening Ruimte die volgende week vrijdag door Provinciale Staten van Noord-Brabant wordt behandeld. Daarin zijn enkele achterpoortjes ingebouwd voor veehouders. De Brabantse gedeputeerde van Ruimtelijke Ordening, Ruud van Heugten, begrijpt de opwinding niet. ‘We hebben ook op 19 maart al aangegeven dat we een uitzondering wilden maken voor lopende zaken.’ (bron: Brabants Dagblad)
Die laatste opmerking is de relaxte houding waar ik op doelde. No worry. We hebben gezegd dat er uitzonderingen zijn en die zullen er dan ook zijn. Politiek is een rekbaar begrip. Volgens de omschrijving op Wikipedia is ‘politiek de (per definitie onvolmaakte) wijze waarop in een samenleving de belangentegenstellingen van groepen en individuen tot hun recht komen – meestal op basis van onderhandelingen – op de verschillende bestuurlijke en maatschappelijke niveaus’. Net als binnen de wereld van de commercie en reclame is misleiding toegestaan. Zolang je per definitie maar geen onwaarheden vertelt. Maar ook waarheid is dus heel rekbaar.
thema: Nieuws & actualiteiten
tags: Brabant, Dierenwelzijn, Normen en waarden, Politiek
De deugden van de nieuwe tijd
Geïnspireerd door M. die volgens haar werkgever niet voldoende vreugde zou uitstralen, begon ik wat na te denken over deugden en hoe deze in de loop van de tijd veranderd zijn. Barmhartigheid, compassie, wijsheid, rechtvaardigheid, gematigdheid, moed, eerlijkheid. Geen begrippen meer die je zult tegenkomen in een vacature. Tegenwoordig worden andere eigenschappen verwacht, zelfs als voorwaarde gesteld. Je bent bij voorkeur zeer enthousiast, geduldig, zelfstandig, creatief, alert, gedisciplineerd, energiek, stressbestendig, vol doorzettingsvermogen, flexibel, dynamisch, gepassioneerd en een rasechte teamplayer. En vergeet al die deugden vooral niet wanneer je in je pauze een boterham zit te eten! Je zou er weleens op aangesproken kunnen worden dat je niet in het team past.
Ik heb even wat rondgeneusd op internet en kwam zo op de website van Trouw terecht bij een artikel van Peter Henk Steenhuis over Paul van Tongeren, hoogleraar ethiek: De deugd ziet er goed uit, altijd. Hierin wordt onder andere opgemerkt dat Aristoteles vond dat de deugd intrinsiek, in zichzelf goed moet zijn. ‘Zoals een kunstwerk niet goed of mooi is omdat het ergens toe dient, zo heeft ook de deugd een eigen kwaliteit. Maar flexibiliteit, is dat in zichzelf iets goeds? Ik twijfel. Je kunt zeggen dat flexibiliteit ervoor zorgt dat we mee kunnen buigen met de omstandigheden, waardoor we niet snel breken. Maar flexibiliteit is zo’n door en door vereconomiseerde term dat hij een eufemisme geworden lijkt voor de totale onderwerping van de werknemer aan de wetten van de managers. Flexibiliteit is dan niet in zichzelf goed, maar is maximale bruikbaarheid in veranderende economische omstandigheden. Wie flexibel is, is beter inzetbaar. Dat kan best, maar daarmee is flexibiliteit nog geen deugd.’
Zou het helpen als je bij een volgende confrontatie met je werkgever zou vragen of hij weleens iets van Aristoteles heeft gelezen? Ik weet het niet, het is maar een Idee.
Aliens
Gisteravond keek ik naar een oude aflevering van Star Trek Voyager. Nou ja, eigenlijk drie afleveringen achter elkaar, want ik had net daarvoor een heel seizoen gedownload via een torrentsite. In een van die afleveringen kwam een alien voor met uitzonderlijke vertaalkwaliteiten. Hij hoefde maar een paar fragmenten van een taal te horen of hij kon er al een heel vocabulaire aan vastknopen en de taal vloeiend spreken.
Heel benijdenswaardig, maar toch niet iets voor de bemanning van dat ruimteschip om daadwerkelijk jaloers op te kunnen worden, want het betreft nu eenmaal een andere soort. En deze soort (en elke andere soort) heeft zijn eigen specifieke evolutie achter de rug, zijn eigen DNA, en daaraan gekoppeld zijn eigen kwaliteiten, maar ook zijn eigen zwakheden. Het is dus onzinnig om je ermee te gaan vergelijken, want die ander is nu eenmaal … anders. En de ‘negatieve’ eigenschappen van de ander afwijzen heeft ook geen nut want die kan er toch niets aan doen dat hij of zij zo in elkaar zit.
Eigenlijk een heel mooi uitgangspunt, om de ander in eerste instantie als een volslagen vreemdeling te beschouwen, te beginnen bij de mensen die je het beste kent of denkt te kennen. Dat schept veel ruimte en kansen voor (nieuwe vormen van) contact, waarbij je de ander tegelijkertijd kunt laten zijn wie hij of zij is. En als je dan beseft dat je op jouw beurt ook een alien bent geeft je dat meteen de ruimte jezelf ook wat beter te leren kennen en op waarde te leren schatten.
Makkelijk gezegd allemaal en ook niet origineel ofzo. Ikzelf vind het in elk geval knap moeillijk. En praten werkt bij mij soms averechts, want hoe meer je praat hoe meer je denkt en dat denken gaat vaak weer gepaard met oude en vastgeroeste denkbeelden en verwachtingen. Daarom kijk ik graag. Gewoon kijken en proberen te zien en te voelen wie die ander is. Zolang de ander zich daar tenminste niet ongemakkelijk bij gaat voelen.
Verzachtende omstandigheden
Soms kom je de juiste woorden tegen op een verkeerde plek en in een verkeerde context. Zo hoorde ik laatst, en uiteraard in verband met een of ander delict, de woorden ‘verzachtende omstandigheden’. En opeens zag ik geen misdadiger voor me, geen diefstal, geweld of moord, maar een hele bijzondere plek waarin voor iedereen de juiste ‘verzachtende omstandigheden’ aanwezig zijn om te kunnen (samen)leven en te kunnen groeien. Een plek waar ieder mens naar voren kan treden, op zijn best en op zijn mooist.
Misschien is dit wel wat onze maatschappij op dit moment zo hard nodig heeft. Maar hoe krijg je zoiets op de politieke agenda?
Efficiency
‘Doeltreffendheid, doelmatigheid, het verkrijgen van het grootst mogelijke effect uit een gegeven kracht, middel of toestand, m.n. de rationele toepassing van economische principes in het bedrijfsleven … (van Dale)’
Alles moet tegenwoordig efficiënt, en niet alleen maar in het bedrijfsleven. Vandaag belde ik het UWV met een vraag, en de vriendelijke meneer die mij te woord stond vertelde er meteen maar bij dat hij op dit moment mijn contactpersoon is maar morgen misschien niet meer…
Dingen veranderen, dossiers veranderen en worden verplaatst, alles vanuit de gedachte om zo efficiënt mogelijk te werk te gaan. Maar efficiënt voor wie? Niet voor de werknemers bij het UWV en ook niet voor de klant. ‘Wie bent u?’. ‘Ik heb al eerder gebeld’, ‘Dat zal een collega zijn geweest’, ‘Vertel het hele verhaal dan nóg maar eens’.
Rokjesjager
Puur toeval (of niet), maar dominee W.J. op ‘t Hof van de Ontsteld Hervormde Gemeente in Nederhemert is het met me eens wat betreft de rokken (lees vorig bericht), hoewel niet echt om dezelfde reden. Vrouwen moeten weer échte rokken gaan dragen. Geen strakke leggings (met of zonder kort tochtig rokje) en ook geen lange rokken met spleten.
Er moet ook een duidelijk verschil zijn in klederdracht tussen man en vrouw want “het onderscheid tussen de seksen vervaagt.” De kerkleer schrijft immers voor dat mannen en vrouwen zich onderscheidend kleden ‘omdat de Heere Gods man en vrouw zowel fysiek, mentaal als sociaal verschillend heeft geschapen’ (uit het Brabants Dagblad van 10 juli).
En zo is het! Verschil moet er zijn.
Cursus repect
Misschien een tip voor Balkenende of Verdonk? Stuur (nieuwe) burgers naar een cursus van Martin Gaus. Respect verzekerd, uit eerbied óf angst.
Meer bruin en wit op straat
Het zinnetje “Meer blauw op straat” is inmiddels erg bekend. Maar wat mij betreft mag ook het bruin en wit weer terugkomen op straat. Het bruin van de monniken en het wit van de nonnen. Niet dat ik zo gelovig ben, eigenlijk helemaal niet, maar ik ben wel gevoelig voor de link die ze hebben met een meer spirituele wereld. En het kan geen kwaad in deze tijd om dat af en toe in het dagelijkse straatbeeld terug te zien.
Stel je bijvoorbeeld voor dat er een aantal monniken of nonnen in hun pijen door de winkelstraten hadden gelopen in de week voor kerst. Zouden de mensen dan niet iets minder geld uitgegeven hebben aan nutteloze cadeau’s? Net als politieagenten staan hun óók voor bepaalde normen en waarden, en je hoeft het niet in alles met ze eens te zijn, ze laten wel heel duidelijk zien dat het ánders kan. En ook dat het anders moét!










